Google
This is a digital copy of a book that was prcscrvod for gcncrations on library shclvcs bcforc it was carcfully scannod by Google as part of a project
to make the world's books discoverablc onlinc.
It has survived long enough for the copyright to cxpirc and the book to enter the public domain. A public domain book is one that was never subject
to copyright or whose legal copyright term has expired. Whether a book is in the public domain may vary country to country. Public domain books
are our gateways to the past, representing a wealth of history, culture and knowledge that's often difficult to discover.
Marks, notations and other marginalia present in the original volume will appear in this file - a reminder of this book's long journey from the
publisher to a library and fmally to you.
Usage guidelines
Google is proud to partner with libraries to digitize public domain materials and make them widely accessible. Public domain books belong to the
public and we are merely their custodians. Nevertheless, this work is expensive, so in order to keep providing this resource, we have taken steps to
prevent abuse by commercial parties, including placing lechnical restrictions on automated querying.
We also ask that you:
+ Make non-commercial use of the files We designed Google Book Search for use by individuals, and we request that you use these files for
personal, non-commercial purposes.
+ Refrainfivm automated querying Do nol send aulomated queries of any sort to Google's system: If you are conducting research on machine
translation, optical character recognition or other areas where access to a laige amount of text is helpful, please contact us. We encourage the
use of public domain materials for these purposes and may be able to help.
+ Maintain attributionTht GoogXt "watermark" you see on each file is essential for informingpeopleabout this project and helping them find
additional materials through Google Book Search. Please do not remove it.
+ Keep it legal Whatever your use, remember that you are responsible for ensuring that what you are doing is legal. Do not assume that just
because we believe a book is in the public domain for users in the United States, that the work is also in the public domain for users in other
countiies. Whether a book is still in copyright varies from country to country, and we can'l offer guidance on whether any specific use of
any specific book is allowed. Please do not assume that a book's appearance in Google Book Search means it can be used in any manner
anywhere in the world. Copyright infringement liabili^ can be quite severe.
About Google Book Search
Google's mission is to organize the world's information and to make it universally accessible and useful. Google Book Search helps readers
discover the world's books while helping authors and publishers reach new audiences. You can search through the full icxi of this book on the web
at |http: //books. google .com/l
Google
Dit is ccn digitale kopie van een boek dat al generaties lang op bibliothcckpl anken heeft gestaan, maar nu zorgvuldig is gescand door Google. Dat
doen we omdat we alle boeken ter wereld online beschikbaar willen maken.
Dit boek is na oud dat het auteursrecht erop is verlopen, zodat het boek nu deel uitmaakt van het publieke domein. Een boek dat tot het publieke
domein behoort, is een boek dat nooit onder het auteursrecht is gevallen, of waarvan de wettelijke auteursrecht termijn is verlopen. Het kan per land
verschillen of een boek tot het publieke domein behoort. Boeken in het publieke domein zijn een stem uit het verleden. Ze vormen een bron van
geschiedenis, cultuur en kennis die anders moeilijk te verkrijgen zou zijn.
Aantekeningen, opmerkingen en andere kanttekeningen die in het origineel stonden, worden weergegeven in dit bestand, als herinnering aan de
lange reis die het boek heeft gemaakt van uitgever naar bibliotheek, en uiteindelijk naar u.
Richtlijnen voor gebruik
Google werkt samen met bibliotheken om materiaal uit het publieke domein te digitaliseren, zodat het voor iedereen beschikbaar wordt. Boeken
uit het publieke domein behoren toe aan het publiek; wij bewaren ze alleen. Dit is echter een kostbaar proces. Om deze dienst te kunnen blijven
leveren, hebben we maatregelen genomen om misbruik door commerciële partijen te voorkomen, zoals het plaatsen van technische beperkingen op
automaüsch zoeken.
Verder vragen we u het volgende:
+ Gebruik de bestanden alleen voor niet-commerciële doeleinden We hebben Zoeken naar boeken met Google ontworpen voor gebruik door
individuen. We vragen u deze bestanden alleen te gebruiken voor persoonlijke en niet -commerciële doeleinden.
+ Voer geen geautomatiseerde zoekopdrachten uit Stuur geen geautomatiseerde zoekopdrachten naar het systeem van Google. Als u onderzoek
doet naar computervertalingen, optische tekenherkenning of andere wetenschapsgebieden waarbij u toegang nodig heeft tot grote hoeveelhe-
den tekst, kunt u contact met ons opnemen. We raden u aan hiervoor materiaal uit het publieke domein te gebruiken, en kunnen u misschien
hiermee van dienst zijn.
+ Laat de eigendomsverklaring staan Het "watermerk" van Google dat u onder aan elk bestand ziet, dient om mensen informatie over het
project te geven, en ze te helpen extra materiaal te vinden met Zoeken naar boeken met Google. Verwijder dit watermerk niet.
+ Houd u aan de wet Wat u ook doet, houd er rekening mee dat u er zelf verantwoordelijk voor bent dat alles wat u doet legaal is. U kunt er
niet van uitgaan dat wanneer een werk beschikbaar lijkt te zijn voor het publieke domein in de Verenigde Staten, het ook publiek domein is
voor gebniikers in andere landen. Of er nog auteursrecht op een boek mst, verschilt per land. We kunnen u niet vertellen wat u in uw geval
met een bepaald boek mag doen. Neem niet zomaar aan dat u een boek overal ter wereld op allerlei manieren kunt gebruiken, wanneer het
eenmaal in Zoeken naar boeken met Google staat. De wettelijke aansprakelijkheid voor auteursrechten is behoorlijk streng.
Informatie over Zoeken naar boeken met Google
Het doel van Google is om alle informaüe wereldwijd toegankelijk en bruikbaar te maken. Zoeken naar boeken met Google helpt lezers boeken uit
allerlei landen te ontdekken, en helpt auteurs en ui tgevers om een nieuw leespubliek te bereiken. U kunt de volledige tekst van dit boek doorzoeken
op het web via |http: //books .google .coml
fKOPERTT Or
Miclimn
%wies,
«»»7
ARTES SCIENTIA VERITAt
TIJDSCHRIFT
VAN HET
KONINKLIJK NEDERLANDSen GENOOTSCHAP
VOOR
MUNT- EN PENNINGKUNDE
TIJDSCHRIFT
VAN HET
KONINKLIJK NmRLAND&CH CENOOmHAP
MUNT- EN PENNINGKUNDE
ONDER DE ZINSPREUK
„Concordia res papvae crescunt"
AMSTERDAM
9* Jaargang
AMSTERDAM
G. THEOD. BOM en ZOON
1901
J.SCHULMAM
CT
9. ^f^O
AMSTERDAM
/'
- r
n
Beschrijving der Nederlandsche of op Nederland
en Nederlanders betrekking hebbende Pen-
ningen, geslagen na November 1863
(Vervolg op het werk van mr. Jacob Dirks)
DOOR
W. K. F. ZWIERZINA
( Vervolg,)
180. 1869. 30 Mei.
Prijspenning der bloemententoonstelling
te Batavia.
Vz. Geheel gelijk n°. 56.
Kz. In een lauwerkrans:
BLOEMENTENTOONSTELLING
TE
BATAVIA
30 MEI
1869
Brons, 40 m.M., Verz. Teyler.
Van dezen penning schijnen twee stempels te bestaan, zie Cat.
Num. Ver%. Bat. Gen. v. K. en IV. 1896, no. 113. Volgens schrijven
van Mr. van der Chijs, is de 2e stempel dezelfde, welke hiervoor
onder n**. 58 is beschreven en op grond eener mededeeling van den
heer Roest op 16 Oktober 1865 is geplaatst, als vervaardigd bij gelegen-
heid der op dien dag geopende landbouwtentoonstelling te Batavia.
131. 1869. I Juni.
250 Jarig bestaan der Remonstrantsche
Broederschap te Rotterdam gevierd.
Vz. Het Geloof slaat den rechterarm om
de Vrijheid, terwijl het in den linkerarm een
boek houdt, waarop gegraveerd is: ^^^"^ en
een gebroken keten onder de voeten ver-
treedt; de Vrijheid houdt in de rechterhand
een olijftak: Op den sokel gal: v: 6.
Omschrift in twee regels : nihil spectavimvs,
NIHIL OPTAVIMVS, NIHIL QVAESIVIMVS ALIVD,
QVAM AVREAM ILLAM ET QVAE INTER SERVI-
TVTRM ET LICENTIAM MEDIA INTEREST LIBERTATEM.
In de afsnede : episc. soupta synod.
Kz. tusschen twee saamgebonden palmtakken:
SOCIETATIS REMONSTRANTIVM
NATALLS
DVCENTESIMVS QVINQVAGESIMVS
CELEBRATVS ROTERODAMI
KAL. JVN. CllIDCCCLXIX.
Brons, 61 m.M., Verz. 2.
De Remonstrantsche broederschap dankt haren naam aan de z.g.
Remonstrantie, het in i6io aan de Staten van Holland en Wcst-
Friesland ingediende betoog of verweersclirift van enkele predikanten,
die zich niet met konfessie en katechismus der vaderlandsche kerk
vereenigen konden, doch wier gevoelens op de bekende Dordtsche
Synode in 1618 en 1619 werden verworpen, tengevolge waarvan zij
en hunne aanhangers de bestaande kerk verlieten en zich op de in
1619 te Rotterdam gehouden z.g. Anti-Synode tot een genootschap
vereenigden onder den naam van Sociëteit of Broederschap. In 1633
nam zij de door Wtenbogaert opgestelde kerkorde aan en stichtte
in 1634 hare theologische kweekschool te Amsterdam, welke in 1873
naar Leiden werd verplaatst.
Volgen» het tegenwoordig Alg. Reglement van 1879 heeft de
broederschap ten doel op den ^ondslag van het Evangelie van Jezus
Christus en getrouw aan haar beginsel van vrijheid en verdraag-
zaamheid, het godsdienstig leven te bevorderen.
132. 1869. 30 Juni.
Prijspenning der tentoonstelling tijdens het
23« landhuishoudkundig kongres te Kampen.
Vz. Omschrift: xxiii nederlandsch land-
HUISHOUDKUNDIG CONGRES
In het veld : tentoonstelling
TE
KAMPEN
XXX JUNI
MDCCCLXIX
Kz. Glad veld omgeven door twee samenge-
strikte eiketakken, boven gescheiden door het
gekroonde wapen van Kampen.
Brons 45 m.M., Tijdschift 1895, blz. 45, als
gesneden door d. van der kellen.
■->- N..-* -'S./-^^ N. -X^-^-'
Beschrijving der Nederlandsche of op Nederland
en Nederlanders betrekking hebbende Pen-
ningen, geslagen na November 1863
(Vervolg op het werk van mr. Jacob Dirks)
DOOR
W. K. F. ZWIERZINA
( Vervolg,)
130. 1869. 30 Mei.
Prijspenning der bloemententoonstelling
te Batavia.
Vz. Geheel gelijk n°. 56.
Kz. In een lauwerkrans:
BLOEMENTENTOONSTELLING
TE
BATAVIA
30 MEI
1869
Brons, 40 m.M., Verz. Teyler.
Van dezen penning schijnen twee stempels te bestaan, zie Cat.
l/um. Verg. Bat Gen, v. K. en JV. 1896, no. 113. Volgens schrijven
van Mr. van der Chijs, is de 2e stempel dezelfde, welke hiervoor
onder n". 58 is beschreven en op grond eener mededeeling van den
heer Roest op 16 Oktober 1865 is geplaatst, als vervaardigd bij gelegen-
heid der op dien dag geopende landbouwtentoonstelling te Batavia.
Uil. 1869. I Juni.
250 Jarig bestaan der Remonstrantsche
Broederschap te Rotterdam gevierd.
Vz. Het Geloof slaat den rechterarm om
de Vrijheid, terwijl het in den linkerarm een
boek houdt, waarop gegraveerd is: ^^^"^ en
een gebroken keten onder de voeten ver-
treedt; de Vrijheid houdt in de rechterhand
een olijftak: Op den sokel gal: v: 6.
Omschrift in twee regels : nihil spectavimvs,
NIHIL OPTAVIMVS, NIHIL QVAESIVIMVS ALIVD,
QVAM AVREAM ILLAM — - ET QVAE INTER SERVI-
TVTEM ET LICENTIAM MEDIA INTEREST LIBERTATEM.
In de afsnede : episc. scripta synod.
Kz. tusschen twee saamgebonden palmtakken :
SOCIETATIS REMONSTRANTIVM
NATALLS
DVCENTESIMVS QVINQVAGESIMVS
CELEBRATVS ROTERODAMI
KAL. JVN. CI^IDCCCLXIX.
Brons, 61 m.M., Verz. 2.
De Remonstrantsche broederschap dankt haren naam aan de z.g.
Remonstrantie, het in 1610 aan de Stalen van Holland en West-
Friesland ingediende betoog of verweerschrift van enkele predikanten,
die zich niet met konfessie en katechismus der vaderlandsche kerk
vereenigen konden, doch wier gevoelens op de bekende Dordtsche
Sjmode in 1618 en 1619 werden verworpen, tengevolge waarvan zij
en hunne aanhangers de bestaande kerk verlieten en zich op de in
161 9 te Rotterdam gehouden z.g. Anti-Synode tot een genootschap
vereenigden onder den naam van Sociëteit of Broederschap. In 1633
nam zij de door Wtenbogaert opgestelde kerkorde aan en stichtte
in 1634 hare theologische kweekschool te Amsterdam, welke in 1873
naar Leiden werd verplaatst.
Volgen» het tegenwoordig Alg. Reglement van 1879 heeft de
broederschap ten doel op den ^ondslag van het Evangelie van Jezus
Christus en getrouw aan haar beginsel van vrijheid en verdraag-
zaamheid, het godsdienstig leven te bevorderen.
132. 1869. 30 Juni.
Prijspenning der tentoonstelling tijdens het
23« landhuishoudkundig kongres te Kampen.
Vz. Omschrift: xxiii nederlandsch land-
HUISHOUDKUNDIG CONGRES
In het veld : tentoonstelling
TE
KAMPEN
XXX JUNI
MDCCCLXIX
Kz. Glad veld omgeven door twee samenge-
strikte eiketakken, boven gescheiden door het
gekroonde wapen van Kampen.
Brons 45 m.M., Tijdschift 1895, blz. 45, als
gesneden door d. van der kkllen.
8
1J13. Als voren.
Hulde aan Z. M. Koning willem iii.
Geheel als boven, op de Kz. in den krans
(geslagen) :
AAN
WILLEM III
KONING
DER NEDERLANDEN
ENZ.
Brons, 45 m.M. Verz. Teyler.
Oranjepenningen N°. 1280.
1:14. 1869. 4 Juli.
Presentiepenning van de Société Royale de
Numismatique de Belgique met borst-
beeld van HUBERTUS GOLTZIUS.
Vz. = N^ 54.
Kz. Omschrift: • société royale de numis-
matique DE BELGIQUE
In het veld binnen een parelcirkel een kom-
partiment van 7 boogjes, in elk waarvan een
roosje e>, tusschen de boogjes en den parel-
cirkel 7 sterretjes •, opschrift:
4
JUILLET
1869
Brons, 33 m.M. Medcdeeling van den heer
Alphünse de Witte.
135. 1869. 15 Juli— Oktober.
Internationale Tentoonstelling te Amsterdam.
Vz. Een smid, staande met een voorhamer
in de linkerhand bij zijn aanbeeld, waartegen
een nijptang leunt, reikt over een bijenkorf
(beeld van de nijverheid), de rechterhand aan
een timmerman, staande met een zaag in de
hand bij zijn schaaf bank; op den achtergrond
opgaande zon. Onder het gekroonde wapen
van Amsterdam tusschen het jaartal 18 — 69
Kz. Gezicht op het Paleis voor Volksvlijt.
Omschrift: intern- tentoonst. van voor-
werpen VOOR DE HUISHOUDING EN HET BEDRIJF
VAN DEN HANDSWERKSMAN •
Onder het gebouw: amsterdam
Gebronsd tin, 49 m.M. Verz. Z.
136. Als voren.
Vz. Het gekroonde wapen van Amsterdam
in een lauwerkrans, omwonden met een lint
waarop links : wurtt — o. h. mona — belgie —
FRANKR en rechts : zwede — • denem — n d. bond
— ENGELAN
Omschrift op matten rand :
TER HERINNERING DER INTERNATIONALE
TENTOONSTELLING 1869
• AMSTERDAM •
lO
Kz. Onder een vijfpuntige stralende ster,
een gevleugelde bijenkorf, waaruit allerlei
handwerktuigen vallen, daaronder een gedeelte
van den wereldbol; om den bijenkorf is een
lint gewonden, met het opschrift: tot nut en
VEREDELING VOORDEEL EN WELVAART. Op den
wereldbol j. d. posthumus — amsterdam.
Tin, 52 m.M. Verz. Z.
1:I7. Als voren.
Prijspenning.
Vz. Een links gezeten vrouw in antiek
gewaad, eenige lauweren in een voor haar
staande vaas werpende en met de linkerhand
op het wapen van Nederland steunende, voor
haar, behalve de vaas, een kan, kamrad, werk-
bank, dommekracht, truweel en bijenkorf.
Omschrift : vereeniging ter bevordering van
FABRIEK EN HANDW: NIJVERHEID IN NEDERLAND.
Kz. Een krans van eike- en lauwertakken.
Omschrift: internationale tentoonstelling.
AMSTERDAM 1869.
Brons, 52 m.M. Verz. teyler.
138. Als voren.
Aan de leden der jury geschonken.
Vz. en Kz. geheel gelijk als n^ 137 doch
binnen een cirkel in den lauwerkrans:
SERVICES.
II
Brons, 52 m M. Verz. Z., geslagen aan
\s Rijks-Munt.
1:I9. 1869. 5-8 Augustus.
9^ Nederlandsch nationaal Zangersfeest te
Amsterdam.
Vz. David en face, staande met opgeheven
rechterhand, de linkerhand rustende op de harp.
Omschrift :
9DE NED. NAT. ZANGERSFEEST 1869
♦ AMSTELS MANNENKOOR ♦
Kz. Glad.
Ovaal met oog en ring; tin, 30 bij 35 m.M.,
Verz. Z.
Zie de aanteekening bij np. 64.
140. 1869. 16 — 21 Augustus.
Schietwedstrijd te Utrecht.
Vz. Het gekroonde wapen der gemeente
Utrecht, met twee leeuwen als schildhouders.
Kz. In een lauwerkrans:
DEN
BESCHERMHEER
Omschrift : schietwedstrijd
1869
Brons, 55 m.M.
Tijdschrift 1895, t^^^- 44» ^^ gesneden door
D. VAN der kellen. Oranjepenningen 1275.
Door de gfemeente Utrecht aangeboden aan den Koning. (Mede-
deeling van den heer Bksuui).
12
141. 1869. 3^ Augustus.
Prijspenning der gemeente 's-Gravenhage,
voor langdurigen dienst.
Vz. Het gekroonde wapen van 's-Gravenhage
met twee leeuwen als schildhouders.
Kz. Glad veld, omgeven door samengestrikte
eike- en lauwertakken.
Brons, 50 m.M. Leidsch Pen. Kab.
Ingesteld bij besluit van 31 Augustus 1869.
143. 1869. 21 September.
Paardententoonstelling te Breda.
Geheel gelijk Dirks n°. XXX, doch met het
jaartal 1869 op de Kz.
Brons, Verz. Snoeck.
Volgens. Bijdragen 2e druk n®. 531 zou het in DiRKS vermelde
jaartal 1860 foutief en de daarin niet beschreven, doch in den atlas
afgebeelde penning van 1869 zijn.
143. 1869. September.
Prijspenning van de nederlandsche vereeni-
ging „het Roode Kruis", voor de inzenders
op de tentoonstelling van voorwerpen
tot hulp en verpleging van zieken en
gewonden te 's-Gravenhage.
Vz. In het veld, het roode kruis.
Omschrift: nederlandsche vereeniging
Kz. In een parelcirkel:
13
TENTOONSTELLING
AAN
liv. '869 Ji
daaronder in een kompartiment PdM
Brons, 36 m.M. Leidsch Penningkab.
Dc Nederlandsche Vereeniging tot het verleenen van hulp aan
zieke en gewonde krijgslieden in tijd van oorlog, naar het bij de
op 22 Augustus 1864 te Genève aangenomen onderscheidingsteeken
gewoonlijk Vereeniging „het Roode Kruis" genoemd, is opgericht
bij K.B. 19 Juli 1867, n". 60 (St.bl. 1869 n». 210). Zie omtrent de overeen-
komst van Genève, Staatsblad 1865 n". 85, 1869 n». 22, 1894 n». 45
en 1900 n®. 125.
144. 1869. 17 November.
Onthulling van het monument ter herdenking
van Nederlands 50-jarige onafhankelijkheid
18 13 — 1863 te 's-Gravenhage.
Vz. De voorzijde van het monument.
Omschrift:
FREDERIK PRINS DER NEDERLANDEN
TER HERINNERING
In de afsnede : aan
17 Nov. 1863 — 69
Kz. De afbeelding van de achterzijde van
het monument.
In de afsnede: november
1813
en rechts j. p. m.(enger) f.
Brons, 61 m.M. Kon. Penningkab.
Oranjepenningen 1276.
H
In goud vereerd aan de leden van het hoofd-comité ; Jhr Mr. J. DE
KuijPER. griffier van het gerechtshof te 's Hertogenbosch, bezit het
exemplaar van zijn vader, waarop ingeslagen op de Vz. onder aan :
Jh^ M^
E. J. C. M. DE KUIJPER
Mededeeling van Jhr. M. A. Snoeck.
Het onderscheidingsteeken dier kommissie was de penning Dirks
n '. 905, bevestigd op een koperen gesp (liggend ovaal), die vastgehecht
was op een rood, wit, blanw lint (staande kleuren) met afhangende
zilveren franjes, *t geheel boven omgeven door rozet vormig gewerkt
oranjelint.
145. Als voren.
Zilveren draagteeken door Prins Frederik
der Nederlanden geschonken aan de
leden der Comité's tot inzameling
van geld voor het standbeeld.
Vz. In krans van eiken- en lauwerbladeren.
NATIONAAL
GEDENKTEEKEN
1813
Kz. In geheel gelijken krans
17
NOVEMBER
's GRAVENHAGE
1863 \ 1869
18 bij 12 m.M., Verz. Z. Vervaardigd aan
's Rijks-Munt.
Werd gedragen aan i c.M. breed lint, wit-oranje-wit-oranje-wit.
146. Als voren.
Draagpenning.
15
Vz. Het monument van voren gezien.
Daaronder: f. pauwels
Kz. In het veld: 1863
17 Nov. 181 3
1869
Omschrift: ♦ hulde aan Nederland en
ORANJE
Tin, 22 m.M., met oog en ring. Verz. Z.
Oranjepenningen 1277.
Op de in 1863 uitgeschreven prijsvraag voor dit monument kwamen
verschillende antwoorden in, waarvan bekroond werd dat met de
zinspreuk: Eben Haëzer^ hetwelk ingezonden bleek door de heeren
VAN DER WAAYEN PIETERSZEN, gemeente-architekt en Koelman,
dekoratieschilder, beide te *s-Gravenhage. Het beeldhouwwerk is
van Simons.
147. Als voren.
Draagteeken.
Rechtsgewend hoofd van Z. M. Koning
Willem III in cirkelvormig medaillon, omschrift
tusschen 2 cirkels: 17 nov: 18 13 1869
1863
Onder: gekruiste lauwertakken.
Lood, met oog en ring, hoog 31, breed 24
m.M., aan oranjelint. Kon. kab.
Oranjepenningen 1278.
148. 1869.
Eeuwfeest van het Bataafsch Genootschap
voor Proefondervindelijke Wijsbe-
geerte te Rotterdam.
i6
Vz. Gelijk aan die van den prijspenning(n°. 88)
zonder het opschrift in de afsnede, waar nu
staat (rechts): j. p. menger f.
Kz. Omschrift:
IN MEMORIAM STEPHANI HOOGENDIJK FUNDATORIS.
MDCCLXIX • MDCCCLIX
In het veld binnen een slangenrond :
SOCIETAS
PHILOSOPHIAE
EXPERIMENTALIS
BATAVA
ROTERODAMI
CENTESIMUM
NATALEM
CELEBRANS.
Brons, 40 m.M. Verz. Z.
Zie Tijdschrift 1894, blz. 14, en de noot bij n*». 88.
Steven Hoogendijk, uurwerkmaker te Rotterdam, overleden aldaar
3 Juli 1788 in den ouderdom van 91 jaar, richtte het genootschap in 1769
op eigen kosten op. Het verkreeg oktrooi bij resolutie der Staten
van Holland van den 5 Juli 1770.
149. 1869.
25 Jarig bestaan der muziekschool
te Rotterdam.
Vz. In een krans van eike- en lauwertakken :
JARIG
BESTAAN
DER
MUZIJKSCHOOL
1844 — 1869.
17
Kz. In het veld:
AFDEELING
ROTTERDAM
Omschrift: • maatschappij tot bevordering
DER TOONKUNST
Brons, 31 m.M., Verz. teyler.
De maatschappij, opgericht in 1829 door A. C. G. Vermeulen,
voert werken voor solo, koor en orkest uit, sticht muziekscholen,
ondersteunt jongelieden in de voortzetting hunner studiën, bekroont
kompositien. In 1854 werd het 25 jarig bestaan onder leiding van
Verhulst met o. a. Liszt en Rubinstein als gasten te Rotterdam
schitterend gevierd. De muziekschool aldaar stond eerst onder het
bestuur der maatschappij, daarna achtereenvolgens onder w. bargiel,
F. GERNSHEIM, R. VON PERGER en J. W. SIKEMEIJER ; zij kwcckte
kunstenaars, op wie Nederland trotsch mag zijn.
150. 1869.
Aan W. BoRSKi, bij zijn aftreden als kom-
missaris der „Associatie Cassa",
te Amsterdam.
Vz. Opschrift omgeven door 50 sterren :
AAN
WILLEM BORSKI
VAN 182 I TOT 1869
COMMISSARIS DER
ASSOCIATIE CASSA
BIJ ZIJN AFTREDEN
AANGEBODEN
^/ <:^
•^4'^, DOOR ^V^
''^'^'OKBEStOV^
V^
V>^'
i8
Kz. In zwaren lauwerkrans :
.c,OClATl^
^ OPGERICHT r
TE AMSTERDAM
MAART A° 1806
DOOR
WILLEM BORKSKI, VADER,
COMMISSARIS
TOT 18 14
Brons, 60 m.M. Tijdschrift 1895, t>^-2- 43»
als gesneden door D. van der Kellen.
151. 1869.
Prijspenning voor den wedstrijd voor
geweermakers.
Vz. 's Konings rechtsgewend borstbeeld,
daaronder v. d. k (ellen).
Omschrift op matten rand: WILLEM III
KONING DER NEDERLANDEN. ^
Kz. Twee buksen en sautoir op een lauwer-
krans, op het boveneinde van den krans onder
een koninklijke kroon een schild met het
jaartal 1869.
Omschrift onderlangs:
wedstrijd voor geweermakers.
Brons, 45 m.M. Verz. Teyler.
Tijdschrift 1895, ^Lz. 45.
Oranjepenningen 1 2 79.
19
152. 1869.
Fotografietentoonstelling te Groningen.
Prijspenning.
Vz. De nederlandsche maagd de face
staande met lauwerkrans in de uitgestrekte
rechterhand, de linker latende rusten op een
ovaal schild met het gekroonde nederlandsche
wapen.
In de afsnede: 1778 v.d.k.
Omschrift : nederlandsche maatschappij ter
BEVORDERING VAN NIJVERHEID. (Zie DlRKS n°. 849 )
Kz. Glad veld, met het omschrift:
TENTOONSTELLING VAN PHOTOGRAPHIE. NATUUR
ZELFDRUK EN KLEURENDRUK • TE GRONINGEN • 1869
Brons, 54 m.M., Verz. Rijks-Munt.
153. 1869.
25 Jarig lidmaatschap van de Aartsbroeder-
schap der H. F'amilie in de S'. Jozefskerk
te *s-Hertogenbosch.
Medaillon rustende op een versierd, door
parelrand omslingerd kruis.
Vz. Jezus, Maria en Jozef, daarboven de H.
Geest in den vorm eener duif, in parelgirkel.
Omschrift: * üartsDrocdcTScDap . der . B:
tamillc . 3cztt$ • marla • 3ozct
^ö
Op de armen van het kruis:
Ontst. Jlar.
links: u £uik rechts: Broeder
1844 1847
Boven: Wapen der aartsbroederschap.
Onder: Wapen van den bisschop van Luik.
Kz. De voorgevel van de S^ Jozefskerk
te 's-Hertogenbosch in parelrand.
Omschrift: XXV Sarlfl « otiafacDrokcti • lidmaat^
scDap • In • de • kerk . oati • den • f>* 3o$cpl) • $• Boscl) ^
op de armen van het kruis:
Boven: Wapen van paus Pius ix.
Onder: Wapen van paus Leo xiii.
Links : wapen van den Aartsbisschop van
Utrecht.
Rechts wapen van den bisschop van
's-Hertogenbosch.
Zilver met oog en ring, aan wit, blauw, wit
lint, 53 m.M. Verz. Snoeck.
Bijdragen 2e druk n^. 532.
154 Zilveren bruiloft van P. Smidt van Gelder
en H. Koster.
Cat. ScHULMAN 30 Oktober 1894 n^ 618.
Tevergeefs in het Tijdschrift opgevraagd.
155. II November 1869 — 9 Januari 1870.
Krijgsbedrijven ter kust van Guinea.
21
Vz. Tusschen twee saamgebonden lauwer-
takken een antiek scheepsroer, zwaard en
anker en sautoir.
Omschrift: de amstel, de vice-admiraal
KOOPMAN.
Kz. In het veld, binnen een cirkel.:
COMMENDA
GETUCHTIGD XI NOV.
ANOEMA-ATJIRM
VERBRAND IX DECEM.
KWASSIE-KROM
VEROVERD IX JAN.
Omschrift: het wettig gezag hersteld.
1869 — 1870
Zilver en Brons, 45 m.M., door D. van der
Kellen, Verz. Z.
156. Als voren.
Militaire draagpenning.
Het gekroonde nederlandsche wapen met
twee leeuwen als schildhouders, rustende op
lofwerk, waarover een lint hangt met het op-
schrift: je maintiendrai.
Omschrift: moed en trouw
1869 — 1870
Brons, zeskant met oog en ring, 34 m.M.,
Leidsch Penningkabinet.
22
157. Als voren.
Gesp als beschreven onder n°. 127 met het
opschrift :
KUST VAN GUINEA 1869 — 187O.
Bij traktaat van grensregeling tusschen Nederland en Engeland
gesloten 5 Maart 1867 kwamen enkele plaatsen ter kust vanGuinea
aan Nederland o. a. Commenda, welks bewoners niet met dien
overgang ingenomen bleken en in 1868 gedurig aanvallen deden op
de gedebarkeerde schepelingen van „Het Metalen Kruis" (Kapt t./z.
J. Vos), 26 Mei 1869 geraakte een sloep van de „Amstel" in de
branding bij de Abrobyrivier, enkelen der bemanning verdronken,
een der officieren en 4 matrozen kwamen aan land, doch werden
door de bewoners van Anoema Atjenim gevangen genomen, terwijl
• een matroos, die vluchten wilde, gedood werd. Na betaling onzer-
zijds van 300 onsen goud (pi. m. f I2CXX). — ) werden de gevangenen
vrijgelaten. Aan het stoomschip „Vice- Admiraal Koopman", dat 14
Augustus 1869 de reede van Texel verliet en 17 September d.a.v.
te St. George d*Elmina aankwam, werd opgedragen in samenwerking
met de „Amstel" en de vaste bezetting van Elmina, de bewoners te
tuchtigen en het wettig gezag te herstellen. 10 November 1869
werden de troepen gedebarkeerd en reeds den volgenden dag Gom-
menda genomen, zonder veel moeite, terwijl 9 December 1869
Anoema Atjenim werd genomen en in brand gestoken.
Na vele verliezen werd ook 9 Januari 1870 de hoofdplaats der
Commendeezen Kwassie Krom genomen en dit door de medeuit-
getrokken boschnegers zonder daartoe gegeven bevel in brand gestoken.
Het kampement te Commenda werd daarna opgebroken en de terug-
tocht aanvaard. De Commendeezen bleven in hun verzet volharden,
de losprijs ontvangen voor de gevangen genomen Nederlanders werd
niet terugbetaald, de bevolking scheen zich naar Cape Coast en het
binnenland te hebben teruggetrokken, althans bij latere verkennings-
tochten vond men de Kroms verlaten. Bij overeenkomst te
's-Gravenhage gesloten 25 Februari 1871 j° . protokol van 2 November
187 1 (zie St.bl. 1872 n*> . 17) goedgekeurd bij de wet van 20 Januari
1872 St.bl. n» . 6 werden de bezittingen ter kust van Guinea aan
Engeland overgedragen tegen betaling van hoogstens £ 24000.
23
I
168. 1870. 14 Februari.
Prijspenning der Nederlandsch-Indische
regeering voor bevordering van kennis én
beschaving onder „den inlander."
Vz. Het gekroonde nederlandsche wapen
met twee leeuwen als schildhouders, daaronder
op een lint ingestempeld : je maintiendrai
Kz. In het veld: .
DE REGEERING
VAN
NEDERLANDSen INDIE
ALS ERKENTENIS VAN
BIJZONDERE VERDIENSTEN
TOT BEVORDERING
VAN KENNIS
EN BESCHAVING
ONDER
DEN INLANDER.
Zilver en Brons, 38 m.M., Verz. Tevler.
Tijdschrift 1895, blz. 46, als gesneden door
D. VAN DER KeLLEN.
Ingesteld bij Gou vernemen ts besluit van 14 Februari 1870 n®. 9.
169. 1870. Februari.
Meubelmakers- Vereeniging „Utrechtsch
Eendracht" opgericht.
Vz. Het gekroonde wapen der gemeente
Utrecht met twee leeuwen als schildhouders,
24
rustende op een ornement, omgeven door een
parelcirkel.
Kz. MEUBELMAKERS VEREENIGING (in boOg.)
• ZD»
UTRECHTSCH
EENDRACHT
OPGERICHT
FEBR. 1870
ter zijden staat: begeer utrecht
Brons, 28 m.M. Verz. Z.
Waarschijnlijk later geslagen, het jaartal is den heer Begeer niet
bekend.
160. 1870. 6 April.
350 Jarig bestaan van het Burgerweeshuis
te Amsterdam.
Vz. In het veld binnen een cirkel:
BURGER
WEESHUIS
TE
AMSTERDAM
Omschrift: drie honderdvijftig jarig bestaan
1870
Kz. In het veld:
J. P. CROMMELIN
W. BLAAUW
L. M. SCHOUWENBURG
J. BACKER JR.
C. R. VAILLANT
J. DEN TEX BONDT
REGENTEN.
25
Brons, 28 m.M. Verz. Teyler.
161. 1870. 29 April.
100 Jarig bestaan van het Evangelisch
Luthersche weeshuis te Rotterdam.
Vz. In het veld: Rotterdam
Omschrift: ♦ weeshuis der evangeliesch (sic)
LUTHERSCHE GEMEENTE
Kz. In het veld:
29 APRIL
Brons gegraveerd, 45 m.M. Leidsch Pen-
ningkabinet.
162. 1870. 28 Mei.
25 Jarig huwelijk van
Dr. A. VAN DER Willigen Pz. en
G. A. VAN VOORTHUIJZEN
te Haarlem.
Vz. Hymen de face staande, met de
linkerhand een brandende fakkel en met de
rechter een lauwerkrans boven een altaar
houdende. Op het altaar zijn twee brandende
harten geplaatst en op de voorzijde er van is
26
het getal 25 ingestempeld. In de afsnede: van
DER KELLEN j^^ . F. (Zie DiRKS n°. 234, enz.)
Kz. In een bloemenkrans:
25 JARIG HUWELIJK
VAN
D*. ADRIAAN
VAN DER WILLIGEN PZ.
EN GEERTRUIDA ALETTA
VAN VOORTHUIJZEN
HAARLEM
29 MEI
1870
Brons, 42 m.M., Verz. Teyler.
163. 1870. 7 Juni.
Maskerade der Leidsche Studenten.
Vz. Een links staande gemuilbande beer,
die een stok vast houdt, binnen een lint met
het opschrift: honi soit qui mal y pense
Kz. Glad veld met het omschrift:
in memoriam festi diei natalis ccxcv acad.
LUGD. bat. VII JUN. A. MDCCCLXX.
Brons, 32 m.M., Verz. Teyler.
Tijdschrift 1895, blz. 46, als gesneden door
D. van der Kellen.
De Maskerade stelde het bezoek voor van den Graaf van Leicester
aan Leiden in 1586. De Vz. is volgens den heer Besier een
vrije navolging van het zegel van Leicester.
164. 1870. 19 Juni.
Tachtigste verjaardag van D. Jut te Breukelen.
27
Vz. Zwevende engel met opgeheven armen
tusschen acaciatakken.
Omschrift : tot hiertoe heeft de heer geholpen
Kz. Opschrift: DIRK JUT
oud 8o jaren
op vroeglust
te breukelen
19 JUNI 1870
Brons, 30 m.M., nal. j. elion.
165. 1870. 3 Juli.
Presentiepenning van <ie Société Royale de
Numismatique de Belgique met borstbeeld
van HuBERTUS Goltzius.
Vz. = n°. 54.
Kz. Zg. zegel van Salomo, twee over elkaar
geplaatste gelijkzijdige driehoeken omgeven
door zes cirkeltjes o .
Op de zijden van den eenen driehoek:
* SOCIÉTÉ ROYALE ©>
DE NUMISMATIQUE ®>
®> DE BELGIQUE ^
Binnen de driehoeken:
3
JUILLET
1870
Brons, 33 m.M. Mededeeling van den heer
Alph. de Witte.
28
166. 1870. i6 Juli.
Internationale zangwedstrijd,
Rotte's Mannenkoor te Rotterdam.
Vz. Het gekroonde wapen van Rotter-
dam met twee leeuwen als schildhouders,
rustende op ornement met banderol, daaronder:
A. FiscH, in parelcirkel.
Omschrift:
^ liedertafel: rotte's mannenkoor ^
beschermheer z. m. de koning
Kz. In een verdiept veld:
INTERNATIONALE
ZANGWEDSTRIJD
VOOR
MANNENKOOR
GEHOUDEN TE
ROTTERDAM
Juli i^ *
Brons, 48 m.M.
Mij ter beschrijving gezonden door den Sekretaris van R. M den
heer J. R. Kornacker. Uitgeloofd in zilver en brons (lo ex), ook
de gemeente, de burgemeester en de Koning als beschermheer loofden
gouden penningen uit. Rotte's Mannenkoor werd ii Maart 1854 in
eene vergadering van 21 leden opgericht, en telt thans (1897) 115
werkende leden en 25 eereleden zij die zich voor de muziek in het
algemeen of de vereeniging in het bizonder buitengewoon verdienstelijk
hebben gemaakt). Z. M. Koning Willem lil aanvaarde in 1867 het
beschermheerschap.
29
1«7. 1870. 16 Juli.
Als voren.
Vz. Het gekroonde wapen van Rotterdam,
met twee leeuwen als schildhouders, rustende
op een banderol.
Omschrift boven :
• LIEDERTAFEL ROTTE's MANNENKOOR. •
beneden: beschermheer z. m. de koning
Kz. In het veld:
concours
• 16 JULI "k
1870
ROTTERDAM
daaronder : a. kisch brux.
Koper verguld draagt eeken, 22 m.M., Verz.
v. Dijk v. Matenesse.
168. 1870. Augustus.
Schietwedstrijd te Apeldoorn, (niet door gegaapt,)
Vz. Het links gewend hoofd van Z. M.
Koning Willem III, daaronder s. de vries 'shage.
Omschrift :
WILLEM III KONINC; DER NEDERLANDEN.
Kz. Twee buksen en sautoir geplaatst op
een patroontasch, een lauwer- en een eike
tak, op het geheel rust het gekroonde wapen
van Apeldoorn; daaronder: APELDOORN
30
Oinschrift: * ned. weerbaarheidsbond *
NAT. WEDSTRIJD • IN • AUG. 187O
Brons en tin, 33 m.M. Verz. Teyler.
Oranjepenningen 1284.
Ten gevolge van het uitbreken van den Fransch-Dultschen oorlog
had deze wedstrijd niet plaats.
169. 1870. 12 Oktober.
De Koning aan W. G. ten Houte de Lange,
te Alkmaar.
Vz. = n°. 22.
Kz. In mirtenkrans:
AAN
W. G. TEN HOUTE DE LANGE
TE ALKMAAR
DEN IJVERIGEN
KLINISCHEN LEERAAR
DEN BEVORDERAAR
DER VOLKSGEZONDHEID
DEN GETROUWEN ARTS
GEDURENDE 50 JAREN
VAN WEGE
DEN KONING
12 OCTOBER
1870.
Zilver en brons, 51 m.M., Tijdschrift 1896,
blz. 265.
Willem Geldolf ten Houtb de Lange werd geboren te Alkmaar
15 November 1799 en overleed aldaar 27 Februari 1882. In 1820 vestigde
hij zich als heel- en vroedmeester, werd eerst stads-verloskundige, in
31
1S44 li<l der plaatselijke geneeskundige kommissie, later lid der
Haarlemsche provinciale geneeskundige kommissie en in 1856 lektor
aan de klinische school.
12 Mei 1825 huwde hij Sara de Leeuw. De penning werd
aangeboden in zilver, hij liet 4 bronzen afslagen maken voor zijne
kinderen.
170. 1870. 13 Oktober.
Ter eere van M. van Geuns, 50 jaren werkzaam
bij de Associatie Cassa te Amsterdam.
Vz. In een eikekrans:
AAN
MATTHIAS
VAN GEUNS Jbz.
VIJFTIG JAREN
ONAFGEBROKEN
WERKZAAM
1820 — 1870
Omschrift: •<?.? associatie cassa *
AANGESTELD 182O • DIRECTEUR 183I •
WAARNEMEND 1856 • COMMISSARIS 1857.
Kz. In een verdiept veld:
TOT
HULDE EN AANDENKEN
AANGEBODEN DOOR
HONORAIRE
EN
EFFECTIEVE
MEt)EBESTUURDERS
13 OCTOBER
1870.
32
Omschrift: "^k w. borski. h. d. a. martin.
F. VAN TAACK TRAKRANEN. W. BORSKI JR.
C. F. OVERHOFF. W. Th. ESSER
Brons, 60 m.M. Kon. Kab.
Tijdschrift 1895, blz. 47, als gesneden door
D. VAN DER Kellen. In goud aan den jubilaris
aangeboden.
171. 1870. 17 Oktober.
Onthulling van het standbeeld voor Piet Hein
te Delfshaven.
Vz. Piet Hein in bevelende houding rechts
gaande, in de rechterhand houdt hij den kom-
mandostaf, terwijl hij met de linker het ge-
vest van zijn zwaard omklemt ; aan zijne voeten
ligt een anker, daaronder: J. p. M.(enger) f.
Omschrift : standbeeld van pieter pietersz.
hein.
Kz. In een eikenloof kroon :
ONTHULD
TE
DELFSHAVEN
17 OCTOBER
1870
Brons, 48 m.M. Verz. Teyler.
Pikt Hein, wiens naam steeds in den mond des volks voortleeft
door het bekende liedje op zijn kleinen naam en groote daden, werd
in 1578 te Delfshaven geboren en koos het zeemansbedrij f, doch
werd door de Spanjaarden krijgsgevangen gemaakt en aan de roei-
banken van een van Spinola's galeien gekluisterd. Na zijne uitwis-
33
seling tegen spaansche gevangenen, voer hij 1608 — 161 7 ter koop-
vaardij, werd bij de oprichting der West-Indische Compagnie tweede
bewindhebber voor Rotterdam, in 1623 vice-admiraal, in 1626 admi-
raal, in 1629 luitenant-admiraal van Holland, in welke betrekking
hij 20 Juni 1629 voor Duinkerken sneuvelde, waarna zijn lijk in de
Oude kerk te Amsterdam werd bijgezet, waar de Staten een praal-
graf deden verrijzen. Zijne belangrijkste krijgsbedrijven waren het
veroveren van San Salvador op 8 Mei 1624, de overwinninjir op de
Portugeezen in de Allerheiligen-baai in 1626 en de beroemde ver-
overing van de Spaansche Zilvervloot in de baai van Mdtanzas in 1628.
172. 1870.
Ter eere van Prins Frederik der Nederlanden
beschermheer van het St. Hubertsgilde
(te Haarlem?).
Vz. St. Hubert onder een boom, geknield
voor het hert met het kruis tusschen de horens ;
voor hem zit zijn hond en achter hem staat
zijn paard. In de afsnede: j. p. M.(enger) f.
Omschrift: s^. huberts gilde, «cfe
Kz. In een lauwerkrans:
HULDE
AAN
DEN PRINS
PROTECTOR
1820 — 1870
Brons, 46 m.M. Kon. Kab.
Oranjepenningen 1 282.
173. 1870.
Het Nederlandsch Indisch Gouvernement
aan Malim S()?:tan, voor zijne als
tolk bewezen diensten.
34
Vz. Het nederlandsche wapen met twee
leeuwen als schildhouders, daaronder op een
lint ingestempeld : je maintiendrai
Kz. HET
GOUVERNEMENT
VAN NEDERLANDSen INDIÊ
AAN
MALIM SOETAN
ALS BELOONING
VOOR ALS TOLK BEWEZEN
GOEDE DIENSTEN
BIJ GELEGENHEID
DER
GEWAPENDE DEMONSTRATIE
TEGEN
HET EILAND SI BEROET
IN 1870
Brons, 38 m.M., Verz. Tevler
Tijdschrift 1895. blz. 47, als gesneden door
D. VAN DER KeLLEN.
174. 1870.
Herinnering voor hen, die zich verdienstelijk
hebben gemaakt in den oorlog van 1870,
uitgereikt door de vereeniging
„Het Roode Kruis".
Vz. De vlag der vereeniging, daarboven
1870, daaronder: job. xxiv. 12
Omschrift: ♦ ANIMA - VULNERATORUM •
CLAMAVIT. ♦ 2 2. AUGUSTUS. 1864
35
Kz. In het veld het wapen van Genève,
waarboven op een lint: genève en waaronder:
XXVI. ocT. 1863 — s. DE VRIES. LA HAYE Daarom-
heen in een cirkel de wapens der tot de
vereeniging toegetreden staten, boven elk
derzelve een lint. waarop de namen der staten,
als: Nederland, Denemarken, Spanje, Frankrijk,
Hessen, Italié, Portugal, Pruissen, Wurtemberg,
Saksen, Oostenrijk, Beieren, Zweden en Noor-
wegen, Engeland, Amerika, Egypte, Rusland,
Zwitserland, België en Baden.
Brons en tin, 43 m.M., Verz. Z.
Zie omtrent deze vereeniging de aanteekening bij no. 143.
175. Als voren.
Met oog en ring, brons, i6 m.M., aan gewa-
terd oranjelint. Verz. J. Karreman, te Oud-
Beierland.
17«. 1870.
Prijspenning van de Hollandsche
Maatschappij van Wetenschappen te Haarlem.
Vz. Het linksgewend borstbeeld van
CiiRiSTiAAN HuYGKNS, daaronder: j. euon f.
Omschrift: CHRISTIAAN HUYGENS.
Kz. Glad veld omgeven door een lauwerkrans.
Omschrift :
SOCIETATIS SCIENTIARVM HOLLANDICAE
MAGNVM PRAEMIVM
Brons, 75 m.M. Verz. Rijksmunt
36
Penning welke om de vier jaren in goud aan dien geleerde wordt
uitgereikt, wiens onderzoekingen in de laatste twintig jaren de grootste
vorderingen in een der exakte wetenschappen hebben doen maken.
Voor het eerst in 1870 uitgereikt.
Het doel dezer in 1752 opgerichte maatschappij is de bevordering
van de studie der wetenschappen, inzonderheid der natuurwetenschap.
Zij geeft een tijdschrift uit, geschreven in het Fransch en bevattende
verslag van de in Nederland en zijne koloniën gedane wetenschappe-
lijke onderzoekingen.
Christiaan Huvgens, geboren te 's-Gravenhage 14 April 1619,
was een groot wiskundige en werktuigkundige. De kansrekening werd
door hem in nieuwe banen geleid, de verrekijkers werden aanmerkelijk
verbeterd, een der wachters in den ring van Satumus ontdekt, de
slingeruurwerken ui^evonden; tal van geleerde werken bestaan vsm
zijn hand. Hij overleed te 's-Gravenhage 8 Juni 1695.
177. 1870.
A. Vlielander te Numansdorp, 50 jaren
rentmeester van Cromstrijen.
Vz. Zijn linksgewend borstbeeld, de trois
quarts, rechts in het veld: j. elion f.
Omschrift :
ARIE VLIELANDER, 50 JAREN RENTMEESTER
1820 — 1870
Kz. In een zwaren eikenkrans, die met een
lint omwonden is: hulde
VAN
AMB ACHTSH EEREN
GRONDEIGENAREN
VAN
CROMSTRIJEN
Zilver en brons, 6i m.M., Verz. Z.
Deze penning werd den jubilaris door eene kommissie uit de
gezamenlijke eigenaren der heerlijkheid in goud aangeboden.
Wordt vervolgd
» •Vii^^N/*^
Iets over het Vettewariersgilde te Middelburg
en over een tot nu toe onbekenden
begrafenispenning van dit gilde.
v,Wy achten het voor een aangenaam tijtverdrijf
„ons selven te vermaecken in eygen oudheden: daer-
„toe heeft ons de begeerte tot het algemeen welwesen
„van het vettewarygilde een bysonder spoor geweest.
„Het heeft ons gelust ordentelijk te laten verschry-
„ven alle de voorrechten en ordonnantien die Haar
„Edelachtbaarheden tot welwesen van het gemeene
„gilde in den jare 1593 hebben vergunt, mitsgaders
„alle de ampliatien die van tijt tot tijt daar zijn by
„gedaan
„Wy willen hopen, dat onse naarcomelingen dit
„alles met zooveel vermaack sullen doorsnuffelen, als
„wy het met yver voor het gemeen hebben *t zamen
„gesteld, soo sal onsen geringen arbeyt niet ydel
„geacht werden maer den bescheydenen sal altijt
„connen afnemen hoe dat wy zijn geweest.**
Aldus schreef in den jare 1698, Aüraham
3
3«
RoosE, deken van het Vettewariersgilde te
Middelburg, in de voorrede van het prachtige
Privilegeboek door hem vervaardigd en ver-
sierd met afbeeldingen der wapens van voor-
malige overdekens van het gilde.
Men kan nagaan, dat dit in rijken pracht-
band gebonden boek spoedig een „Danckbaere
erkentenis" van Deken en Beleders van het
gilde uitlokte, wij lezen dan ook op de vol-
gende bladzijde:
„De welstand van het volck bestaat in wel te letten,
„Op haar oud voorrecht en op redelycke wetten,
„Sulcx is zoo billick, dat een ider zijn gemoet]
„Getuygt, dat borgerrust door wetten werd gevoet
Soozijn wy oock verplicht om danckbaarlijk 't erkenne —
Ons overheden, die soo gunstig door haar penne
„Tot welstand van dit gild dees wet gegeven heeft
„Waardoor dat ider lid van ons gerustlijck leeft
f^lVy, die in talrijckheyt en menicht overtreffen
„Al d'andere gildens, hooft voor hooft; seer wel beseffen
„Hoe ons oock schuldige plicht steets nootsaackt dese wet
„*t Omhelsen, en met een oock 't oude voorrecht/'
Wij willen ons niet langer met deze rijme-
larij bezighouden, maar kijken liever het prach-
tige boek wat verder in, om daaruit het een
en ander omtrent dit uitgebreide gilde te
weten te komen.
39
Uit de rekeningboeken i), die evenals het
Privilegeboek in de Oudheidskamer op het
Raadhuis worden bewaard, zullen we daarna
opteekenen, wat omtrent het uitgeven van gilde-
penningen vermeld staat.
„Wy die in talrijckheyt en menicht over-
treffen al d'andere gildens hooft voor hooft,"
schreef de ons onbekende dichter in 1698.
Die zelfde talrijkheid was oorzaak, dat in 1593
het toen aanwezige cramersgild gesplitst werd
en daar o. a. een afzonderlijk gilde van de
vettewariers, kaas- en melkvercoopers, potten-,
kannen- en glazenvercoopers, mitsgaders heye-
en ryse en besemvercoopers uit samen te
stellen, die „bequamelijck souden werden ge-
regeert by deken en beleders, daerover aan-
testellen." In nog vroegeren tijd heette het
Gilde van kaersghieters en vettewafë; het
kreeg in 1430 een nieuwe keur en ordonnan-
tie 2), waarin we o. a. lezen, dat wie valsch
gewicht gebruikte, boete beliep, terwijl schalen
en gewichten voor zijn deur stuk geslagen
werden. Verschillende zaken als boter, kaas,
vorkstelen, houten lepels, enz., mocht men toen
slechts in „periewaarde" (penningwaarde) ver-
1) Privilegcboek en rekeningboeken zijn mij door het Stedelijk
Kestuur welwillend ter inzage afgestaan.
2) De Stoppelaar. Inventaris van het OuU-Archüf voft Middel-
burg, 1217 -1581, \v\ 166.
40
koopen. Men mag dus aannemen, dat het gilde
der vettewariers tot de oudste van Middelburg
heeft behoord.
Het ligt niet in mijn bedoeling de geschie-
denis van het gilde te gaan verhalen, ik
wensch slechts enkele eigenaardige zaken te
vermelden.
Wie in het gilde wilde komen, moest poorter
zijn van Middelburg, dat sprak van zelf. Men
betaalde 20 ^ gr. vl. als inleggeld en voorts
voor „willecomme" twee stoopen Rijnsche wijn,
of „de weerde van dien." Het jaargeld bedroeg
ïï^ 1593 twee |9 gr. vl.
Zij hadden nu het recht hun winkels of ma-
gazijnen te openen, maar bij ordonnantie was
het verboden iets anders daarin te hebben
dan: „Boter, kaas, speek, gekoockte en gezou-
„ten hammen, gekoockte tongen, roet ofte talck,
„kaarsen, seepe, weidassen, potasschen, raap-
wen lijnsaatoly, wit zout by groote en kleyne
„marckte, grutte-, haver- en geerstegort, mos-
„tert, solferpriemen, allerhande soorten van
„heye- en ryze besems, vlercken, potten, pan-
„nen^ alderhande aerde geleyers en glaswerck,
„Danswijkse flessen en voeders, stroo- en
„biesen matten, honick, sousicen, asuyn, eye-
„ren, gist, klein bier en sant.'' Wie andere
dingen dan de opgenoemde verkocht werd be-
boet.
41
Deken en beleders gingen er viermaal in
een jaar op uit om dat alles te onderzoeken.
En wie bij zoo'n gelegenheid deken of bele-
ders „dus in 't feyt van haarlieder officie
susinieerde, 't sy met woorden ofte wercken",
die werd nogmaals beboet.
Er waren in Middelburg twee marktdagen,
's maandags en donderdags ; buiten die beide
dagen was het verboden iets op straat te ver-
koopen.
Nu waren de standplaatsen op de groote
markt, waar de vrije jaarmarkt ook gehouden
werd, niet alle gelijk voordeelig, vandaar dat
bepaald werd, dat viermaal in een jaar over
het staan van de kramen op de markt zou
gecaveld, d. i. geloot worden.
Die cavel moest beginnen aan 't oost-
einde der markt aan de zuidzijde, dus op het
punt waar Langedelft en Burcht te samen
kwamen. Dat deel was niet alleen toen, maar
nog heden ten dage het drukst bezochte
punt.
Kwam men er voor den eersten keer, dan
was het verplichtend zijn kraam aan de
noordzijde westelijk van het plein, hoek Vlas-
markt, op te slaan. Dat winkeltje mocht
niet worden opgesteld naar keuze van den
eigenaar; de ordonnantie gaf aan, dat alle
kramen even hoog van „schragen en ook
42
van vorsten" moesten zijn, dit werd aldus
bepaald met het oog op wind en regen. Ook
was het verboden ze wijder te maken dan 9
stadsvoeten.
Van af half „Maarte tot Baefmisse toe als
de kloeke zeven sloeg'' en het overige van
het jaar om 8 uur, moest men op de markt
present zijn, wie er op die uren niet was, werd
„uytgekraamt'' . en mocht dien dag niet meer
opslaan.
Een punt van groote zorg waren de maten
en gewichten. Deken en beleeders, kortom het
uitvoerend bestuur, mochten op ieder uur van
den dag deze in de winkels gaan onderzoeken,
en zij waren verplicht vooral op den laatsten ijk
der stad te letten. Waren de schalen ongelijk,
dan moesten ze in orde worden gebracht
„door loot aan de snoeren van de schalen
vast te maken en geenszins niet met losse in-
gelegde waren als kaes of diergelijcke, gelijck
voor desen — en ook nog wel in later dagen ! —
wel pleeg te geschieden."
Daarenboven had men geen vrijheid zooveel
gewicht in huis te hebben als men verlangde.
„Om de fraude te remedieeren die begaen
werden in 't recht van de balans," werd den
28 maart 1538 aan balansmeesters opgedragen
toe te zien, dat kruideniers, vettewariers en
anderen, zich met gewichten „geneerende" geen
43
hooger gewicht in hunne huizen hadden of
gebruikten dan 22V2 ^. i)
In 1581 kwam die zaak op nieuw ter sprake,
niemand mocht in huis of in zijn kraam hooger
wegen dan 22 ^. Ten gerieve van het publiek
zou echter op de marktdagen en ook des Za-
terdags een balans op de markt worden ge-
bracht voor het wegen van vleesch, boter, enz.,
tot een gewicht van 200 pond. 2) Van stads-
wege bouwde men er een tentje voor.
Wat het gewicht zelf betrof, men zal in
hoofdzaak het middelburgsche hebben gebruikt.
Dit was verdeeld in 8 ons = 32 lood, ieder
lood in 8 achtstelooden ; het stond in verhou-
ding tot het hedendaagsche nederl. pond als
I ned. pond = 3) 2 pond, 4 looden, 1.4 acht-
stelooden. Het woog 469.4 wichtjes.
In 1508 zond men iemand van hier naar
Antwerpen om looden en koperen gewichten
te halen, want regeering en poorters hadden
besloten, het gewicht alhier gelijk te maken
1) Uit het Register ten Rade der stad Middelburg 1599— 1614.
Excerpt in m.s. van H. M. Kesteloo, dat mij door den schrijver
welwillend is ter inzage verstrekt.
2) Ix>c. cit. n*>. 3566.
3) J. DE Kanter. Handboekje voor de ingezetenen der Provincie
Zeeland, inhoudende: Vergelijking der aldaar in gebruik geweest
zijnde maten en gewigten met die van bet metrieke of nieuwe ned.
stelsel. Middelburg 1852 blz. 42.
44
met dat van Antwerpen, i) Het oude antwerp-
sche gewicht woog 470.2 wichtjes.
Ongeveer een eeuw later schijnt dit middel-
burgsch-antwerpsche gewicht nog in gebruik te
zijn geweest, ofschoon men er ook al niet mede
tevreden was, want den 12 aug. 1606 hadden
deken en beleders van het kruideniersgilde en
eenige kooplieden bij Weth. en Raad een klacht
ingediend, dat het gewicht van Amsterdam
5 ten 100 zwaarder was dan dat van Middel-
burg — Antwerpen, en daar dit last veroorzaakte,
beloofden W. en R., dat het middelburgsche
pond aan 't amsterdamsche zou worden gelijk
gemaakt. 2) Dit amsterdamsche pond woog,
volgens DE Kanter, 494.1 wichtjes.
De nieuwe toestand schijnt niet aan aller
verwachting te hebben beantwoord, want we
lezen dat in 1608 eenige kooplieden en gilden
werden gehoord, naar aanleiding van hunne
klachten aangaande de zoo even vermelde ver-
zwaring van het gewicht.
Het resultaat van deze bijeenkomst is ge-
weest dat alles weer op den ouden voet werd
hersteld.
i) H. M. Kesteloo, De stadsrekeningen van Middelburg 1500 — 1549.
In Archief Zecuwsch Genootschap, deel VI blz. 353.
In een rekening van 1529/30 wordt gesproken van een uurwerk
dat woog 4760 "^ middelburgsch groot gewicht, ook antwerpsch ge-
wicht genoemd.
2) Reg. ten Rade, blz. 167. H. M. Kesteloo, m. s.
45
„Op den marktdag", vermeldt het Register
ten Rade, „na de trèves (25 april 1609), zal
worden afgekondigd, dat het gewicht hier blij-
ven zal op den ouden voet, gelijk met het
antwerpsch gewicht."
Een aantal looden gewichten, gestempeld
met „de hand" van antwerpen, vond ik on-
langs in een middelburgsch huisgezin terug.
Zij wegen respektievelijk 470, 117.5 en 59
wichtjes.
Een bron van groot verdriet en van voort-
durende oneenigheid, waren de leurders van
buiten de stad, die met hunne schepen binnen
kwamen. De een of andere gildebroeder pro-
fiteerde daar dan van en kocht op zeer voor-
deelige voorwaarden de waren, die zij hadden
medegebracht. Om deze onrechtvaardigheid
ten opzichte der overige leden van 't gilde te
voorkomen, werden bepalingen gemaakt, dat
de leurders hunne goederen niet uit de sche-
pen aan wal mochten brengen, alvorens de
knape alle gildebroeders bijeen had geroepen,
en dus een ieder in de gelegenheid werd ge-
steld zijn voordeel er mede te doen.
Kwam een medelid te overlijden, dan waren
de overige leden verplicht hun overleden con •
frère de laatste eer te bewijzen; zij werden
daartoe door den knape bij „vernachte wete"
opgeroepen. Bij die gelegenheid heeft hij als
46
kontrolemiddel een begrafenispenning uitge-
reikt, i)
Een dergelijke hoogst zeldzame penning van
het jaar 1648, bevindt zich in mijne verzameling.
Het schijnt, dat de knaap voor dat oproepen
een vaste belooning ontving en wel van één
schelling vlaamsch. Dat was ten minste zóó
in 1670. De vettewariers vonden dit, en te-
recht, een veel te kleine toelage, vandaar dat
zij aan de stadsregeering een rekest indienden
om een ampliatie op hunne ordonnantie te
mogen ontvangen, waarin zou worden opgeno-
men, dat de knape voortaan een pond vlaamsch
voor het bijeenroepen der broeders zou ont-
vangen. Immers schrijven zij „Uw Edel Acht-
„bare connen wel oordeelen of bemercken, dat
„men geen 500 menschen voor een schellinck
„ter begraevinge kan bidden (d. i. oproepen)
„daer twee dagen werck aan is." De regeering,
hun verzoek zeer billijk vindende, stond toe,
dat hij voor het oproepen van het geheele gild
een pond vlaamsch zou mogen eischen, voor
het halve 10 schellingen, en voor het waar-
schuwen van een kwart van 't gilde 5 sch. vL,
i) Zij zullen bij het overlijden van een gildebroeder of zuster ge-
houden zijn te compareren ter begravinge op de boete van 1 2 gr. vis.
en zullen de laatst Incomelingen gehouden zijn den overledene ter
aerden te dragen, of iemant van de gildebroeders uyt baarlieden
name daer toe te verwittigen, mits daertoe gehad hebbende een
vernachte wete op de verbeurte van 2 sch. gr. vis.
47
„gelijck alle knapen van vry kieynder orildens
dit evenzoo deden."
Laten wij nu, na deze kleine inleiding, met
behulp van de drie nog aanwezige rekening-
boeken, nagaan, welke uitgaven op het punt
van penningen daarin worden verrekend.
Mr. J. DiRKS beeldt in zijn standaardwerk
drie verschillende penningen van dit gilde af.
Het zijn de nommers 48, 49 en 50 van plaat
LXXI. MiNARD VAN HoORENBEKE Vermeldt
slechts den eersten en laatsten. (n". 390 en 391).
DiRKS n°. 48, van geel koper, heeft datum
noch opschriften, het gildenummer uitgezon-
derd. Deze penning draagt echter bij Minard
het jaartal 1647 daarop gegraveerd.
Van deze penningen, die aan beide zijden bijna
gelijk zijn en waarvan ik drie onderling in teeke-
ning der figuren afwijkende stempels bezit — gil-
denummers 30, 5 1 en 83 — bestaat een begrafenis-
penning, die tot nu toe niet was teruggevonden.
De voorz. vertoont die zijde van den klei-
48
nen geelkoperen penning (Dirks n**. 48) waarop
tusschen de weegschalen een botervlootje ? is
afgebeeld, terwijl op de keerzijde een lijk-
baar zichtbaar is, in het midden waarvan de
attributen van het gild, kaarsen, hammen en
een stapel kazen? in een fraaie cartouche zijn
aangebracht. Het gewone omschrift, aan alle
middelburgsche begrafenis-gildepenningen ei-
gen, het „HEDEN • MY • MORGHEN • DY" is OOk
hier aanwezig. Daaronder: • A°. 1648.
Of oudere penningen van dit gilde bestaan
hebben, is niet te zeggen, daar de bewaard
gebleven rekeningboeken eerst met het jaar
1670 aanvangen. Denkelijk zijn de kleine geel-
koperen penningen tot 1684 in gebruik geble-
ven, toen zij, zooals we zullen zien, door een
tinnen exemplaar zijn verruild.
Vermoedelijk hebben de volgende posten op
den kleinen penning van 1647 betrekking. (Dirks
n**. 48, MiNARD VAN Hoorenbeke n°. 390.)
1670. Ik (Hendrik Davidsen) bekenne ontfangen
te hebben van het maken van penningen van
het g^lde £ 0.4.4,
1670. Item betaelt aan Matthis Hoofft over 't ma-
ken van 50 nieuwe penningen en vernomberen
van de ouwe £ 8.0.10.
1 67 1 . Item . betaelt aan Matthis Hoofft over 't ma-
ken van 50 nieuwe penningen en eenichte te
vernomberen £ 8.0.10.
49
Uit deze posten blijkt, dat toen geen nieuwe
stempel is gebruikt, want de bestaande wer-
den met nieuwe nommers voorzien en ook dat
de penningen ongeveer 19 st., met het ver-
nommeren er bij, hebben gekost. Een zeer
hoog bedrag voor dezen kleinen penning, dat
voor de gildekas bij het voortdurend toenemen
van het aantal leden, bezwarend moet zijn ge-
weest. Misschien werd daarom besloten een
penning in het veel goedkoopere tin te doen
vervaardigen. Dit had in 1684 plaats, toen
deken Joh. Schoonakker het eerst in eene
rekening van dat jaar van „tynne penningen"
melding maakt en een nieuwe stempelvorm
werd aangeschaft.
1684. Betaelt aan GiLLYS van de gilde over maeken
van den cooppere vorm om penningen in te
gieten £ 3.6.8.
1684. Betaelt aan mijnselven (den genoemden JOH.
Schoonakker) voort maeken van 200 tynne
penningen en teyckenen saemen . . £ 1.16.
1688 Betaelt aan FiLlPS van den g^lde voor 't mae-
cken van 52 penningen voor 't g^lde . £ 1.9.
1 688. Betaelt aan Anthony Gerretsen voor *t tee-
kenen van 125 penningen £ 0.8.
Deze tinnen penningen (Dirks pi. LXXI
n**. 49), hoewel van grooter formaat, waren
50
evenwel minder kostbaar. Zij kostten dan ook
slechts I st. in den beginne, later iets meer
dan 3 st. per stuk, terwijl voor de kleine ko-
peren, zooals wij gezien hebben, ongeveer 19
st. in rekening werd gebracht.
In het jaar 1698 verscheen het rijk versierde
privilegeboek, dat aan den overdeken Palma
DE St. Fuentes was opgedragen. Een gebeur-
tenis van gewicht, die het verklaarbaar maakt,
dat men in plaats van den eenvoudigen tinnen,
liever een van meer kunstzin getuigenden gil-
depenning, als in harmonie met de feestelijk-
heden bij het verschijnen van een nieuw pri-
vilegeboek, wenschte te bezitten.
Zoo kwam de fraaie artistieke penning van
1698 (DiRKS pi. LXXI n\ 50), tot stand, i) In de
volgende rekening van 7 oktober 1699 wordt
hierover verslag uitgebracht. De rendant brengt
een som van £ 33 5 |>' 2 gr. vl. „in uitgeef
voor soo veel heeft gekost de silver gedre-
ven model met desselfs nagegoten mettale
penningen, om de gildebroeders daermeede ter
begraaffenis en anders te dagvaarden, mitsga-
ders oock hetgeen betalt is voor het nieuw
verschreven previlegieboek/'
I) Deze heeft het aardige opschrift:
DAT WELVAART KN SEGKN SY RYCK EN MILDE
BY AL DE LEDEN VAN T VETTE WARY GILDE
51
Aan Anthonis Felles voor het maken van
152 mettale penningen volgens beding tot 10 stuy-
ver het stuck, waeraf is gerekent eenig oud ko-
per £124/5.
Jammer genoeg is in de rekeningen verder
niets meer over deze penningen vermeld, zoo-
dat wij niet te weten zijn gekomen, wie de
vervaardiger is geweest van dezen gedreven
zilveren gildepenning en naar wiens teekening
het model is vervaardigd.
In het Zeeuwsch Genootschap is een prach-
tige zilver vergulde penning van 1698 aanwezig.
In een rekening van 171 7 — 19, dus een twin-
tigtal jaren later, wordt voor het maken v^an
2 penningen £o.2|:? berekend. Ze zijn dus van
10 st., zooals ze door Anth. Felles zijn ge-
leverd, op 6 stuivers teruggebracht.
1747. Aan CORNELis Blaauwbeen voor het ver-
gulde van een sulvere penning ter gedngtenisse
aan onzen nieuwen aangestelden heer overdekeii
d. hr. mr. Daniel Tulleken i) . £ 0.18.8.
I) Er bestaat een fraai ex-libris van mr. Daniel Tullkkkn (o. a.
te vinden in het Res^ter op de Ktxolutiën van de Staten van Holland
en West'Fritsland 1564 — 1575. Men ziet Minerva gezeten te midden
van boeken, globes, zuil en andere attributen, alles door een lint om-
geven. Omschrift: Mr. Dan. TuixtKKN, Toparcha Meliskerk et Ma-
rickerkae Medioburgens : consul. Onderaan staat: Repos ailleurs, en
op de beide uiteinden van het lint: Schouman del. P. W. van Mk-
GEN sculp.
52
1 74^. , Betaalt aan den zulversmit Jan Taarling
voor een zuivere penning .... £ 1.12.8.
1803. Betaald aan den zilversmit J. ROELOFSE voor
het maken en leveren van twee zilveren in 't
vuur vergulde gildepenningen, volgens reke-
ning en quitantie £ 3.15.
1806. Betaald aan den zilversmit J. C. HOKKE voor
het maken en leveren van een zilver in 't vuur
vergulden zuiveren penning, volgens rekening
en quitantie £ 1.19.
1808. Betaald aan den zilversmit ROELOFSE voor
het maken en leveren van twee zilveren in het
vuur vergulde gildepenningen, voor de nieuw
benoemde commissarissen, volgens rekening en
quitantie £ 4.18.8.
Meer posten over geleverde penningen zijn
in de rekeningen niet te vinden, trouwens in
1808 waren de dagen van het gilde geteld.
In 1795 reeds waren de moeilijkheden begon-
nen, toen de Vergadering van de Represen-
tanten van het volk van Zeeland geld noodig
had en Middelburgs ingezetenen hun goud en
zilver aan dien geldnood moesten offeren. Ook
de gildegoederen, niettegenstaande vele rekes-
ten, deelden in ditzelfde lot. Zoo gingen de
fraaie zilveren bezittingen van de vette wariers,
volgens een verantwoording van het jaar 1797,
naar den smeltkroes, waarvoor een som van
53
£ 92.6.9. aan hen werd uitbetaald. Het ging
niet meer met de gilden ; wel is waar probeerde
men in 1807 ^^S ^^^ verzoekschrift aan den
Koning in te dienen tot instandhouding er
van, waarvoor de Vettewariers £ 1.2. 10. be-
taalden, het mocht niet baten, het vettewa-
riersgilde sloot den 2y^^^ november 18 10 zijn
laatste rekening.
Dat het gilde niettegenstaande de bezwa-
rende moeilijkheden, op het laatst der i8«
eeuw nog finantiëel in bloei verkeerde, bewijst
wel o. a. het uitreiken van zoovele zilverver-
gulde penningen. Aan geld ontbrak het hun
schijnbaar niet, want hun maaltijd kostte in
1804 de enorme som van £ 197.19. waaronder
een bedrag van £ 84.14.19. aan wijn.
Dit was vrij wat hooger dan toen men vol-
gens opgaaf, van 1669, bij het verkiezen van een
nieuwen deken, een maaltijd aanrichtte, waar-
voor slechts £ 64 in rekening werd gebracht.
Het behoeft niet verzekerd te worden, dat
in de rekeningboeken posten van allerlei aard
voorkomen, die een blik doen slaan in het
maatschappelijk leven onzer gildebroeders.
Zoo las ik van sommen gelds, die betaald
werden voor het lossen van een zoon of knecht,
die door de Turken gevangen was ; zeer vele
andere, het fraai gekleurde gildeglas in de
nieuwe kerk, dat hun toebehoorde, betreffende.
54
Dit raam in 1664 ten geschenke gegeven, kostte
de belangrijke som van £ 74.16.6.
In 1804 betaalde men £2. — voor het uitne-
men der wapenschilden uit dit glas — wij waren
toen in den anti-wapentijd — , het laatste wat
men omtrent het fraaie gildeglas vernomen
heeft; sedert is het sieraad spoorloos verdwe-
nen.
Deken Abraham Roose heeft, zooals de voor-
rede van het privilegeboek verhaalt, in hoofd-
zaak de geschiedenis van het gilde bij één
geschreven „tot vermaack van zyne naarcome-
lingen'* en opdat „de bescheydene tevens zou
kunnen weten hoe de gildebroeders zijn ge-
weest." Welnu wat mij betreft, ik heb met
„veel vermaak** die oude zaken doorgesnuf-
feld en vertrouwende, dat ook anderen er
eenigszins belang in zullen stellen, heb ik het
bovenstaande medegedeeld.
Middelburg 1900. Marie de Man.
Onze nieuwe guldens.
Het nederlandsche muntwezen, d. w. z. het
muntwezen van het Koninkrijk der Nederlan-
den, werd het eerst geregeld bij de wet van
28 September 181 6, Staatsblad n°. 50, waarbij
een dubbele standaard werd aangenomen, met
den gulden als munteenheid.
Zilveren standpenningen waren de driegul-
den, gulden en halve gulden; gouden stand-
penning was het tien-guldenstuk.
Zilveren pasmunt waren de stukken van 25
cents (kwartjes), 10 cents, (dubbeltjes), en 5
cents (stuivertjes), koperen: de centen en halve
centen, prijkende met de trek- of drukletter
W onder een koninklijke kroon, de Kz. ver-
toonende het wapen.
De gulden volgens deze wet woog 10.766 gram
en bevatte ^3/, 000 fijn zilver.
Bij de wet van 22 December 1825, Staats-
56
blad n°. 80, werden daarenboven gouden stand-
penningen van vijf gulden ingevoerd.
Bij de wet van 22 Maart 1839, Staatsblad
n°. 6, werden de guldens en drieguldens ver-
vangen door nieuwe guldens van 10 gram,
bevattende 945/,ooo fijn zilver en door stukken
van 21/2 gulden (rijksdaalders). Deze slechts
een enkele maal voorkomende stukken met
het hoofd van Koning Willem I zijn nog
gangbaar; ook de guldens en rijksdaalders
van de koningen Willem II en Willem III en
de guldens van Koningin Wilhelmina, (rijks-
daalders met H. M's. hoofd zijn nooit aange-
maakt), werden alle geslagen ingevolge laatst-
gemelde wet.
De bepalingen, daarin voorkomende omtrent
pasmunt, interesseeren ons minder, daar ze
nimmer toepassing erlangden.
Nevens onze rijksmunt was nog steeds het
oudere geld in omloop, tot de wet van 18
December 1845, Staatsblad n°. 90, dit buiten
koers stelde.
Bij de wet van 26 November 1847, Staats-
blad n°. 69, werd besloten tot afschaffing der
gouden munten; de bepalingen omtrent de zil-
veren standpenningen bleven dezelfde; een
nieuwe beeldenaar werd aangenomen voor de
zilveren pasmunt, n.m. 's Konings hoofd als
Vz., de waarde in krans als Kz.
57
Bij K. B. d.d. 29 Juni 1848, Staatsblad n^
27, werden de middelHjnen der munten bepaald
als volgt:
Stuk 2.50 I.- -.50 -.25 -.10 -.05 -.01 -.cx>^
m.M. 38 28 22 19 15 12^ 22 16
Bij de wet van i Juni 1850, Staatsblad n"*.
25, werd het toezicht en de zorg voor de za-
ken van de Munt opgedragen aan den Minister
van Financiën, het onmiddellijk toezicht aan
het MuntkoUege, welks werkzaamheden bij
K. B. d.d. 2 September 1850, Staatsblad n^ 56,
nader uitvoerig werden geregeld. Art. 6 der
laatstgenoemde wet bepaalt, dat alle stempels
voor de munt aan 's-Rijks munt worden ver-
vaardigd.
De wet van 14 December 1853, Staatsblad
n°. 126, verklaarde die van 26 November 1847
toepasselijk voor West-Indie ; de wet van i
Mei 1854, Staatsblad n°. 75, verklaarde laatst-
genoemde wet tevens toepasselijk voor Oost-
Indi^i, doch alleen voor zoover de standpen-
ningen betreft. Ingevolge laatstgemelde wet
en die van 20 April 1855, Staatsblad n°. 12,
worden voor Oost-Indië afzonderlijke pasmun-
ten geslagen.
Maakte de daling der zilverprijzen herhaal-
delijk maatregelen noodig tot schorsing van
de bevoegdheid van partikulieren, tot het doen
aanmunten van zilveren standpenningen, ove-
58
rigens heerschte er op wetgevend gebied, wat
het muntwezen betreft, een groote rust, tot-
dat bij de wet van 6 Juni 1875, Staatsblad
n^ 117, tot den dubbelen standaard werd te-
ruggekeerd. De gouden standpenning — het
tienguldenstuk — weegt 6.720 gram, met een
gehalte van 900/1000, de middellijn is 22^ m.M.
(K. B. d.d. 26 Juni 1875, Staatsblad n°. 124.)
Daar de eerste slag niet goed stapelde, wer-
den in 1876 nieuwe stempels gemaakt. Die
van 1875 vertoonen het jaartal boven het wa-
pen, het omschrift : koningrijk der np:derlan-
DEN, onder langs den rand loopende, die van
1876 en later hebben het jaartal boven het
wapen en het omschrift boven langs den rand.
Deze gouden standpenningen werden ook voor
Nederlandsch-Indië ingevoerd als zoodanig,
(met herhaling van het omtrent de zilveren
standpenningen bij de wet van i Mei 1854
bepaalde), bij de wet van 28 Maart 1877,
Staatsblad n^ 42.
Bij de wet van 28 Maart 1877, Staatsblad
n°. 43, werd de koperen pasmunt door bronzen
vervangen, t.w. stukken van 2^, i en | cent,
met een middellijn van 23^, 19 en 14 m.M.
(K. B. d.d. 18 April 1877, Staatsblad n**. 84.)
Voor Suriname en Cura^ao werd het neder-
landsche gouden tienguldenstuk als standpen-
ning ingevoerd bij de wetten van 28 Juni 188 1,
59
Staatsblad n"**. 1 20 en 121; de nederlandsche
bronzen pasmunt werd mede aldaar ingevoerd
bij de wetten van 24 December 1886, Staats-
blad n**'. 233 en 234.
Thans iets over het geld met den beelde-
naar van H. M. Koningin Wilhelmina.
In 1892 werden voor het eerst na H. M's.
komst tot den troon, guldens, 25 cents- en
10 centsstukken geslagen met H. M's. beelte-
nis, naar het ontwerp van L. Jünger, leeraar
aan de Rijksschool voor Kunstnijverheid te
Amsterdam, op stempels vervaardigd door den
2^^ stempelsnijder aan 's-Rijks Munt, W. J.
SCHAMMER. (f 26 Augustus 1893.)
Deze stukken vonden weinig genade in de
oogen van het publiek. De heer mr. L. W. A.
Besier wijst, over dit onderwerp sprekende,
op „den eenigszins verouderden toestand der
werktuigen aan 's-Rijks Munt," {Tijdschrift
1893, blz. 91), doch wijt ook voor een ge-
deelte het minder artistieke der voorstelling
aan het ontwerp. M. i. ten onrechte. De fraaie
proeven van eene vlak-gravure naar ditzelfde
ontwerp vervaardigd in de Kon. Utr. fabriek
van Zilverwerken, firma C. J. Begeer, {Tijd-
schrift 1897 blz. 137 n°. 28), bewijzen, dat met
moderne werktuigen inderdaad iets veel beters
te maken ware geweest.
Van de tienguldenstukken zijn, met het oog
6o
op de hooge g'oudprijzen, voor rijksrekening
nimmer exemplaren geslagen. In 1892 liet de
muntmeester er 61 slaan, in 1895 nog 149. In
1898 werden voor partikuliere rekening (Java
bank) 10877 1 stuks met het jaartal 1897, in
1899 nog 144840 stuks met hetzelfde jaartal
aangemaakt. In het inhuldigingsjaar vormden
deze tientjes van de Koningin een handels-
artikel, dat nog al aftrek vond.
Dat ook minder zeldzame stukken opgeld
kunnen doen, bewijst het navolgende kranten-
berichtje in de bladen van Oktober 1900 voor-
komende en ter wille der kuriositeit hier inge-
lascht :
„Te Arnhem heeft zich eene negotie ontwikkeld,
die misschien eenig in Nederland is. Om namelijk
huismoeders, die in het bezit zijn van een muntgas-
meter, uit de verlegenheid te helpen, als ze geen
2 1/2 centstukken bezitten, drijft men in de buurt
Klarendal tegenwoordig handel in die „grooten." Er
wordt daar munt uit munt geslagen; voor 8 cent
krijgt men 3, voor 1 1 cent 4 „grooten.''
De zaak gaf zelfs aanleiding tot eene be-
spreking in den gemeenteraad.
Doch nu terug tot ons onderwerp.
Waar we van elke geldsoort slechts exem-
plaren kennen met één en denzelfden beelde-
naar, (het geld van Z. M. Willem I naar de
6i
wet van 1839 was een nieuwe geldsoort), is
thans van deze gewoonte afgeweken. Nu H. M.
zelf de teugels van het bewind in handen heeft
genomen, begreep men terecht, dat het geld
niet langer met een kinderkopje mocht prijken
en werd besloten tot de invoering van een
nieuwen beeldenaar en tevens tot een meer ar-
tistieke Kz.
Om de klip, waarop men in 1892 gestrand
was, te ontzeilen, werd bij de wet van 2 Ja-
nuari 1899, Staatsblad n**. 11, een nieuw lid
toegevoegd aan het bovenaangehaalde art. 6
der wet van 1 Juni 1850, Staatsblad n°. 25,
luidende: „In bijzondere gevallen kan van deze
bepaling worden afgeweken,'* m. a. w. behoe-
ven dus alle stempels jiiet aan 's-Rijks Munt
te worden vervaardigd.
Het vervaardigen van het ontwerp van
H. M's. hoofd werd opgedragen aan den te
Rome vertoevenden nederlandschen beeld-
houwer Pier Pander, die tevens een ontwerp
maakte voor de Kz.
De primitieve stempels, de eerste ponsoenen,
matrijzen en dienststempels werden geleverd
door Paulin Tasset te Parijs, de latere wer-
den aan 's-Rijks Munt aangemaakt.
Krachtens Kon. besluit van 6 Oktober 1900,
is met het slaan der nieuwe guldens begonnen;
ingevolge een missive van Z. Ex. den Minister
van Financien, zijn deze in het laatst van Okto-
ber in omloop gebracht. Met het jaartal 1898
zijn geslagen i.ooo 000 guldens voor Nederland
en een gelijk aantal voor Nederlandsch-Indië,
Tevens zijn aangemaakt 400,000 25 centsstiik-
ken voor Nederland met het jaartal 1898 en
480.000 stukken van 1/4 gulden voorCura^ao;
het jaartal 1900 dragende, 1) het kopje is ech-
ter niet zoo fraai als op de guldens, de naam
PANDER ontbreekt. Stukken van ƒ10. — , /2.S0
ƒ0.50 en ƒ0.10, benevens van Viu gulden voor
Curacao, zullen nog gemaakt worden.
BESCHRIJVING.
Vz. Linksgewend, bizonder mooi gemodel-
leerd, hoofd van H. M. de Koningin met diadeem,
daaronder: p. pasder, omschrift in parelrand:
WILHELMINA KONINGIN DER NEDKRI.ANDEN
I) Bij de wet van 23 Mei 1899, Staatsblad n". iz6, werden al-
door, naast <le nederlandsche zilveren pasmunten, ingevoerd de euro-
fooschc stukken van >', en '/lo gulden,
Vi. — de nederlandsche rijksdaalders, guldens en halve guldens.
Ki. Het nederlandsche wapen tusschen -j- "'^ Ti ^-' daaronder het
Omschrift (boven): kolonie cuRAfAO,
63
(het omschrift op de guldens van 1892 en
later was doorloopend.)
Kz. Het gekroonde nederlandsche wapen,
fraaier van vorm en met kleiner en eleganter
kroontje dan vroeger, geplaatst tusschen: i
en G, daaronder: 100 c, terzijden het munt-
meestersteeken — een hellebaard — en het
muntteeken — een Mercuriusstaf.
Omschrift in parelrand:
1898
MUNT VAN HET KONINGRIJK DER NEDERLANDEN
De punten achter jaartal en Nederlanden
zijn verdwenen; gelukkig ook is de y in Ko-
ningrijk een ij geworden en de fout onder
drie koningen en eene koningin steeds besten-
digd, eindelijk verbeterd. (Zie J. E. ter Gouw,
in Tijdschrift 1894 blz. 162.) Het kantschrift
luidt echter nog steeds: god • zy • met • ons *,
moge ook daarin spoedig de y in ij veranderd
worden! Vroeger was het een fout, doch een
konsekwent doorgevoerde, thans daarenboven
een inkonsekwentie.
De pers begroette eveneens de nieuwe gul-
dens met ingenomenheid, getuige wat de Nieuwe
Rotterdamsche Courant schreef:
viDeze munt is een niet genoeg te waardeeren
poging om mooi werk te leveren; 't is een verade-
ming na het vele leelijke, door sleur en gemis aan
64
energie bedorven werk, dat op dit gebied in de
laatste tientallen van jaren in ons land is tot stand
gekomen aan 's-Rijks Munt. Aan minister PlERSON
komt een woord van warme hulde toe voor dit ini-
tiatief."
Of de nieuwe gulden aan de eischen der praktijk
zal voldoen, of het relief van de munt niet te hoog
is — wat het stapelen der guldens belet — of niet
te laag — waardoor de beeldenaar zou uitgewischt
worden — zal de praktijk moeten leeren. Maar uit
het oogpunt van kunst is de gulden zeker als ge-
slaagd te beschouwen, vooral wat de voorzijde aangaat.
Het kopje" — gaat de schrijver voort — „vertoont
niet het gewone type van de Koningin, maar er zit
in de melancholieke, eigenaardig ernstige, wat oudere
gelaatsuitdrukking toch zeer veel waars en juistbe-
grepens : men moet nooit vergeten, dat verreweg het
grootste aantal van de Nederlanders, die de guldens
in handen krijgen, H. M. de Koningin alleen pleegt
te zien bij joyeuse entrees in steden en dorpen, of
snel rijdend in Baarn, Apeldoorn of het Haagsche
Bosch. Anderen, meer bevoorrechten, zien H. M. op
audiëntiön of statiediners. Pander heeft een andere
uitdrukking van het vorstelijk gelaat, naar zijn indi-
viduëele opvatting, gegrepen en voortreffelijk op de
munt in beeld gebracht. De lijnen van het haar zijn
mooi, vooral daar waar de krulletjes neervallen op
het voorhoofd; neus, oog en kin zijn smaakvol we-
dergegeven, de mond is ietwat te benepen.
„De keerzijde is beter dan op de oude guldens, maar
wel schijnen eenige heraldische bedenkingen gewet-
65
tigd, hoewel het niet te ontkennen is, dat het aantal
heraldici even groot is als het aantal bestaande heral-
dische opiniën; uit het oogpunt van smaak is de
keerzijde geslaagd te noemen. Hier vooral moet men
niet vergeten, dat de eischen der praktijk meebrengen,
dat er zoo min mogelijk wordt afgeweken van het
eens bestaande type, hoe vurig men misschien ook
wenschen zou om inspiratie te zoeken op onze voor-
treffelijke munten der 17* eeuw; hier ook geldt in
hooge mate het nadeel, dat voortvloeit uit het feit,
dat de kunstenaar zijn model maakt en de technicus
dat reduceert; de oudere stempelsnijders, die zelfden
stempel pleegden te maken, waren in veel gunstiger
conditiën in dit geval.
„Wanneer wij onzen indruk samenvatten, dan
mogen wij constateeren, dat de Nederlanders met
genoegen hunne nieuwe guldens zullen kunnen aan-
schouwen en dat er meer dan een gewoon vluchtig
bewerkt betaalmiddel in omloop zal komen".
Bij deze gunstige beoordeeling sluiten we
ons volgaarne aan, een enkele opmerking zij
ons vergund. Al was de wet van 2 januari
1899, Staatsblad n^ 1 1, noodig, omdat de Munt
niet over een der uitstekende reduceermachi-
nes te beschikken heeft, die thans worden ge-
leverd ; men had toch niet in het buitenland
behoeven te zoeken, wat ook in het vader-
land te vinden was. Het kopje van H. M. op
de plakket Vredeskonferentie en de proeve
eener bewerking van de Vz. der nieuwe gul-
66
dens en halve guldens, naar Pander's relief,
moge wat vaag zijn, de Vz. van den penning
op het bezoek der Koninginnen aan Utrecht,
op 3 Juli 1900, kan gerust de vergelijking met
de Vz. onzer nieuwe guldens doorstaan en is
neder landsch werk!
Alphen, W Z
I November 1900.
Bouwstoffen voor eene Geschiedenis van het
Nederlandsche Geld- en Muntwezen.
Brief aan de Kommissie van Redaktie.
Ongeveer een jaar geleden ontving ik van de Com-
missie van redactie van het Tijdschrift van het Kon. Ne-
derl. Genootschap voor Munt- en Penningkunde te Am-
sterdam een omzendbrief, waarin gezegd wordt, dat er
steeds bij ons onbx^ékt ^tnt y^Uitvoerige geschiedenis
van V Neder L geld- en muntwezen^''' dat er tot nu
toe niemand in geslaagd is een duidelijk beeld te
geven, gekleed in den vorm van een handboek als
boven bedoeld, d. w. z. zoo als gez. Commissie gaarne
een handboek hebben zou, d. i. van de in ieder tijd-
vak gebruikelijke muntberekeningen, van de waarde
der rekenmunten, uitgedrukt in goud- en zilvergewicht
en van de muntstukken zelve, dat de Commissie in haar
tijdschrift een nieuwe rubriek wil openen^ waarin een
ieder, die eenige vondst in de archieven heeft gedaan,
die aanteekeningen kan doen opnemen, ten einde ze
voor verloren gaan te behoeden en eindelijk, dat de
Commissie rekent op den steun van hem of haar,
die den omzendbrief ontvangt.
68
Aan het laatste wil ik trachten eenigszins te
voldoen en een steentje aanbrengen.
Bij het doorbladeren van de Registers der Reken-
kamer van Holland en Zeeland, berustende in het
algemeen Rijksarchief te 's-Gravenhage ; meen ik soms
wel eens wat ontmoet te hebben, dat gerekend kan
worden onder de vondsten in de archieven, dus zou
kunnen worden opgenomen in de nieuwe rubriek, ten
einde het verloren gaan te behoeden en vermoedelijk
belangrijk genoeg om eenmaal te kunnen dienen voor
hem of haar, die eens een werk zou willen aanvatten,
zooals de Commissie verlangt.
Daarom als ontvanger van den omzendbrief, heb
ik het genoegen hierbij der Commissie eene kleine
vondst toe te zenden, met verzoek haar wel een
plaatsje te willen verleenen in de nieuwe rubriek, terwijl
ik hoop ze door meerderen zal kunnen worden gevolgd.
Ordonnancie van den munten gepubliceert in Octobry
XIIIJ^LXVJ.
Hier nae volgen die pennijngen van gouden
ende zuiveren die nae inhoudt der ordon-
nancie lest gemaict up tstuck van der mun-
ten loip hebben zullen. Ende alle andere
penn. die hier niet verclaert en sijn, zijn bij
der selver ordonnancie verboden ende ge-
reputeert voir billon.
Ende eerst den gulden pennijnck geheeten leeu
hebbende van negen ende vijftich int marck, die up
zijne wairde blijven sall van tsestich grooten.
69
Den pennijnck of Phillippus schilt geheyten Rijder
van den gewichte van negen ende tsestich ende een
half sal blijven up zijnen prijs van. ... LIJ gr.
Den Engelschen nobel van zeven ende tdertich
en een halff int marck sal in zijnen loop blijven
van viij ^ iiij d. gr.
Den halven Engelschen nobel ende Vierendeel van
nobel na tavenant.
Die saluten ende ducaten gewichte hebbende van
twee ende tseventich int marck zullen loip hebben
om iiij 1^ IJ d. gr.
De Vlaamschen nobel van zes ende dertich int
marck sal loip hebben om .... vilj ^ ij d. gr.
De Vrancrijcsen schilt van twee ende tseventich int
marck zal blijven up ten loip van . Ilij /^ j d. gr.
Die Rijnsche guldens van de munte van den vier
kuervorsten dat gewichte hebbende van twee ende tse-
ventich int marck van troijen zullen loip hebben XLJ gr.
Den Wilhelmus schilt van acht ende tsestich ende
een half int marck zal zijnen loip hebben om . XLIJ gr.
Den gulden pennijnck geheeten Pieter die van
tseventich int mare zijn, sal loip hebben om xxxviij gr.
Den Phillippus pennijnck geheeten Clinkxt (klin-
kaert) die van tseventich int marck zijn, zal loip
hebben om XXX gr.
Ende als van den witter munten met die
ghene die jegenwoerdelick geordineert is (te)
slaen, zullen loip hebben die pennijngen
hier nae volgende.
Ende eerst deti stuver die geslagen is bij mijnen
5
70
genad. Here int jair duijsent IIIJ£ XXXIIJ ende in die
jaere naevolgende. Die placken ende cromstarden van
vijf engelschen tstuck ende cleijne gr ooien dair van
die twee een oude placke, macken mitten gr. half gr.
ende deuyten van den voirsz slage sullen loip hebben
gelijk zij tot hair toe gehadt hebben. Ende dier
gelijcken die pennijngen van twee gr. ende eenen
halven die wijlen van saliger ende edeler memorie
hertoge Jan onse Heer ende vader die God genadict
zij, dede munten, geheeten braspennijnck zullen loip
hebben om twee gr. ende eene halve,
Die blancken fin zuiver die mijn Here den Conijnck
heeft doen slaen om IIIJ gr.
Ende de blancken die mijn voirs. Here den Conijnck
doet munten om vier engelschen
Hier nae volgen zekere pennijngen vangoude
ende silver hier voeren genoemt die bij ze-
kere moderacie onlancx bij mijnen voirsz.
genad. Here gemaict tot anderen prijse geset
zijn. Ende andere die hier voren niet ge-
noemt en staen die bij der zelver moderacie
geconsenteert zijn loip te hebben durende
tot kersdage naestcommende ende dien dach
geexpireert wesende zullen die pennijngen
boven genoemt tot horen eersten prijse staen.
Ende die anderen zullen verboden ende ge-
rekent wesen voor billion als voren.
Ende eerst den gulden leeu voir . . LXIJ gr.
Den ridder voir LIIJ „
71
Den vlaemschen nobel voir . . viij ^ iiij d. gr.
Die vrancrijcse croon voir . . IIIJ „ IV2 „ „
Deze voirgaende vier manieren van pennijngen en
sullen in stuvers die mijn voirsz genad. Here jegen-
woerdelicken doet slaen niet meer gelden dan zij plegen.
Den blanck van Vrancrijc voir .... i'/o gr
. IIIJ 1/2 „
III 1^ V d. „
II ., IIIJ ,, ,,
IIJ ,, IIIJ „ ,,
Den dubbel blanck voir. . .
Den Johannes schilt voir . .
Den Beyerschen gulden voir .
Den Gulicxen gulden . .
Den Keyserschen gulden mitten teijcken van der
werlt^ geslagen tot Vranckevoirt, tot Basel, tot Ham-
burch ende tot Lunenburch voir . . IIJ j^ IIJ d. gr.
Den sulveren pennijnck geslagen tot Valenchin
mitten vollen cruus voir V engelsche.
Den Wilhelmus tuyn voir . . . . „ „
Den witten pennijnck geslagen bij den vier kuer-
vorsten voir V engelsche.
Den Metsen grooten voir .... X „
Die Clauskens voir i^/s gr.
Die Johannes tuynen voir y^ ys
Den pennijnck geslagen tot Walem (.^) Brabanse
penn. voir 1V2 gr.
De pennijnck geslagen tot Bruessel bij Hertoge jan
van Brabant sal loip hebben gelijck die pleget.
Den botdrager voir » IJ gr-
Den Johannes Brabantschcn braspennijnck voir „ „
Den pennijnck gehyeten Pieter voir.illj engelsche
Onder staat:
GecoUacioneert tegens eene copie overgeleidt ende
gepefileerd an tlyace van de IIJ' rek. Guij de Baenst
van den rentmrscip Bewesten Schelt van den jare
LXXIJ (1472) bij mij fget.) Corneliszn.
Uit IV. Register G 1 483. Rekenkamer van Holland en
Zeeland, folü XXIJ.
Fred. Caland.
'S'Gravenhage, Sept. 1900.
De redaktie van het Tijdschrift is den heer Caland,
die als kundig en onvermoeid navorscher zoo'n goe-
den naam heeft, zéér dankbaar voor zijne belangrijke bij-
drage en durft de rubriek „Bouwstoffen" met aandrang
in zijne voortdurende medewerking aanbevelen.
Muntwaarde te Rotterdam 1426 — 1427. i)
De rekening loopt van i Mei 1426 tot i Mei 1427.
Zij is gedaan in paymenty thien nye tutten voer ^t pont
ende den Aerentsgulden gerekent voor 22 dier tunen.
Het pond is, zooals altijd, verdeeld in 20 schellin-
gen, de schelling in 12 penningen.
De uitgevers der rekeningen zeggen in de inleiding:
„De oudste rekening van 1426 — 27 is gesteld in het
Hollandsch van het pond van ƒ9. — , dat is dus het
halve pond groot van het Hollandsch pond groote
van ƒ 18. — . Het „payement" is dus gerekend op
ƒ 1.125 van een pond (lib.). Elk half pond had 20
stuivers, elke stuiver 20 deniers."
Zij, die mijne studiën over het middeleeuwsch munt-
en geldwezen hebben gevolgd, zullen begrijpen, dat
I) Geput uit: J. H. W. Unger en mr. W. Heskmer. De oudste
stadsrekeningen van Rotterdam. Rott. 1899
73
ik deze woorden niet gaarne zoude onderschrijven. Ik
zal ze hier stilzwijgend voorbijgaan en mij bepalen
tot de mededeeling, dat ik, — hoewel ik het hand-
schrift niet heb geraadpleegd, — maar voorhands heb
aangenomen, dat het pond niet in 20 stuivers maar
in 20 schellingen was verdeeld.
De munt, waarin de rekening is gedaan, wordt op
eene enkele plaats licht payement^ op eene andere
plaats licht geld genoemd.
De Aerentsgulden^ in den aanhef vermeld, heet
elders BeyersgiUden of wel kortweg gulden.
In de ontvangsten komen nog voor cromstairten,
cronen en nobles.
De onderlinge waardeverhouding van al de genoemde
munten, wordt aangetoond in het volgend staatje.
paim
paim
tuin
krom-
staart
pond
gul-
den
kroon
nobel
d paim
I
'/.. '/«
/l76 /s40
1
/sïS
%
/84'48
[i paim
12
24
I
2
'/2
I
v*.
1/
/704
tuin
V.0
l'li
%
/ïi2
kromstaart
357.
2'V».
iV..
I
11/ 1/
/7» /l»
/•.•70
v«
pond
240
20
10 67,.
I
3%
77»
Vn
I
V..
26/
/ 176
gulden
528
44
22
70'/.
IS
24V,,
48
"/.»
V..
1
kroon 864 ! 72
1
•Vn
I
nobel
168975
uoVs
3'A
f 43/
I
74
In het hoofdstuk ontvangsten zijn sommige perio-
dieke betalingen uitgedrukt in andere muntsoorten,
dan waarin de rekening is gedaan en wel:
A. In goet gelty den tuin 2 groot,
(17 (? van dit geld worden herleid tot 2S|56d
licht paiement.)
B. In paiement van eiken ponde i cromstairt,
C. In paiement i Beyers gnlden voer 7 pont,
D. In payment 16 cromstairten voer 7 pont,
E. In payment den noble gerekent 3 iÈ
F. In goet geit den gouden crone voer 't pont.
Aangezien een nobel = 48 of 3 X 16 kromstaart,
zoo is het paiement D hetzelfde als het paiement E.
^ paiement A is alzoo =11/2 ^ licht paiement.
B
D
W
rt
r»
M
v\
w
Vi
1-1
"/7S «
W
1^
w
2Vs «
»>
M
VI
- 2"/7.«
M
M
Vi
2"/75 «
n
w
v^
= 3Vs «
M
Uit de herleiding van de vooraangehaalde boeking
17 (5 goet gelts den tuin 2 groot = 25 (!? 6 d blijkt,
dat I tuin = 16 d goed geld.
En aangezien er gezegd wordt dat i tuin = 2
groot, zoo volgt hieruit, dat i groot = 8 d goed
geld =: 12 d licht paiement.
In de ontvangsten worden 3 gulden verantwoord
met 6 4É 12 ji licht paiement, 3 gulden min i groot
met 6 ^ II f? 4 d. Hieruit volgt dat i groot = 8
d licht paiement. Zoowel het 8-voud van den pen-
ning goed geld, als het 8-voud van den penning licht
geld werd alzoo groot genoemd.
75
Voorts komt in de rekening nog voor het ^ groot
Vlaems gelts = i/'/s ^^ licht paiement.
Dit Vlaamsche geld was men schuldig te Gent en
de even opgenoemde waarde is die van den tijd
onzer rekening
Ook de rekenmunten hiervoor sub B. C. D. en E.
genoemd, waren in die dagen nog in gebruik. De
rekenmunten A. en F. wijzen op vroegere toe-
standen. Dit moet men niet uit het oog verliezen. Voor
de kennis der momentane muntwaarde hebben die op-
gaven daarom geen belang. Ik wees er op alleen om
aan te toonen hoe uiterst ingewikkeld het geld- en
muntwezen der middeleeuwen was en hoe dit terrein
voor den leek zoo vol voetangels en klemmen is. i)
De rekening doet ons verder nog de volgende
munten kennen, wier waarde ik hier mededeel, uitge-
drukt in kromstaarten, tuinen en deniers licht geld.
BENAMING
Noble van 60 tunen .
Noble van 60 tunen .
Vrancrijcxe scilt. . .
Croon (gouden croon)
Saluyt
HoUantsche scilt . .
Gouden scilt . . . .
30
60
44
36
34'/2
31V2
1689V5
1440
1056
864
828
756
i) Ik maak van deze jjelegenheid gebruik op eene drukfout in de
uitgaaf te wijzen. Bh. lo regel 5 slaat 343 u', dit moet zijn 363 'tf.
76
BENAMING
IS
22
528
Gouden Guilhelmus HoU. scilt.
Guilhelmus scilt
Nye Bourgondische scilt. .
Scilt
Aerentsgulden
Beyersgulden
Gulden
Nye Utrechtsche gulden. .
Gulden van 20 tunen. . .
Scuuvitgen
Moirsgulden (Moersgulden) .
Lam
Oude tuun
Oude buddrager
Cromstairt
Lewe
Tuun
Nye tuun
Bottgen
Doyt
Op een tweetal plaatsen komen cronen voor ad 31
tuin of 840 d terwijl het schild van 21 kromstaart
eenmaal Hollandsch scilt genoemd wordt.
21
504
20
480
19
456
18
432
IS
360
2'/»
56
38»/»
35V5
—
28»/»
I
24
—
19V.
iV.
Helmond, Aug. 19CX).
AuG. Sassen.
Gemengde Berichten.
opening der Munt te Dordrecht in 1485.
Roerende die openingen van der munte tordrecht.
Bij den Ertshertoge van Oestrijc, hertoge
van Bourg., Brab., Limburg, Lucemb.
ende van Gelre, Grave van Vlaend., van
Artois van Bourg'*", Heneg., Holl., Zeel.,
Namen ende Zuytphen.
Lieven ende wel geminden. Hoe wel wij u onlancx
om seker reden ons daer toe porrende u bevolen heb-
ben te doen sluyten, cesseren ende ophouden onse
munte in onse stadt van Dordrecht sonder daer te
laten munten in eeniger manieren niet min om
eenige andere consideracien die wij hebben, zo is onse
gelieffle ende willen dat onse munte van Dordrecht
weder open gedaen zij. Ende dairomme ontbieden
lassten ende bevelen wij u zeere eernstelic, dat ghij
terstont desen onsen brief gesien, geeft ende levert
onsen meester particulier van den voorsz. munte van
Dordrecht zijn bussen. Ende bevelt voirts onsen ge-
78
nerael meester aldaer dat hij den voirsz meester par-
ticulier instructie doe ende geven, om te munten in
deselve munte van Dordrecht up sulcken voet ge-
wichte ende alloy ende gelijc szaige als men jege-
woerdelic doet in onse stadt van Mechelen. Ende up
alsulcke vrijheden ende gewoenlijcke costumen, als
zij geplegen hebben van ouden tijden des en zijt in
gheenen gebreke, want onse gelieffle sulc is.
Lieven ende wel geminden God zij met u. Gescre-
ven in onser stadt van Ghendt den lesten dach in
Julio a° LXXXV (1485). Aldus geteykent Maximilianus
ende secretaris Numan. De supscriptie van desen
brieve is hier naer volgende. Onsen lieven ende ge-
trouwen den lieden van onser Rekenijnge in Hollant.
Uit IV. Register G. 1483.
Rekenkamer van Holland en
Zeeland, for. xiiij.
Fred. Galand.
' S'Gravenhagey Sept 1900.
Hulde aan Jhr. mr, ViCTOR DE Stuers.
Den I Juli igcx) was het vijf en twintig jaar geleden,
dat Jhr. mr. V. E. L. DE Stuers het gewichtig
ambt van referendaris, chef der Afdeeling Kunsten
en Wetenschappen bij het Departement van Binnen-
landsche Zaken, aanvaarde, onder welke afdeeling ook
's-Rijks numismatische verzamelingen ressorteeren.
Eene kommissie onder voorzitterschap van den
79
Oud-minister Mr. J. H. Geertsema, bood den
jubilaris namens 856 deelnemers een gedenkpenning
aan in goud. zilver en brons.
Vz. Zijn linksgewend borstbeeld, gehuld in een
pelsjas, daarvoor: ^'sJ^ïps*
Omschrift: VICTOR DE STVERS
Kz. Het geslachtswapen van DE Stuers, in zilver
drie roode schuinbalken, vergezeld van twee goud-
geknopte en groengepunte roode rozen, een in den
linker boven-, een in den recht erbenedenhoek. Ge-
kroonde helm met zilver-roode dekkleeden, helmteeken
een uitkomende zilveren hazewindhond tusschen een
vlucht. Schildhouders twee zilveren hazewindhonden.
Onder het wapen: B. u.
Omschrift: ^^ 1875 i JVLI 1900 ^
REFERENDARIS VOOR KVNSTEN EN
WETENSCHAPPEN
groot 65 m. M. Afgebeeld in Médailles et Plaquettes
moderneSy n°. 224
De penningen waren verzegeld van eene oorkonde
met kleurteekeningen van Dr. P. J. H. CUYPERS,
architekt der Rijksmuseumgebouwen, waarvan eene
fotografie mij welwillend ter inzage werd gezonden
door Jhr. mr. G. L. M. H. RuijsCH DE Berenbrouck,
kommissaris der Koningin in Limburg, lid der
kommissie.
Deze oorkonde, waarbij gevoegd was een lijst der
deelnemers, luidt:
„Aan Jonkheer Mr. ViCTOR EUGKNE LOUIS DE
Stuers den warmen minnaar en ridderlijken voor-
vechter onzer nationale kunst en geschiedenis
8o
Door wiens raad beleid voorlichting en initiatief
Neerlands monumenten met schrandere onderscheiding
en naijverige liefde werden bewaard en hersteld/Onze
geschiedkundige documenten tolken van het streven
der Vaderen onder veilige en kundige hoede ten spie-
gel voor 't nageslacht werden gered/De schatten onzer
openbare kunstverzamelingen door hem beschreven en
vermeerderd zijn geborgen in kunsttempels hunner
waardig/Scholen en academiën werden gesticht waar-
door de kunstnijverheid werd opgewekt en het am-
bacht straks weer tot kunst zou worden geadeld
Aan den ridder zonder blaam die bet oog gevestigd
op zijn ideaal de schoone kunst meer dan een kwart
eeuw zonder wanken of wijken werkte en streed
met fleren moed en stalen kracht wordt door zijne
vele vrienden en vereerders op den vijf- en twintig-
sten verjaardag der aanvaarding van zijn ambt van
referendaris chef der Afdeeling Kunsten en Weten-
schappen bij het Departement van Binnenlandsche
Zaken ten blijk van achting voor zijn karakter van
erkenning zijner verdiensten van instemming met zijn
streven deze gedenkpenning aangeboden te 's Graven-
hage I Juli 1900"
De ie blz. prijkt met het nederlandsche wapen en
met dat van den jubilaris, de randen die de bladzij-
den omgeven, vertoonen, afwisselend de belangrijkste
vaderlandsche gebouwen onder zijn beheer gesticht
of gerestaureerd en vakken met bladeren en banden
met de navolgende opschriften: Ethnografie —
Musemngeboiéwen — Kunstverzamelingen — Muur-
schilderingen — Teekenonderwijs — Laboratoria
8i
— Koninklijke bibliotheek — Monumenten — Schil-
derkunst — Universiteitsgebouwen — Bouwkunst —
Beeldhouwkufist — Kunstnijverheid.
Ieder der deelnemers ontving een exemplaar in
brons van den gedenkpenning.
Alphen. ZwiERZiNA.
Variëteiten en onuitgegeven Nederlandsche munten.
(Vervolg van den 7***^" Jaargang 1899, bl. 146).
N**. 32. De Leeuwendaalder, bij resolutie der
Staten van Holland den 27 Augustus 1575 verordend,
verscheen eerst in het jaar 1576 en werd spoedig
een zeer geliefd betaalmiddel in den handel op de
Levant, de landen ten oosten van de Middellandsche
Zee. Vandaar kreeg hij ook den naam van Levant-
daalder. Alle provinciën, — behalve Groningen, — en de
rijksmunten te Nijmegen, Zutfen, Deventer, Kampen
en Zwolle volgden dien muntslag na tot in het laatst
der 17" eeuw. Men vindt dan ook de leeuwendaalders
in allerlei verscheidenheden en meestal vrijwel besleten,
omdat ze door zooveel handen gegaan waren. In de
verzameling-RijNBENDE kwam een vrij goed exem-
plaar voor, waarbij de Heer BoM in den Catalogus
onder n". 117 aanteekende : „dit ex. is voor een
leeuwendaalder bijzonder fraai;'* en toen ik, nu jaren
geleden, er een gekocht had en den heer De Voogt
liet zien met de opmerking, dat hij tot mijn leed-
82
wezen, niet mooi was, zeide de bekwame nymismaat
mij tot mijn troost: „ze zijn nooit mooier!"
Dezer dagen ontving ik uit Duitschland een vijf-
tiental dergelijke daalders, bijna alle eenigszins af-
wijkende van de beschrevene bij Verkade of elders.
Ziehier :
a. Gelderland. Voor- en keerzijde gelijk aan
Verkade io n". 4, maar punten in plaats van kruisjes
tusschen de woorden. Terzijde van het wapen:
15 — 93. Dit jaar is onbekend aan De Voogt en
komt niet voor bij RijNBENDE of in 't Muntcollege
(verslag 1884).
b. Geheel afwijkend van Verkade ii, n°. i.
Vz. mo.arg-pro-CONFOE-belg-gel + ; het omschrift
doorloopend.
Kz. CONFIDENS-DON-NON-MOVETR- 1636. Niet bij
De Voogt, in 't Muntcollege of bij RijNBENDE.
Deze variëteit is dus waarschijnlijk geheel onbe-
kend.
c. Variëteit van Verkade ii, n°. 2.
Vz. MO-AR-PRO-CO— NFOE-BELG-GEL.
Kz. Het omschrift gelijk aan dat bij VERKADE,
maar: 16 (lelie) 48. Niet bij RijNBENDE en De VoOGT.
Bij *t Muntcollege onder n°. 73 een gelijke van 1649.
d. Holland. Gelijk aan Verkade 49, n°. i, maar
de man met voeten en het jaartal 1662. Muntcollege
n^ 48, maar niet bij RijNBENDE.
e. West-Friesland. Gelijk aan VERKADE 66 n°. 1,
maar geen vierbladen ter weerszijden van het hoofd.
Naast het wapen: 16 — 04. Üp de Kz. vóór DEVS
een vijfblad en tusschen de woorden vierbladen.
83
Dit zeldzame exemplaar heeft echter een gat door
de cijfers i6.
Niet bij 't Muntcollege. RijNBENDE geeft onder
n**. 804 een exemplaar van 1604 met WE — STFRI, in
plaats van WEST — FRI, zooals het mijne.
ƒ en g. Variëteiten van Verkade 66, n*". 4, beide
met WEST, dus zonder F, de eerste met «1636 (vier-
blad) de andere met «1650 (vijfbladige rozet); geen
van beide in 't Muntcollege of bij RijNBENDE.
h, Zeeland. Gelijk aan Verkade 88 n°. i, maar
op de Vz. : een vijfbladige bloem achter het burchtje
en op de Kz. : 161 7. Dit ex. heeft ook een gat. Bij
het Muntcoll^e komen onder n". 77 hiervan 3 ex.
voor en bij RijNBENDE een van 1615 als hoogst
zeldzaam.
i. Utrecht. Variëteit van Verkade 226 n'. 2. Vz.
MO'NO'ORD'TRA— AD-VA-ORD-HOL x. Naast het wapen :
15—8(9?). Kz. X B X CONFIDENS x DNO x NON x
MOVETVR. Niet bij 't Muntcollege; bij RijNBENDE
een piedfort van 1589 onder n". 1323, uiterst zeld-
zaam. Mijn ex. is een weinig gescheurd.
y. Friesland. Variëteit van VERKADE 124 n\ 4.
De keerzijde alleen verschilt en heeft CONFIDENS en
een leeuwtje op de plaats van het jaartal, dat ont-
breekt. Niet bij RijNBENDE en bij 't Muntcollege
k. Overijsel. Variëteit van VERKADE 139 n". 3.
De keerzijde heeft : 16 (vijfbladige bloem) jy. Niet
bij RijNBENDE. Het Muntcollege heeft er een van
1679 onder n°. 55.
/. Kampen. Variëteit van Verkade 163 n". i.
Vz. : MO-ARG-CI-VIMP BELGCAMPEN.
84
De keerzijde verschilt alleen in het jaartal : 1 6 (moo-
renkopje) 67. Niet bij RijNBENDE of 't MuntcoUege
m. Geheel gelijk Verkade 163 n". 3. Ontbreekt
bij RIJNBENDE en het MuntcoUege.
n. Zwolle. Variëteit van Verkade 172 n°. 2, ver-
schilt alleen in de Kz., alwaar het omschrift boven
den kop van den leeuw begint en het jaartal 16 — 41 is.
Bij 't Muntcoll^e n". 26, maar niet bij RijNBENDE.
o Variëteit van Ver kade 172 n". 4; verschilt in
de Kz. waar D: in plaats van DO: staat en het
jaartal 1650 is. Niet bij 't MuntcoUege; bij RijN-
BENDE een ex. van 1649 als uniek en van 1651 als
uiterst zeldzaam.
N". 33. Oord van Holland A**. 1576, type van
Verkade 57 n°. i, met nom-domini in plaats van
NOM'DOM' Onbeschreven.
No. 34. Oord van hetzelfde type. A°. ? Vz ZEL-
D: G: C— HOL-Z-ZEL- Kz. AVX. NOS- HOS- IN- DOM.
Waarschijnlijk versprongen.
Hilversum. J. E. TER Gouw.
Een voorbeeld ter navolging*
De firma W. VOET & Zonen, goud- en zilversmeden,
Anegang 15 te Haarlem, vierde 8 Oktober j.1. haar
eeuwfeest en liet bij deze gelegenheid een zeer fraaien
penning slaan, ontworpen door den heer E. VOET Jr.,
gegraveerd door RiCHARD ThürER, graveur te Utrecht.
De Vz. vertoont een gedenktafel met de namen der
opvolgende firmanten, omgeven door de jaartallen
1800 en 1900, hulst- en klaverblaadjes. Het adres
85
der firma in kabelrand vormt het omschrift. De Kz.
vertoont een schild met bokaal in rijk geornementeerd
veld met den datum van oprichting in kabelrand als
omschrift. Van dezen penning, groot 50 m.M., werden
slecht 4 ex. in zilver en 25 in brons geslagen. Het
Koninklijk kabinet ontving van deze laatste een
exemplaar, de ondergeteekende een foto ten dienste
van latere uitvoerige beschrijving.
Z.
Een curiosum.
In de Vragen van den Dag 15' jaargang Afl. 9,
bl. 608 komt een artikel voor, getiteld : Sehetsen over
Maaty Gewicht en Munt door de naam doet
niets ter zake ; ik heb het niet tegen personen, maar
tegen geschriften. De schrijver vertelt daarin iets van
muntteekens, dat geheel onjuist is en daarom het
lezend publiek op een dwaalspoor brengt. Hij zegt:
„Eene laatste opmerking omtrent eene figuur, die op
onze goud- en zil vermunten voorkomt en misschien
door velen nimmer werd opgemerkt; ik bedoel, wat
we zien op de voorzijde (d. i. de zijde, waarop de
waarde staat uitgedrukt), onderaan rechts van het
gekroonde rijkswapen. Bij nauwkeurig toezien mer-
ken we op, dat het eene staf is met twee slangen
omwonden ; het is de zoogenaamde Mercuriusstaf, het
zinnebeeld van den handel ; op onze munten dient
het tot aanwijzing van de muntplaats en draagt daarom
den naam van muntteeken ; onder onze eerste koningen
werd de muntplaats Utrecht aangewezen door een
gebakerd kind'* (tot dusver ging alles goed ; nu loopt
6
86
het mis: het gebakerd kindje komt alleen voor in
het jaar 1817, is het tnuntmeestersteeken van SUER-
MONDT en door Minister Six afgekeurd. Wij lezen
verder:) „terwijl voor Brussel een palmtak diende."
(Ook dit is onjuist: de palmtak is het muntmeesters-
teeken van G. DE BOURGOGNE Herlaer en het munt-
teeken van Brussel was eene B, terwijl het nieuwe
meesterteeken van SUERMONDT eene fakkel was).
„Onder het Fransch bestuur was het muntteeken voor
Utrecht een mos f' (het muntteeken was eigenlijk een
baarsje] de mast was het meesterteeken). „Oude
munten van Antwerpen vertoonden een kond"', (Dit
zal wel eene drukfout voor hand wezen).
Iets verder lezen we over de namen der munten:
„Hoe te verklaren, waarom de halve achtentwintig,
ook al in Groningen, knapkoek en hun zilveren acht-
stuiverstuk een langrok werd genoemd ?" (De knap-
koek is geen halve achtentwintig, maar een halve
goudgulden van zulk een laag gehalte, dat hij gemak-
kelijk, van wege de broosheid, door midden knapte en
het VIII stuiversstuk vertoonde Sint-Maarten in bisschop-
pelijk gewaad, met een tot op de voeten afhangend
kleed, vandaar: langrok). „Hoe kwamen de Brabanders
aan hun groot onder den naam van brijman'' (dat
weet niemand met zekerheid!) i) „en de Hollanders"
l) V. I). Cllijs, deel Graafschap Holland en Z^^laftd, h\z. 2SljZegi
bij dit woord : „Brijmans, een Brabantsch-Limlnirgsche muntsoort, afge-
l)ecld in onze Munt<:n van Brahand en Limburgs PI. X n". 7 — 9, aldus
.i;enoemd naar den man met den braei (broek) daarop afgebeeld." (Red.)
In zijn laatstgenoemd werk spreekt hij echter ook de gissingen uit :
brij spijs; brij of brei van ijzer gebreide malienkolder. A. DE
Witte zegt: brijman bruigom. (J. E. r. G.)
87
(NB. de Friezen) ^aan hun >t/^/w///j voor den goud-
gulden van ƒ 1 .40 ?" (Wel, op den Frieschen achten-
twintig prijkte het borstbeeld van een ouden Fries
met een groote bonten muts op met kleppen over
de ooren) ^^de Zeeuwen aan hun pietje voor den
kwart-rijksdaalder?" (Lees: achtsten rijksdaalder; het
kleine mannetje, dat het wapen vasthoudt, werd
spottenderwijze pietje-bedroefd of pietje genoemd.)
Zoo beweert de geachte schrijver ook, dat dtdt
en dut hetzelfde is ; en dat is toch niet zoo : een duit
of deusken of doeyt^ ook doyt, deuyt, deyt is een
munt van twee penningen, 't woord komt mogelijk
van deux, twee ; doch als Prof. Verdam beweert, dat
de afkomst niet zeker bekend is, dan kunnen wij er
niet naar raden. Een dut is een stempel, een klop :
't woord komt van *t oude werkwoord dutten =z
kloppen, tikken, slaan, zegt Prof. VERDAM.
Ook is het veel te gewaagd om den schrijver te ge-
looven, als hij beweert, dat groot (= halve stuiver)
afkomstig is van cros, croix^ kruis. Groot is eenvou-
dig „groote munt/' in vergelijking met de kleine pen-
ninkjes, kopjes, obolen, die men uitsluitend vóór zijne
verschijning in de 13* eeuw had. Overigens bevat
het gekritiseerde artikel zeer veel, dat juist en we-
tenswaardig is, waarom het de moeite waard is, het
onjuiste te verbeteren.
J. E. TER Gouw.
Nog een airiosum.
Voor eenigen tijd werd door de firma Gebr. RlK-
88
KERS te Amsterdam een artikel in den handel ge-
bracht, dat, wat het doel betreft tot het terrein der
paedagogiek^ maar naar den aard tot dat der numis-
matiek behoort.
Ik heb op het oog : „Een nieuw hulpmiddel bij het
Rekenonderwijs, Nederlandsche Munten (van carton)."
Dit hulpmiddel bestaat uit nabootsingen in carton
onzer tien gangbare munten, niet ongelijk aan die,
welke sinds een aantal jaren met Sint Nicolaas in de
banketwinkels verkocht worden, vixaOiX di^ getrouwheid
waarmede die nabootsing is geschied, is merkwaardig.
Er zijn afzonderlijke stempels voor gegraveerd,
die in kleinigheden van den wettelijken beeldenaar
afwijken. Zij zijn de volgende:
1°. Tienguldensstuk van Koningin WILHELMINA
1897.
2°. Twee-en-halve-guldensstuk van Koning WIL-
LEM III. Deze stempel biedt de volgende afwijkin-
gen aan : de kop is iets kleiner en ranker en onder
den hals in plaats van J. P. SCHOUBERG. F. vindt men
drie vijfpuntige sterren. De keerzijde heeft tot munt-
teekens het zwaard en den Mercuriusstaf en het
jaartal 1897, dus een grof anachronisme.
3°. Gulden der Koningin, 1897. Onder den hals
C. B. in plaats van w. S.
4^ Halve gulden van Koning Willem ili, met het
jaartal 1897, een anachronisme als n°. 2.
5°. 25-cents der Koningin, 1897.
6°. 10- „ „ „ 1897.
7". 5- „ van Koning Willem iii, 1868.
8°. 2i/2-cent 1894.
89
9°. I-cent 1878, waarbij de leeuw bijzonder klein
is en
10°. ï/j cent, zonder jaartal, maar op de plaats
daarvan een vijfpuntige ster.
Randschriften en kartelranden ontbreken bij al
deze stukken. Waarom men de voor- en keerzijden
niet naar echte stukken heeft genomen, maar met veel
moeite stempels heeft laten graveeren, die variöteiten
opleveren, is, ook uit een paedagogisch oogpunt,
onbegrijpelijk.
J. E. TER Gouw.
De Zijderups op de pefiningen van de Stofjes-
werkersgildebns te Utrecht,
In het mij door den heer P. Bordeaux te Neuilly
sur Seine toegezonden overdrukje van zijn belang-
rijk artikel over deze gildepenningen, vond ik op
pag. 6, (Tijdschrift 1900 blz. 278), de volgende naar
regel 15 van boven verwijzende noot:
„Serait ce par une sorte d'atavisme inconscient
que les Nimois, réfugiés k Utrecht, auraient fait
figurer sur leurs méreaux ce ver k soie rongeant une
feuille de murier? Leurs ancêtres de la légion
Romano-Egyptienne avaient agi de méme, en rappe-
lant sur les monnaies Nimoises Ie crocodile du Nil
et son palmier." Z.
90
BOEKBEOORDEELING.
Met groot genoegen namen we kennis van de 7'
afl. van les Médailles et Plaquette'^ modcrnes door
Dr. H. J. DE Dompierre de Chaufepié, vooral waar
we er uit zien, dat ook de nederlandsche graveer-
kunst met reuzenschreden vooruit gaat. Op PI. XLIII
vinden we afgebeeld de fraaie plakketten Vredesjcon-
ferentie, Aftreden van H. M. Koningin Emma, Vz.
en den penning op het bezoek van H. M. aan Utrecht
op 3 Juli 1900 door Begeer, den hier voren beschreven
penning DE Stuers door JüNGER en BEGEER, den
Transvaalpenning en dien op de tentoonstelling van
het nederlandsche Zee wezen van WiENECKE en een
zéér knappe plakket van Faddegon, voorstellende den
heer J. H. N. RuijSCH VAN Dugteren. De uitvoe-
ring van druk en platen is boven allen lof verheven,
de firma H. Kleinmann & Co. te Haarlem, heeft
alle eer van dit fraaie werk.
Zw.
J. P. R. MENGER.
In het artikel: Een hulde aan Th. M. Roest, op
blz. 297 van den vorigen jaargang, noemde ik de
heer J. P. R. Menger, „hulpstempelsnijder." De heer
mr. L. W. A. Besier, voorzitter van het Muntkol-
lege, schrijft mij, dat deze vermelding kan doen
denken, dat hij aan *s-Rijks Munt eene betrekking
bekleedt, welke vroeger op dien titel recht gaf, maar
nu niet meer bestaat.
91
Hij is niet bij *s-Rijks Munt in dienst, maar bij
zijn vader den i'**" Stempelsnijder J. P. M. MENGER.
Z.
In de Nieuwe Rotterdamsche Courant van 21 No-
vember 1900 lezen wij:
„In de maand December zal er in het Friesche
Museum te Leeuwarden eene tentoonstelling worden
gehouden van moderne medailles en plaketten.
Door de krachtige medewerking van partikulieren,
die hunne verzamelingen beschikbaar stelden, en vaq
eenige openbare instellingen, denkt men in staat te
zijn een serieus overzicht te geven van hetgeen in
de laatste jaren, zoowel in binnen- als buitenland, in
dezen werd gepresteerd.
Afgezien van de keurige collectie moderne medail-
les en plaketten in 's-Rijks Penningkabinet, te *s-Gra-
venhage. zal in haar soort de Leeuwarder expositie
de eerste in Nederland zijn.
Een veertigtal artiesten zullen door hun werk ver-
tegenwoordigd zijn. De voornaamsten door onder-
scheidene stukken, vooral ook door afgietsels (brons)
op ware grootte van de origineele modellen, die een
juisten indruk geven van het talent van den beeld-
houwer-ontwerper. Bij het reduceeren tot medailles,
gaat er wel eens iets verloren van de fijne bloem van
het model.'*
Inhoudsopgave der Tijdschriften die het Genootschap
in ruiling ontvangt.
Revue Beige de numismatique.
4* livraison, 56' année.
I. Tiers de sou d'or inédits, par M. L. Maxe-
Werly.
II. La numismatique de LOUIS XVIII dans les
provinces belges en 1815, par M. P. BORDEAUX,
(suite).
III. Les jetons et les médailles d'inauguration frap-
pés par ordre du gouvernement général aux
Pays-Bas autrichiens, 1717 — 1794, par M. A.
DE Witte, (suite).
IV. Numismatique bruxelloise. Jetons de présence
de la Société de Médecine de Bruxelles, par
M. Ed. Vanden Broeck.
V. Quelques observations sur trois médaillons at-
tribués k QUENTIN Metsys, par M. Ed. van
Even.
Rivista Italiana di numismatica e scienze affini.
Anno XIII, fascicolo II.
Gnecchi (Francesco). Appunti di Numismatica
Romana L. I bronzi quadrilateri della Repubblica e
93
la moneta privata dei romani LI Alcune monete
repubblicane variante o ristabilite. (i Tav.)
Camozzi (Guido). Intorno airAdoptio di Adriano
imperatore. Note de Storia e Numismatica. (Fig.)
Malaguzzi (Francesco). La zecca di Bologna
(Continuaz.) (Fig.)
Frati (Luigi). Ancora delle monete gettate al
popoio nel solenne ingresso in Bologna di GuiLlo II
Tanno 1506.
Castellani (G). Medaglie Fanesi. (i Tav.)
RIZZOLI (LuiGl JUN.) Artisti alla zecca dei principi
da Carrara.
Nicolo e Nerio Compagni da Firenze.
Anno XIII. Fase. III.
Gnecchi (Francesco). Appunti di Numism. Ro-
mana: LIL Ancora suUa teoria monetaria dei Medag-
lioni di bronzo.
Dattari (G.). Appunti di Numism. Alessandrina
I. IL III. (Fig.)
Malacjuzzi (Francesco). La zecca di Bologna.
(Continuaz )
Papadopoli (NlCOLö). Carzie per Cipro coniate dei
Veneziani, nel 1515 e 1518. (Fig.)
Castellani (G.) La monete d'Ancona durante la
dominazione Francese (1799).
KUNZ (Carlo). Il Museo Bottacin annesso alla
civica biblioteca e museo di Padova. (Continuaz.)
(3 Tav.)
94
The American Numismatic and Archaeological So-
ciety of New York City. 42. Annual Meeting.
J. Sanford Saltus. European Orders and De-
corations.
L. Bradford— Prince. The stone Lions of Co-
chité.
-.,•*. •N/'.^.^./ -■/-/-.^.
Beschrijving der Nederlandsche of op Nederland
en Nederlanders betrekking hebbende Pen-
ningen, geslagen na November 1863
(Vervolg op het werk van mr. Jacob Dirks)
DOOR
W. K- F. ZWIERZINA
( Vervolg.)
178. 1870.
Bloemententoonstelling te Krommenie.
Vz. opschrift:
"^ KROMMENIE "^
1870.
Kz. Glad veld omgeven door twee samen-
gestrikte lauwertakken.
Zilver, 40 m.M., Verz. Z., geslagen aan
's Rijks munt.
96
179. 1870.
Landbouwtentoonstelling te Steenbergen.
Vz. Geheel gelijk Dirks XXX.
Kz. Rond medaillon in sierlijken rand, om-
geven door twee samengestrikte lauwertakken.
Opschrift :
^OONST^,
<^^ — '%
STEENBERGEN
/87O
Zilver, 41 m.M. Verz. Snoeck.
180. 1870.
Draagpenning der rederijkerskamer Jan
VAN Beers te Utrecht.
Vz. Gekroonde cartouche, waarop het wapen
der stad Utrecht.
Omschrift: z. k. h. de prins van oranje
opperbeschermheer.
Kz. Omschrift: rederijkerskamer
JAN VAN beers
In het veld, binnen een parelcirkel:
ZINSPREUK
STEEDS BETER
Brons, met oog en ring, 32 m.M. Verz.
Rijks munt.
97
Jan van Beers, geb. te Antwerpen, 22 Februari 1821, werd door
de lezing van Conscience's Leeuw van Vlaanderen l)ewogen de
letterkundige loopbaan te kiezen; hij leverde hoofdzakelijk overge-
voelige poëzie. Na korten tijd professor aan het Stads-kollege te
Mechelcn te zijn geweest, werd hij in 1849 professor aan de normaal -
school te Lier, in 1860 aan het Atheneum te Antwerpen.
181. 1871. 4 Januari.
Ter eere van J. J. Putman te Utrecht.
Vz. Zijn linksgewend borstbeeld, daaronder:
J. P. M. MENGER F.
Omschrift: jacobus joskpiius putman.
Kz. In een krans van klimopbladeren het
jaarschrift :
DeCano sVo
VICarII
VLtraIeCtenses
anIMo gratI
daaronder: pridie nonas lan.
Brons, 54 m.M. Verz. Tevler. (Zie n^ 261)
182. 1 871. 30 Maart.
Overlijden van H. M. de Koningin Louisa
van Zweden en Noorwegen, geboren
Prinses der Nederlanden.
Vz. Eene gesluierde vrouw, links voor een
grafmonument staande, waarop zij een lijkurn
plaatst, waarover een rouwfloers hangt, dat ook
gedeeltelijk het ovaal zweedsch wapen bedekt,
dat evenals een uitgebluschte fakkel tegen het
monument rust, op de voorzijde van het monu-
ment in een lauwerkrans : ^^■
F. A. A.
L.
98
Omschrift: vlla. dies. memori. non. eximet. aevo
In de afsnede : j. p. menger, f.
Kz. In een krans van 42 sterren:
WILH. FRID.
ALEX. ANNA.
LUDOV.
REG. SUEC. NORV.
PRINC. NEERL.
NATA
D. V. AUG.
MDCCCXXVIII
DEFUNCTA
D. XXX. MART.
MDCCCLXXI
Brons, 48 m.M. Verz. Z.
Tijdschrift 1874, blz. 15, (waar abusief staat:
SoPHiE VAN Zweden). Oranjepenningen 1287.
183. Als voren.
Vz. Het links gewend hoofd der Koningin
met diadeem en met een parelsnoer om den
hals, daaronder: lea ahlborn f.
Omschrift : lovisa drottning af sverige och
NORGE.
Kz. Zwevende Genius, in de rechterhand een
slangenrond en in de linker een palmtak houdende.
Omschrift: följd af karlek tacksamhet och
SAKNAD — DEN 30 mars 187I.
Brons, 44 m.M. Verz. Z.
Oranjepenningen 1286.
WILHELMINA Frederika Alexandrina Anna Louisa, prinses der
Nederlanden, geboren te 's Gravenhage, 5 Augustus 1828, als
99
dochter van Prins Frkderik der Nederlanden en prinses Louise
VAN Pruisen, huwde te Stockholm 1 9 Juni 1850 niet Kauel Lodewijk
EuGENius, hertog van Schonen, kroonprins, later (8 Juli 1859) onder
den naam van Karel XV, koning van Zweden en Noorwegen,
der Gothen en der Wenden, (overleden 18 September 1872), zie
Dirks n** 703. Uit dit huwelijk werd ééne dochter geboren, prinses
Louise Josephine Eügénie, (31 Oktober 1851), die sedert 28 Juli
1869 gehuwd is met Christiaan Frederik Willem Karel, kroon-
prins van Denemarken.
184. 1871. 16 — 21 Juni.
Pius IX 25 jaren paus.
Vz- Zijn linksgewend borstbeeld, daaronder:
S. DE VRIES.
Omschrift :
f COMES • GIOVANNI • MARIA • MASTAI • FERRETTl f
XVI • XXI • IVNII CRVX • DE • CRVCE 1846 — 187I
PIVS • NONVS • PONTIFEX • MAXIMVS
Kz. Het door de tiara en de Sint-Petrus
sleutels gedekte wapen des Pausen, daaronder :
LEviT • XXVII . 24
Omschrift: • IN • JVBIL/EO • AGER . RE
VERTATVR . AD • PRIOREM • DOMINVM
Brons, 44 m.M. Verz. Z.
185. Als voren.
Vz. Linksgewend borstbeeld van Pius IX,
daaronder : s. de vhies.
Omschrift : f crvx • de • crvce f
PIVS • NONVS • PONTIFEX • MAXIMVS
Kz. In het veld: xvi — xxi
IVNII
1846— 1871
LEVIT • XXVU • 24.
lOO
Omschrift: • in • jvbil^ko • ager • revertatvr •
AD • PRIOREM • DOMINVM
Tin, 24 bij 21 m.M., met oog en ring. Verz. Z.
GiovANNi Maria, graaf van Mastai-Feretti, geboren te Sinigagia
13 Mei 1792, werd i6 Juni 1846 onder den naam van Pius IX tot
Paus gekozen ; 29 Maart 1 848 verbande hij de Jezuieten, (later zijn grootste
vrienden), uit Rome, 8 December 1854 verkondigde hij de Onbevlekte
Ontvangenis van Maria, en deed in het 8 December 1869 geopend Vati-
kaansch konsilie het leerstuk der pauselijke onfeilbaarheid aannemen.
Na 20 September 1870 den laatsten schijn van wereldlijk gezag ver-
loren te hebben, overleed hij den 7 Februari 1878.
180. 1871. 27 Juni — I Juli.
255*^ Landhuishoudkundig kongres te Groningen.
Vz. Ceres met een krans van korenaren om het
hoofd; in de rechterhand een sikkel, in de lin-
ker een korenschoof. In de afsnede : mdccclxxi.
Omschrift: xxvste nederlandsch landhuis-
HOUDKUNDIG CONGRES TE GRONINGEN.
Kz. Glad veld, omgeven door een krans van
eikenloof en korenaren, waartusschen boven het
gekroonde wapen der gemeente Groningen.
Brons, 47 m.M. Verz. Z.
Tijdschrift 1895, ^Iz. 49, als gesneden door
D. VAN DER Kellen, naar een ontwerp van
J. H. Egenberger.
187. 1871, I Julij.
25-Jarig huwelijk van J. A. Smits van Nieuwer-
KERK en J. P. D. BouvY te Dordrecht.
Vz. De naast elkander geplaatste geslacht-
wapens, gedekt door een helm met vlucht,
lOI
drie korenaren als helmteeken, twee wezels als
schildhouders, rustende op eenig lofwerk. Daar-
onder twee saamgestrikte palmtakken en j. E(lion).
Smits. In groen een vierkante tafel gedragen
door 4 pooten, waarop drie korenaren getakt en
met bladeren, alles vergezeld van 7 fransche
lelies, aan elke zijde drie boven eikanderen i
in den punt, alles van goud.
BouvY. In rood, een gouden keper vergezeld
in het schildhoofd van twee zespuntige sterren,
in den punt een zilveren vierbladerige roos.
Kz. In het veld : jan anthoxy — smits van
NIEUWERKERK — gkb. den 6 ocfühkr 1820, secret, rentm. —
v. ii. ckneesk. c.rst. v. krankzinnigen 29 sept. 184i, — kani).
notaris 20 mei 1844, lid der d.d schittery — i5 aug. 1845,
admin. v. d. algem. hegraafpl. lo oct. 1846, — officier der d.d.
scnittery 29 oct. 1846, maj. 2$ oct. 1860, — majogr komm. dier
scilltt. 28 juni 1861, lid der staten v. — d. prüv. zuidhom.and
15 maart 1864, off. ., i,a flamboyante — i9 juni 1866, kerk-
V(kk;d d. ned. herv. (;em. i8mei 1869& — voor/.ittkr miijtieraad
4k mii.. distr. in de proyincie — zitdhoi.land i9 jan. 187i.
ai.i.ks ik dordrecht. — officier yan de ordf van de kikknkroon —
EN -JACOBA PETRONELLA — DOKOTIIEA HOUW - -(.eh. te
HERGEN IN NO(»R\VKGEN 25 JAN 182O. — I JULI I87I ^5 JAREN —
IE DORDRECHT VEREENIGD.
Brons, 42 m.M., Verz. Z.
1S8. Prijspenning uitgeloofd door dezelfden.
Vz. = n^ 187.
Kz. Glad, o. a. uitgeloofd als prijspenning voor
een op 19 Februari 1872 te Dordrecht gehou-
den Schermwedstrijd, zie CaL Smits van Nieu-
I02
WERKERK n°. 3487/8, ook voor den Tooneelwed-
strijd „Thalia" te Dordrecht, 1875/6 id. n°. 3602.
De heer Smits van Nieuwerkerk, na in 1874101 luitenant-kolonel
der d.d. schutterij te Dordrecht te zijn benoemd, overleed aldaar 17
Oktober 1893. In 1873 werd hij lid van het Zeeuwsch Genootschap
der Wetenschappen en Associé étranger de la Société royale de
numismaticiue de Belgique, den 12 Juni 1892 gewoon lid van het Neder-
landsch Genootschap voor Munt- en Penningkunde, in welks tijdschrift
mej. Marie de Man hem eenige regelen wijdde (1894, blz. 55 e. v.).
Zijne verzameling munten en penningen, 4070 nummers, (waaronder
alleen 3736 nummers penningen,) tellende, werd 5 Maart 1894 door
A. Mak te Dordrecht publiek verkocht.
Volgens zijn testament dd. Mei 1893 werd bij die verkooping en
bij het samenstellen van den katalogus de door den overledene opge-
maakte lijst zooveel mogelijk gevolgd. Jammer dat de eigenwijze
auctionnair de data der historische feiten wegliet, „als zijnde die van
minder belang"! (Zie voorwoord katalogus).
189. 1871. 2 Juli.
Presentiepenning van de Société Royale de
Numismatique de Belgique met borstbeeld
van Th. van Berckel.
Vz. 's Mans rechtsgewend borstbeeld met
staartpruik, daaronder : leop. wiener
Omschrift: theodore van berckel
Kz. Omkransd medaillon, gehouden door
twee engeltjes, met het opschrift: ^/gyT*
Omschrift : société royale de numismatique
DE BELGIQUE
Brons, 33 m.M. Mededeeling van den heer
Alph. de Witte.
Van Berckel, beroemd graveur, werd geboren te 's Hertogenbosch
21 April 1739. en overleed aldaar 19 September 1808, hij werkte te
Brussel en Weenen.
I03
190. 1871, i8 Juli.
Huwelijk van W. F. A. E, Maria Prinses der
Nederlanden en W. A. M. K. Prins von Wied.
Vz. In twee uit bloemen gevormde, ovale
medaillons, de tegenover elkander geplaatste
hoofden van den Prins en de Prinses, een tusschen
de medaillons geplaatste Genius houdt boven
de hoofden van elk een lauwerkrans. Op de
bovenzijde van de medaillons links: xviiijvly
en rechts : 1871.
Beneden op twee lauwertakken onder een
kroon de vorstelijke wapens en daaronder :
S. DE VRIES F. S'HAGE.
Omschrift: • willem. adolf. maximiliaan.karel.
prins. von. wied -k WILHELMINA. FREDERICA. ANNA.
ELISABETH. MARIA. PRINSES. DER. NEDERLANDEN
Kz. In het veld tusschen twee saamgestrikte
lauwertakken:
22 AUGUSTUS. 1845
5 jULij. 1841
Omschrift: In twee regels beneden door een
ster en dr. wap gescheiden:
DE. TEEDRE. BLOEMENBAND. DIE. BEELD. EN. HART.
OMSTRENGELT. WORDT. DOOR. DIT. FEESTMETAAL.
HERDACHT. IN. EEUWIG. SCHRIFT
zoo. ZIJ. OOK. 't. huwlijksheil. dat. u. 't.
GEMOED. VERENGELT. UW. BEIDER. DANKBRE. ZIEL.
VOOR. ALTOOS. INGEGRIFT
Zilver en brons, 70 m.M., Verz. Z.
Oranjepenningen 1285.
I04
Het vorstendom Wied werd in 1806 gemedialiseerd en eerst met
Nassau, later met Pruisen vereenigd. De vorstelijke familie woont
op het kasteel te Neuwied of op het lustslot Monrepos. De prms
is Generaal é, la Suite van het KOnigin Augusta Garde Grenadier
Regiment n». 4, en Voorzitter van het Pruisische Heerenhuis,
Uit dit huwelijk zijn 5 kinderen geboren: Erfprins Wilhelm
Friedrich Hermann OTHONCARL,geb. 27 Juni 1872, Prins Wilhelm
Frederik Henri, geb. 26 Maart 1876, Prins Wilhelm Frederik
Adolph Hermann Victor, geb. 7 December 1877 en de prinsessen
WILHELMINA Frederika Augusta Alexandrink Maria Elisabeth
Louise, geb. 24 Oktober 1880 en Wilhelmina Augusta Frederika
Maria Louise Elisabeth, geb. 28 Januari 1883.
191. 1871. 4 — 7 Augustus.
10* Nederlandsch nationaal Zangersfeest te
Arnhem.
Vz. Tweekoppige adelaar, waarboven een
koninklijke kroon.
ümschrift: lo .'. ned. nat. zangersfeest 1871.
EUTERPE ARNHEM
Kz. Glad.
Tin met oog en ring, 29 m.M. Verz. Roest.
Zie de aantcekening bij n^ 64.
103. 1871. 14 Augustus.
Provinciale Schietwedstrijd te Utrecht.
Vz. als N^. 117.
Kz. ^
provinciale
schietwedstrijd
TE
UTRECHT
14 AUGUSTUS
187I.
^DE PRIJS.
Brons, met oog en ring, 27 m.M., aan groen
en wit lint.
I05
19-I. 1871. 14 Augustus.
5-Jarig bestaan der Ver. tot Bev. v. 's Lands
Weerbaarheid.
Vz. HERINNERING
AAN HET
VIJF JARIG BESTAAN
14 AUGUSTUS
1866 — 1871.
Kz. AANGEBODEN
aan
Z. m. den Konitia
ALS BESCHERMHEER
DER VEREENIGING TOT
BEVORDERING VAN
's LANDS
'^^^/^BAAKV^^^^^'
Zilver gegraveerd, 38' m.M., (uniek ex.)
Kon. Huisarchief.
194. 1871. I September.
H. A. VAN DEN Wall Bake te Utrecht,
25 jaar muntmeester.
Vz. Zijn linksgewend borstbeeld, waaronder:
J. l\ M. MKNGKR V.
Omschrift: h. a. van den wall bake.
MUNTMEESTER.
Kz. In het veld : hoogachting
EN genegenheid
HEM IN ZIJNE 25 JARIGE
AMBTSVERVULLING
I SEPT 1846 1 SEPT. 187I
BIJ AL DE
BEAMBTEN
VAN 's RIJKS MUNT
VERZEKERD.
io6
Omschrift : nederlandsche hermunting.
HERMUNTING VOOR NEDERLANDSCH INDIË.
Brons, 56 m.M., Verz. Teyler.
195. 1871. 4 Oktober.
Draagpenning voor burgerlijke verdiensten
van inlanders.
Gouv. besl'. van 4 Okt. 1871 N°. 36.
Waarbij bepaald is:
a. Dat de aan inlanders van aanzien of verdienstelijke Oostersche
vreemdelingen toe te kennen draagpenningen zullen zijn van goud,
zilver of brons, al naar gelang in het besluit waarbij zij worden
toegekend, bepaald wordt;
b. dat zij zullen zijn rond van een middellijn van 50 strepen, aan
de eene zijde prijkende met het Koninklijke wapen, omgeven door
een stralenkrans en aan de keerzijde met het opschrift:
Het
Nederlandsch Indisch
Gouvernement
AAN
Omgeven door een lauwerkrans.
r. Dat zij ook door hen, die nu reeds met soortgelijke draagpen-
ningen begiftigd zijn, op de linkerborst gedragen mogen worden,
bevestigd aan het lint bepaald voor de medaille voor de broederschap
der orde van den Nederlandschen Leeuw ;
d. dat zij ook gedragen mogen worden in verkleind model aan
hetzelfde lint, wordende daarentegen het dragen van het lint en den
penning afzonderlijk uitdrukkelijk verboden.
Cat. Bat. Gen. 1896 n^ 117. Afgebeeld in
Berliner Münzblatter 1884, Taf. iV.
190. 187 1. 4 Oktober.
Dr. R. VAN Rees te Utrecht, 50 jaar hoogleeraar.
Vz. Zijn linksgewend borstbeeld, daaronder :
D. V. D. K.{eUen)
I07
Omschrift: richardus van rees math. et
PHYS. PROF.
é
Kz. In een krans van eike- en lauwertakken :
PRAECEPTORI
CARRISSIMO
DISCIPVLI
Omschrift : leodivm mdcccxxi
TRAEECTVM AD RHENVM MDCCCLXXI
Brons, 52 m.M. Verz. Z.
Tijdschrift 1895, ^'^' 48-
RrjK VAN Rees, geboren te Nijmegen 24 Mei 1797, studeerde te
te Utrecht en trok in 181 5 met de vrijwillige jagers uit Na den
17 December 18 19 in de wis- en natuurkunde gepromoveerd te zijn,
werd hij in 1821 buitengewoon en in 1825 gewoon hoogleeraar te
Luik tot 1830. Tijdelijk hoogleeraar in de wiskunde en in 1839
gewoon hoogleeraar in de natuurkunde te Utrecht geworden, moest
hij in 1867 zijn emeritaat vragen, doch bleef niettemin tot zijn dood,
23 Augustus 1875, zijne lessen voortzetten.
197. 1871. 3 Oktober.
Provinciale Schietwedstrijd te Maarssen.
PROVINaALB
SCHIET-WEDSTRIJD
TE MAARSSEN
3 OCTOBER
187I.
2DE PRIJS.
De andere zijde van dezen penning is onbekend.
Beschreven naar den stempel aan 's Rijks
munt aanwezig. 27 m.M. (vermoedelijk is de
andere zijde de Vz. van n^ 117)
io8
198. 1871. 14 November.
Loodgietersvereeniging „Eenheid en Trouw*'
te Amsterdam.
Vz. Een hazewindhond ligt rechtsgewend
bij een grafzerk^ door een treurwilg beschaduwd.
Op de zerk: nov. (trouw)
1871.
Het geheel, omgeven door een gesloten
schakelketting, (eenheid)
Kz. Allerlei loodgieters werktuigen, omschrift :
EENHEID EN TROUW
187I.
Lood, 27 m.M. Verz. Rijksmunt.
199. 1871. 6 December.
Penning op het veeljarig lidmaatschap der
jongelingen-kongregatie te *s-Hertogenbosch,
(dien dag voor 12-jarig lidmaatschap uit-
gereikt aan H. J. de Bruijn.)
Vz. De maagd Maria, staande op een slang,
stralen schieten uit hare handen.
Omschrift: congregatie der jongelingen
-k TE s'bOSCH -k
Kz. In lauwerkrans:
aandenken
VAN /^ jarig
LIDMAATSCHAP
//. y. de Bruijn
6
78- 77
72
(Aantal jaren, naam en datum gegraveerd.)
I09
Ovaal medaillon in sierlijken rand met oog
en ring, zilver, hoog 44 m.M. Verz. Snoeck.
Bijdragen 2e druk, n°. 533.
200. 1871.
Prijspenning van den nationalen wedstrijd
van werklieden te 's Gravenhage.
Vz. Een links gezeten vrouw uit een vaas
lauweren strooiende en met haar linkerhand
steunende op het nederlandsche wapen, voor
haar een bijenkorf, werkbank, dommekracht,
bankschroef en truweel.
Omschrift: vereeniging ter bevordering van
FABRIEK EN HANDW. NIJVERHEID IN NEDERLAND.
(Zie DiRKS pi. P. n». CVI)
Kz. Een lauwerkrans.
Omschrift : nationale wedstrijd voor werk-
lieden. AFDEELING \s GRAVENHAGE 187I.
Brons, 38 m.M., Leidsch Penn. Kab.
Tijdschrift 1894. blz. 16, als gesneden door
J. P. Menger.
Zie omtrent deze Vereeniging de noot bij n®. 15
201. 1870/71.
Fransch-Duitsche oorlog.
Vz. Rechtsgewend hoofd van Z. M. den
Koning, daaronder een ster.
Omschrift: willem ih koning der ned.
G. H. v. l.
IIO
Kz. Onder een muurkroon de wapens van
Elzas en Lotharingen, waaronder:
ELZAS EN LOTHARINGEN
Koper met oog, 26 m.M. Verz. Z,
Oranjepenningen 1283.
In den katalogus Smits van Nieuwerkerk geplaatst op 1874,
25-jarige regecring des Konings, de Kz. wordt aldaar als ,/an-
taisie" beschouwd, (blz 179 n... 3568). Volgens aanwinsten Kon.
Kab. 1876 werden deze penninkjes in i87o(?) op de markt te Arnhem
verkocht. Vermoedelijk is deze penning eene toespeling op 's-Konings
anti-Duitsche gevoelens. Men zeide, tijdens denFransch-Duitschen oorlog,
dat Z. M Koning Willem III met de oorlogsverklaring aan Duitschland
,^n den zak liep" en dat Z. M. den kapelmeester der Kon. Militaire
Kapel VOLLMAR niet kon zien, omdat deze sterk geleek op keizer
Wilhelm L
303. 187 1.
Draagpenning der Utrechtsche Weerbaarheids-
vereeniging.
Vz. Op een gekroonde cartouche, een wapen-
schild met twee gekruiste geweren.
Omschrift: utr. weerbaarheids — vereen.
Kz. In het veld:
KLASSE.
ogo
Brons, met oog en ring, 27 m.M., door 's Rijks
stempelsnijders, Verz. Z.
303. 1871.
Brandmeesterspenning van Montfoort.
III
Vz.
Kz,
o ^
MONTFOORT.
BIJ DE
' BRANDWEER.
Brons, met oog en ring, 40 m.M., vervaar-
digd door 's Rijks stempelsnijders. Verz. Z
204. 1871.
Prijspenning van Amstels Mannenkoor.
Vz. De banier van „Amstels Mannenkoor**.
Omschrift beneden langs den rand :
NEDERLANDS ZONEN KWEKEN NEDERLANDSCIIE
KUNST.
Kz. Lauwerkrans, omwonden met een lint
waarop : 1851— 1871, daaronder rechts : j. euon
Omschrift : erkenning en vereering
AMSTELS mannenkoor
Zilver verguld, 50 m.M. In den krans ge-
graveerd : DEN
HEERE
RICHARD HOL
OCTOBER
187I.
(Zie omtrent R. IIoL de noot bij 804/^).
8
112
Een gelukkig toeval wilde, dat ik dit stuk, te vergeefs in het
Tijdschrift opgevraagd, juist onder het korrigeeren der drukproeven
van den heer HOL ter beschrijving ontving. De penning is geslagen
bij gelegenheid van het 20-jarig bestaan van „Amstels Mannenkoor".
305. 1872. 6 Januari.
50-Jarig bestaan der Sociëteit „de Eendragt*'
te Amsterdam.
Vz. In een grot de rechts liggende neder-
landsche leeuw, die den pijlbundel in zijn rech-
terklauw geklemd houdt en door een opgaande
zon beschenen wordt. Op den sokel : j. elion. f.
In de afsnede: 6 jan. 1822— 1872.
Omschrift: sociëteit de eendragt
VYFTIG JARIG BESTAAN
Kz. In het veld: aan
F. RENDORP
JH^^. K. D. HOOFT VAN
WOUDENBERG EN
GEERESTEIN
JH^. H. J. BICKER
I. C. VAN NOTTEN
OPRIGTERS.
DE LEDEN.
Daaronder medaillon met het wapen van
Amsterdam.
Brons, 55 m.M. Verz. Z.
Door de leden der Sociëteit aan de op de Kz. vermelde oprichters
in goud vereerd.
300. 1872. 7 Januari.
5-Jarig bestaan van de Rederijkerskamer
„voor Vriendschap en Vergenoeging"
te Middelburg.
ÏÏ3
Vz. In een lauwerkrans tusschen eenige
krullen : ter
GEDACHTENIS
VAX HET
VIJF JARIGE BESTAAN
GESCHONKEN
DOOR DE
KUNSTMINNENDE
LEDEN
7 JANUARIJ 1872
MIDDELBUR(;.
Kz. Een lauwerkrans waarin onder twee samen-
gevouwen handen : voor
"Oriendscliap
en
"Oörgcnocging.
Zilver gegraveerd met oog en ring, 61 m.M.
Verz. Zeeuwsch Gen.
207. 1872. 15 Januari.
Eeuwfeest van het Evangelisch Luthersch
Diakonie Wees-, Oude Mannen- en Vrouwenhuis
te Amsterdam.
Vz. Een engel met de linkerarm een kind
geleidende, strooit met de rechterhand bloemen
op het hoofd van een oud paar, de vrouw
zittend, de man leunend op een stok achter
haar staande.
•
Daaronder staat: SPREUKEN IX v. 11.
Ter zijdeur m. c i>i: vkiF:bji. iNv. KT I K( .
114
Kz. Opschrift: ter
HERINNERING
AAN HET
HONDERD JARIG BESTAAN
VAN HET
EVANG. LUTH. DIAC.
WEES OUDE MANNEN
EN VROUWENHUIS
TE AMSTERDAM
'^A,
• /
772 - iS ^
K^-
Brons, 38 m.M., Verz. Rijks munt.
208. 1872. 29 Febniari.
Opening van den Zeeuwschen spoorweg tot
Middelburg.
Vz. De wapens van Zeeland en Middelburg
onder een kroon en tusschen looftakken, daar-
onder een lokomotief.
Omschrift: zeeuwsche spoorweg
Kz. Omschrift: herinnering aan de opening sfs
En in het veld : tot
MIDDELBURG
18^-^72
2 '
Kompositie, 26 m.M. Verz. De Man.
209. 1872. I Maart.
Als voren.
i'5
Vz In het veld: opknint,
DER
ZEEUWSCHE DUITSCHE
SPOORWEG
VERBINDING
I MAART
1872
Kz. Een lokomotief, daaronder middelburg
Tin, met oog en ring, 25 m.M. Verz. Zeeuwsch
Gen.
De opening van den spoorweg werd te Middelburg feestelijk ge-
vierd. Onder leiding van de Vereeniging „Uit het volk — voor het
volk" werden de gcnoodigden van het station afgehaald, en in een
optocht, gevormd uit alle takken van handel, nijverheid en landbouw,
naar het feestgebouw op de markt geleid, waar de gebruikelijke toe-
spraken werden gehouden. (Zie de uitvoerige beschrijving van een
en ander in de middelburgschc courant van i Maart 1872 n©. 52.)
Deze vereeniging werd den 13-" Juni 1865 opgericht, onder den
naam van „Vereeniging tot het regelen en bevorderen van volksver-
maken", welke naam later (1867 '68) in die van „Uit het volk — voor
het volk" veranderd werd. Het doel der vereeniging is: „Middel-
„burgs ingezetenen, voornamelijk den handwerksman en den dienst-
„baren stand, door muziekuitvoeringen, tentoonstellingen, voorlezingen
„als anderszins, nu en dan aangenaam en nuttig bezig te houden, en
„daardoor den smaak voor al wat schoon en edel is. aan te wakkeren."
Zie het „Overzicht van het door de Vereeniging l/it hei volk —
voor het 7'olk te Middelburg verrichtte, gedurende haar vijf en twintig
jarig bestaan."
210. 1872. I April.
Derde eeuwfeest der innemina: van den Briel
door de Watergeuzen, grondvesting van
Nederlands onafhankelijkheid.
Vz. Het aanziend borstbeeld van Wiij.em den
ZwiKiKR, op twee lauwertakken. Daaronder:
WILLKM 1 PRINS VAN OK.WJK
GRONDLEGGER ONZER VRYHEID
ii6
Omschrift * ter herinnering aan het derde
EEUWFEEST I APRIL 1872 • HET DANKBARE
NAGESLACHT
Kz. Een de face staande vrouw met haar
linkervoet het spaansche wapen vertreden-
de, houdt een lauwerkrans boven het door
vlag'gen en krijgstuig omgeven wapen van den
Briel, waarachter zich een speer bevindt, waarop
de vrijheidshoed geplaatst is en waaraan een wim-
pel met de spreuk: libertatis PRiMiTi^^i bevestigd
is, in hare linkerhand houdt zij een vaandel
met het opschrift: met god voür vaderland
EN oranje.
Aan de afsnede links: posthumus, rechts: amsterdam.
In de afsnede: i april 1872
Omschrift : grondvesting van neerlands
ONAFHANKELIJKHEID
Zilver en brons, 57 m.M. Afgebeeld Revtie
Beige 1872, pi. XVII n°. 5. Oranjepenningen 1289.
211. Als voren.
Vz. Het aanziend borstbeeld van Willem den
Zwijger, daaromheen: WILLEM I PRINS VAN
ORANJE GRONDLEGGER ONZER VRYHEID.
Omschrift : ter herinnering aan het derde
eeuwfeest I april 1872 HET DANKBARE NAGE-
SLACHT
Kz. Geheel gelijk aan n°. 210, doch aan de
afsnede alleen rechts: j. d. p.(osthumus).
117
Tin. 35 m.M. Verz. Tkvi.er. Zie Revue Beige
1872, bl. 477.
'il 3. Als voren.
Vz. In het veld: 1572, waaronder de brullende
nederlandsche leeuw zijn kluisters verbrekende,
daaronder: j. E.(iion.)
Omschrift: • door gods zegen, oranjes hulp
EN NEDERLANDS EENDRACHT
Kz. In een lauwerkrans:
1872
VRIJHEID
EN
ORDE
Goud, zilver, brons en kompositie, 30 m.M.
Verz. Z. Zie Revue Beige 1872, pi. xvii n^ 7.
Oranjepenningen 1 290.
Vervaardi^'d op last der feestkommissie te Amsterdam, die daarvan
aan die stad vier exemplaren van elk metaal schonk.
De inschrijvers ter viering van het feest te Amsterdam ontvingen
elk een ex. in koper verguld.
Deze j>enning met oog werd aan rood, wit. blauw lint met oranje
strik als draagteeken gebezigd door de Dordrechtsche feestkommissie.
iKat. Smits v. Niki wkrkkrk, blz. 176 n". 3508 '9).
'Z\\\. Als voren.
Vz. Het links trcwend borstbeeld van Willem
DEN' Z\vij(;p:r. Omschrift:
GUILIELMUS PRINCI'TS ARAUSIACUS
Het i^eheel omg'even door een parelrand.
Kz. Onder een strijdbijl en wimpel (gekruist) :
IN O PIN ATA
PKR
CONTRARIA
ii8
waaronder een lauwertak en boogsgewijs:
CAL. APR. MDLXXII — CAL. APR. MDCCCLXXII
alles omgeven door een parelrand.
Brons, 50 m.M., door J. P.M. Menger. Verz.Z.
Revue Beige 1874, P^- ^^ ^""^ ^7-
Oranjepenningen 1295.
Deze penning werd den Koning door de Utrechtsche feestkommissie
in goud aangeboden. (Zie Kat. Smits van Nieuwkrksrk, blz. 176
n^ 3497).
214. Als voren.
Vz. De nederlandsche maagd, de speer met
de vrijheidsmuts houdende, ontvangt een lau-
werkrans van de tegenover haar staande
Viktorie, die haar voet op [een kanon geplaatst
heeft. Naast de maagd de leeuw met de
nederlandsche vlag. Naast de Viktorie het
wapen van den Briel. Op den achtergrond een
driemaster. In de afsnede : s. de vries 's hage.
Omschrift: LAND EN VRIJHEID STEGEN
UIT DE WATEREN OMHOOG
Kz. Onder de koninklijke kroon de wapens
van Nederland en Oranje, daaronder op een
lint: je maintiendrai, beneden 1572
Omschrift op matten rand :
HERINNERING • AAN • HET • DERDE .
EEUWFEEST . i -APRIL- 1872 *BRIELLEs|2
Brons, ook met oog en ring in zilver, 40 m.M.
Verz. Z.
119
Afgebeeld in de Revue Beige 1872, pi. xvi n"". 3.
Oranjepenningen 1288.
315. Als voren.
Vz. Het wapen van den Briel, daarachter op
een speer de vrijheidshoed, daaronder op een'
lint : LiBERTATis PRiMiTiAE. In het veld links: ,572
I APR.
1572
Omschrift: de fortuin helpt den stoute.
INNEMING VAN DEN BRIEL DOOR DE WATERGEUZEN.
Kz. Een krijgsman, een opgeheven zwaard
in de rechter- en de vrijheidsvaan in 'de linker-
hand houdende, verdrijft de tirannie, voorge-
steld onder de gedaante eener vrouw, die het
juk laat vallen en een naar den grond gekeerd
zwaard houdt. In het verschiet : een schip en
de toren van Brielle. In de afsnede : door het —
VRYE NEDERLAND PLECHTIG HERDACHT
I APR. 1872. Rechts: m c d v j (M. C. DEVRiEsJr.)
Omschrift: toen schrikte de tyranny.
Brons en tin, 33 m.M., Verz. Z.
Afgebeeld: Revue Beige 1872, pi. xvi n°. 4.
!il6. Als voren.
Vz. Het wapen van den Briel, waaronder:
A. I. I) V. (A. J. de Vries te Amsterdam), daar-
onder op een lint : libertatis primitiae. In het
veld links: i apr
1572
I APR
1872
I20
Kz. ^^^^^^^/4,
AAN DE
INNEMING
VAN DEN BRIEL
DOOR DE
Tin, met oog, 27 m.M., Verz. Z.
317. Als voren.
Vz. In een zoogenaamden hollandschen tuin,
de vrijheidshoed op een speer, omgeven door
oranjetakken, tusschen de jaartallen: 1572 1872
Kz. In het veld in een parelcirkel :
I
APRIL
1572.
Omschrift: ^DAGERAAD ONZER VRIJHEID.
Brons, 25 m.M., Verz. Z.
Afgebeeld in de Revtce Beige 1872, pi. x vii n"*. 1 8.
Tijdschrift 1894, blz. 18, als gesneden door
J. P. Menger. Oranjepenningen 1291.
Deze penning werd in kopervergiild aan de schooljeujjd te Brielle
vereerd. (Kat. Smits van Nieuwerkerk n». 351 1).
218. Als voren.
Vz. Het rechtsgewend hoofd van Z. M. Koning
Willem III, daaronder twee boeken waarop
men leest: biblia en 1848, en daarnaast 18 72
Omschrift in parelrand: VOOR GOD
KONING EN VADERLAND
121
Kz. Twee vereenigde handen tusschen een
dubbelen bedeltasch, daarnaast: 15 72
Omschrift: LEVE DE GEUS 'T' TOT HET
DRAGEN VAN DEN BEEDELZAK.
Zilver, ovaal met oog, van onder en ter zijden
drie uitstekende knopjes, 40 bij 36 m.M ,
Verz. Z. Afgebeeld in dè Revue Beige 1874,
pi. 1 n°. 13. Oranjepenningen 1293.
310. Als voren.
Vz. Het rechtsgewend borstbeeld van Willem
DEN Zwijger.
Omschrift: VADER DES VADERLANDS
Kz. Twee saamgevouwen handen, daarboven
1572 en daaronder 1872.
Omschrift: GETROUW AAN ORANJE
TOT DEN DOOD.
Tin draagteeken, 27 bij 23 m.M., Kon. Kab.
Revue Beige 1874, pi. 11 n^ 16. Oranjepen-
ningen 1294.
220. Als voren.
Vz. Watergeus in de linkerhand een vlag,
in de rechter een zwaard, daarboven:
DE WATERGEUS.
Kz. HET WAS
DE LEEUW
UIT JUDAS STAM
DIE IN DEN imiEL
ZIJN ZETEL NAM.
1572
Lood, 23 m.M., Verz. Z.
122
331. Als voren, gevierd te Neuzen.
Vz. In het veld:
I APRIL 1572
Q>
FEESTELIJK
HERDACHT TE
NEUZEN
S>
I APRIL 1872
Omschrift: Q» Nederlands onafhankelijkheid
Kz. Het gekroonde wapen der gemeente
Neuzen.
Omschrift: • gemeente neu2En • zeeland •
NEDERLAND
Brons, 32 m.M., Verz. Teyler. Afgebeeld
in de Revue Beige 1872, pi. xvii n°. 6.
333. Als voren.
Draagteeken, in den vorm van een anker,
waarop een medaillon rust, omgeven door een
dichtgegespten riem.
Op het anker: boven: derde eeuwfeest 1872
Onder: op god is mijn betrouwen
PRINS WILLEM VAN ORANJE
Op den riem: DEN EERSTEN DACH VAN
APRIL VERLOOS DUC D'ALVA SIJNEN
BRIL. In het medaillon een vestingpoort met
het wapen van den Briel, op de poort rechts:
TIENDE ,. , BLOED , a^ -«- ^
links : , boven de poort twee
PENNING PLAKAAT ^
saamgevouwen handen, aan de polsen waarvan
een bedelzak, nap en kalebas zijn bevestigd,
123
bestraald door een hemellicht, waarin: wai
In de afsnede: dit is van den heere
GESCHIED
Zilver, 54 bij 31 m.M., Verz. Z.
Werd verkocht in een enveloppe, waarop een vergrootte afbeelding
van het draagteeken voorkwam, omgeven door oranje- wit-blau wen rand.
323. Als voren.
Variant, met ingestempelde letters voor de
opschriften in het medaillon en klein verschil
in de teekening, in verz. W. Snoeck.
224. Als voren.
In het Kon. Huisarchief bevindt zich een
groot ex. van dit draagteeken, poort en handen
met bedelzak, zilver, verder verguld zilver,
groot 100 bij 60 m.M., aan ring.
225. Als voren.
De nederlandsche leeuw rechtop staande,
houdt in de beide voorpooten een speer, waarop
de vrijheidshoed, waarboven: 1572, onder: 1872.
Omschrift op matten rand :
VOOR VRIJHEID VORST EN VADERLAND
Zilver, ovaal met oog, 35^ bij 24 m.M., Verz. Z.
('s-Gravenhaagsche zilverwerkers). Oranjepen-
ningen 1296
226. Als voren.
Vz. Linksgewend borstbeeld vanZ. M Koning
Willem iil Omschrift:
» EiN TOVT FIDELLES AV ROY »
1572 — 1872
I
124
Kz. Een geharnaste en bloote hand tusschen
dubbelen bedelzak. Omschrift:
JVSQVES A PORTER LA BESACE
Geel koper en tin, ovaal met oog en ring,
29 bij 23 m.M., Verz. Z.
227. Als voren.
Als n". 226, doch met linksgewend borstbeeld
van Philips II.
Tin. Verz. H. Kuipers.
Afgebeeld, Revue Beige 1872, pi xvi n°. i en 2.
228. Als voren.
Vz. Linksgewend borstbeeld van Philips II.
Omschrift: en tovt fidelles av roi *
VIVE le gevs
Kz. Twee handen tusschen dubbelen bedelzak.
Omschrift: jvsqves a porter la besace #
1572. I april. 1872.
Lood, 26 m.M., Verz. Z.
229. Als voren.
Looden reproduktie van den geuzenpenning,
afgebeeld v. Loon, deel I, blz. 85 n^ 3, Verz. Z.
230. Als voren.
Draagteeken.
Watergeus, in de linkerhand de prinse vlag,
in de rechter een bijl, met den linkervoet op
een kanon.
Lood, hoog 42 m.M., Verz. Z.
(Werd gedragen op oranje strik).
125
ld. in zilver op oranje, wit, blauwen strik.
Verz. W. Snoeck.
331. Als voren.
Zilveren draagteeken, aanziend borstbeeld
van een Watergeus op oranje roset.
Hoog i8 m.M., Verz. W. Snoeck.
232. Als voren.
Naar links zeilend schip, op den romp staat :
1572 — 1872
Omgeven door een lauwer- en eiketak.
Zilver draagteeken op oranjelint, hoog 28
m.M., Verz. W. Snoeck.
('s-Gravenhaagsche zilverwerkers).
233. Als voren.
Vz. Het linksgewende borstbeeld van Prins
Willem I. Boven ter zijden: p. v. o. 1572
Kz. DE
OVERWINNING
DER
WATERGEUZEN
BRIELLE
1572
Lood, 23 m.M., Verz. Z.
234. Als voren.
Vz. Staande ridder met opgeheven degen
in de linker, en oorkonde in de rechterhand,
(voorstellende Prins Willem i). Boven ter
zijden: p. v. o. 1572
126
Kz. Geheel gelijk den voorgaanden.
Lood, 23 m.M., Verz. Z.
Volgens mededeeling van den heer F. de Langs, te Alkmaar
vervaardigd, ter gelegenheid der Aprilfeesten aldaar.
235. Als voren.
Linksgewend borstbeeld van Prins Willem i,
daaronder: w. v. o.
BRIELLE
1872
't Geheel in lauwerkrans, met vierkant oog.
Hoog 35, breed 30 m.M., Kon. kab.. Oranje-
penningen 1297.
236. Als voren.
Twee door een kroon gedekte schilden,
waarop: oranje en: 1572
BOVEN 1872
Zilver, eenzijdig draagteeken, breed 25, hoog
18 m.M., Kon. kab. Oranjepenningen 1298.
De nederlandsche zeeschuimers, die ka|>erbrieven van prins
Willem van Oranje hadden verkregen, werden weldra zoo groot in
aantal, en schonden het volkenrecht zoo in het oog loopend, dat
koningin Euzabeth van Engeland, die aanvankelijk hunne brieven
erkend had, hun hare bescherming moest onttrekken. Einde Maart
1572 liep een vloot van 28 schepen, onder graaf Lumey van der
Marck, de engelsche havens uit, om zich van Enkhuizen meester
te maken. Door tegenwind zeilde de vloot echter naar Voome en
nam met behulp van den veerman Koppestok, op den i" April
1572, de versterkte haven Brielle, die van toen af aan hun zetel werd,
waar ze hun buit heenbrachten en van waaruit ze zich van de ver-
sterkte plaatsen Enkhuizen en VUssingen meester maakten.
Wordt vervolgd.
Penningen aanwezig op de geschiedkundige
tentoonstelling van het Nederlandsche Zeewezen.
Wij wenschen naar aanleiding van enkele
penningen, die onlangs in den Haag te zien
waren op de geschiedkundige tentoonstelling
van het Nederlandsche zeewezen, een paar
opmerkingen te maken. Wij hopen de stukken
te beschouwen in verband met de daar mede
geëxposeerde prenten en schilderijen, daar het
ons zoo belangrijk voorkomt om eens na te
gaan het verband tusschen beide categoriën
kunstvoorwerpen en te vragen, in hoever de
stempelsnijders zich inspireerden op de in
beeld bestaande voorstellingen.
Ons onderzoek zal tweeledig zijn en wel
zich in de eerste plaats bepalen tot de beschou-
wing der penningen en onderscheidingsteekens,
voorkomende op de portretten der vlootvoog-
128
den, in de tweede plaats zullen wij nagfaan de
voorstellingen der zeegevechten op prent en
penning.
I.
Wanneer men de portretten van eenen Tromp,
DE RUYTKR, EVERTSZEN, VAN DER ZaEN en VlUGH
ziet, wordt de aandacht terstond getrokken
door de penningen, die aan zware gouden
ketenen om den hals hangen of aan breede
bandelieren bevestigd zijn, de matrozen wisten
het reeds wat het loon was voor een kloek-
moedige daad of beleidvol teneinde gebrachten
tocht.
„Wil je nu vechten, dan krijg je tot loon
„Een penning of keten van goud, heel schoon!'*
Zoo luidt het aardige matrozenliedje. Wan-
neer men in de tentoonstellingszalen rondliep
zag men ze daar prijken de eereteekenen en
penningen op de geschilderde portretten of de
prenten, en in de de RuYTER-vitrine en de
penningkast kon men de oorspronkelijke stukken
zien liggen en hangen, in gouden pracht ver-
kondigende den roem der Nederlandsche
zeehelden.
Terloops zij geconstateerd, dat wij bepaalde
ridderorden, als de St. Michael, de St. George,
de Wasa, buiten beschouwing laten.
Wanneer wij nu uit dit oogpunt de portret-
ten bezien, vinden wij in de eerste plaats
129
de kloeke beeltenis van Adriaen Willemse,
die zich in de eerste periode van den tachtig-
jarigen oorlog verdienstelijk gemaakt heeft. Op
een copie naar een schilderij (1596) i) zien wij
hem prijken met den penning, geslagen op het
ontzet van Leiden (van Loon I 194).
Daarna ontmoeten wij een schilderij met
het portret van JochExM Swartexhondt (1420).
SwARTENHONDT Onderscheidde zich in verschil-
lende zeegevechten o.a. in den slag bij Gibraltar;
op dit portret draagt hij den penning door
BijLAERT vervaardigd op de in Indiê behaalde
overwinningen. Uit dit feit mag men de gevolg-
trekking maken, dat deze schilderij niet vóór
1624 geschilderd is, want dat jaar draagt de
penning.
Wij komen nu tot den grooten Pieter
PiETERszN. Heyn, wiens forsche figuur op ver-
schillende portretten te bewonderen was op de
tentoonstelling. Op de verschillende beel-
tenissen draagt hij andere penningen en onder-
scheidingsteekenen. Zoo zien wij hem op de
portretten (1107 en 1109) met een penning,
dien wij hieronder afbeelden èn zooals hij
daar voorkomt èn zooals wij hem vinden op
een niet geëxposeerde zeldzame plaat (van
Someren 2356).
I) De tusschen haakjes (geplaatste cijfers verwijzen naar het num-
mer v.in (Icn caialoj^us der ti-ntooiiNtcUiti^.
penning
r.LooNll50.i.
op II07 — 1(09. VAN SOMKREN I3S6' I).
Het is niet twijfelachtig of dit is de penning
geslagen bij de hernieuwing van het drievou-
dig verbond tusschen Engeland, Frankrijk en
de Staten (van Loon ii. 50.1). Hoe het komt,
dat in 1629, (want op dat jaar is de prent
gedateerd). Piet Heyn draagt een penning in
1609 geslagen, is niet recht duidelijk. Er is
nog een vraag : op de prent zien wij een ovaal,
terwijl toch de penning rond is ; moeten wij
nu veronderstellen, dat er inderdaad een ovaal
draagteeken bestaan heeft met de wapenschil-
den der verbonden Staten? Deze vraag moet
1} Mei welwillende toestemming van den heer van Gijn Ie Dor-
drecht, den gelukkigen bezitter van schier al de door ons besproken
prenten, naifeteekend door den heer van Uemund.
131
beslist ontkennend beantwoord worden, en reeds
nu wijzen wij er op dat de schilders met groote
phantaisie en onnauwkeurigheid de medailles
naschilderen.
*t Is nog de aandacht waard, dat op den
penning het opschrift luidt : „ A DOMINO FAC-
TVM EST ISTVD'* met roosvormige ornamen-
ten tusschen de woorden. Op het fragment,
dat wij weergaven lezen wij : A DOMIN — EST
ISTVD, met kruisjes tusschen de woorden ; op
de prent die wij uit van Someren citeerden;
„A DOMINVS EST ISTVD'' — 't Is toch niet
aan te nemen, dat er een draagteeken zou
bestaan hebben met zulk een onjuist latijn.
Een tweede groep penningen, gedragen door
Piet Hevn, vertoont een schip met volle zeilen
(o. a. I io8). Het is daar zeer onduidelijk aan-
gegeven en kan geen punt van studie opleveren ;
wij vinden echter hetzelfde schip duidelijker
op een portret van Johann Evertszen en een
van Joos Banckers (897). Wij zien ook een
zeer duidelijke voorstelling van een soortgelijken
penning met schip op een portret van Pieter
DE BnxER (928). 't Is moeilijk onder de pen-
ningen met zekerheid een stuk aan te wijzen,
dat daarmee overeenkomt. Wij zouden geneigd
zijn te denken aan den bekenden penning van
Pool op den vrede van Breda (van Loon II
559.1) of op de gegraveerde medaille, die aan
den vader van Johannes de Hertog is vereerd
(van Loon III 457).
De mogelijkheid is niet uitgesloten, dat die
penning inderdaad niet bestaan heeft, maar dat
de schilder of teekenaar aldus den persoon, dien
hij afbeeldde, wilde kenmerkenals een vlootvoogd.
Een der andere penningen, waarmee wij
Piet Hevn zien, is een medaille met den kop
van eenen stadhouder. Bekend is het, dat Piet
Heyn van Frederik Hendrik eenen gouden
penning kreeg, dien wij hieronder afbeelden. 1)
De voorzijde vertoont in krans het wapen
der Oranje's, de keerzijde draagt de spreuk:
I) Naai eene door den heer BijTEL te Leiden vervaardigde teekening
De heer Bbei>erts wbs zoo welwillend daarvooc zijn kostbiir siuk
tijdelijk af Ie staan.
133
Je Maintiendray ook in krans. Wij vinden in
Wagenaar's Xl^e deel, p. 68, een portret van
den zeeheld met dezen penning gesierd. Dit
hoogst belangrijke stuk is thans in het bezit
van den heer Jhr. Mr. F. Beelaerts van Blok-
land te den Haag, in 1816 werd het aange-
troffen in den boedel van den heer van Oude-
naarden, een der laatste verwanten van Piet
Heyn. In 1848 kwam het onder den hamer
in het Huis met de Hoofden te Amsterdam en
werd toen door den heer Kneppelhout gekocht ;
met diens collectie kwam het ten slotte in de
verzameling van den vader des tegenwoordigen
bezitters.
Met deze mededeelingen wordt antwoord
gegeven op eene door Dirks bij n^ 931 van
het Repertorium I gestelde vraag. Dirks
noemt twee gouden penningen, die aan Piet
Hpiyn zouden vereerd zijn en waarvan een
zou verkocht zijn te Amsterdam en een zich
bevinden zou in de verzameling van den heer
Kneppelhout, dit was dus klaarblijkelijk een en
hetzelfde stuk.
Moet men nu uit de schilderijen en prenten
opmaken, dat de gelukkige veroveraar van de
zilvervloot ook een penning gekregen heeft
met een borstbeeld van een der stadhouders,
zoo ja, welke penning is daarmee bedoeld ?
Üp een portret van Piet Heyn (1104) vinden
Ï34
wij zulk een stuk afgebeeld en ook op beelte-
nissen van Maarten Harpertszen Tromp (1471,
1475, 1487). Nu is er op het Haagsche Pen-
ningkabinet een gouden gegraveerde penning,
die opgenomen is onder de Oranjepenningen
als N°. 217 (afgebeeld aldaar pi. III). De
voorzijde vertoont het naar voren gewende
borstbeeld van den stadhouder Frederik
Hendrik met harnas en breeden kraag, onder-
aan, in een cartouche „Patriaeque Patrique" Aan
de keerzijde op een cartouche een leeuw met
twee ankers en A.-A. Zouden wij nu de pen-
ningen op de portretten en dit stuk moeten
vereenzelvigen ? en zou het dus hebben kunnen
toebehoord aan Piet Heyn of Tromp? De af-
beelding op het portret n°. 1 104 is niet bemoe-
digend om de juistheid van deze onderstelling
te bewijzen, de vorm is rond en duidelijk
zijn de sporen van eene inscriptie te zien; op
het portret van Tromp is het draagteeken
ovaal, maar ook daar zijn de details te ondui-
delijk om een zekere conclusie mogelijk te
maken.
Voordat wij Piet Heyn verlaten verdient
nog een penning onze zeer bizondere aandacht.
Wij doen dit stuk hieronder afbeelden, i)
hoewel het voorkomt bij van Loon II. 186; de
details zijn echter afwijkend.
I) Naar een teekening van den heer Rijtel.
Penning van Loon II i86.
't Is belangrijk om dit stuk eens te verge-
lijken met de bij van Someren onder n". 2356*
afgebeelde prent (i 108), wij deden haar repro-
duceeren op onze plaat I. ')
Op penning en prent zien wij de zelfde
voorstellingen ; wat een geheel is op de
laatste werd op de medaille verdeeld over
voor- en keerzijde. Tot in de kleinste details
komen gelaatstrekken, houding, kleeding en
wapen (een enterpiek) overeen. Op de prent
zien wij bovenaan weergegeven een gezicht
op de Baya de Matanca en onderaan een ge-
zicht op de Baya de Los Todos en er omheen
de emblemata der schepen, die Piet Hevn's
l( thize plalen 1 En IV tijn n
Gijn gephoionrafeeTJ.
n den hetr vAN
136
vloot uitmaakten. Op den penning zien wij
aan de keerzijde volgens van Loon's beschrij-
ving: „Des U. admiraalsschip tusschen de
„twee Oost-Indische schepen op de Vlaamscke
y,kusty omhooge wordt het overige van de
„vloote en in den rand eenige schilden waar-
„schijnlijk van zulke schepen als hem op dezen
„tocht verzeld hebben gezien'*. De prent leert
ons dat die verklaring onjuist is. De kust
waarvoor de schepen liggen is niet die van
Vlaanderen, maar van de baai van Todos,
dit wordt nog bevestigd door een andere
prent (212), waar de zelfde kust is afgebeeld,
bovenaan zien wij de baai van Matanca.
Wat nu de scheepsaanwijzingen aangaat,
vinden wij eenig verschil tusschen plaat en
penning.
Wij geven hieronder de volgorde, zooals ze
op beide vermeld worden.
a. op de prent: b. op den penning:
Holland, Gelderland. Amsterdam.
Amsterdam. Leeuw.
Roode en witte leeuw. Leeuw.
? en Postpert. Griffioen.
Goude en swarte leeuw. Ooyevaar.
De Griffioen, Monnikkendam. Valk.
Haarlem, Dordrecht. Neptunus.
De Hollandsche Tuyn. Provincie Utrecht.
Prov. Utrecht, Stad Utrecht. Leeuw in denTuy n.
137
Neptunus en Neptunus.
De goude Son, De vergulde valk.
De Rijger, De Ooyevaar.
De op het Penningkabinet aanwezige exem-
plaren in zilver en koper wijken in details af
van den bij van Loon weergegeven penning;
0. a. staat daar op de voorzijde AD en is de
teekening b. v. van het wapen der provincie
Utrecht anders.
DiRKS constateert trouwens {Repertorium
1, n^ 935), dat er afwijkende exemplaren bestaan.
Wat het verschil aangaat in het aantal der
wapenschilden, dit is uit zuiver practische
redenen te verklaren, aan den vervaardiger
van den penning ontbrak de ruimte om een
zoo groot aantal scheepsemblemata als op de
prent weer te geven. De overeenkomst gaat
zelf zóóver, dat de opschriften gelijkluidend
zijn, op beiden staat „afbeeldinge van den
vermaerden heldt Pieter Pietersz Heyn."
Nu is het merkwaardig, dat de prent van
de hand van C. de Pas is en dat de medaille
gegoten en gegraveerd en opgewerkt is, 't
vermoeden ligt nu voor de hand, dat de
penning het werk is van denzelfden kunste-
naar, 't Graveeren van medailles en het
maken van prenten is eng aan elkander ver-
want, wat de techniek aangaat, wij herinne-
ren slechts aan Simon van de Passé, die en
138
penningen (o. a. Oranjepenningen 156) en
prenten vervaardigde.
Ten slotte nog eene opmerking. Van loon
1. c. en DiRKs I. c. nemen aan, dat deze pen-
ning geslagen is bij gelegenheid van den dood
van Piet Hevn, maar het bezien der onderdee-
len en ook het opschrift op de prent „Goudt
voor Silver" doen ons gelooven, dat de penning
vervaardigd is na de verovering der zilvervloot.
Wanneer wij thans Piet Heyn verlaten,
komen wij tot Hendrik Cornelis Loncq, die
ook deelnam aan het feit,
dat wij zooeven bespra-
ken : op de tentoonstel-
ling was een schitterend
portret van dezen vloot-
voogd door HoNDius
naar Mijtens, (1195); op
dit portret komt een
eigenaardige medaille
voor, die een merkwaar-
1 dig licht werpt op de
wijze, waarop de schil-
£/>/ ders omsprongen met
de penningen.
Wij geven hiernevens
^<^>y^i?^^ ereeneafbeeldingvan. i)
I) Nau e
139
Dit is eene zeer duidelijke nabootsing van
den penning, dien wij bij van Loon II 173-3
afgebeeld vinden, maar de copie is zeer wei-
nig nauwkeurig.
De plaatsing der schepen is anders en voor-
al de wijze, waarop de opschriften behandeld
zijn, is curieus. Midden in het veld staat
„1628 Matanca 8 Sept.'' Op den penning staat
het volgende opschrift:
NON FERRO TANTUM HISPANUS
QUANTUM VALET AURO, AURUM AU-
FER FERRO NON SUPERABIT IBER, op de
prent staat om het draagteeken dezelfde inscrip-
tie, maar in het veld de woorden : BIT YBER,
het laatste deel dus van het opschrift van
den penning. Nu rijst weder de vraag: moe-
ten wij onderstellen, dat inderdaad een draag-
teeken bestaan heeft in den ovalen vorm,
zooals wij dien zien op de prent, of is
het eene slordig weergegeven reproductie
van bovengenoemden penning .'^ Wij gelooven
het laatste, want het is niet aan te nemen, dat
op zulk een kinderachtige wijze het opschrift
zou afgekort zijn, de schilder had geen plaats
voor al de woorden en plaatste nu gemaks-
halve maar een deel in het veld, terwijl hij de
woorden 1628 Matanca 8 Sept er opzette om
de voorstelling te verklaren, wat op den pen-
ning het lange opschrift aan de keerzijde doet.
140
De portretten van Tromp leeren ons niet
veel voor deze onderzoeking, wij spraken reeds
over de portretten met de penningen waarop
de beeltenissen van eenen stadhouder voor-
komen, óp (1483) draagt Tromp een ovalen
penning met zijn geslachtswapen. Wij herin-
neren er aan dat ook op eenen penning (van
Loon II 376) dit voorkomt, het is daar ech-
ter op een geheel andere wijze geplaatst en
er is geen verband tusschen penning en prent.
Wanneer wij nu tot de Ruyter komen en
zijn mede- vloot voogden, dan vraagt het eerst
de aandacht eene serie onderscheidingsteekenen,
waarvan wij een exemplaar deden afbeelden
op onze plaat II. Op de voorzijde staat op
een cartouche de Nederlandsche leeuw met
zwaard en pijlbundel, aan de keerzijde de leeuw
in den tuin met twee ankers en de letters ^^
of AA, soms is er een jaartal ingegraveerd.
Op de expositie waren vier exemplaren:
1. van de Ruyter 60 X 55 m. M. (uit het
Rijksmuseum).
2. van VAN DER Zaen 72 X 62 m.M. met
het jaartal 1661.
3 „ „ „ „ 72 X 60 m.M. met
het jaartal 1663 (af-
gebeeld).
4- » .. " » 68 X 53 m.M. zon-
der jaartal.
141
Deze fraaie gouden eereteekenen behooren
aan het Vaderlandsch Fonds tot aanmoediging
van 's Land's zeedienst, men kon er een af-
gebeeld zien op het schitterende door van der
Helst geschilderde portret van van der Zaen
en zijne vrouw (1622). — Op een prent waar
Tromp en Witte Cornelisz. de With op
voorkomen (1486) is het onderscheidingsteeken
van Tromp niet te herkennen, wel dat van de
With ; dit moet geweest zijn een der boven-
genoemde decoratièn. —
Wij zagen het nog verder op een portret van
Witte Cornelis de With (1599), op een van
Piet Heyn (i 104) en op een van eenen onbe-
kenden vlootvoogd.
Van DE RuYTER leeren wij verder in deze
materie weinig, op een portret zien wij een
onderscheidingsteeken met den kop van Lo-
DEwijK XIV, dat veel overeenkomst vertoont
met de medaille, die zich in Teyler's Penning-
kabinet bevindt, (afgebeeld in den Catalogus
V. I.), maar hier zien wij weder, dat de vorm
ovaal is geschilderd, terwijl de medaille rond is.
Op het portret van Vlugh (1537) vinden
wij de afbeelding van den thans in het Haagsche
Penningkabinet berustenden penning, hem ge-
schonken .,voor het fameus exploot op de rivieren
voor Londen en Rochester." (Dirks 1484 i).
Pro memoria vermelden wij, dat op veel
142
ZouTMAN-portretten voorkomt de penning die
. thans een der schatten van het Haagsch Ge-
meentemuseum vormt. (Verv. van Loon 566).
Vóórdat wij deze opmerkingen eindigen zij
nog meegedeeld, dat wij in een der volgende
nummers van dit tijdschrift een tweetal on-
derscheidingsteekenen bespreken zullen, waar-
over wij thans nog een en ander moeten rlagaan.
Wij geven ten slotte een wel bij Dirks kort
vermelden penning, die echter nog onuitge-
geven is.
In 1753 wist Maerten Haringman, een wak-
kere zeekapitein, veilig een retourvloot uit
Indie binnen te brengen. Hem werd daarvoor
een gouden penning vereerd, die thans in het
bezit is van den heer M. C. J. Piepers te 's
Gravenhage. — De voorzijde, die wij op onze
plaat III doen afbeelden, vertoont een met
volle zeilen varend schip met omschrift:
SOCIETAS INDIAE ORIENTALIS FOE-
DERATI PROVINCIAR.
De keerzijde draagt de volgende gegra-
veerde inscriptie:
Alzoo
Maerten Haringman
als Commandeur de Retourvloot
in den jaere 1753 in deze landen
behouden en in goede ordre heeft
overgebragt is hem door de
143
Vergaderinge van Seventienen
de Generaal Nederlandsche G'Octroi
eerde Oost-Indische Maatschappij
Representeerende in Erkentenisse
van dien deez ketting
en Medaille vereerd.
Om dit opschrift zijn geplaatst twee zee-
goden, terwijl boven en onder zich bevinden
de emblemata van scheepvaart en handel.
II.
Thans willen wij medailles en prenten in
hun onderling verband beschouwen, van een
ander standpunt uit, en trachten na te gaan
welke overeenkomst of verschil er bestaat
in de voorstellingen, die ze weergeven.
Uit den aard der zaak heeft zich na een
zee- of landgevecht een bepaalde voorstelling
gevestigd hoe de actie toegegaan is, op pren-
ten en penningen vindt men dit dan min of
meer getrouw weergegeven.
Wanneer wij den loop der geschiedenis
volgen, dan vinden wij vooreerst in 1588 de
Armada. Bij van Loon I, 390, zien wij eenen
penning, waarop aan de voorzijde twee schepen
met groote kracht op een rots stooten, het
omschrift prijst Gods almacht: nu is er een
historie-prent, die ook dit heugelijke feit ver-
heerlijkt (65) (Muller 977), daar zien wij op
den voorgrond twee schepen, die met groote
10
144
kracht op elkander invaren ; ze zijn op penning
en prent geheel op dezelfde wijze geplaatst,
alleen vinden wij op de medaille de symbo-
lische rots, die niet voorkomt op de prent,
maar merkwaardig is het, dat juist op de plaats
waar de rots afgebeeld is, zeer dikke rookwol-
ken zijn aangegeven, 't komt ons dus waar-
schijnlijk voor, dat de stempelsnijder zich op
de plaat geïnspireerd heeft, maar ter wille
van de symboliek van God's Almacht de
rookwolken door de rots vervangen heeft.
Een ander voorbeeld van dit verband levert
ons de penning op de overwinning der Neder-
landsche schepen over de Spanjaarden op 3
October 1602, toen zes Spaansche galjoten wer-
den vermeesterd op de Vlaamsche kust. Aan de
keerzijde ziet men in vogelvlucht een stuk der
kusten van Frankrijk, Engeland en de Neder-
landen met naamaanwijzingen van Angli-Calis
Fra, Grevel, Oostende, Scouwen, enz. Nu
is er een prent (141) (Muller 1190 B Suppl),
die dezelfde gebeurtenis verheerlijkt en groote
overeenkomst met de voorstellingen der me-
daille vertoont, wij zien er geheel dezelfde op-
vatting van het terrein, dezelfde dispositie
der schepen, alleen vormt op de prent de
kustlijn met Calis-Oostende de basis, terwijl
ze op den penning terzijde geplaatst is.
Bij VAN Loon II, 30, is afgebeeld een medaille
145
geslagen ter herinnering aan den slag bij
Gibraltar en den dood van Heemskerk. Ter
zijde strekt zich de stad Gibraltar uit met
huizen, kerken, wallen en een versterkt haven-
hoofd, dat in zee uitsteekt, terwijl de beide
vloten, in een halve maan gebogen, tegenover
elkander liggen, in het midden wordt er hef-
tig gestreden, terwijl de forten van de kust af
krachtig schieten, de achtergrond boven in het
veld wordt gevormd door de de stad omgevende
bergen. Ook hier weder ontmoeten penning
en prent elkander, er is een prent (171) (Muller
413), waar men op geheel dezelfde wijze de
actie en de omgeving aan den wal ziet weer-
gegeven, de huizen, de bergen, het havenhoofd,
alles is op beiden geheel gelijk, alleen in de
li&gïï^g der schepen is eenig verschil.
Op de prent is een brandend schip, dat op
den penning ontbreekt, op de prent ligt ook
een grooter aantal schepen vóór het haven-
hoofd, doch is de overeenkomst zóó groot,
dat men met gerustheid concludeeren mag, dat
de stempelsnijder zich op de prent inspireerde.
Van de penningen van van Loon II, 173,
die de verovering van de Zilvervloot herden-
ken, geeft alleen de tweede aanleiding tot ver-
gelijking met de prenten. Aan de keerzijde der
aldaar afgebeelde medaille ligt, boven een lang
latijnsch opschrift, een deel der schepen in de
146
baai, een ander deel er voor; op een prent (238)
(Muller 1593 a.) vinden wij hetzelfde.
Thans komen wij tot een prent, die ons inziens
veel invloed op de vervaardigers van medailles
gehad heeft. Het is eene anonyme gravure
naar A. Verwer met adres van Cornelis Dan-
KERTSz (292) (Onze plaat IV). Voorgesteld wordt
de zoo roemrijke slag bij Duins. Er staat daar-
op een breed beeld van eenen heftig woedenden
zeestrijd. Wij zien verschillende motieven:
vooreerst aan de linkerzijde twee schieten-
de schepen, die dicht naast elkander liggen;
wij vinden deze voorstelling het getrouwst
terug op de penningen, die Marten Harpertsz.
Tromp's heldhaftigen dood herdenken, (van
Loon II, 376. 3-4). In den slag bij Duins zijn
het Spaansche en Nederlandsche schepen, die
samen strijden, op den penning natuurlijk
Engelsche en Nederlandsche schepen.
Een tweede motief vinden wij verderop,
daar liggen eenigszins dichter bij de kust twee
vechtende schepen in schuine richting naast
elkander, terwijl meer op den voorgrond een
schip in den grond geboord op zijde ligt» reeds
voor een groot deel door de golven bedekt, dit
is een der meest populaire voorstellingen op
de stukken, die den slag bij Duins herdenken
(van Loon II. 252 1-2), op die, welke den dood
van Tromp memoreeren (van Loon II, 376 1-2),
147
en op eene medaille ter eere van de Ruyter (van
Loon II. 549 1-2); naarmate het eenen oorlog
tusschen Nederlanders en Spanjaarden of
Engelschen geldt is het stukgeschoten schip
een Engelschman of Spanjaard. Typisch is
het, dat op de beroemde BhAKE-medaille (van
Loon II, 378) ook hetzelfde motief voorkomt,
uit den aard der zaak is op dezen penning, die
aan de zegevierende Engelsche admiralen
vereerd werd, het platgeschoten vaartuig van
Nederlandschen oorsprong, op de afbeelding bij
VAN Loon is dit niet duidelijk te zien, maar op de
medaille zelf is op den steven van het schip dui-
delijk de Nederlandsche leeuw te onderkennen.
Een derde motief is het meer naar rechts
geplaatste brandende vaartuig, wij vinden dit
terug op den penning, die van Loon meent,
dat geslagen is op den dood van de Ruyter.
Wij gelooven te mogen vaststellen, dat zich
langzamerhand vormde een soort type-zeeslag.
Wanneer de tijding van de eene of andere op
zee behaalde overwinning in den lande doordrong
en een Loofk of een Pool zich geroepen voel-
den om de glorieuse gebeurtenis te herdenken
of den zeeheld „in zilver te doen leven", dan
werd een der traditioneel geworden voor-
stellingen in het metaal gebracht, hetzij de
twee naast elkander liggende strijdende schepeni
't zij het platgeschoten vaartuig enz.
148
Wij meenenook te mogen veronderstellen, dat
de zooeven besproken plaat met den slag van
Duins het voorbeeld geworden is, dat bij voor-
keur nagevolgd werd. Men moet echter eene op-
merking daarbij niet uit het oog verliezen, dat
de maker van de medaille namelijk aan an-
dere, meer beperkende, eischen gebonden was
dan de graveur, die de prenten vervaardigde,
de eerste had minder plaats en moest dus de
voorstellingen dichter op elkander brengen.
Er zijn echter ook in dezen tijd nog enkele
penningen, die meer een eigen bizonder karak-
ter dragen en een bepaald feit juist pogen
weer te geven. Zoo b.v. op den slag in de
Sont (van Loon II, 445 1-2). Ook daar is een
opmerkelijk groote overeenkomst met een prent
te constateeren. — Op den penning zien wij
twee schepen in strijd, op den voorgrond een
wrak, andere schepen liggen meer naar ach-
teren en het slot Kroonenburg sluit den
achtergrond af, op de prent (394) zien wij geheel
de zelfde wijze van voorstelling met enkele
afwijkingen in de ligging der schepen.
Ten slotte noemen wij nog den mislukten aan-
val der Engelschen op een retourvloot in de
haven van Bergen (van Loon II 531. i). Ook
daar gaan prent (461) en penning samen.
^Geheel op dezelfde wijze zijn weergegeven de
huizen omringd door de palisadeeringen, de
149
stad op den achtergrond en de twee strijdende
vloten in het midden.
Wanneer wij nu uit deze korte opmerkingen
eene gevolgtrekking willen maken, kunnen wij
ten slotte vaststellen, dat er niet te loochenen
verband bestaat tusschen de penningen en
prenten ; dat in hoofdzaak de kunstenaars,
die penningen maakten, de voorstellingen van
de prenten navolgden, hoewel de kleinere op-
pervlakten der medaille hen soms tot afwij-
kingen dwong, dat er zich in den loop der
17^^ eeuw gevormd heeft eene traditioneele
voorstelling van een zeegevecht, misschien
berustende op de prent, waarop de slag bij
Duins is afgebeeld.
Den Haag,
I . H. J. DE DOMPIERE DE ChAUFEPIÉ.
Januari 1901. ^
Iets over de Spaansche pesos ') of piasters
met ingestempeld borstbeeld van den
Engelschen Koning George III.
Onder de munten, die op 't laatst der iS^^e
en in 't begin der ig*^® eeuw in vele landen
het burgerrecht verkregen, kan men de pesos
van Spanje rekenen.
In Engeland vooral hebben deze stukken
een grooten rol gespeeld, maar ook in ons
land trof men er vele aan.
Bij het doorloopen, onlangs, van oude kata-
logussen van G. Theod. Bom en Zoon, viel
mijn oog herhaalde malen op aanteekeningen
als volgt: „Piaster van Karel IV van Spanje.
„Ingestempeld met borstbeeld van George II
„(sic.) Heeft gediend in 1799 tot betaling der
i) Peso duro is de officiCele spaansche, piaster of piastra de
italiaansche naam dezer geldstukken ; in ons land kent men ze onder
den naam van ,^paansche matten".
151
„in Noord-Holland gezonden troepen." (Zie
o. a. Kat, maart 1866 n^s. 548-550).
Mailliet in zijn Catalcgue descriptif des
monnaies obsidionales et de nécessitéy noemt
deze peso: „monnaie ayant servi k payer les
troupes envoyées dans la Hollande septentri-
onale en 1 799," maar plaatst er een vraagtee-
ken bij.
Hawkins i) vermeldt deze gestempelde
munten eerst op het jaar 1803 en zegt er
verder niet veel van.
Daar de vervaardigers onzer hedendaagsche
muntkatalogussen steeds voortgaan, 2) de
stempeling met bovengenoemd feit in ver-
band te brengen, wenschte ik meer van de
zaak te weten, en nam ik Ruding 3) (het stan-
daardwerk voor de geschiedenis van het engel-
sche muntwezen) ter hand.
Ziehier aanleiding en toedracht der zaak.
1) Hawkins, Thf süver coins of England, 1887, pag. 412: To
supply the deficiency of currency, in the year 1803 the extraordinary
expediënt was resorted to of issuing spanish dollars stamped with
the head of George III by a mark similar to that used by the
Goldsmith*s Hall in stamping silver plate.
2) Zie o. a. Kat, J. Schulman XII n".. 280 en XXXVII n«. 998.
3) Ruding, Armals of the Qnnage of Great Britain^ 3<1 edition.
4) Dit artikel was reeds geschreven vóór het verschijnen van
Maberly PiriLLiPS „7>4/ token money of tke Bank of England
1797— 1816," London 1900, waaruit ik evenwel nog eenige merk-
waardige mededeelingen heb kunnen overoemen.
152
Toen George III in 1760 de regeering aan-
vaardde, vond hij het muntwezen in groote
wanorde. De zilvermunt vooral was tot zeer
laag gehalte gedaald, daarbij zoo schaarsch
mogelijk. Papieren geld daarentegen over-
stroomde het land; daarbij kwam, dat de be-
volking niet veel vertrouwen in dat bankpapier
stelde, zeker omdat het zoo moeilijk ging, het
tegen klinkend metaal ingewisseld te krijgen.
Wie dan ook gemunt geld in zijn bezit had,
bewaarde het zorgvuldig, wat tengevolge
had, dat het niet in omloop kwam. Een andere
oorzaak kwam in volgende jaren dezen toestand
nog verergeren. De fransche papieren assig-
naten namelijk, die ook in ons land zooveel
schrik en ontsteltenis hebben teweeggebracht,
deden in Engeland niet minder hun treurigen
invloed gelden. De zilvervoorraad vermin-
derde voortdurend, een toestand, die er niet
op verbeterde, toen in 1792 2-909-000 oneen
zilver aan papieren assignaten werden inge-
wisseld en naar Frankrijk uitgevoerd. Die
zilveruitvoer zal in de eerstvolgende jaren wel
niet geheel hebben opgehouden en moet in
1797 haar maximum hebben bereikt, toen de
toestand inderdaad onhoudbaar werd. George
III verzon toen het vernuftige plan, spaansche
dollars (pesos) in zijn land gangbaar te stellen.
Nu zal men allicht vragen, waarom juist spaan-
153
sche munten hiervoor uitgekozen ; het antwoord
op deze vraag vinden we bij Maberly Phil-
lips i) vermeld. De engelsche regeering
namelijk had herhaalde malen spaansche sche-
pen veroverd en de toen buit gemaakte dol-
lars zorgvuldig bewaard. Zelfs nog in 1804
werd op een dergelijk schip beslag gelegd,
waarvan de waarde op 3.000.000 dollars werd
geschat.
Om aan deze veroverde stukken een schijntje
nationale kleur te geven, liet koning George
ze met zijn borstbeeld stempelen. Hij koos
daarvoor het kleine ovale stempeltje, dat ge-
bruikt werd om zilver te waarborgen: „coun-
„termarked upon the neck of the bust with the
„mark of the king's head, used at Goldsmith's
„hall, for distinguishing the plate of the kingdom",
zooals de ordonnantie daaromtrent luidde. Het
bevel tot deze stempeling was in maart 1797 ge-
geven; in den loop van dat jaar werden 2.325.099
dergelijke dollars in omloop gebracht tegen
den koers van 4 s. 9 pence, bedragende te
samen de som van 552,211 £ o s. 3 d. 2) Alle
zijn in den Tower gestempeld.
Het eerste plan der regeering was de dol-
lars voor 4 s. 6 p. uittegeven, maar het volk
1) Blz. 9.
2) Account delivered from the Bank, June 13, 1816.
154
kwam te weten, dat de zilverwaarde dier stuk-
ken 4 s. 8 p. bedroeg, zoodat het voor de hand
lag, dat na de verschijning de meeste dollars
naar den smeltkroes zouden gaan. De regee-
ring haastte zich dus op haar besluit terug te
komen; den 9 maart 1797 verkondigde een
nieuw plakaat, dat zij koers zouden hebben
voor 4 s. 9 pence. (i)
Hieronder de dollar met het ovale stempeltje
gemerkt.
Verz, koper, gewicht 27 w. Mijne verzameling.
Dat het verschijnen van een dergelijke onge-
wone munt, alhoewel gretig door de bevolking
ontvangen, spoedig den spotlust van enkelen
zou uitlokken, is gemakkelijk na te gaan. Onder
de opmerkingen, die over den met George's
borstbeeld gestempelden dollar in druk ver-
schenen, is de volgende van „City wag" wel
het aardigste :
I) Mabskly Philufs, bil. 9.
155
„The Bank, to make their Spanish dollar pass,
Stamped the head of a fooi on the head of an ass". i)
Reeds in september daaraanvolgende zag
men het verkeerde van deze dollaruitgifte in.
Het miniatuurstempeltje, 6 m.M. hoog, was
zoo gemakkelijk na te bootsen, dat het een
wonder zou zijn geweest, indien oneerlijken
daar niet van hadden geprofiteerd. Onge-
stempelde dollars kon men gemakkelijk ver-
krijgen voor 4 s. 8 p. en daar in Engeland
de koers 4 s. 9 p. bedroeg, werd, door het
kleine stempeltje er op te plaatsen, op ieder
stuk een stuiver verdiend.
Ofschoon niet officieel aangekondigd, schijnen
halve, kwart en achtste dollars eveneens in
1797 en later gestempeld te zijn.
Om het vervalschen van het kleine stem-
peltje tegen te gaan, vatte de administratie
van de Bank van Engeland het plan op, het
bedrag der uitgegeven dollars door goud te
vervangen en de eerste intewisselen. Van 2
tot 31 oktober 1797 werd men daartoe in de
gelegenheid gesteld ; na dien tijd, zouden
„such dollars be no longer current at the
Bank."
Maar we zullen zien, dat dit laatste niet zoo'n
vaart zou nemen. De Bank, bevreesd voor
I) Loc. cit. blz. 10.
156
grooten aanloop van menschen, gaf kennis,
dat niet minder dan 20 dollars tegelijk ter
inwisseling mochten worden aangeboden, tege-
lijkertijd een beroep doende op bankiers en
winkeliers, om van de armere bevolking de
afzonderlijke stukken aan te nemen.
Tot zoover nu ging alles goed, maar toen
deed zich het eigenaardige geval voor, dat
de administratie der Bank geen onderscheid
wist te maken, tusschen de dollars officieel
in den Tower gestempeld en die, voorzien
van een „counterfeit stamp*'. Dit had tenge-
volge, dat men zoo goed als geen dollars meer
in omloop zag.
En wie profiteerden nu van dezen stilstand ?
Opkoopers van zilver, die de dollars tegen
veel te lagen koers verkregen, waardoor onder
de arme bevolking veel schade werd geleden.
Dit kon zoo niet langer blijven, waarop de
Bank, den 10 oktober 1797, het edelmoedige
besluit nam, haar ondergeschikten te gelasten
alle dollars, mits van goed gehalte en gewicht,
hetzij deze prijkten met de officiêele of wel
met de vervalschte stempeling, tot den 31 sten
oktober daaraanvolgende, tegen den bepaalden
prijs van 4 s. 9 p. in ontvangst te nemen.
Ook zou zij geen bezwaar maken, die stukken
aan te nemen, waarvan een schilfertje zilver
was afgenomen, mits dat geschied was om
157
het metaal te onderzoeken en niet om het
gewicht te doen verminderen.
Vele exemplaren zijn toen ingewisseld, doch
een aantal bleef in omloop, want de groote
schaarschte aan zilvergeld was niet verminderd.
Het schijnt dan ook zoo goed als zeker, dat
in 1803 nogmaals bevel is gegeven spaansche
dollars met het stempeltje van 1797 te voorzien.
Daar men steeds voort bleef gaan, het ovale
stempeltje te vervalschen, werd het in 1804 door
een achthoekig vervangen, waarin 's Konings
borstbeeld van den zilveren penny, geplaatst
werd. Ongelukkiger wijze werd ook het acht-
hoekje het mikpunt der falsarissen, zoodat het
weldra moest terzijde worden gelegd. De straf-
bepalingen omtrent het muntvervalschen en
wat daar alzoo bij behoorde, waren streng
genoeg, maar men stoorde er zich niet aan.
In 1 797 toch waren een paar mannen ter dood
gebracht voor het namaken der stempels en
tusschen de jaren 1805 en 18 18 verloren meer
dan twee honderd menschen het leven wegens
het vervalschen van bankbiljetten, i) maar,
niettegenstaande deze zware straffen, duurde
het knoeien met de muntspecién voort.
Men mag aannemen, dat het achthoekige
stempeltje niet langer in gebruik is geweest
dan van januari tot mei 1804, van daar dat
I) Mabkrly Piiii.lips, blz. 19.
158
deze dollars zeldzamer voorkomen, dan die
met het ovale stempeltje van 1797-1803.
Hieronder^ de dollar met het achthoekige
stempeltje.
Zilver, gewicht 26.9 w., mijne verzameling.
Den 12 mei 1804 gaf de Bank belangheb-
benden kennis, dat met toestemming van den
koning, een geheele overstempeling van de
oude dollars zou plaats hebben. Aan de eene
zijde zou men 's Konings borstbeeld zien,
omgeven door: georgivs dei gratia rex, ter-
wijl de keerzijde zou prijken met het beeld van
Britannia, met het omschrift: five shillings
DOLLAR BANK OF ENGLAND 1804.
Wij hebben hier dus te doen met een dollar
in gemeenschap uitgegeven door het engelsche
gouvernement en de Bank van Engeland, iets
wat voor dezen nog nimmer in dat land was
geschied. Even eigenaardig is het, dat de
opschriften in twee talen zijn weergegeven.
Allerlei geestige spotschriften verschenen spoe-
159
dig na het verschijnen van dezen „combination
dollar," maar het is hier niet de plaats ze te
vermelden ; wie er meer van wil weten, leze
het boekje van Maberly Phillips in zijn geheel.
Zilver, gewicht 27 w., mijne verzameling,
RuDiNG pi. VIII n". 8.
Op dit exemplaar, evenals op een dergelijk
stuk, berustende in het Kon. Oudheidkundig
Genootschap te Amsterdam, i) is de spaansche
beeldenaar, ten minste wat de omschriften
betreft, nog duidelijk zichtbaar.
Den 21»"" mei 1804 verschenen, werden
gedurende dat jaar i. 21 1.484 stuks vervaardigd
tot een bedrag van £ 302.871. (2) De overstem-
peling der dollars is niet aan de munt van
Engeland bewerkstelligd, maar in de zeer
uitgebreide, met uitstekende werktuigen voor-
ziene muntinrichting van Mr. Boulton te Soho,
op eenige mijlen afstands van Birmingham
I) Mededeeling «n den Koniervaior, den heer Joh. W.Stephanik.
3) Account delivered from the Bank, June 13, l8t6.
i6o
gelegen. Aan deze inrichting was in 1799
reeds een aanzienlijke bestelling kopergeld
gegund. Bijna tegelijkertijd werden daar ook
spaansche pesos ten behoeve van Ierland over-
gestempeld met den beeldenaar hierboven
vermeld, doch de keerzijde voerde in plaats
van Britannia, Hibernia en bank of ireland
TOKEN 1804 SIX SHILLINGS.
Alhoewel oogenschijnlijk verschillend, was
de waarde van den voor Engeland en voor
Ierland overgestempelden dollar toch dezelfde,
daar 5 engelsche shillings aan 6 iersche gelijk
stonden. De oude gestempelde dollars van
1797-1804 werden ingewisseld tegen 5 shillings.
En opnieuw zag men het gebeuren, dat de
klerken der „Bank" de echte en valsche instem-
peling niet van elkander konden onderscheiden.
Het gevolg hiervan was, dat sommige ambte-
naren dollars aannamen, die door andere hun-
ner als valsch waren geweigerd. Om de ver-
warring nog te verhoogen, ontdekte men, dat de
nieuw overgestempelde five-shillings-dollars,
door Mr. Boulton vervaardigd, eveneens ver-
valscht in omloop werden gebracht, en dit niet-
tegenstaande de krachtige nieuwe machine dier
inrichting, die volgens getuigen uit dien tijd,
„must totally prevent clandestine imitation."
Nu met het vervalschen wist men raad :
„The whiteners were able," zegt Ruding, blz.
i6i
83, „to colour a piece of metal for a six pence
„or a shilling so that it could pass through a
„dozen hands before it would be discovered."
En zoo zullen ze met de grootere dollars
ook wel hebben gedaan ; de beide gestempelde
exemplaren in mijn bezit geven er volmaakte
staaltjes van te zien.
Een cirkulaire van de Soho munt te Bir-
mingham, van 6 augustus 1804, gaf de vol-
gende aanwijzing tot het herkennen van de
vervalschte stukken.
De dollars, door den staat aan Mr. Boulton
ter overstempeling toegezonden, bedroegen onge-
veer twee millioen stuks. Deze hadden verschil-
lende afmetingen, daar sommige een V4 inch groo-
ter waren dan de andere, (i inch = 25.400 m.M.)
Hun gewicht daarentegen was meestal gelijk
bevonden, door elkander wogen de stukken
416 grains (i wichtje = 15.432 grainstroy). i)
De overstempeling der dollars was door
Mr. Boulton in een stalen ring bewerkstelligd,
zoodat de stukken na den slag volkomen rond
en van gelijke afmetingen waren. Vóór de
overstempeling was dit niet 'het geval, men
kon ze in drie verschillende grootten sorteeren.
Om het publiek te gerieven, liet Mr. Boulton
stalen platen vervaardigen, van drie ronde
I) Catalogus van dt muniver%ameling van htt Kon. Oudh. Genoot-
schap t£ Amsterdam, door J W. Stephanik, bU. 239.
102
openingen voorzien, waarin de~ verschillende
grootten der met den ovalen of achthoekigen
stempel voorziene echte pesos moesten passen.
Bij deze proef had men nog die van 't gewicht.
De goede dollar woog, zooals we gezien
hebben, 416 grains, de zwaarste der vervalschte,
volgens Mr. Boulton, slechts 375 grains, ter-
wijl de lichtste zelfs niet meer dan 310 grains
woog. Het verschil in gewicht tusschen de
goede en de vervalschte dollars, was dus res-
pektievelijk 41 en 106 grains. Daarbij was de
rand der goede exemplaren zuiver glad, „while
those of the false ones are not so, but have
a sort of rim down the middle which may be
distinguished by a glass."
Wij springen nu eenige jaren -over en lezen,
dat in 181 1 de prijs van het zilver zoozeer
was gestegen, dat velen het voordeeliger von-
den de dollars van 1804, die nog altijd voor
5 shilHngs gangbaar waren, voor zilverwaarde
van de hand te doen. Om hieraan paal en
perk te stellen, bepaalde de Bank van Enge-
land, dat haar „cashers" voortaan 5 s. 6 pence
voor deze munten zouden 7 uitbetalen. Deze
maatregel gaf opnieuw reden tot het doen
verschijnen van spotschriften in allerlei vorm.
Men vond het allergrappigst, dat 5 s. 6 p.
zou worden gegeven, voor iets dat, volgens het
opschrift, maar 5 sh. waard was, maar de Bank
i63
was er wel toe gedwongen, omdat in St. Mar-
tin's Court, een magazijn voor de ramen reeds
een bord had geplaatst, waarop het verbaasde
publiek kon lezen, dat daar dollars tegen 5 s.
9 pence werden aangenomen. Dat dit alles
een neerslag gaf aan de papieren Banknotes,
ligt voor de hand. Rekening houdende met
den hoogen koers van het zilver werden in
juni 1811 nieuwe munten uitgegeven. Dit
waren de zoogenaamde banktokens, op wier
keerzijde, de waarde 3 s. en i s. 6 d. ver-
meld stond. Een stuk van 5 s. 6 p. werd
niet uitgegeven, er bestaat evenwel een hoogst
zeldzame proef van. In 181 2, 13, 14, 15 en
16 werd voortgegaan met het uitgeven van
de zooeven aangehaalde banktokens. Uit dien
tijd, namelijk uit 181 1, dateeren de private
tokens, die gedeeltelijk werden uitgegeven om
aan de bestaande behoefte aan klein geld te
voldoen, gedeeltelijk „for the covenience of
the trade", maar zeker wel voornamelijk om
winst te behalen. Want, nu de bank van
Engeland zich het recht had aangematigd geld
uit te geven, meenden kleinere banken dit ook
te mogen doen. Een groote verwarring volgde,
de banktokens werden op groote schaal nage-
bootst. Dit ging gemakkelijk genoeg, want
door het uitgeven van partikuliere tokens,
had men het recht een machine in huis te
164
hebben om deze te vervaardigen en men
begrijpt, dat de partikuliere tokens dan juist
dezelfde middellijn hadden als de officiëele bank
tokens. Ook kwam men tot de ontdekking,
dat 3 officiëele tokens, gesmolten zijnde, 4
partikuliere verschaften, reden genoeg om van
die gelegenheid om winst te behalen, gebruik
te maken. In 181 2 werd echter een einde
gemaakt aan de uitgifte van partikuliere tokens ;
na maart 181 3 mochten ze niet meer in beta-
ling worden genomen of gegeven.
In 181 5 kwam eindelijk de reaktie. De
waarde van het zilver en daarmede ook die
der munten, was in dien tusschentijd gedaald ;
de spaansche dollars, gestempeld of niet, deden
niet meer dan 4 s. 3 d. Ontelbare massas
dollars waren uit Spanje en niet minder uit
de koloniën binnengevoerd, die alle met winst
gesmolten werden, want de bank ging voort
haar bankdoUars voor 5 s. 6 p. aan te nemen,
zoodat opnieuw begonnen werd de spaansche
dollars in Bank-doUars te veranderen, een kunst
voor sommigen met groot succes bekroond.
Het jaar 181 7 bracht eindelijk radikale gene-
zing in de voortdurende wanorde der zilver-
munt, die zoo schaarsch was geworden, dat op
sommige plaatsen tot winkelplundering was
overgegaan en bankiers niet in staat waren
het bij te passen geld op bankpapier uit te
i65
betalen. De regeering kwam ten slotte tot de
overtuiging, dat er verandering komen moest.
Een geheel nieuw stel munten, bestaande uit
crowns, half-crowns, shillings en six-pence, alle
het borstbeeld des konings voerende, werd in
omloop gebracht, terwijl bepaald werd, dat de oude
dollars, bankdollars en banktokens zouden inge-
wisseld en aan den omloop onttrokken worden.
Begin i8i 7 was het nieuwe geld gereed. Drie
en twintig artilleriewagens vertrokken van Lon-
don naar het noorden, alle gevuld met het nieuw
gemunte geld. Drie wagens, bevattende 2/^.000
pond, werden in York binnengebracht, iedere
wagen was met zes paarden bespannen en
door militairen begeleid.
Den 30 januari 181 7 gingen 18 wagens naar
Schotland. 13 Februari 181 7 waren alle voor-
name bankiers van het nieuwe geld voorzien, (i)
Dertig jaren waren heengegaan, sedert de laat-
ste staatsuitgifte van shillings en sixpence had
plaats gehad en gedurende al dien tijd volgde ver-
warring op verwarring in Engelands muntwezen.
De Bank van Engeland bleef nog een poosje
voortgaan met 5 s. 6 d. voor de oude dollars
uittebetalen ; na 10 mei 181 7 werd dit bedrag
op 5 s. verminderd, Alle tokens en dollars
werden echter na 25 maart 18 18 ongeldig
verklaard, wie ze uitgaf werd beboet, maar
(I) Mauerly Phillips blz. 38.
t66
de Bank bleef ze aannemen tot maart 1820 en
zelfs heden ten dage komen ze nog in die
instelling voor.
Gedurende de jaren 1804 — 181 5 waren aan
5 s. ; 5 s. 6 d. ; 3 s. en i s. 6 d. tokens ge-
munt voor £ 4,457,649, 4 s. 6 d. i)
Zooals wij uit het voorgaande hebben gezien,
is slechts gebrek aan zilvermunt de oorzaak
geweest van het ontstaan der gestempelde
spaansche munten. Daar deze stukken van
1797 tot 1804 bijna uitsluitend in omloop waren,
is het niet meer dan natuurlijk, dat de engel-
sche troepen, die in 1799 en in 1809 ons land
bezochten, met dit gestempelde geld werden
betaald, maar het is, zooals we gezien hebben,
niet voor dit doel vervaardigd.
Den 28 augustus 1799 waren een 10.000
Engelschen aan de Noord-Hollandsche kusten
ontscheept, welk getal nog tot 20.000 man
aangroeide. Zij . stonden onder bevel van den
Hertog van York. Daarbij kwamen nog een
13.000 Russen, die eveneens ons land bezetten.
Hun aanwezigheid hier te lande verklaart het
groot aantal russische koperstukken, die men
in vele verzamelingen aantreft.
Reeds den 18 november van dat jaar was
Nederland van de engelsche troepen gezuiverd.
I) Maberly Phillips blz 41.
i67
Hun gestempeld geld bleef echter gedeeltelijk
achter. Vermoedelijk zullen vele valsche exem-
plaren daaronder zijn geweest. Daar de goede
stukken in grooten getale ingewisseld en ge-
smolten zijn, is het waarschijnlijk, dat de
vervalschte, dat wil zeggen, de koperen, met
een laagje zilver overtrokken exemplaren, in
vele onzer verzamelingen te vinden zijn. Dat
het niet gemakkelijk is, de knoeierij onmiddel-
lijk te ontdekken, heb ik zelve bij het aan-
koopen van een dergelijken dollar ondervon-
den, die oogenschijnlijk geheel van zilver,
doch van binnen uit koper bestaat. Men zij
dus op zijn hoede! Dat het borstbeeld van
George III, in Bom's katalogussen, verkeerde-
lijk voor dat van George II is aangezien,
behoeft hier geen nader ^betoog.
Zie hier eenige opgaven van gestempelde
dollars uit verkoop-katalogussen gehaald.
Kat. G. Theod. Bom en Zoon.
26 maart 1860 n^ 1546.
1788 Piaster van Karel III van Spanje, inge-
stempeld met borstbeeld van George III van
Engeland.
Kat. 5 maart 1866 n"". 547.
1791. Piaster van Karel IV. Ingestempeld
met Thistle Bank ^j^. Gewicht 27 w. (Zouden
deze V9 d^^ koers van 4 s. 9 d. beteekenen
waarop deze dollar in 1797 cirkuleerde ?)
i68
n^ 548.
Halve als voren. „Ingestempeld met borstb.
van George II (sic) koning van Engeland. Heeft
gediend in 1799 tot betaling der in Noord-
Holland gezondene troepen. Gewicht 13 w.
n°. 549-
1792. Piaster met denzelfden stempel Gewicht
27.5 w.
n°. 550.
1795. Piaster als voren, zelfde stempeling.
Gewicht 27 w.
Kat. 24 Sept. 1866 n**^ 5644 en 5645.
1795 en 1799. Piasters van Karel IV. Inge-
stempeld met borstbeeld van George II (sic)
Kat. XII J. ScHULMAN n^ 280 en Kat. XXXVII
n**. 998.
1792. 8 Réaux. Piastre mexicaine, poin^on-
née d'un petit buste. Mailliet LII. 10. Monnaie
qui a servi pour payer les anglais. débarqués
en HoUande en 1799.
Kat. Fonrobert (Weil) n°*. 6292, 6432, 9361
en 9363.
1738 Toston = \ peso van Mexiko.
1794 Peso van Mexiko.
1794 en 1795 Pesos van Bolivia.
Ook op deze vier amerikaansche pesos komt
het ovale stempeltje van George Ill^voor.
Middelburg,
c , u Marie de Man.
September 1900.
Bouwstoffen voor eene Geschiedenis van het
Nederlandsche Geld- en Muntwezen.
Iets over het bepalen van Ponden en Munten,
( Vervolg)
Eindigde het vorige opstel i) over dit onderwerp met
een enkel woord over het daarbij gebezigde Schild,
alvorens wij verder gaan met het bepalen van Ponden
en Munten, zij ook nog het volgende omtrent die
munt hier in het midden gebracht.
Wanneer hier sprake is van het Schild, wordt daar-
mede uitsluitend bedoeld die munt, welke aanvanke-
lijk gold voor den schelling van het oude Pond Groot
van 20 Schilden, (ƒ63.00) en die in oude bescheiden,
op het geldwezen betrekking hebbende, voorkomt als
de „Florenus cum scuto". Dit Schild werd op nieuw
aangemunt voor het bedrag van het Parisis van het
later in gebruik genomen Pond Groot van 1 2 Schilden
( ƒ 37-^o ) onder de benaming van Ecu, Kroon of
Schild. In beide gevallen werd het geldstuk gerekend
tot de vreemde munt.
Bij de vaststelling van het Pond Groot van 10
Schilden (/3i,50) door hertog WiLLEM V werd ook
hier een geldstuk, in waarde gelijk staande met het
I) Zie Tijdschrift 1900, bli. 201.
170
Fransche of zoogenaamde Vlaamsche Schild, aange-
munt voor de Kleine Mark. Niet alleen toch met het
Pond Groot, met het Hollandsch, met het Tournooisch
of eenig ander payement, maar vooral ook met de
Marken van een stelsel werd gerekend. En de Kleine
Mark, steeds gelijk zijnde aan twee schellingen of ^/lo
Pond Groot, en dus overeenstemmende met 24 grooten,
vertegenwoordigde in betrekking tot dit pond dus
juist het bedrag van het Schild. Onder het geld voor
dit Pond Groot van 10 Schilden hier aangemunt, moet
alzoo ook voorkomen de Mark, in dit geval het Schild
van 24 grooten.
Toen eindelijk Albrecht ook het Pond Groot van
6 Schilden (/ 18.90) in gebruik stelde, was hier te
lande weder aanmunting van geldstukken, in waarde
overeenkomende met het oude Schild, noodig.
De Gulden toch van 40 grooten was krachtens de
verhouding tot het Pond Groot, zesmaal daarin vervat,
en diens waarde stemde dus met die van het Schild
overeen. De daarvoor geslagen hoofdmunt ontving dan
ook den naam van Schild van 40 grooten.
In later dagen komt ook het Pond Groot van 5
Schilden ( ƒ 15.75) voor, in het stelsel waarvan ook
het bedrag van het Schild, als bekend onderdeel past.
Van dit Pond van 5 Schilden deed de Groote Mark,
gelijk zijnde aan 4 Schellingen of een ^/g deel, ook
juist een Schild. De munt gold daarbij voor 48 grooten.
Maar de aanmunting van geldstukken met waarden
van het Schild voor enkele marken of ook een hier
in gebruik gesteld i)ond, had op den algemeenen gang
van het Schild geen invloed; het gebruik van het
171
overal doorgedrongen Fransche Schild bleef overheer-
schend.
Reeds vroeg was men er op bedacht het Fransche
Schild van de andere munt en mitsdien ook van de
andere in gebruik genomen Schilden te onderscheiden.
De thesorier Jan Philipszoon van Leiden heet het
Schild in 1340 nog overal „Scutum", doch zijn op-
volger, JOHANNES VAN Nederhem, noemt de geld-
stukken door den Koning van Frankrijk en den Keizer
van Duitschland voor het Parisis van het pond van
12 Schilden aangemunt in 1 343 „Vrancrijcsce scilden
of Keijzersscilden" en ook wel gewoon weg ^jscilden".
Jonkvrouw Maria van Liedekerke heet de munt
in haar schrijven van 1349 aan WiLLEM VAN DUI-
VENVOORDE, reeds ^golden ouden scilden van goude" i)
en bij den afkoop van de rente, staande op den
watermolen van Zierikzee, drukt Margaretha in 13 50
het daarvoor gevorderde bedrag uit in 2000 ^jgolden
ouder scilden van goeden gewigte en regten slage
ende munte des conincx van Vranckrijcke." 2) Het
Schild werd destijds dus reeds beschouwd als oude
munt, en terecht, het pond, waarvoor het laatstelijk
geslagen was, was in het dagelijksch leven reeds door
een ander vervangen.
Ook na de aanmunting van nieuwe Schilden in 1355
voor de Mark van het hier in gebruik genomen Pond
Groot van 10 Schilden, bleef men in de bescheiden
toch steeds spreken van oude Schilden. Bij een door
1) Van Mieris. Deel II bladz 764.
2) Ibid. Blaclr. 781.
172
hertog Willem gedane overdracht van land, i) en
bij een door hem gelastte uitbetaling aan zijn klerk,
Philips van Leiden in 1356, is telkens sprake van
yfiude scilden". 2) Ook in zake de uitkeering aan zijne
broeders LODEWIJK en Otto, bepaalt de Hertog in
1357 het bedrag in „goide gouwe, ouwe Scilden," 3)
wel een bewijs, dat de ondertusschen ook hier aan-
gemunte Vlaamsche Schilden golden voor oudeFrdLn-
sche, zooals trouwens uit de desbetreffende muntordon-
nantie ook valt af te leiden.
Ook hertog Albrecht spreekt in 1359 bij her-
haling van „ghoede oi/de goudense scilden", 4) en
bij het verleiden van Ambacht op de Vrouw van
Haamstede in 1 368, worden de kosten van overdracht
ook in yfiude scilden" bepaald. 5)
Bij het verleenen van zekere vrijheden aan Breda
in 1374 rekent Albrecht weder in y^ouder scilde,
goet van goude ende van gewichte, munte des
keysers of des Conincs van Vrancricke," 6) en dat
niettegenstaande in 1370 door hem voor het alstoen
vastgestelde payement onder andere munt, ook reeds
nieuwe HoUandsche schilden, met gansch andere
waarden, warea aangemunt.
In de uitspraak betrekkelijk de geschillen tusschen
den Hertog van Brabant en Albrecht, is in 1374
1) Van Mieris. Deel ü, bladz. 870.
2) Ibid. Deel UI, bladz. 5.
3) Ibid. Bladz. 15.
4) Ibid. Bladz. 89.
5) Ibid. Bladz. 238.
6) Ibid. Bladz. 290.
173
sprake van «twe hondert gulde penninghe, geheeten
oude scilde, goet van goude ende gewichte ofte die
weerde daeraf in anderen goeden goude." i) En in
een stuk van Machteld van Gelder, gravin van
Bloys, van 1375, zegt haar kapelaan, Arent VAN
Keulen, van de stad Harderwijk ontvangen te
hebben, „hondert olden scilde goet van goude ende
zwaer van gewichte, munte des Keyzers van Romen
of des Konincs van Vranckricke," 2) uit welk een en
ander blijkt, dat de in omloop zijnde hoeveelheid
Schilden niet bijzonder groot moet zijn geweest, en
dat, ongeacht de velerlei bestaande munt, geene andere
dan oude Schilden werden bedoeld.
In een stuk van Jan van ChAtillon van 1377,
waarbij hij aan die van Texel zekere vrijheden ver-
leent, wordt ook gezegd: „ende elc Raedsman zal
hebben twee oude scilde 'tsjaers voor sinen cost ; ende
anders en zal men op 't lant ghenen oncost binnen
slants doen." 3)
Bij de verpanding van het hoppegeld in 1379 te
Haarlem aan WiLLEM VAN Kroonenburg zegt
Albrecht, dat zulks geschiedde, wegens het leenen
van 4CXX) „goede Vrancrijckse scilden," 4) terwijl in
datzelfde jaar hertog WiLLEM VAN GULIK beval,
dat ook voor Gelderland geld zou worden aangemunt,
1) Van Mirris. Deel UI, bladz. 299.
2) Kroniek van het Hist. Genootschap te Utrecht, Jaargang 1859.
bladz. 295.
3) Van Mieris. Deel III, bladz. 340.
4) Ibid. bladz. 356.
174
waarvan 40 gröoten zouden gelijk staan met een
yput scilt". i)
In 1383 stond Albrecht het Nieuwe land in erf-
pacht af aan Rotterdam voor eene rente van „zes
oude Schilden," en een jaar later, dus in 1384, wordt
in een charter betreffende heemraden van Hazers-
woude nog van eene boete gewag gemaakt van
„twee hondert oude scilden." 2) Zooals in deze, zoo
was het in schier alle bescheiden van eenig gewicht;
nergens is sprake van nieuwe^ wel van oude Schilden,
en dat niettegenstaande vele andere schilden voor in
gebruik genomen ponden waren aangemunt.
Het Fransche Schild bleef steeds een der meest
merkwaardige oude munten. Zulks bleek opnieuw
in 1385, toen, even als kort te voren in Gelderland,
weder een nieuw pond daaraan was vastgelegd. Zoo
toch lezen wij in een handvest van dat jaar, betrek-
kelijk de tollen van Woudrichem van zoogenaamde
„witte grooten" van welke gezegd wordt, dat 45
daarvan gelijk stonden met de waarde van een yput
scUt." 3)
Talrijk waren de vastleggingen van in gebruik te
stellen ponden aan het Schild. Die alle te vermelden
zou tot te groote uitvoerigheid leiden. Alleen zij in
betrekking tot deze nog bericht, dat in verband met
boven bedoeld nieuw pond, gegrond op de Witte
i) Kroniek van het Hist Genootschap te Utrecht, Jaargang 1859,
bladz. 299.
2) Van Mieris. Deel III, bladz. 411.
3) Beschrijving van Heusden bladz. 226.
175
groot, voor de munt in het Necrologium van St. Sal-
vator te Utrecht ook was bepaald:
I Solidus = 12 denarii, i Libra z= 20 Solidi.
I Scutum antiquum = 3 Librae. i)
En ondanks de onderscheiden in omloop gebrachte
munt, getuigen de bescheiden steeds van het voortdu-
rend gebruik van het oude Schild bij min of meer ge-
wichtige aangelegenheden van geldelijken aard. Dit
blijkt ook uit een schrijven van Albrecht in 1385 be-
trekkelijk de geschillen met Dordrecht. De landsheer
zegt in een desbetreffend stuk : voirts is onse zeggen,
dat die stede van Dordrecht ons Hertoge endé Her-
toghinne te beteringhe gheven sullen voir sulcke broke
ende misdaet, ende oec voir alsulke moyenesse, ende
toerne, als si, ende haere medehulpers ons, ende jeghens
onze Heerlickheyt in deze stucken misdaen hebben,
zes dusent ouder scilden, viertich Dordrechtse grote
voir den ouden scilt gerekent." 2)
Inzonderheid ook de Kerk bleef aan het gebruik van
het oude Fransche Schild gehecht. Uit een „vidimus"
van een brief van Schepenen en Raad van de stad Har-
derwijk blijkt, dat Floris, bisschop van Utrecht, eene
gift had besproken voor zeker altaar van „tien olde
scilde.*' 3) En in een stuk omtrent zekere geschillen
tusschen den Bisschop en den heer SPLINTER VAN
LOENRESLOOT van 19 September 1386 wordt onder
i) Archief voor de geschiedenis van het Aartsbisdom Utrecht,
X Deel, 2e afl., bL 272.
2) Van Mikris. Deel III, bladz. 428.
3) Werken van het Hist Genootschap te Utrecht, 3 Serie, Deel
IL blz. 99.
12
176
andere ook bepaald, dat WoUTER VAN Teylingen
aan genoemden Splinter zal uitkeeren „vijftich
oude scilden, alse vier gulden voer drie oude scilde
gerekent." i) De laatste bepaling inzonderheid is
merkwaardig, wijl ook daaruit blijkt, dat het oude
Schild, in al de vermelde stukken genoemd, hetzelfde
is, als dat door den thesorier jAN Philipszoon van
Leiden over bijna een halve eeuw in zijne rekening
werd bedoeld. Ook deze deelde in 1340 mede, dat
4 Guldens gelijk stonden met 3 Schilden. 2)
Hoewel niet doorgaande, rekende hertog Albrecht
toch ook verder nog dikwijls met het oude Schild.
In de uitspraak in zake den twist tusschen den Heer
van Arkel en de stad Oudewater, verplichtte hij in
1388 de laatste tot het voldoen eener boete van 11 00
oude Schilden, elk van 40 grooten. 3) Maar door de
aanmunting van de nieuwe Dordtsche Schilden in dat
zelfde jaar, trad het zeker niet veel in omloop zijnde
oude Fransche Schild in staatsstukken toch meer op
den achtergrond; alleen de Kerk, altoos vasthoudende
^lan het bestaande, bestendigde het gebruik daarvan
in hare officiöele bescheiden. Zoo zien wij in 1 392 den
Deken en het Kapittel van den Dom te Utrecht
goederen overdragen aan de stad Groningen voor eene
rente van „drie en tachtigh ende enen halven goeden,
oude guldene Vrancrycsche Schild, vóór der daten des
briefs gemunt". 4)
1) Van Mieris. Deel III, bladz. 448.
2) Zie bladz. 207 van den vorigen jaargang.
3) Van Mieris. Deel III, bladz. 487.
4) Van Mieris. Deel Hl. bladz. 591.
T77
Toch komt ook bij andere aangelegenheden het
Fransche Schild nog dikwijls voor. In een uittreksel
uit de rekening van Dordrecht van 1399 leest men:
^Cleys Moelnaer ende Jan van Slingelant,
.borghemeisters, gegeven 10 Vranckerixe oude Schilden,
elc Stic 50 gr. diese der stede in haer reeckeninge
bewisen sullen, coemt 2 JE i /9 8 gr", i) En bij een
overdracht van grond bepaalde hertog Albrecht in
datzelfde jaar, de rente, die daarvoor moest worden
betaald, onder opmerking dat „de Vrxse scilt daarin
voir een pont werd gerekent. 2)
Toch was het de Kerk, die inzonderheid met het
oude Fransche Schild bleef rekenen. Met tal van be-
scheiden zou dit te staven zijn. Een erfpacht van het
klooster Mariënburg van de H. Brigitta werd in 1400
als volgt bepaald: „Steven Krooc, Willemz. sal heb-
ben ende behouden den eigendom, elcx jaers om enen
halven ouden Vrancrichgen scild ofte payement, dat
daer goet voor is, in der tijt der betalinge. 3)
Ook komen nog rekeneenheden voor, die aan het
oude Schild waren vastgelegd. Zoo treffen wij in 1405
weder het pond aan, bedoeld in het Necrologium van
St Salvator te Utrecht en gegrond op het stelsel van
den witten groot, in een stuk, waarbij Arent VAN
LeyenBERGH bekent voor den Hertog van Gulik aan
de stad Harderwijk verpacht te hebben „de gruyt"
1) Werken van het Hist. Genootschap te Utrecht, 3e Serie, Deel
II, bladz. 109.
2) Beschrijving van Gouda, Deel II, bl. 78.
3) Archief voor de Geschiedenis van het Aartsb. Utrecht, Deel V,
3e atl. 361.
178
voor drie honderd en negentig pond 's jaars, „enen
alden scilt voer drie pont hyrynne gerekent". i)
In een stuk van 1407 betrekkelijk eene kerkelijke
aangelegenheid in het bisdom van Haarlem leest men :
„vorder sullen de Prior en het Konvent van het klooster,
die er dan weesen sullen, gehouden zijn aen den
Pastoor der gemelde parochiekercke ten allen tijde
jaerlijks op te brengen een halve gouden schild,
van de munte des Konings van Vrancrijck ofte de
waerde van die". 2) De uitdrukkingen „ofte payement,
dat daer goet voor is, ofte de waerde van die," later
dikwijls herhaald, wijzen er op, dat niet veel oude
Fransche Schilden meer in omloop waren en dat in-
zonderheid daarom steeds werd bepaald, dat de om-
schreven bedragen ook met ander geld waren te voldoen.
Zoowel in de brieven van Frederik, bisschop van
Utrecht, als in die van zijn opvolger, ZWEDER VAN
CULENBORCH, is bij herhaling sprake van oude Fransche
Schilden, en in een stuk van 1442, betrekking heb-
bende op de boekerij van St. Michiel te Zwolle, komt
onder andere ook de volgende bepaling voor: „Daar-
enboven verbieden wij onder straffe van den ban en op
eene boete van drie Fransche Schilden, ten bate van voor-
schreven boekerij aan te wenden, dat iemand uit gezegde
boekerij steelsgewijze iets wegnijfele, er schade aan-
brenge of eenige onreinheid er bedrijve of achterlate". 3)
i) Kroniek van het Hist. Genootschap te Utrecht. Jaargang 1859
bladz. 304.
2) Kerkelijke oudheden en Gestichten. Deel i bladz. 79.
3) Archief voor de geschiedenis van het Aartsb. Utrecht. Deel IV.
afl. 3 bladz. 389.
179
In 1506 kochten de Zielbroeders te Utrecht van
Ghysbert van Heusden nog een erf rente van „een
goeden ouden Francrijcksen scild ende een derden-
deele van denselven ouden scild des jaers", en in het
desbetreffende stuk wordt „de oude scilt gerekent
voir 521/2 stuver current'*. i)
Uit al de aangehaalde stukken blijkt, dat men den
koers van het Schild kennende,, ook gehouden was
de in die munt uitgedrukte bedragen in het loopende
geld over te brengen. En zijn al deze bescheiden in
dat opzicht merkwaardig, van veel gewicht zijn in
betrekking tot dit onderwerp de rekeningen van de
Priesterbroederschap in de vijf hoofdkerken te Utrecht.
Deze vereeniging had in hare statuten van de 14^ eeuw
bepaald, dat, bij opneming van nieuwe leden in de
Broederschap, door een Prelaat 16, door een Kanunnik
8 en door een Koorgezel 4 van de destijds loop heb-
bende Vlaamsche grooten zouden worden gestort; bij
bevordering moest door een Prelaat 60, door een Ka-
nunnik 30 en door een Koorgezel 1 5 dusdanige groo-
ten worden opgebracht, en de doodschuld bedroeg
voor een overleden Prelaat een Fransch Schild, voor
een Kanunnik een half Fransch Schild en voor een
Vicaris 10 Vlaamsche grooten. 2)
Zich strikt aan de gestelde bepalingen houdende,
werd ook door die Broederschap, zoowel de koers
van den aangenomen Vlaamschen groot, als die van
1 ) Archief voor de geschiedenis van het Aartsb. Utrecht. Deel VIII,
afl. 2 bladz. 167.
2) Ibid. Deel VI, afl. 3, bladz. 391.
i8o
het bekende Schild, steeds in de loopende munt van
de IS' en i6* eeuw overgebracht. Wanneer de dood-
schuld werd verantwoord, dan luidde het in hare re-
keningen voor een Prelaat : „de debito mortis
unum scutum Franciae, facit ", voor een Ka-
nunnik : „de debito mortis , dimidium scutum
Franciae, facit " en voor een Vicaris : „de debito
mortis lO grossos Flandriae, facit ",
even alsof een en ander overal nog in vollen gang
gebleven was.
In betrekking tot de beide laatste Utrechtsche pon-
den werd het Schild achtereenvolgens gerekend op
45 en 52I/2 Stichtsche stuiver. Bij de invoering van
het Vlaamsche of Hollandsche geld in 1528 stond
ook voor de Broederschap de munt gelijk met 42
stuivers, zoogenaamd Brabantsch of Vlaamsch geld,
en bij de ingebruikstelling van het laatste pond, bij
dat van ƒ6.00, kwam de koers van het schild over-
een met 63 stuivers.
't Is alleen dit oude Fransche Schild, het Schild
in al de hier aangehaalde bescheiden bedoeld en
voor de hierboven aangewezen ponden aangemunt, dat
wij op het oog hebben en waarvoor de waarde van
ƒ3.15 is in rekening gebracht. Deze waarde is gesteld
na een jarenlang onderzoek. Veel is bijeengebracht,
om met dit bedrag voor de munt een doorgaande
verbinding te vormen, die aansluit aan ons laatste
pond; want *t is duidelijk, dat voor elke op zichzelf
staande berekening, zonder gebonden te zijn aan de
einduitkomst, elke waarde voor het Schild gesteld
voldoet; maar — en hierop komt het aan — er is
i8i
slechts céne waarde die ons, zonder gaping of ver-
breking van het verband, doet uitkomen op ons
laatste pond.
Men moest bij de berekening dus trachten door-
gaande aansluiting te vinden van het pond, waarbij
het oude Schild als schelling gelijk stond met 6 stui-
vers, tot dat, waarbij dezelfde munt, evenals in de
1 2'' of 1 3'' eeuw in betrekking tot het destijds bekende
„Flandres," gold voor 63 stuivers. En dieper afda-
lende moest men, bij strikte handhaving van een
doorgaand verband, terecht komen op den Obolus,
op de grondmunt, die naar ƒ3.1 5 voor het Schild,
kwam te staan op / 0.07784» doch door velen reeds
was bepaald op / 0.07 5 ; men moest uitkomen op den
Sikkel^ op de munt van 24 obolen of van 24 X ƒ 0.07^84
of/i.75, en die door anderen op ƒ1.76 k ƒ1.78 be-
rekend was ; men moest terechtkomen op een Denarius
of Drachme, dat naar ƒ3.15 voor het Schild, gelijk
stond met 6 Obolen of met 6 X ƒ0.07784 ofƒ 0.4375,
tegenover bijna ƒ0.44 reeds vroeger daarvoor door
anderen bepaald. En zoolang tegen deze en tal van
andere dergelijke uitkomsten, gegrond op het schild,
nu geene bedenkingen bestaan, kunnen ook tegen
den grondslag, waarop die berusten, toch moeielijk
bezwaren worden ingebracht. Men zou, vreemd aan
elke gedachte van stelselmatige tegenkanting, veeleer
kunnen beweren, dat het bedrag van ƒ3.1 5 voor het
Fransche Schild is aan te houden, omdat dit, ook
in betrekking tot het oude geldwezen, in de meest
gewichtige gevallen leidt tot zekere en sinds lang
onbetwiste uitkomsten van anderen.
l82
De met het schild van ƒ3,15 verkregen uitkomsten
zijn ook in overeenstemming met het gewicht van
het oude geld. De zwaarte van het Drachme is ook
in het buitenland bepaald op 6.20 Gram, en de gang
van hel Schild, gerekend op ƒ3.1 S, leidt tot een
gewicht van 6.15 Gram, geheel in aansluiting met
het gewicht van het Mark op 246 Gram en met dat
van het jongste Talent van 6cxx) X 6.15 of 36900
Gram, en hetwelk mitsdien als centenaar gold voor
het ronde getal van i<X) ponden elk van 369 Gram
of van 1I/2 Mark.
En de berekeningen van het gewicht sluiten tegelijk
aan het gewicht van het later aangemunte geld, want
ook het enkelvoudige Fransche of zoogenaamde
Vlaamsche Schild van ƒ3.15, door hertog WiLLEM V
voor de Kleine Mark van het pond van 10 Schilden
geslagen, woog volgens deze berekeningen 3.69 Gram,
terwijl de munt bij weging werd bepaald op 3.70
Gram. Ook tegen deze en zoo menige andere bere-
kening nopens het gewicht, allen gegrond op het
Fransche schild, moeten eerst overwegende bezwaren
worden aangevoerd, alvorens van een te wijzigen be-
drag voor het Schild kan sprake zijn.
En wat verder de nog latere munt betreft, met
het bedrag van ƒ3.15, bepaalt men onder de vele
andere ook het pond van 12 Schilden of ƒ 3 7. 80 met
een nevenpond van ƒ36.00. Van het eerste had
Frankrijk zijn Parisis of Ecu van ƒ3.15, Engeland
zijn sterling van ƒ12.60, dat later bestendigd werd
in zijn Guinje. Van het nevenpond deed het sterling
ƒ12.00, en deze beide ponden waren de wezenlijke
i83
of denkbeeldige munten van 20 en 21 Engelsche
schellingen in betrekking tot het laatste.
Met het bedrag van ƒ3.15 voor het Schild komt
men ook uit op een pond ter waarde van 2 Schilden
of van ƒ6.30 met een nevenpond van ƒ6. — . Van
dit hoofdpond van ƒ 6.30, deed de Gulden of de munt
van 40 grooten, het pondenschild ƒ6.30: 6 = ƒ 1.05
en het Parisis ƒ 6.30 : 12 = ƒ 0.525.
Ook in Frankrijk was in de 17* eeuw het geld op
het oude Schild of de Ecu gegrond. Men muntte
alstoen aan Liards met waarden van een 240'** gedeel-
te van de Ecu. Een Liard had derhalve gang voor
ƒ3.15: 240 = /o.ois/jg en zoodanige munt werd
gezegd overeen te komen met 3 Deniers, weshalve
elke Denier, destijds loop had voor ƒo.oo7/lg.
Had nu een Denier gang voor ƒo.oo7/lg, dan deed
het pond op zoodanige eenheid gegrond, 240X ƒo.oo7/lg
of /'1.05 en zie hier de munt van 40 grooten, hier-
boven bedoeld, voor het hoofdpond van 6 x ƒ1.05
= ƒ6.30.
Ook werden toen ter tijd daar te lande aangemunt
sols of stuivers met waarden van Vóo van de Ecu;
men sloeg alzoo ook geldstukken tot bedragen van
ƒ3.15: 60 = ƒ0.0525, en deze munt als stuiver ge-
lijkstaande met 2 grooten, blijkt dat elke groot gere-
kend is geweest op ƒ0.02625, een bedrag voor dus-
danige eenheid, dat wijst op een Pond Groot van
240 X ƒ002625 of van ƒ6,30.
Het Parisis was als 12de deel van het Pond Groot
altoos een payement van 20 grooten of van tien stui-
vers, en uit de waarde van den stuiver, hierboven be-
i84
rekend op / 0.0525, volgt dat dit Parisis een bedrag
vertegenwoordigde van 10 X ƒ 0.0525 of ƒ0,525.
De munt voor het Parisis was in betrekking tot
het Pond Groot dus een geldstuk van tien stuivers. De
helften daarvan waren de „Pièces de cinq sols'*, die
gezegd worden 12de deelen van de Ecu te zijn. Eén
zoodanig vijfstui verstuk gold dus voor /3. 15: 12 of
ƒ0.2625, 't geen voor een tienstuiverstuk, voorde
munt van het Parisis, weder het bedrag oplevert van
ƒ0.525. I)
In betrekking tot het later aangenomen nevenpond
van ƒ6,00 moet rekening worden gehouden met de
bekende verlaging van het Schild of de Ecu. Daarbij
deed het Parisis ƒ0.50, de sol ƒ 0.0 5, de Liard ƒ0.0125
en de denier ƒo.ooYIg. De sol van het Parisis be-
schouwd als pond, had eene waarde van ƒ 0.02 5, over-
eenkomende met onzen groot.
Veel valt nog aan te voeren voor het gestelde be-
drag van het oude Fransche Schild, doch alles wat
strekken kan tot een doorgaande of aaneengeschakelde
bewijsvoering daarvan, zal te zijner tijd plaats erlangen
in de vervolgen van het werk, getiteld „De drie merk-
waardige schellingen", van hetwelk onlangs de ver-
schijning van het 2^"" Gedeelte ook in dit Tijdschrift
werd vermeld.
TAo/en,
- ,. A. HOLLESTELLE.
Juh 1900.
i) Kennis der aloude en hcdendaagsche penningen door L.Jouert
bladz. 306.
i85
Holland 1330. Enen ghoeden ghouden Halling van
Florensche voir dertien grote^ enen enghelsche min.
De muntzetting van 20 mei 1330, gegeven te Dor-
drecht, door Willem III, graaf van Holland, is, vol-
gens Prof. VAN DER Chijs, de eerste bekende, althans
tot ons gekomene, hollandsche regeling van regee-
ringswege, der muntspeciön. i)
Het stuk is in zijn geheel te vinden bij VAN MIE-
RIS 2), als handschrift in de Kon. Bibliotheek 3), bij
VAN DER Chijs en verkort bij Hollestelle. 4)
De tekst is duidelijk gesteld; alleen de 5* alinea,
aan het hoofd dezes kursief gedrukt, heeft heel wat
becijferingen in de war gebracht. Iedereen, ook Prof.
VAN DER Chijs, begreep er uit:
i gouden halling =13 grooten — i engels
en daar i groot •=. 3 engels is:
I gouden halling = 1273 grooten,
tot eindelijk in 1892, de heer HOLLESTELLE (blz. 39)
ons de verklaring gaf ,,dat het min hier niet in af-
trekkenden, maar in te kort komenden zin moet
worden genomen." Dus :
I gouden halling =13 grooten -f- ^ engels
of: I „ „ = 13V8 «
Het is te betreuren dat HOLLESTELLE niet dadelijk
1) P. O. VAN DER Chijs, deel Holland en Zeeland, bk. 162.
2) F. VAN Mieris. Groot charterboek dergraaven van Holland 1754,
deel II, blz. 496.
3) Bouck van diversche calculatien.
4) A. IIou.ESTEUJ£. Het schild en de daarmede in verband staande
pondenstelsels. Tholen, 1S92. %^. blz. 35.
i86
bewijzen op zijne verklaring liet volgen, want thans
werd die verklaring met wantrouwen ontvangen en
beschouwd als verwrongen pour Ie besoin de la cause
— dat de woordbeteekenis (min = plus) hier ver-
draaid was, alleen om een goede uitkomst te ver-
krijgen, te meer, omdat de schrijver op de blz. 66
en 67 van hetzelfde boek
^eenen scilt 1/2 mare 8 d. min"
uitlegde als: „i schild = 1/2 niark — 8 penningen."
En toch zijn er bewijzen te vinden dat HOLLE-
STELLE juist gezien heeft. Op blz. 136 van de hol-
landsche rekeningen i ) lezen wij :
„III ^ grote, des was an royalen 45 ^ grote,
„aen lammeren 40 ^ grote, an clenen florinen 26 ^
^rote; hier an es verloren, an eiken royale i d. gr.,
„aen elc lam i d. grote, aen eiken clenen florine 2 d.
„ester., dat compt 6 ^ 15 se. 7 d. grote, dus blijft
„die summe 104 tè 4 se. 5 d. grote." (Rekening
van 1331.)
Men neme hierbij in acht, dat : ghouden halling
van Florensche, florin de Florenche, florenus de Flo-
rentia, gulden floryn van Florense, cleyne guldine,
cleen gulden, clene florine, enz , allemaal XIV* eeuw-
sche hollandsche benamingen zijn van het muntstuk,
dat wij thans florentijnsche goudgulden noemen.
Bij de becijfering van deze post van 133 1, raadple-
gen wij de aan 't hoofd dezes genoemde muntzetting
van 1330, die ook aangeeft:
i) De rekenineen der grafelijkheid van Holland onder het Hene-
gouwsche huis, uitgegeven door Dr. H. G. Hamaker. Utrecht 1875.
8». i« deel, blx. 136.
187
Enen ghouden royael voir zestien g^ote
Enen ghouden lam voir vyftien grote
en verkrijgen dan, dat er 45 <ffi grote: 16 grote of
675 royalen en 40 ^ grote : 1 5 grote of 640 lammeren
in de rekening van 1331 genoemd zijn.
Hieran es verloren,
an eiken royale i d. gr. of i X 675 = 675 d. gr.
aen elc lam i „ „ ^ i X 640 = 640 „ „
Tezamen 1315 d. gr.
Deze 1315 d. gr. aftrekkende van 6 ^ 1 5 se. 7 d.
grote, i) geven tot rest 312 d. gr. voor 't verlies aan
de clenen florinen.
Aen eiken clenen florine werd 2 d. ester, of «/g d.
gr. verloren, dus waren er in *t geheel : 3 1 2 : «/j =
468 clenen florinen.
En deze 468 stuks, gelijk gesteld met 26^ grote l),
geeft voor i clenen florine of ghouden halling:
6240 d. gr. : 468 = 131/8 d. grote of 13 d. gr. i engels.
Het „dertien grote, enen enghelsche min" beteekent
dus: 13 grooten + i engels.
Joh. W. S.
I) I 'tf = 20 scellinghe van 12 grote; dus = 1627 gr.
Gemengde Berichten.
De nieuwe eeuw.
Van de Berliner Medaillen-Münze Otto Oertel,
Berlin N. O., Gollnowstr. 13, ontvingen wij een prijs-
krant met afbeeldingen van „Eeuwpenningen." De
Vz. stelt voor eene gesluierde vrouw, de tijd, een
uitgedoofde fakkel omgekeerd in de rechter-, een juist
ontstokene in de linkerhand, symbolen van de schei-
dende 19^ en komende 20* eeuw. De opschriften zijn
in 1 1 talen, in het hoUandsch : TER EEUW VERWIS-
SELING. De Kz. vertoont de Sphinx, beeld der
ongewisse toekomst, met naar verkiezing ter zijden:
1900 1901 of alleen: 19 01. De prijs der matzilveren
fraaie stukken, groot 39 m.M., is M. 6.50.
Z.
Resolutie der Staten-G ener aal,
Joovis, den VIIJ"* July 1621.
Is aengedient dat bij de stadt Deventer gemunt
worden groote quantite3rt van 28 stuvers penïï. onder
haer weerde, die buytcn slandts gcsonden werden, ten
i89
eynde daer tegen soude werden versien, diewijle sulcx
geschiet buyten ende tegen d'ordre van dese landen,
mitsgaders tot preiuditie en reputatie van deselve. —
Te schrijven serieuselijck aen (de) provinciën, dat
zij het gemeene placcaet op ten provisionelen cours
van tgelt exactelijck willen doen observeren, sonder
de gemeente daerinne toe te geven.
Fred. Galand.
Waalsche penningen,
In het Bulletin de la Commission de Fhisioire des
Eglises Wallonnes^ geeft Dr. H. J. DE Dompierre de
Chaufepié een zéér interessant artikel, dat naar het
opschrift door meerdere gevolgd zal worden, over
yjifédailles' Wallonnes.''
Er worden daarin een 2 Stal stukken beschreven,
aanwezig op het Kon. Kabinet, een drietal fraaie
platen bevatten afbeeldingen van nog niet afgebeelde
stukken.
Door den schrijver zal toestemming gevraagd wor-
den om de beschrijving der niet in de handboeken
voorkomende stukken en de platen ook in ons tijd-
schrift op te mogen nemen. We twijfelen niet, of
onze lezers zullen dit artikel met belangstelling tege-
moet zien. Z.
Een plakket als levend beeld.
Op de feestavonden door de Alfensche vereenigin-
%^xi bij gelegenheid van H. M's aanstaand huwelijk
190
aangeboden aan de burgerij en de schooljeugd, werd
door de leden der tooneelvereeniging yj^halia^\ onA^x
leiding van den voorzitter der regelingskommissie,
(ons aldaar wonend medelid), de plakket Vredeskon-
ferentie van BEGEER als levend beeld gegeven. De
fraaie groep werd zeer toegejuicht.
Aanvulling op DiRKS 181 3 — 1863.
1857.
3* Nederlandsch Nationaal Zangersfeest te Amsterdam.
Vz. Opgelegd in verdiept veld een samengestrikte
lier en het wapen van Amsterdam.
Kz. Opgelegd in verdiept veld een lauwerkrans,
omschrift gegraveerd:
l^ NEDERL : NAT : ZANGERSFEEST
AMSTERDAM 1857.
In den krans gegraveerd:
§soi.
Goud, met oog en ring, 32 m.M. Mij welwillend
ter beschrijving toegezonden door den heer HOL.
Z.
^Mlsevier"' en de Numismatiek,
In het prospektus wdiVi Elsevier' s geïllustreerd Maand-
schrift^ dat in 1901, na een tienjarig bestaan, in groo-
ter formaat en op kunstdrukpapier gedrukt, verschijnt.
I9Ï
worden artikelen beloofd van de hand van speciali-
teiten over verzamelaars en verzamelingen in Neder-
land, als: o. a. Munten en Penningen.
De I* afl. 1901 brengt eene bespreking van ons
medelid J. C. WiENECKE en diens werk door C. Sna-
BILIÉ, met welgelijkend portret van den artist en
fraaie afbeeldingen van penningen en penningplaten,
t. w. Perspenning {Inh, p, vC, 12), plakketten Am-
sterdam {Inh. p, n". s), PENNINK VAN HEES WIJK
(Mèd. en PI. modernes vC. 179), R. A. BUISMAN
(n°. 180), penning Tentoonstelling Nederl. Zeewezen
(n**. 225), Boerenmedaille (n". 226) en nieuwe wapen-
zijde voor onze bronzen pasmunt. Wij zien uit dit
artikel, dat WiENECKE geboren werd 24 Maart 1872,
van zijn i6' — 19'' jaar aan de Quellinusschool te Am-
sterdam onderwijs ontving van Bart van Hove e. a.,
daarna 2\ jaar aan de Akademie te Antwerpen en
\\ jaar aan die te Brussel studeerde om daarop naar
Parijs te gaan, om aan de Ecole des Beaux-Arts en
aan vrije akademiën zich verder te bekwamen. In 1896
viel hem de 2* prijs ten deel in den wedstrijd voor
den Prix de Rome.
Z.
Prentbrief kaarten met afbeeldingen van
nederlandsche historiepenningen.
De prentbriefkaart, het mode-verzamelingsvoorwerp
van den laatsten tijd, heeft zijne intrede gedaan in
de numismatiek of wel deze heeft een plaats ingeno-
men onder de vele en velerlei onderwerpen, die voor
prentbricfktiarten motieven leveren.
13
192
Het Koninklijk Penningkabinet te *s-Gravenhage be-
dient zich van een viertal dier kaarten, vertoonende:
A. Penning op de overwinning van de zilvervloot
door Piet Hein in 1628. Vz. en Kz. (Van Loon II,
bl. 173 n°. I.)
B. Kz. van den penning op den dood van M. H.
Tromp in 1653. (Zeeslag, van Loon II, bl. 376 n°. 3,
gesneden door J. PoOL.)
C. Penning op L*. Adm. E. M. KORTENAER, 1665.
(Vz., niet bij VAN LoON, vervaardigd als portretpen-
ning naar de schilderij van VAN DER Helst, Kz. =
VAN Loon II, blz. 373. Deze penning komt voor in
DiRKS Repertorium I, n°. 1403.)
D. Penning op den vierdaagschen zeeslag in 1666.
Vz. en Kz. (Verkleind formaat, VAN LoON II, bl. 546
n°. I, gesneden door Adolffs Zoon.)
De fraai uitgevoerde afbeeldingen mogen, veelvul-
dig verspreid, een zaad gelijk zijn, dat in goede aarde
valt, — de vrucht zij : liefde voor de vaderlandsche
penningkunde.
Ik ontving ook een prentbriefkaart met een fraaie
afbeelding van PlER Pander^s penning op het huwe-
lijk van H. M. de Koningin.
Z.
Tentoonstelling van moderne Medailles en Plaquetten
te Leeuwarden,
Van 20 December 1900—29 Januari 1901, (aan-
vankelijk was 14 Januari als sluitingsdag bepaald),
werd in de zaal der moderne schilderijen van het
193
museum van het Friesch Genootschap voor Geschied-,
Oudheid- en Taalkunde, eene tentoonstelling gehouden
van moderne penningen en plakketten. De katalogus
telt 97 nummers nederlandsche kunst; we vinden
vermeld werk van Begeer, Jünger, Pander, van
HovE, Baars, Wienecke, Wortman en 's-Rijks
munt; verder 196 nummers van fransche, italiaansche,
zwitsersche, beiersche, oostenrijksche, duitsche, bel-
gische en russische graveurs, enkele ontwerpen voor
penningen en een 6-tal reliëfs van PlER PANDER.
UIT DE PERS.
Het wapen van H. M, de Koningin.
Jhr. mr. ViCTOR DE Stuers schrijft aan h^t HbL\
„Met het oog op de tallooze wapenschilden van
H. M. de Koningin, welke door allerlei kunstenaren
staan afgebeeld te worden, is het misschien niet on-
dienstig de aandacht te vestigen op het volgende:
I. In een dezer dagen verschenen adelskalender zag
ik het wapen der Koningin voor het eerst vereenigd
met dat van den Hertog van Mecklemburg. Het eer-
ste stond rechts van den toeschouwer (heraldiek links),
het andere links. Dit is de gebruikelijke manier bij
de vcreeniging van blazoenen van echtgenooten. Doch
in het exceptioneel geval der Koningin komt het mij
voor, dat haar wapen gesteld moet worden op de
voornaamste plaats, d. i. links van den toeschouwer.
194
Meestal zie ik aan het wapenschild der Koningin
den vorm geven van een langwerpig vierkant, aan
den onderkant als een accolade beëindigd. Ik geloof
dat dit verkeerd is. Die vorm toch is ontleend aan,
of afgeleid van het middeleeuwsch gevechtschild, dat
alleen voor mannen past. Voor vrouwen moet men
een cartel, een paneel teekenen, ruitvormig of ovaal
naar gelang van den stijl, doch zorgvuldig de gelij-
keAis met een krijgsschild vermijdende.
Ik weet wel dat sommigen beweren, dat de ruit-
vorm of het ovaal alleen voor ongehuwde vrouwen
past, doch die bewering is ongegrond. Men heeft
slechts onze oude Hollandsche portretten te zien om
zich daarvan te overtuigen.
Voor het wapen van Hare Majesteit de Koningin-
Moeder zie ik steeds afdeelingen, voorstellende twee
onder één kroon vereenigde wapenschilden; dat van
wijlen den Koning en dat van Waldeck.
Dit schijnt mij onjuist. Ieder persoon kan slechts
één wapenschild hebben. Tijdens het leven des Ko-
nings mocht men diens wapenschild afbeelden met
dat zijner gemalin daarnaast. Thans heeft dit geen
zin. Thans moet men één enkel schild afbeelden,
waarin het blazoen van wijlen den Koning opgeno-
men is; dus „parti** rechts (voor den toeschouwer
links) het wapen des Konings, links dat van Waldeck
en dan ruitvormig of ovaal."
Ï95
Iets over Transvaalsche munt.
De Frankfurter Münzbldtter deelde onlangs het
een en ander mede omtrent bovenstaand onderwerp,
waaraan het volgende is ontleend:
De machines der staatsmunt te Pretoria zijn in
1893 te Berlijn vervaardigd. Nu wilde het ongeluk,
dat op de eerstgeslagen stukken onder het borstbeeld
van den President werden gegraveerd de initialen van
den stempelsnijder O(tto) S(chuh) zoodat men op de
voorzijde, onder het borstbeeld, het min vleiende
ephitheton OS las.
Wanneer wij ons niet bedriegen, was er ook nog
een onjuistheid in de boomen van den wagen in het
wapen ; er waren er twee aangegeven, terwijl er altijd
maar één in het midden is. De muntmeester, die van
af 1899 tot het midden van 19CX) aan het hoofd der
munt stond, H. W. Grimm, verhaalt, dat er in 1899
munten met het jaartal 1898 geslagen waren, daar
de nieuw bestelde stempels uit Berlijn niet door kon-
den. Wel werden er in 1899 gouden ponden gesla-
gen met aan de keerzijde 1898, aan de voorzijde,
onder het borstbeeld van den president, met een
handstempel ingeslagen, 1899. Er schijnen maar 104
zulke stukken te bestaan.
Aan het eind, voor den val van Pretoria, zijn ech-
ter nog stukken met 1900 geslagen (24000).
Toen de Regeering Pretoria verliet, nam zij al het
goud mede en ook enkele gouden plaatjes, die noch
niet waren afgestempeld, maar toch in Waterval bo-
ven als betaalmiddel dienden; er schijnen er te be-
196
staan met en zonder gekartelden rand. Het Pen-
ningkabinet te 's-Gravenhage is er een machtig ge-
worden.
Door de Engelschen zijn de machines uit elkander
genomen en is de Munt gesloten.
De Senaat van Lübeck heeft besloten gebruik te
maken van het recht der vrijstad om eigen munt
te laten slaan. Er zullen dientengevolge in de
Berlijnsche Munt stukken van tien en van twee Mark
worden geslagen met het Lübecksche wapen.
Een kostbare muntverzameling.
Koning ViCTOR Emanuel III van Italië is een der
ijverigste muntverzamelaars van Europa. Eenigen tijd
geleden gelukte het zijn „numismatieken" vertrouwe-
ling ViTALlNl, de beroemde verzameling van den
ruim een jaar geleden gestorven senator Marignoli,
marchese de Montecorona, voor den koning aan te
koopen, waardoor werd voorkomen, dat deze munt-
schat van den eersten rang, wijd en zijd werd ver
spreid.
De verzameling Marignoli bestaat uit circa 35.000
stuks, waarvan 3000 gouden munten en medailles.
Daar MARIGNOLI indertijd ook de verzamelingen
KOLBE, ACQUARI en Vergara del Baruffi had
aangekocht, gelukte het hem de meest compleete ver-
zameling Italiaansche munten bijeen te brengen, die
197
alle soorten, een tweehonderd, omvat, van den gothi-
schen tot op onzen tijd. Vooral is belangrijk de
verzameling „antiquiores," d. w. z. de Paus-munten,
van Gregorius III (731— 751) en Zacharias(74I —
752) tot Paschalis II (1099— II 18). Merkwaardig
zijn in deze collectie ook nog eene verzameling gou-
den munten van romeinsche senatoren, eene volledige
collectie Dogenmunten, enz.
Daar de verzameling des konings tot nu toe 1 5.000
munten telde, behalve de duplicaten, stijgt dit aantal
tot 50.000, de grootste in Italië, de volledigste ter
wereld, wat Italiaansche munten betreft, ofschoon
sommige Italiaansche steden, als Milaan, Florence,
Napels en Venetië, ook mooie verzamelingen bezitten.
De aankoop des konings heeft ook daarom voor
de numismatiek groote waarde, omdat de vorige eige-
naar altijd weigerde haar te catalogiseeren, veel min-
der er aan dacht ze ter bezichtiging te stellen. De
koning heeft onmiddellijk met het catalogiseeren laten
aanvangen en vertoeft 's morgens gewoonlijk eenige
uren in zijne verzameling. In den loop dezes jaars zal
reeds een gedeelte van den catalogus het licht zien.
Naar men zegt, heeft hij zijn hartstocht voor mun-
ten te danken aan zijne Engelsche gouvernante, miss
Lee, terwijl zijn militaire gouverneur, kolonel OsiO,
hem later daarin heeft versterkt. {Avondpost,)
Voor het numismatische congres maakte de zoo
ongelukkig aan zijn eind gekomen graveur DANIEL
DUPUIS een plaquette, mooi gemodelleerd, maar toch
198
eenigszins zonderling van opvatting. In een kamer,
waar men door het venster de boomen van een tuin
ziet, zit, voor een met boeken en schrijfgereedschap
beladen tafel, een halfnaakte vrouw door een ver-
grootglas munten te bezichtigen. De indruk dezer
voorstelling is dwaas en men is geneigd te vragen:
„Zoudt gij u niet eerst aankleeden, voordat gij u
overgeeft aan de Numismatiek." Deze wijze van
munten te bestudeeren is alleen mogelijk in zeer
warme landen en niet gaarne zag ik Nederland^s Nu-
mismaten in deze dracht studeeren. Toch is juist
die zotheid zeer leerzaam, omdat ze bewijst, hoe
voorzichtig men zijn moet met symbolische voorstel-
lingen. Niemand zal zich ergeren aan de halfnaakte
vrouwenfiguur b. v. op de medaille van den club
Alpin van ROTY — waar een vrouw den bergbestij-
ger den weg wijst, dat komt omdat daar de omge-
ving ook geïdealiseerd is, maar op het draagteeken
van DUPUIS is er botsing tusschen de symbolische
vrouw en de gewone omgeving — de boeken, het
venster, de tafel, de inktkoker! (N. R. CV.)
BOEKAANKONDIGING.
Congres international de numismatique réuni h
Paris, en 1900.
Procès-verbaux et mémoires publiés par MM. LE
COMTE DE CaSTELLANE et ADRIEN BLANCHET.
De op het einde van 1900 verschenen procès-
verbaux en mémoires — deze laatste 35 in getal —
199
van het congres international de numismatique, ge-
houden te Parijs in 1900, vormen een lijvig boekdeel,
met 34 platen.
Züoals van een geleerd genootschap, als de Société
fran^aise de Numismatique, van wie het kongres was
uitgegaan, te wachten was, is het grootste gedeelte
der mémoires aan de studie der „antieken" gewijd.
Daaronder komen zeer belangrijke bijdragen voor.
Zoo leert ons ROBERT MOWAT een nieuwe zienswijze
kennen om het bestaan der „monnaies de restitution"
van de romeinsche keizers te verklaren. Dit zouden
aanvulsels zijn van verloren gegane exemplaren uit de
standaardverzamelingen die van regeeringswege in de
1»'* en 2^* eeuw waren aangelegd, en die zeer waar-
schijnlijk op het kapitool werden bewaard. Deze ver-
zamelingen moeten dikwijls door brand en anderszins
gedeeltelijk zijn vernietigd.
De reeks mémoires begint met een bijdrage over
^U Róle de la tiumistnatique dans Ie mouvement
scientifique contemporaine' van Ettore Gabrici. De
schrijver verzekert ons dat de numismatiek zich thans
geheel van de archeologie heeft losgemaakt, doch wil
zij als afzonderlijke wetenschap een eerste plaats blij-
ven innemen, dan dient zij zich voornamelijk te gaan
bewegen in de ^cercle des sciences économiquesy
De „numismatique du moyen-Age" is uitstekend ver-
tegenwoordigd door P Bordeaux: Classement de
monnaies carolingiennes in^'dites. De geleerde nu-
mismaat debuteert met een denarius van LOTHARIUS
tot omschrift hebbende: LOTARIVr^. REX AGVSTV«;
het unieke stuk zou in 823 of daaromtrent geslagen
200
zijn, toen LOTHARIUS te Rome den titel van Augustus
kreeg bij zijn kroning tot Koning van Italië.
De overige munten in het artikel vervat, betreffen
een denarius van Karel III den Eenvoudige, te
Compiègne, een dito en een obool met RVDVLFVS
REX van koning Raoul te Chalons-sur-Saone, tus-
schen 923 en 936 geslagen. Een denier metREGNA
CIVITAS wordt aan Regensburg en een obool met
SCA — MAR aan Straatsburg toegewezen.
De nederlandsche muntkunde wordt verrijkt met
een bijdrage van M. DE Marchéville: La monnaie
(Tor de Louis DE Crecy, comte de Flandre.
M. DE Laigue, fransch consul te Rotterdam, geeft
in zijn ^^Remaniement du type des monnaies content-
poraines'' zijn misnoegen te kennen over de onbe-
duidendheid der voorstellingen op de hedendaagsche
munten, en verlangt dat men, even als dat in oude
tijden geschiedde, op de munten merkwaardige ge-
beurtenissen uit de respektieve landen zou plaatsen,
b. V. voor Frankrijk, de begrafenis van ViCTOR HuGO,
de tentoonstelling van 1900, de inbezitneming van
Tunis en die van Madagascar, enz., enz.
Een vijftal platen geven nadrukken van Venetiaan-
sche muntzettingen uit de XVI* eeuw, die zeer goed
zijn uitgevallen.
^^Les lois anciennes relatives a Finvention des trésors*'
van Adrien Blanchet, sluit op merkwaardige wijze
de reeks van geleerde bijdragen, waarop de Société
franqaise de numismatique met voldoening kan terugzien.
M. D. M.
Inhoudsopgave der Tydschriften die het Genootschap
in ruiling ontvangt.
Revue Beige de numismatique.
19CX). 57* année. i* livraison.
I. Deux dépóts de deniers consulaires romains, par
M. Max Bahrfeldt.
II. Un demi-gros a Técu aux quatre lions frappe
h Schoonvorst, par GÉRARD, duc de JULIERS
et DE Berg, comte de Ravensberg, (1437 ^
1475), par M. Ie V* B. DE JONGHE.
III. La numismatique de LOUIS XVIII dans les
provinces belges en 1815 (suite et fin), par
M. P. Bordeaux.
IV. Numismatique et sigillographie bruxelloises. Les
anciens serments d'arbalétriers et d'archers de
Bruxelles. Leurs sceaux, leurs médailles et leurs
jetons, par M. F. Alvin.
V. Les médailles de Constantin et d'Héraclius, par
M. J. SiMONIS.
VI. Rectification k VAN LoON, par M. R. RiCHEBÉ.
202
Mittheilungen der Bayerischen Numismati-
schen Gesellschaft.
XIX Jahrgang. 1900. II. Heft.
Beitr^lge zur Kritik der deutschen Kunstmedaillen.
Von Dr. EUGEN Merzbacher. (Mit Tafel I.)
Aus bayerischen Archiven. Von J. V. VuLL.
Süddeutsche Halbbracteaten. Von LUDWIG V. BüR-
KEL. (Hierzu Tafel II— IV.)
Ueber einige Medailien Albrechts V und seiner
Söhne. Von Dr. Georg Habich. (Mit Tafel V.)
Beschrijving der Nederlandsche of op Nederland
en Nederlanders betrekking hebbende Pen-
ningen, geslagen na November 1863
(Vervolg op het werk van mr. Jacob Dirks)
DOOR
W. K. F. ZWIERZINA
( Vervolg,)
23«^. Als voren.
Linksgewende staande leeuw met kroon en
zwaard, in den linkervoorpoot een slang, om-
schrift:
NEERLANDS VRYHEID
1572 1872
omgeven door gestileerde lauwertakken. Een-
zijdig.
Geel koper met oog, 37 m.M., Verz. du Crocq.
23«». Als voren.
Bedeltasch, waarop een bril, (Brielle) met den
riem hangende om een den tasch omgevende
jarretière met het opschrift:
SI NON NOBIS U SALTEM POSTERIS.
Zilver met oog en ring, eenzijdig, 25 bij 29
m.M., Verz. du Crocq.
14
204
3;i«^\ Als voren.
Houten, oranje geverfde knoop, met inge-
sloten zilveren plaatje, waarop rechtsgewende
staande leeuw met kroon, zwaard en speer met
vrijheidshoed, een draak vertredende.
Omschrift: — i april —
1572 — 1872
Groot 26 m.M., Verz. du Crocq.
236^. Als voren.
Onopgetuigde driemaster, omschrift op twee
regels :
SCHEEPSOPTUIGERS-VEREENIGING
NOG TIJDIG ONTWAAKT
Tin met oog, 26 m.M., Verz. du Crocq.
Gedragen bij den optocht te Amsterdam.
236*^. Als voren.
Letterblokje met gevleugelde A
Or» twf^f^ Af^r 7uAf^n' J^"* «nschede & zonen
Vyp LWCC UCl ^IJUCU. LETTERGIETERU TB HAARLEM
en: 1572 — brielle — 1872
Letterspecie, lang 21 m.M., Verz. du Crocq.
Gestrooid bij den optocht te Haarlem.
237. 1872. I April
Hulde aan de kommissie voor de viering van
het derde eeuwfeest van Nederlands onaf-
hankelijkheid te Schiedam.
Vz. De stedemaagd, kenbaar aan de op haar
hoofd geplaatste muurkroon, links gezeten, biedt
205
met de rechterhand een krans aan, terwijl haar
linkerarm op het naast haar staande wapen
der gemeente Schiedam rust.
Op den sokel : s. de vries 's hage
In de afsnede: SCHIEDAM.
Omschrift: herinnering aan het derde
EEUWFEEST I APRIL 1872.
Kz. In het veld:
•
AAN-DE-LEDEN-
VAN-DE-COMMISSIE-ONDER-
WIER-LEIDING-EN-TOEZICHT-
HET-FEEST-TER-HERINNERING-
VAN-DE-VESTIGING-ONZER-
ONAFHANKELIJKHEID-IN-I572-
OP-DEN- 1 -APRIL- 1 872-TE-SCHIEDAM-
IS-GEVIERD-W^ORDT-DEZE-PENNING-
ALS-HULDEBETOON-VOOR-HUNNE-
VERRICHTINGEN-DOOR-DE-
INGEZETENEN-DANKBAAR-
AANGEBODEN.
•
Zilver, 45 m.M., Verz. v. Dijk v. Matenesse.
Hiervan zijn slechts 28 stuks geslagen, waarna de stempels ver-
nietigd zijn, blijkens eene daarvan opgemaakte oorkonde. De exem-
plaren zijn verdeeld : 25 aan de feestkommissie, i voor den heer van
Dijk van Matenesse, i voor de gemeente Schiedam en i voor het
Kon. Penningkabinet te 's-Gravenhage.
2:18. 1870. 6 April.
Hulde aan de feestkommissie te Vlissingen.
Vz. Het gekroonde wapen van Vlissingen.
Omschrift: 1572 6 april 1872.
206
Kz. Opschrift:
HULDE
aan de
Feestcommissie
Zilver, 42 m.M., net gegraveerd, Oudheids-
kamer te Vlissingen.
239. 1872. 15 Mei.
Overbrenging van het stoffelijk overschot van
Prinses Hendrik der Nederlanden.
Vz. De door de koningskroon gedekte
wapens van Prins Hendrik der Nederlanden
en van Saksen -Weimar.
Omschrift boven:
* A LA MEMOIRE DE NOTRE BIEN-AIMÉE
PRINCESSE *
AMELIE M. D. G. A. DE SAXE-WEIMAR
V>rilUCl . DÉCÉDÉE LE I MAI 1872, A'
WALFERDANGE
Kz. Katafalk, dragende onder een troon-
hemel met de koningskroon en de letter ü,
de onder bloemen en kransen bedolven lijk-
kist. Voor tegen den katafalk de gekroonde
wapens van den prins en de prinses; onder den
katafalk links in miniatuurletters : albert wunsch,
in het midden het op een gekroonden mantel
rustende wapen van Luxemburg.
Omschrift: * TRANSLATION DES CEN-
207
DRES DE S. A. R. LA PRINCESSE HENRI
DES PAYS=BAS.
Onder om den katafalk:
LUXEMBOURG 1$ MAI 1872
ELLE FUT ENLEVÉE TROP TÓT A l'aMOUR DES
LUXEMBOURGEOIS.
Tin, 49 m.M., Verz. Z.
Amalie Maria da Gloria Augusta, hertogin van Saksen-Wei-
MAR-EiSENACH, huwde den 19 Mei 1853 met Z. K. H. Willem
Frederik Hendrik, prins der Nederlanden (Zie Dirks 744). Het
huwelijk bleef kinderloos.
240. 1872, 4 Juni.
Onthulling van het monument ter gedachtenis
van Graaf Adolf van Nassau en van
den slag bij Heiligerlee.
Vz. Het linksgewend hoofd van Z. M. Koning
Willem III, daaronder: s. de vries - 's hage.
Omschrift: WILLEM III KONING — DER
NEDERLANDEN.
Kz. Onder een kroon en een lint de wapens
van Friesland, Groningen en Drenthe, daarbo-
ven HEILIGERLEE en daaronder 1568 — 1872.
Omschrift: * NEERLANDS-NOORDENJU-
BELTDEN.KONING.TEGEMOET.
Zilver, met oog en ring, 32 m.M.,Verz.TEYLER.
Den 24 Mei 1568 versloeg graaf Lodewqk van Nassau den Graaf
van Aremberg bij het klooster Heiligerlee, nabij Winschoten, welke
aanvoerder met ruim 500 Spanjaxu'den het leven lieten. Van onxe
zijde was het verlies slechts enkele ruiters, doch sneuvelde Graaf
Adolf van Nassau, broeder van Prins Willem I, wiens naam in
het Wilhelmuslied voortleeft:
208
„Graaf Adolf is gebleven
„In Friesland in den slag,
„Zijn ziel in 't eeuwig leven
„Verwacht den jongsten dag."
Den 24 Mei 1868 werd bij gelegenheid van den 300»»«» verjaar-
dag van den slag de eerste steen gelegd voor het door den schilder
Egenberger ontworpen monument, in tegenwoordigheid vati den
Prins VAN Oranje en Prins Hendrik.
De penning is geslagen volgens Oranjepmningin 1299 op het
voorgenomen bezoek van Z. M. Koning Willem IIL
241. 1872. 4 Juni.
Overlijden Mr. J. R. Thorbecke, te
's-Gravenhage.
Vz. Zijn linksgewend hoofd, daaronder:
M. C. DE VRIES JR.
Omschrift: mr. johan rudolph thorbecke.
Kz. In het veld: Faksimilé der handtee-
kening van Thorbecke, daaronder:
GEBOREN TE ZWOLLE
15 JANUARY 1798
OVERLEDEN
TE 's GRAVENHAGE
4 JUNY 1872.
Omschrift: * de naam van het genie is
ZYN WAARDIGSTE LOFREDENAAR.
Zilver en brons, 55 m.M., Verz. Z.
242. Als voren.
Vz. Zijn linksgewend hoofd, daaronder:
S. DE VRIES
's HAGE
Omschrift in twee regels:
binnen: mr- johan-rudolph- thorbecke
209
boven : e» geboren-te-zwolle- i 5*januarij- i 798 ^
onder: overleden-te-'sgravenhage-4-junij«i872
Kz. Binnen een met linten omslingerden lau-
werkrans, waarop vijf wapens: Universiteit Lei-
den, Thorbecke, (in zilver een snoek van natuur-
lijke kleur, zwemmende op een gegolfden dwars-
balk van acht stukken, beurtelings blauw en
zilver), Nederland, Zwolle, Universiteit Gent —
en beneden een opengeslagen boek, op welks
bladen is ingegrift:
GROND 17 MAART
1848
het opschrift: 3I.oct-i849-
TOT
i9-april-i853
I-FEB-l862-
TOT
IO«FEB-l866-
3-jAN-i87i-
TOT
4-JUNIJ.I872
Omschrift : * de-grondwet-mag-niet-eene-
LOUTERE«VORM-ZIJ«MOET-EEN-NATIONALE-KRACHT-
WEZEN-
Brons, 44 m.M., Verz. Z.
Thorbecke studeerde te Amsterdam en Leiden, waar hij in i8ao
in de letteren en in de beide rechten promoveerde, bezocht daarna
verscheidene duitsche universiteiten, o. a. Göttingen en Berlijn en
vestigde zich als advokaat te Amsterdam, doch werd reeds een jaar
later benoemd tot hoogleeraar te Gent, welk ambt hij bij de revo-
lutie van 1830 neerlegde om zich te Leiden te vestigen, waar hij
weldra als professor in de staats- en rechtsgeschiedenis werd benoemd.
In 1840 gekozen tot lid der 2* kamer, diende hij met 8 medeleden
2IO
het bekende voorstel tot Grondwetsherziening in, dat echter 30 Mei
1845 werd verworpen. In Maart 1848, als lid der kommissie voor
de Grondwetsherziening benoemd, zag hij haar ontwerp aangenomen
en 3 November 1848 afgekondigd. De data op de Kz. van den
tweeden penning zijn de tijdperken, waarop hij als Premier met de
portefeuille van Binnenlandsche Zaken was belast, welke hij de eerste
maal tengevolge van de Aprilbeweging in 1853, wegens de invoering
der bisschoppelijke hiërarchie, moest nederleggen. Vele belangrijke
staatkundige geschriften verschenen van zijne hand. Nederland eerde
hem door een standbeeld, waaraan 's-Gravenhage eerst een plaats wei-
gerde en dat toen te Amsterdam is verrezen.
243. 1872. 26 Juni.
Onthulling van het standbeeld van H. Boerhaave,
te Leiden.
Vz. Zijn linksgewend borstbeeld in toga.
Omschrift: HERMAN BOERHAAVE GEB.
31 DEC. 1668 — OVERL. 23 SEPT. 1738.
Kz. De afbeelding van het standbeeld,
beneden links: j. t. stracké sc, rechts: j. p.
V. D. KELLEN F.
Omschrift: ONTHULD TE LEIDEN-DEN
26 JUNI 1872.
Zilver en brons, 54 m.M., Verz. Teyler.
Boerhaave werd 31 December 1668 te Voorhout geboren, waar
zijn vader predikant was; hij bezocht de leidsche akademie, waar
hij in 1689 tot dokter in de wijsbegeerte promoveerde, doch ging
daarop geneeskunde studeeren, waarin hij 15 Juli 1693 te Harderwijk
promoveerde, om zich te Leiden als geneesheer te vestigen.
In 1701 werd hij lektor, in 1709 hoogleeraar aldaar in de schei-
en natuurkunde, welk ambt hij in 1729, door ziekte daartoe genood-
zaakt, moest nederleggen, doch vervolgde hij tot kort voor zijn dood
zijne lessen in de geneeskunde. Als bewijs van zijne groote beroemd-
heid wordt aangehaald, dat een brief uit een ander werelddeel met
het adres: „Aan Boerhaave in Europa," terstond zijne bestemming
bereikte.
211
244. 1872, 26 — 27 Juni.
Tweede eeuwfeest van de verdediging
van Aardenburg.
Vz. Het gekroonde wapen van Aardenburg
met twee leeuwen als schildhouders.
Omschrift : TWEEDE EEUWFEEST VAN
AARDENBURG'SVERDEDIGING 1672-1872.
Kz. Een rechts staande vrouw, met een
muurkroon op het hoofd, leunt met haar rech-
terhand op een ploeg, geplaatst in een koren-
veld, en houdt in haar linkerhand een lauwer-
krans, voor haar rechts een kamrad, hoorn
van overvloed en bijenkorf. In de afsnede een
bliksem en daaronder : l wiener
Omschrift: O zij hebben hunne zwaarden
GESLAGEN TOT SPADEN EN HUNNE SPIESEN TOT
SIKKELEN
Zilver en brons, 48 m.M., Verz. Teyler.
In 1672 werden de fransche troepen, die tot tweemalen toe
Aardenburg stormenderhand trachtten in te nemen, met groot verlies
teruggeslagen, waardoor zij genoodzaakt waren, zich uit Staats- Vlaan-
deren temg te trekken.
245. 1872. 7 Juli.
Presentiepenning van de Société Royale de
Numismatique de Belgique met borst-
beeld van Th. van Berckel.
Vz. Geheel gelijk aan n^ 189.
212
Kz.
^° DE ^^
NUMISMATIQUE
DE BELGIQUE
ASSEMBLEE
in eikenkrans.
Brons, 33 m.M., Verz. Snoeck.
Bijdragen, 2* druk, n**. 534.
24«. 1872. 10 Juli.
Gedenkpenninkje voor Wilhelmina Jacoba
VAN ZUIJLEN.
Vz. In het veld:
DE WEDUWE
LEONARDUS
FRANCISCUS
DE BRUIJN=VAN ZUIJLEN
AAN
WILHELMINA JACOBA
VAN ZUIJLEN
Kz. In een lauwerkrans:
10 JULI
1822 — 1872
Brons, 32 m.M., door J. P. Menger. Verz.
Teyler.
247. 1872. 12-17 Augustus.
Nationale wedstrijd van den Nederlandschen Weer-
baarheidsbond te Apeldoorn.(Wiesselsche heide).
213
Vz. Linksgewend hoofd van Z. M. Koning
Willem III, daaronder: s. de vries, 'shage.
Omschrift :
WILLEM III KONING DER NEDERLANDEN.
Kz. Het gekroonde wapen van Apeldoorn
op twee gekruiste buksen, een patroontasch
en een lauwer- en eiketak, daaronder:
APELDOORN.
Omschrift op matten rand: ned. weerbaar-
HEIDSBOND * NAT. WEDSTRIJD. IN AUG. 1872 •
Brons en kompositie, 32 m.M., Verz. Z.
248. Dezelfde met het jaartal 1870 in 1872
veranderd.
Deze wedstrijd had in 1870 moeten plaats hebben, doch werd
toen om den fransch-duitschen oorlog en in het jaar 1871 om de
heerschende cholera-epidemie uitgesteld.
De penning werd reeds in 1870 vervaardigd, (zie no. 168), later is
het jaartal veranderd en daarna de stempel afgekeurd en een nieuwe
vervaardigd.
De 3 exemplaren der verschillende stempels in Teylers Penningkab.
249. Als voren.
Penning voor de korpsprijzen bij
dezen schietwedstrijd.
Te vergeefs opgevraagd in het Tijdschrift.
Vermoedelijk een der prijspenningen van „de Zwijger*' te Utrecht,
n« 117. 192 of n««. 278, 355.
250. 1872. 28 Augustus.
2* Eeuwfeest van het ontzet van Groningen.
Vz. De stedemaagd met pantser en muur-
214
kroon, links staande; zij houdt hare rechter-
hand boven een altaar, waarop een kussen
met twee sleutels geplaatst is en op welks
voorzijde het wapen van Groningen gebeiteld
is en heeft in hare linkerhand de stedelijke
banier. Aan hare voeten rechts ligt de neder-
landsche leeuw.
In het veld links: j. h. egenberger. inv. en rechts:
P. MENGER F. In de afsnede : «^oningen^constant
Omschrift: onder mijne hoede veilig.
Kz. Een triomfboog op vier kolommen,
waarin op een zuil het borstbeeld van Raben-
HAUPT prijkt, op de voorzijde der zuil: ter eere
RABENHAUPT, op het frfes van den boog mdccclxxh
links en rechts van den boog kanonnen, kogels
en vaandels, In het veld rechts j. p. m. menger f.
In de afsnede:
het tweede eeuwfeest
VAN GRONINGENS ONTZET
GEVIERD 28 AUG. 1872.
Omschrift: DOOR MOED EN BELEID.
Brons, 54 m.M., Verz. Z., Tijdschrift 1894,
blz. 17.
Jaarlijks wordt te Groningen de 28»*« Augustus feestelijk gevierd,
ter herinnering aan het ontzet der stad van het beleg door de bis-
schoppen van Munster en Keulen door Rabenhaupt in 1672.
251. 1872. II September.
Festival uitgeschreven door de liedertafel
„Concordia" te Vlissingen.
215
Vz, Parelcirkel omgeven door samengestrikte
lauwer- en eikentakken, daarbinnen:
Omschrift : • S» • ukdertafel concordia
In het veld in een doorbroken cirkel met
ornementen:
VLISSINGEN
^-^
Kz. Cartouche met cirkelvormig binnenveld
waarin :
1872
Zilver, met oog en ring, 38 m.M., Oudheids-
kamer te Vlissingen.
Den II September 1872 werd aan de liedertafel „Concordia" te
\'lissingen een banier aangeboden, bij welke gelegenheid door diverse
fanfare- en harmoniekorpsen op de Groote Markt en daarna in den
Prinsentuin door direrse liedertafels en zangvereenigingen eene uit-
voering werd gegeven.
In optocht begaf men zich van de plaats van bijeenkomst, het
y^Beeldenhuis" op het Dok, naar de Groote Markt, waar de aanbieding
der banier plaats had en nA de muziekuitvoering naar den Prinsen-
tuin, waar ni afloop der zangnummers het „eeremetaal" werd uitge-
reikt. N'. 15 van den optocht was een „rijtuig met eenige jonge
dames, met zich voerende de BANIER en de Medailles, welke uit-
gereikt zuUen worden."
(Ontleend aan het mij door mej. M. de Man te Middelburg toe-
gezonden programma.)
252. 1872. 21 — 30 September.
25-Jarig bestaan der Hollandsche Maatschappij
van Landbouw, gevierd te 's-Gravenhage.
2l6
Vz. In een bloemkrans, onder de door een
lint met het opschrift : bid en werk verbonden
wapens van Zuid-Holland en 's-Gravenhage.
ZILVEREN JUBELVIERING
DER
HOLL. MAATSCHAPPIJ
VAN LANDBOUW
's GRAVENHAGE
daaronder een bloemtak.
Kz. Ceres links gezeten, omgeven door land-
bouw-attributen. Op de afsnede : s. de vries 's hagk
In de afsnede : "-^°l^fi:^f^^^^
Brons, 50 m.M., Verz. Z.
Deze maatschappij heeft hare ± 90 afdeelingen zoowel in Noord'
als in Zuid-Holland; haar doel is de verbetering van den maatschap-
pelijken toestand en de welvaart van de landbouwers, benevens de
verbetering en de bevordering van het landbouwbedrijf in den
meest uitgebreiden zin, met name: veeteelt en zuivel bereiding, tuin-
en akkerbouw, boom- en bloemkweekerij, hout-, riet- en biezenteelt.
Het 25jarig bestaan werd gevierd door eene uitstekend geslaagde
en bizonder uitgebreide landbouwtentoonstelling in het Malieveld te
*s-Gravenhage.
253. Als voren.
Prijspenning der Staten van Zuid-Holland
voor de tentoonstelling te 's-Gravenhage.
Vz. Het gekroonde provinciale wapen, daarbo-
ven: PROVINCIE, en daaronder: zuid-holland
Kz. Glad veld, omgeven door een lauwerkrans.
Omschrift: landbouw tentoonstelling
's GRAVENHAGE. SEPTEMBER 1872.
Brons, 48 m.M., door J. P. M. Menger, Leidsch
Penn. Kab.
217
254. 1872. 15 Oktober.
Dr. f. C. Donders, te Utrecht, 25 jaar
hoogleeraar.
Vz. Zijn linksgewend hoofd, daaronder:
S. DE VRIES
Omschrift: franciscus cornelius donders
Kz. In het veld, onder een zespuntige ster
in acht regels : praeceptgri- carissimo — socii-
SENAT. VETERAN. — ET- NON- PAVCI CORP.
STVDIOS. VLTRAIECT. ADSCRIPTI D. XV. M.
OCTOB. AN. — M-D-CCC-LXXII
Brons, 44 m.M., Verz. Z.
In goud aan prof. Donders vereerd.
Bijdragen 2^ druk n°. 535.
Donders werd 27 Mei 18 18 te Tilburg geboren, studeerde te
Utrecht en promoveerde in 1840 te Leiden, waarna hij tot officier
van gezondheid werd benoemd.
Na te Vlissingen en te 's-Gravenhage in garnizoen te hebben gelegen,
werd hij in 1842 leeraar in de anatomie en physiologie aan het mi-
litair hospitaal te Utrecht, in 1847 hoogleeraar in de physiologie,
weefselleer en oogheelkunde aldaar, waar hij omstreeks 1851 het
„Nederlandsch gasthuis voor ooglijders'* (met daaraan verbonden weten-
schappelijken kursus) en in 1867 het physiologisch laboratorium stichtte.
Behalve door zijne talrijke geleerde geschriften, verwierf hij als
oogheelkundige een wereldberoemden naam. Tal van ridderorden
sierden zijne borst, de grootste wetenschappelijke genootschappen in
binnen- en buitenland eerden hem door hem het lidmaatschap aan
te bieden.
In 1888 verkreeg hij op grond van zijn 7ojarigen leeftijd zijn eme-
ritaat (zie n*. 784) en overleed 24 Maart 1889 te Utrecht.
255. 1872.
Prijspenning der Ned. Maatschappij voor
Tuinbouw en Plantkunde.
2l8
Het door een krans van bloemen en vruch-
ten omgeven gekroonde nederlandsche wapen
met twee leeuwen als schildhouders, rustende
op 2 omlaaggewende vlaggetjes en een lint met
de spreuk : je maintiendrai
Omschrift: • nederlandsche maatschappij
VOOR TUINBOUW EN PLANTKUNDE
Kz. Glad veld, omgeven door samenge-
strikte lauwer- en eiketakken.
Verguld zilver, zilver en brons 42 m.M.,
Verz. Z.
De maatschappij, in 1872 opgericht en te Amsterdam gevestigd,
telt 25 af deelingen en tracht de belangen van tuinbouw en plant-
kunde, zoo in Nederland als in de overzeesche bezittingen, met alle
haar ten dienste staande middelen te bevorderen. Binnen- en buiten-
landsche vereenigingen, die in gelijke richting werkzaam zijn, kunnen
zich bij haar aansluiten of met haar samenwerken.
25«. 1872.
Draagpenninkje van den Nederlandschen
Weerbaarheidsbond.
Vz. De linksgaande nederlandsche leeuw
met zwaard en pijlbundel.
Omschrift: eendragt maakt magt
In de afsnede: " Xó^^""
Kz. In een lauwerkrans :
scherpschutters
wedstrijd
Omschrift : nederlandsche weerbaarheids-
bond.
219
Brons, met oog en ring, 19 m.M., door
J. P. M. Menger, Leidsch Penn. Kab.
257. 1872.
De raad der gemeente Arnhem aan
M^ J. J. A. A. baron van Pallandt.
Vz. Tusschen twee saAmgebonden eike-
takken :
DE RAAD
DER
GEMEENTE ARNHEM
AAN
ZIJNEN VOORZITTER
MR. J. J. A. A. BARON VAN PALLANDT
VAN WESTFRVOORT.
184I. 1872
&
Kz. Het gekroonde wapen van Arnhem
met twee leeuwen als schildhouders.
In de afsnede : de vries. fec. arnhem.
Brons, 54 m.M., Leidsch Penn. Kab.
258. 1872.
Ter eere van M*. C. P. K. Winckel.
Vz. In het veld om een vierkant, eenige
chineesche karakters:
n
rat
15
220
Omschrift: * * * Mr. c. p. k. winckel, ad-
vocaat EN PROCUREUR
Kz. In het veld om een vierkant, eenige
chineesche karakters:
m
Omschrift: * * * samarang * * • 1872.
Zilver, 36 m.M., Verz. Bat. Gen.
De opschriften beteekenen volgens mr. J. A. v. d. Chijs :
De bevolking brengt hulde aan den praktizijn.
Mogen de vijf zegeningen op uw huis nederdalen!
259. 1872.
Expeditie naar Deli.
Gesp als beschreven onder n**. 127, met het
opschrift : deli 1872.
200. 1872.
Zesde eeuwfeest der stichting van Gouda.
Vz. Gravin Jakoba van Beieren met een
stok met wimpel, waarop staat : jac. com., voor
haar het gekroonde door een doornenkroon
omgeven wapen der stad, waaronder op een
lint de spreuk : per • aspera • ad • astra*
Rechts borstbeeld op voetstuk, waarop : ^^^^
« '^ E. Q.
Links borstbeeld op voetstuk, waarop: ^^^'
221
Omschrift: conditoribvs. vrbis.
1272. VAN. BERGEN. YZENDOORN. 1872.
Kz. Gezicht op Gouda en den met talrijke
scheepjes bedekten IJsel, welks stroomgod rechts
op den voorgrond is gezeten.
Omschrift: nummus. senatorius.
gouda's 6co jarig jubile
Zilver, 26 m.M., Verz. W. Snoeck.
Tijdschrift 1898, blz. 39.
Gravin Jakoba van Beijeren vond, toen zij door allen verlaten
was, in Gouda een veilig verblijf en kon door den steun van de bur-
gers dier stad hare rechten verdedigen, waarom zij als blijk van
hare dankbaarheid aan de stad een prachtig bewerkten beker schonk,
die aldaar nog heden ten dage bewaard wordt; graaf Floris V en
Ridder Catz (voogd van Floris V) zijn de grondvesters der stad.
De penning is eene navolging van den vroedschapspenning, afgebeeld
bij van Loon I, blz. 151, en werd door den zilversmid C. N. de
Vooijs te Gouda in den handel gebracht.
Mr. A. A. VAN Bergen Yzendoorn was van af 1864 tot zijn
overlijden in 1895 burgemeester van Gouda.
201. 1873. April.
Ter eere van Dr. J. L. H. Haerten,
geneesheer te Utrecht.
Vz. Zijn linksgewend borstbeeld, daaronder:
r. P. M. MENGFJl F.
Kz. J. L. H. HAERTEN
MEDICO. DOCTISSIMO.
HOC AMICITIAE.
ET. GRATI. ANIMI. PIGNUS.
J. J. PUTMAN
ARCHIEPISCOPO ALTRAI
A. CONSIL. ET. DECAN
CIVIT. INCIDI CURAVIT
A. R. S. MDCCCLXXni
222
Brons, 50 m.M., Verz Teyler. (Zie no. 181.)
203. 1873. 7 Juni.
Ter eere van Mr. Dr. S. C. Snellen van
VoLLENHOVEN, te 's-Gravenhage.
Vz. Zijn rechtsgewend borstbeeld, daaronder :
J. P. VAN DER KELLEN F.
Kz. Tusschen twee saftmgestrikte lauwer-
takken :
PER. XXII. ANN. SODAUS
PER. XX. PRAESES
COLLEGII. STUDIA. EXEMPLO
PRAETVIT. AUCTORITATE. REXIT
INGENIO. ORNAVIT. NOMINE
EXTERIS. COMMENDAVIT
VII. lUNII
MDCCCLXXIII
Omschrift: ©> viRO • doctissimo • s • c • snellen •
VAN • VOLLENHOVEN • I • U • D • COLL •ENTOMOLOG —
NEERLAND • HUNC • NUM • FAC • CUR
Brons, 59 m.M., Verz. Teyler.
Door de Nederlandsche Entomologische vereeniging aan haren
aftredenden voorzitter aangeboden. Samuel Constant Snellen van
VoLLENHOVEN, geboren te Rotterdam i8 Oktober 1816, promoveerde
te Leiden in de rechten 25 September 1839, vestigde zich te 's-Gra-
venhage als advokaat, doch gevoelde zich steeds meer tot de studie
der natuur dan tot de wetten aangetrokken en vertrok daarom naar
de Gliphoeve te Heemstede, om zich geheel aan die studie te kun-
nen wijden; daarna was hij geruimen tijd konservator aan 's-Rijks
museum van Natuurlijke Historie te Leiden, 1854 — 1873. doch ves-
tigde zich in laatstgenoemd jaar te 's-Gravenhage, waar hij onder-
scheidene werken over de insekten schreef. In 1862 werd hij door
de Hoogeschool te Groningen tot philosophiae naturalis doctor honoris
causa benoemd. Hij overleed te 's-Gravenhage 22 Maart 1880.
223
2«3. 1873. 13 Juni.
Ter eere van D'^. J. A. C. Rovers, bij zijn
aftreden als hoogleeraar te Utrecht.
Vz. Zijn linksgewend borstbeeld, versierd
met de orde van den nederlandschen leeuw,
daaronder : j. p. m. menger f.
Omschrift : iacobvs adolphvs carolvs rovers
LIT. HVM. ET. PHIL. THEOR. PROFESSOR.
Kz. Tusschen saamgestrikte eike- en lauwer-
takken :
PRAECEPTORI
CARISSIMO
DISCIPVLI
Omschrift: Sj? mdcccxxvi franeqvera mdcccxuu groninga
MDCCCLV TRAIECTVM AD RHENVM MDCCCLXXIII
Brons, 54 m.M., Leidsch Penn. Kab.
Rovers werd geboren te Dordrecht 22 Juli 1803, bezocht de la-
tijnsche school te Utrecht en werd 16 December 181 9 als student
aldaar ingeschreven. Na twee malen voor een prijsvraag met goud
te zijn bekroond, promoveerde hij Ie Utrecht in de letteren 3 Juni
1824, in de rechten 27 April 1826, in datzelfde jaar werd hij buiten-
gewoon, in 1828 gewoon hoogleeraar in de fakulteit der letteren te
Franeker, in 1843 hoogleeraar te Groningen en in 1855 te Utrecht.
Wegens yqjarigen leeftijd verkreeg hij in 1873 zijn emeritaat en over-
leed 5 Juli 1874.
1873. 19 — 22 Juni.
II* Nederlandsch nationaal Zangersfeest
te Utrecht.
Schildvormig zilveren draagteeken met oog,
eenzijdig.
224
Zon, het wapen van Utrecht vertoonende,
opkomende boven wolken, daarboven*
XI ned: nat:
ZANGERSFEEST
daaronder: 1873
AURORA UTRECHT
Hoog 37 m.M., Verz. Z.
Zie de aanteekening bij n". 64.
2ft5. 1873. 22 Juni.
Als voren.
Kwartet-zang- wedstrijd.
Vz. Apollo, de face staande, de rechterhand
uitstrekkende, in de linker een lier houdende.
Omschrift: LIEDERTAFEL „OEFENING
EN UITSPANNING" 'S-BOSCH
Kz. In een lauwerkrans in twee regels:
VEREERD AAN HET LID
Omschrift: KWARTET-Z ANG-WEDSTRYD
TE UTRECHT * 22 JUNI 1873*
Goud, zilver en brons, 29 m.M., Verz. Snoeck.
Zie Tijdschrift 1896, blz. 202, volgens welk opstel 4 ex. in goud
werden geslagen en uitgereikt aan de 4 zangers: A. DE Leeuw Sr.,
A. DE Leeuw Jr., H. Wertenbroek en W. C. Deckers. Bijdragen^
2« druk n». 537.
260. 1873. 6 Juli.
Hulde van nederlandsche penningkundigen aan
den heer R. Chalon bij zijne 25^^* verkie-
zing als President van de Société royale
de Numismatique de Belgique.
225
Vz. In de 12 afdeelingen van een gothische
roos:
In het midden in een cirkel:
XXV"
ÉLECTION
A LA
PRESIDENCE
6 JUILLET
1873
Kz. In een gothische roos de namen der
schenkers :
DIRKS — C" NAHUYS, MEMBRES HONORAIRES
DE VEYE DE BURINE — ROEST — DE VOS — DE VRIES —
V. DYK V. MATENESSE — VAN GELDER — V. D. NOORDAA —
COST - JORDENS — HORA - SICCAMA — HOOFT V. IDDBKINGB —
DUMOULIN — DE VOOGT, ASSOCIÉS ÉTRANGERS
Omschrift: hommage de membres néerlandais
DE LA SOC: ROY*** DE NUMISMATIQUE DE BELGIQUE
Brons, 30 m.M., door l. wiener, Verz. Z.
267. 1873. 6 Juli.
Presentiepenning van de Société royale de
Numismatique de Belgique met borst-
beeld van Th. van Berckel.
Vz. Geheel gelijk n^ 189.
226
Kz. SOCIÉTE
ROYALE
DE
NUMISMATIQUE
DE BELGIQUE
ASSEMBLEE
GÉNÉRALE
^/tr/L:X%1^
Brons, 33 m.M. Mededeeling van den heer
Alph. de Witte. Bijdragen, 2« druk n^ 538*.
268. 1873. 10 Juli.
Sqjarig huwelijk van Mr. W. W. Buma en
M. DE WiTH te Leeuwarden.
Vz. De wapens als n°. 112.
Omschrift boven: mdcccxxiii — mdccclxxiii.
Beneden: irrupta tenet copula nec suprema
CITIVS SOLVET AMOR DIE. H. o. i. 13.
Kz. L JARIGE ECHT
VAN
M*^. WIARDUS WILLEM BUMA,
RIDDER V. D. NED. LEEUW,
PRESIDENT VAN HET HOF
VAN FRIESLAND,
GEB. II OCTOBER l802 ;
EN
VROUWE MARIA DE WITH,
GEB. 30 APRIL 1803.
X JULV MDCCCLXXIII.
KEIKES
Zilver en brons, 49 m.M., Verz. Z.
227
2%9. 1873. 8 September.
Opening van haven en spoorweg te Vlissingen.
Vz. Het rechtsgewend hoofd van Z. M. Ko-
ning Willem III, daaronder: \k
Omschrift: in twee regels: OPENING HA-
VEN EN SPOORWEG VLISSINGEN*
© ONDER DE REGERING VAN KONING WILLEM III
e> 8 SEPTEMBER 1873
Kz. Op een lauwerkrans, het gekroonde wa-
pen van Vlissingen, daarboven een stoomschip,
daaronder een lokomotief, links het gekroonde
wapen van Nederland onder een merkuriusstaf
en rechts het gekroonde wapen van Zeeland
onder een anker.
Brons, 50 m.M., Verz Z.
Volgens Oranjepenningen 1302 door van
Kempen.
270. Als voren.
Vz. Het gekroonde wapen van Vlissingen.
Omschrift OPENING HAVEN EN SPOOR-
WEG VLISSINGEN m
Yjl. In een krans van lauwer- en eiketakken :
ONDER
DE
REGERING
VAN
KONING
WILLEM III.
i8|73
228
Tin, met oog en ring, 30 m.M., Verz, Z
371.
Als voren.
Vz.
^f.^^4^
Kz.
1871 1873.
Lood met vierkant oog, 36 m.M., Verz.
Zeeuwsch genootschap.
Deze penning werd bij gelegenheid van en tijdens den gehouden
optocht op den wagen van de firma Arntz & Co. vervaardigd.
De opening van de haven had plaats in tegenwoordigheid van
Z. M. den Koning en van Prins Hendrik.
273. 1873. September.
Veetentoonstelling te Batavia.
Vz. = n^ 56.
Kz. In het veld, omgeven door twee saam-
gebonden lauwertakken en een roset:
229
<^^ T E ^A^Q
BATAVIA
1873
Brons, 40 m.M., Leidsch Penningkabinet.
Tijdschrift 1895, blz. 39.
37:1. 1873. 8 Oktober.
3« Eeuwfeest van de verlossing van Alkmaar.
Vz. e»
TER HERINNERING
AAN HET BEZOEK
VAN
KONING WILLEM III
TE ALKMAAR
OP 8 OCTOBER
1873
Kz. Het wapen van Alkmaar, met twee leeuwen
als schildhouders, die daarboven een lauwer-
krans houden; beneden 1573
ümschrift:
HULDE AAN DEN MOED DER VOORVADEREN
Zilver en brons, 37 m.M., Verz. Z.
Tijdschrift 1884, blz. 18, als gesneden door
J. P. Menger.
Oranjepenningen 1300.
274. Als voren.
Vz. Een kruis, waarop een medaillon met
het hoofd van Z. M. Koning Willem III rust.
230
Op de armen van het kruis:
VORST — VOLK — VRIJHEID — VADERLAND
Kz. Een lauwerkrans waarin: 1873
Omschrift : feestherinnering
Tin, met oog, 23 m.M., Verz. Z.
Oranjepenningen 1301.
274^. Als voren.
De burgt uit het wapen van Alkmaar op
ovaal vertikaal (rood) geharceerd veld, om-
geven door twee takken.
Omschrift: 1573 alcmaria victrix 1873
Zilver, 24 bij 27 m.M., op rood en witte
rozet, Verz. du Crocq.
Don Frederik, Alva's zoon, trachtte te vergeefs in 1573 Alkmaar
te nemen. Herhaalde aanvallen werden afgeslagen ten koste van
groot verlies aan de zijde der Spanjaarden, die eindelijk genoodzaakt
waren het beleg op te breken, hetwelk destijds groote vreugde in
de Nederlanden verwekte en tot het bekende „van Alkmaar begint
de viktorie" aanleiding gaf.
275. 1873. Oktober.
Prijspenning van het i« Indisch Landbouw-
kongres te Soerakarta.
Vz. In een lauwerkrans:
-VS. LANDBOa^ ^
♦
\^ TE <^t.
SOERAKARTA
1873
231
Omschrift: indisch landbouw-genootschap
OPGERICHT 1870
Kz. Omschrift om een verdiept glad veld:
S» LABOR IMPROBUS OMNIA VINCIT S>
TANDEM FIT SURCULUS ARBOR
Brons, 45 m.M., Verz. Teyler.
276. 1873. 24—28 Oktober.
4« Nationale wedstrijd van den Nederlandschen
Weerbaarheidsbond te *s-Gravenhage.
(Vlakte van Waalsdorp.)
Vz. Linksgewend hoofd van Z. M. Koning
Willem III, daaronder: s. de vries, s hage
Omschrift: willem iii koning — der Neder-
landen
Kz. Het gekroonde wapen der Nederlanden
op twee gekruiste buksen, een patroontasch,
een lauwer- en een eiketak, daardoorheen een
lint met het opschrift: je main — tien — drai
Beneden op een lint: s gravenhage
Omschrift: 4; nat. wedstrijd in oct. 1873.
NED. WEERBAARHEIDSBOND.
Brons, 33 m.M., Kon. Kab.
Oranjepenningen 1303.
377. Als voren.
Vz. De links staande nederlandsche leeuw^
houdende in den rechterklauw een zwaard in
den linker een pijlbundel. In de afsnede: 22 oc-
tober — 1866.
232
Omschrift: EENDRAGT MAAKT MAGT.
Kz. In een lauwerkrans:
NATIONALE
SCHIETWEDSTRIJD
TE WAALSDORP
24 — 28 OCTOBER
1873
Omschrift : nederlandsche weerbaarheids-
BÜND
Brons, met oog en ring, 45 m.M., Verz. Teyler.
278. Als voren.
Vz. Linksgewend borstbeeld van Willem
DEN Zwijger. Daaronder: j. p. m. menger.
Omschrift :
UTRECHTSCHE SCHERPSCHUTTERSVER : DE ZWIJGER
1865.
Kz. In parelrand:
prijskamp
DER
KORPSEN
\ EN ^^
Daarboven: waalsdorp
Daaronder: 1873.
Brons, met oog en ring, 27 m.M., aan rood,
wit, blauw lint. Kon. Kab,
Oranjepenningen 1272.
233
279. i873- 25 November.
Hulde aan Mr. J. G. Everwijn, oud-burge-
meester van Culenborg.
Vz. *
AAN
M* J. G. EVERWIJN
OUD BURGEMEESTER
DER GEMEENTE
CULENBORG
Kz. BEWIJS
VAN
HULDE EN HOOGACHTING
AANGEBODEN DOOR RUIM
ZESHONDERD INGEZETENEN
VAN CULENBORG
25 NOVEMBER
1873
Brons, 50 m.M., Leidsch Penn. Kab.
280. 1873. November.
6o« Gedenkdag van Nederland's onafhanke-
lijkheid, draagpenning. Tin, 23 m.M. Cat. Smits
VAN NiEUWERKERK, n^ 3553- Te vergeefs op-
gevraagd in het Tijdschrift,
281. 1873. 31 December.
Verbouwing van den Stads-Schouwburg
te Amsterdam.
Vz. Op eene verhevenheid, gevormd door
vier trappen, is de stedemaagd van Amster-
234
dam gezeten op een antieken stoel, het wapen
der stad met hare rechterhand vasthoudende ;
voor haar staat Apollo, steunende op zijne lier
en in de rechterhand eenige eikebladeren hou-
dende, waarvan enkelen op de trappen ver-
spreid liggen; links de beeldhouwkunst bezig
een borstbeeld van Vondel te beitelen, rechts
de schilderkunst met palet en schilderstok, daar-
voor de bouwkunst met passer en teekening van
een gebouw. In de afsnede : j. euon. f.
Kz. in het veld : aan — den burgemeester —
VAN AMSTERDAM — M*J CORNELIS JACOB ARNOLDUS
DEN TEX: — DEN GEMEENTERAAD: — EN DE
SCHOUWBURG KOMMISSARISSEN — JOH. HILMAN
JAN FRED. TACK HZ. ABR. JOH. DE BULL
ARCHITEKTEN. — B. DE GREEF. — W. SPRINGER.
Omschrift: * verbouwing van den stads-
schouwburg VOLTOOIDXXXIDECEMBERMDCCCLXXin
Zilver en brons, 75 m.M., Verz. Z.
De schouwburg brandde in den nacht van 19 op 20 Februari 1890-
geheel af, doch werd in 1892/3 veel fraaier en geheel naar de nieuw-
ste eischen herbouwd.
Deze fraaie penning werd op dringend aansporen van den ijdelen
J. HiLMAN, die zijn naam vereeuwigd wenschte te zien, vervaardigd,
onder verzekering aan den stempelsnijder, dat hij er voor instond,
dat het debiet ruimschoots de moeite loonen zou.
Dit was natuurlijk nüt het geval; voor zulk weinig interessant
feit, als de slechts in geringe mate aan de eischen voldoende ver-
bouwing van den schouwburg, bestond 'geen reden een penning van
de grootste soort te slaan, dan alléén die, welke scherp maar waar
op den volgenden spotpenning is vermeld.
HiLMAN, de vereeuwigde, bestelde één bronzen exemplaar,
later trachtte hij op een auktie een zilveren te koopen, doch men.
bemerkte voor wien het was en hij kreeg het niet!
Wordt vervolgde
Monnaies et jetons inédits ou peu connus
des Evêques d'Utrecht.
Aux coUections d'antiquités de la Société
Provinciale d'Arts et de Sciences d'Utrecht,
appartient une série de monnaies des Evêques
d'Utrecht.
Nous en publions quelques pièces, pour au-
tant que nous sachons inédites on peu connues.
Quoique la reproduction rende assez bien
les pièces comme elle sont. cependant quel-
ques unes, au relief peu marqué et encore
usées, sont peu distinctes. Il sera donc néces-
saire de subvenir aux yeux des lecteurs et de
donner une description, qui complete la repro-
duction.
I. i) Denier de l'évêque Burghard (1099 —
II 12).
i) Les avers des monnaies suivantes sont figurées sur planche VII,
tandis que les revers se trouvent sur la planche VUI, correspondant
aux numéios de la planche VIL
16
236
Tête de Tévêque k droite, accompagnée
d'une crosse, dans un grènetis.
Du nom Burghard, les lettres HAR seules
sont reconnaissables.
Revers : Croix pattée, dans laquelle une croix
ancrée? Grènetis. Légende effacée.
Poids 62 gr. Variété de v. d. Chijs, Mon-
naies des Evéques, de la Seigneurie et de la
ville d Utrecht, pi. IV n^ 2.
A propos du poids nous observons, que nous
avons pesé 127 deniers de notre coUection.
Exceptés quelques deniers de Bernulphus
(1027— 1054) qui montentjusqu'ci i.iogr., il paralt,
que Ie poids moyen des. deniers est de 0.60 gr.
II.Denier de Tévêque Heirbert van Berum
(i 139— 1 150).
L'évêque porte une espèce de bonnet, comme
sur ie n^ i.
Légende de Tavers: hardeb(ert)us. Sur ie
revers on lit Ie nom de la ville: traiectu(m)
V. D. Chijs attribue, sous toute réserve, six
deniers cl ce prince. Ce sont les n***. i — 6 de la
planche IV de son ouvrage sur les monnaies
de Tévêché d'Utrecht. Aucun de ces deniers
ne porte cependant une légende lisible.
Poids 0.62 gr.
III. Demi-denier ou obole de Tévêque Baü-
DOUIN II de HoUande. (1178 — 1196)
L'évêque s'y présente nu-tête.
237
Revers: Croix pattée accostée de deux étoi-
les et de deux autres figures (des oméga's?)
Sans légendes.
Comme il n'y a pas de lettres sur cette
pièce, Tattribution repose sur la ressemblance
du type avec celui des monnaies de eet évê-
que, décrites et représentées dans v. d. Chijs
pi. VI n^ 1—8.
Poids 0.30 gr.
Pour Ie demi-denier nous proposons sur Tavis
de MM. S. Muller Fz. et Joh. W. Stepha-
NiK Ie nom de hallink.
L'usage de ce nom pour les demi-deniers
de Cologne serait justifié pour ceux d'Utrecht,
si, ce qui est assez vraisemblable, il serait dé-
montré pour la Frise.
IV. Denier frappe problablement sede vacante
dans Ie courant du treizième siècle.
Le droit fait voir un évêque mitré avec
traces du nom JUTÏRmRVS.
C'est sur les monnaies de Tévêque God-
fried (1156 — II 78), que le buste mitré se mon-
tre pour la première fois.
Revers : Croix potencée, cantonnée de quatre
globules.
Sans légende.
Sur le revers d'autres exemplaires on voit
des traces du mot D7ÏVe;nn[^BI7ï.
Poids 0.63 gr.
238
V. Doublé gros de Florent de Wevelink-
HOVEN (1379—1393)-
Cette pièce répond en tout au doublé gros
chez V. D. Chijs (XIII, 16), sauf Técusson, qui
présente une légere variété.
Sur notre pièce la partie inférieure de Té-
cusson a une croix complete, tandis que chez
VAN DER Chijs la branche supérieure manque.
Poids 2.55 gr.
VI. Demi-gros du même évêque, type in-
connu k van der Chijs pour ce prince.
Droit: Les armoiries de Tévêché avec celles
de Wevelinkhoven en surtout; autour PliO-
RSRS SPG rpRTfie;.
Revers: Croix pattée coupant la légende:
moR— srTTï— D2ÏV— anrr
Poids: 0.67 gr.
VIL Demi-gros du même évêque.
Droit: Buste mitré de face de Tévêque.
Légende : PliOBSR e.{PG) (rrB)2ïie;.
Revers : Aigle portant en coeur les armoiries
de l'évêché.
Légende: moRSHHTï D7ï(ve;nrn)Ri(2ce;)
Poids 0.45 gr.
Cette pièce, quoique cassée, a peu souffert.
VIII. Quart de gros de Frédéric III de
Blankenheim (1393 — 1423).
Droit : L'écusson de Blankenheim incliné,
avec un casque de tournoi dessus. De la lé-
239
gende on ne voit plus que Ie mot PRSDQBIG
Revers: Croix pattée dans un grènetis.
Légende : JRORSTHT^ R0(V7Ï)
Poids: 0.36 gr.
IX. Quart de gros du même évêque.
Même droit de la pièce précédente.
Légende : PBSDSRIG . . . SPG . W
Revers : TAigle de Deventer avec les armoi-
ries de l'évêché dessous.
Légende : JTïOne:(T7ï) DT^V&XIW
Poids: 0.33 gr.
Type de v. d. Chijs pi. XIV n^ 12.
X. Florin d'or au St. Jean de Zweder de
Culembourg (1425— 1426), type inconnu k v. d.
Chijs pour ce prince.
Cette pièce est d*un même type que Ie florin
de Frédéric de Blankenheim (v. d. Chijs,
planche XIII n\ i) ; Ie nom PReOSRIG du revers
cependant a été remplacé par celui de SVSDS-
BVS qui compte autant de lettres.
Or. Poids 3.17 gr.
XI. La onzième est peut-être un demi-gros
du même évêque.
Droit: L'écusson de l'évêché avec celui de
Culembourg? comme surtout.
Légende: (SVe:)De;RVS SPG rrRTÏIQIGnn.
Revers: Croix pattée, coupant la légende
cantonnée des lettres JTÏ rp R Tf (Moneta Tra:
iectensis).
240
C'est une pièce de 45 gr. comme Ie n°. 7.
XII. Demi-gros de Rodolphe de Diepholt
(1426— 1455).
Droit: Croix pattée dans un grènetis. Lé-
gende: rodoijp e:p(G) (rr)B2ï(ie;Grn) i)
Revers: L'aigle de Deventer dans un grè-
netis.
Légende: mORSnnTÏ DS DTÏVSRnHRITÏ
XIII. Oordstuiver ou quart de sol de David
de Bourgogne (1455— 1496).
Armoiries de Bourgogne remplissant tout Ie
champ.
Légende: (D2ÏVID) DS BVR SPS 'rR2ï
Revers: Croix pattée coupant la légende
en coeur les armoiries de Tévêché.
Légende: (SITH ROmSH) DRI Bi&XiGDlC-
mvm)
Poids 0.95 gr.
XIV et XV. Les deux numéros, qui suivent,
sont des jetons du même évêque; 2) ils sont
de cuivre.
Le numero 14 a pour légende de Ta vers:
in DOJTÏIRO GORPIDO D2CVID. Le revers
1) Voir le droit de cette monnaie sur notre planche VIII, tandis
que le revers se trouve gravé sur planche VII.
2) Ces deux jetons sont décrits dans Dugniollk „^ jeion
hütoriqué*\ Le n'^. XIV de M. Hulsebos est mentionné dans ce
livre sous le n». 192, pag. 60. Voici la description donnée par
M. DUGNIOLLE.
♦ IR DüminO 5 GORPIDO 5 D7TVID
241
Cette dernière lettre est sans aucune doute sur
notre exemplaire un n ; M*^ Nahuys dans son
article, cité par la Rédaction, ne donne pas
d'explication des mots du revers.
Une explication réelle se fait donc attendre.
Le numero 15 a Ie même droit du n^ 14,
mais au lieu de la croix fleuronnée du revers,
il porte une bolte h amadou ouverte, d'oü
sortent des étincelles.
Légende: TÏLnninn BSRSinn (toujours pret)
ffiGGGGIi^^VII
XVI. Florin d'or de Frédéric de Baden
(1496— 15 17).
St. Martin debout. A ses pieds les armoi-
ries de Baden.
Légende : STÏIi VV PTïG • PliJR • HH VV DR'
Buste couronné, de face, de David de Bourgogne, accosté de
D2S — VID
Rerer»: -4-v€CBL2snGoe:R5DOT5m5nnRoeD5
Croix fleuronnée, évidée au centre.
Publié par M. le comte Nahuys. dans Utrechtscht Volksalmanak
anneé 1856.
Le n°. XV est décrit dans Ducniolle sous le n». 247.
♦ IR DOminO : GORPIDO : D2SVID
Le Toi David, de face portant le sceptre de U nuün droite accotté
du mot D2Ï — VID
Revers: Ti.mSW i B&B&m : mCGGGL^^VII
Coflfret avec couvercle & glissoir, & demi-ouvert, des étincelles
s'en échappent.
Pièce d*un petit module.
(Note de la Rédaction.)
242
Revers : Type de v. d. Chijs, pi. XXXI n°. 10.
Poids 3.21 gr.
XVII. Monnaie de cuivre du même évêque,
peut-être une pièce de trois mites (driemyten-
stukje OU un duitken). Armoiries de Baden.
Légende : (rrR2ï)ie;Gnne:(Rsis)
Revers: Croix pattée dans un grènetis.
Légende: (TCRRO) DOJIMRI ^GVI.
Poids 0.30 gr.
XVIII. Même pièce.
Légende : . . . . SPI fTRTÏieCGnnSpSIS)
Légende du revers: 2CnR(0) DOfIM(ni)
(mGGGG)GVIIL
Poids 0.30 gr.
Utrecht. G. A. Hulsebos.
Le Président Krüger en Europe.
Les médailles f rappees en son honneur
OU concernant les Boers.
Le Président Krüger a consacré sa vie k
mettre la population du Transvaal au niveau
de la prospérité et de la civilisation europé-
ennes.
Ce grand homme, qui lutte depuis longtemps
pour conserver Tindépendance du peuple Boer,
a été, suivant un mot de Bismarck, Tun des
plus grands diplomates des temps modernes. Son
énergie et ses talents diplomatiques sont aussi
grands que ses capacités comme homme d'état.
Mais ce grand vieillard, qui s'était constitué le
défenseur des droits de Thomme, a été la vic-
time des convoitises financières des Anglais.
Les trésors enfouis dans le sol du Trans-
vaal feront peut-être perdre Tindépendance aux
Boers, mais la gloire de leur résistance bril-
lera de tout son éclat.
244
Krüger n'a pas voulu Ia guerre. Il suffit
pour s'en convaincre d*étudier impartialement
les conférences tenues cl Bloemfontein, la ca-
pitale de TEtat libre d'Orange, du 31 mai au 5
juin 1899, entre Ie Président Krüger et MiLNER,
Ie Haut-Commissaire du gouvernement anglais.
On est rempli d'admiration pour Ie génie diplo-
matique du président, qui s'est montré si ener- .
gique dans les réponses données k son adver-
saire et qui ne s'est laissé prendre h aucun des
piéges, qui lui étaient tendus. On arrive k cette
conviction, que Krüger aurait consenti cl faire
les plus grands sacrifices aux Anglais si ces
derniers avaient accepté de respecter Tindé-
pendance du Transvaal.
Krüger voulait seulement obtenir une paix
honorable pour son pays. Il comprit que Tin-
térêt véritable de son peuple lui commandait
de quitter la terre d'Afrique. Une jeune et
gracieuse reine lui offrit un de ses navires de
guerre pour traverser les océans. Krüger
accepta et choisit Ie territoire de la France
pour débarquer. Son coeur se sentait natu-
rellement attiré vers ce pays, qui Ie premier
avait rédigé la déclaration des droits de Thomme.
Son suprème effort dans cette lutte pour Tin-
dépendance de son pays, consista k s'adresser
aux divers peuples de l'Europe et cl leur de-
mander justice.
245
Le 23 novembre 1900 Ie président de la
République Sud-Africaine débarqua sur le sol
de France.
Il n'est pas besoin de s'occuper ici en détail
des faits survenus pendant les dix journées
passées par Krüger en France. Les journaux
en ont donné une relation fidele. Le cceur
des Francais a battu è Tunisson de celui de
ce grand citoyen de la terre africaine. Pendant
tout le séjour fait dans ce pays hospitalier il y
eut une succession ininterrompue de réceptions
et de cérémonies, qui eurent lieu en son hon-
neur. Mais nous n'avons k nous occuper que
des médailles frappées pour illustrer la visite
du Président en France.
Nous devons d'abord faire remarquer, que
pendant le séjour k Paris, M. Ernest Gay,
syndic du conseil municipal remit k Krüger,
Président de la République Sud-Africaine la
médaille d'or réservée au chefs d*états qui vien-
nent visiter Paris.
Cette médaille est ainsi décrite dans un
livre de circonstance rédigé par M. Henri
Daragon. i)
I. Sur la face, une femme négligemment
appuyée dans une attitude pleine d*abandon
I) LHistoire en Bibthi. Le Président Krügbr en France Paris
H. Daragon, Editeur 1901, page 62.
246
naturel et de gr^ce, et représentant la ville de
Paris, repose son regard, la tête tournee vers
Ie palais municipal, dont la haute perspective
emplit rhorizon.
Au revers Tinscription suivante:
DÉPARTEMENT DE LA SEINE
LA VILLE DE PARIS
AU PRÉSIDENT
KRÜGER
27 NOVEMBRE
1900
Des branches de laurier formant bordure
entourent Tinscription.
Cette médaille qui est figurée dans ^S Illus-
tration'' du 15 décembre 19CXD, est Toeuvre du
graveur francais Prudhomme et a été frappée
k la Monnaie. Elle est en or au titre de 950
millièmes et de grand module. (75 m.M.)
i\ Le 23 novembre, M. Krüger quitta Mar-
seille pour se rendre k Dijon. Le trajet fut inter-
rompu k Lyon, öu il y avait un arrêt de 20
minutes. Le Président du Comité lyonnais pour
rindépendance des Boers offrit k M. Krüger
une médaille d'or, portant une figure de femme
avec les inscriptions : LUGDUNUM et: hom-
mage AU PRÉSIDENT KRÜGER EN SOUVENIR DE SA
DÉFENSE GLORIEUSE DES RÉPUBLIQUES SUD-AFRI-
CAINES NOV. 1900.
A Dijon fut offerte au Président la jolie pla-
quette, dont voici Ie dessin:
2, Au milieu est figuré Ie portrait du Pré-
sident avec une branche de chêne k droite. En
haut se trouve la mention: president KRÜGER;
en bas: eendragt maakt magt. (L'union fait la
force.)
Sur Ie cóté Ie nom du graveur: s. nilsson.
En bas Ie mot : dépüsé.
Bronze argenté. Diamètre 40 sur 51 m.M.
Ma collection.
M. SvANTE Nii^soN, créateurdecetteceuvre,
est un jeune graveur d'origine scandïnave. Il
I) JANIRBZ, mdusn dt commtrti, rut iAUtia 144 d Parii. Cetle
maisoD s'occupe de repro duciioni nnUtiques et de frappe de më'
248
est Tauteur d'un certain nombre de médailles
OU de plaquettes, qui ont figuré k Texposition
annuelle de sculpture et de peinture de Paris
en 1898, ainsi qu'è Texposition universelle de
1900. L'artiste a réalisé la médaille de Krüger
pendant que Ie président faisait la traversée
pour se rendre en France. Il y a consacré une
huitaine de jours. La plaquette a été frappée
chez M. Janirez i) et éditée par M. Cheminais,
industriel, ainsi que par M.M. Sevin et Rey,
libraires-éditeurs.
Pour dessiner Ie portrait, M. Nilsson s'est
inspiré de plusieurs photographies de M. Krü-
ger, remontant k 8 ou 10 années. Par suite
Ie président paralt plus jeune qu'il n'était k
son arrivée en Europe.
La branche de chêne, qui entoure Teffigie
du vieillard, a été choisie par Tartiste comme
symbole de la résistance opposée aux anglais.
Ce travail a eu d'abord pour but de rendre
hommage k M. Krüger, mais l'auteur a eu
aussi la pensee de consacrer par cette pla-
quette un souvenir k ceux de ses compatrio-
tes Suédois, qui sont morts héroïquement sur
Ie champ de bataille du Sud de TAfrique.
Tous ceux qui se sont tenus au courant des
événements de cette triste guerre, oü Ie plus
fort accablait Ie plus faible, ont dü être tou-
ches douloureusement en voyant Ie róle qu'une
249
petite troupe de Suédois y a joué dans les
circonstances suivantes.
Ce fut h la bataille de Maorerfontein, qui se
termina si tristement pour les Anglais, que ces
derniers s'acharnèrent après une troupe de 52
jeunes Suédois, qui se trouvaient k un endroit
isolé.
Durant Tespace de 3 heures, ces héros se
défendirent contre des forces bien supérieures.
Au bout de ce temps il ne restait plus que
six Suédois vivants, qui, par un hasard im-
prévu, parvinrent k échapper au malheureux
sort de leurs compagnons. Le graveur Nils-
SON a voulu honorer la mémoire de ses com-
patriotes, qui se sont couverts de gloire.
Nous croyons devoir encore fournir Texpli-
cation du mot „déposé" se trouvant sur la pla-
quette. Ce mot indique simplement qu'un ori-
ginal a été déposé au Tribunal de Commerce
pour créer un droit de propriété au profit de
Tauteur et de Téditeur.
La loi fran^aise prescrit le dépót des modèles
nouveaux dont on veut s'assurer la propriété
exclusive au greffe du Tribunal de Commerce
de la Seine. Lorsque ce dépót du type ori-
ginal et primitif a été ainsi réalisé le deposant
a le droit d'indiquer par le mot „déposé". in-
scrit sur Tobjet, que les formalités nécessaires
pour garantir la propriété ont été accomplies.
250
On ne fait généralement ce dépót que pour
les choses que Ton veut mettre dans Ie com-
merce. Ce détail explique Ie motif pour lequel
Ie mot „déposé" ne figure que sur des médail-
les qui sont destinées k se vendre couramment.
Pour d'autres oeuvres Ie respect de la propriété
artistique suffit pour garantir Tauteur.
Les tirages de la plaquette étaient terminés
Ie jour de Tarrivée du Président k Marseille.
Il a été exécuté 4 exemplaires en argent ainsi
répartis: i)
I entre les mains du Président Krüger,
I entre les mains de M. Cheminais,
I ,. „ „ „ MM. Sevin et Rey,
libraires éditeurs, qui s'é-
taient chargés de la vente.
I „ „ „ du graveur S. Nilsson.
4 exemplaires en argent.
200 „ en bronze argenté,) pour la vente
800 „ „ „ patiné, ) au public.
M. Felix Rey, Ie frère du libraire Rey, s'est
rendu k Dij on et a offert k Krüger Texem-
plaire en argent, qui fut aimablement accueilli.
Il 'n'avait pas encore été exécuté en France
d'autres reproductions sur métal.
i) Nous sommes redevables a M. Paul Bordeaux, membre cor-
respondant de la société hollandaise de numismatique, demeurant d
Neuilly sur Seine, d'une partie des renseignements qui nous ont été
foumis sur ce qui s'est passé en France.
25»
Pendant Ie séjour de Krüger k Dijon, on
distribua des médailles de carton couvert de
papier estampé, dont voicï Ie dessin.
3. Buste de Krüger k gauche, inspiré de
celui se trouvant sur les pièces de 5 shillings
du Transvaal i); au dessous: cartaux 2) paris
Légende: krüger président du transvaal
Revers: L'inscription ci-après:
LES MAGASINS DE LA MÉNAGÈRE
DE DIJON
aux boers
aux heroïques
défenseurs
DE LA
LIBERTÉ
AU TRANSVAAL
1900
Carton, couvert de métal blanc estampé.
Diamètre 37 m.M. Ma coUection.
I) Voir Rnme mumiimaligvt /ran(aiii 1E99, Pri>cèS' verban x des
s^uicd de U Soc" F. de Nun. p. XLIL
a] F. Cartavx. FaMjut <J> jtloHt tt midailUi. 6. Citt Dupttii —
Thauart •) Farit.
'7
252
Cette pièce ainsi que les suivantes ont été
gravées par M. F. Cartaux k Paris, qui en
aurait frapper dans sa fabrique environ 1 5000 '
exemplaires.
4. La deuxième médaille, émise ^ l'occasïon
des fêtes de Dijon, est en cuivre jaune et elle
a été distribuée aux assistants du banquet
oüfert au Président KrÜger et k sa suite.
éé
Elle se trouve gravée sur Ie menu artistique
de l'Hötel de la Qoche, oü eut lieu Ie banquet
d'honneur.
Sur cette pièce Ie nom du graveur, ainsi que
Ie mot „déposé" se trouve sur Ie revers.
Buste identique mais plus petit que celui de
la pièce précédente, k gauche; krüger
Revers: Même inscription.
Cuivre jaune, Avec anneau. Diamètre 27 m.M.
Ma coUection.
Il y a lieu maïntenant de mentionner les
médailles, vendues sur les boulevards pendant
Ie séjour de M. Krüger k Paris. EUes sont
253
de différents diamètres, mais l'effigie du pré-
sident, ainsi que les inscriptions sont parellles.
Toutes ces médailles sont sorties de la fa-
brique M. Cartaux h Paris.
5. La première est de mème diamètre, que
la pièce n°. 2, distribuée è Dijon et elle porte
les mêmes mentions.
Le revers porte cette inscription différente:
AUX BOERS
AUX HÉROÏQUES
DÉFENSEURS
DE LA
UBERTl^
AU TRANSVAAL
1900
Carton. diamètre 37 m,M.
Ma coUection.
6. Même droit de notre n". 4.
Même revers que celui de la pièce précédente.
Aux deux cötés de i'inscription sur le revers;
CARTAUX — DÉPOSÉ
254
Cuivre jaune, avec anneau.
Diamètre 27 m.M. Ma coUection.
7. Même pièce.
Sous Ie buste: cartaux paris.
Carton. Diamètre 21 m.M. Ma collection.
8. Même pièce, avec anneau.
Inscription du revers:
AUX BOERS
AUX HÉROÏQUES
DÉFENSEURS
DU TRANSVAAL
1900
Cuivre jaune. Diamètre 19 m.M.
Ma collection.
Une seule médaille allemande sur Tarrivée
de Krüger en France, sortant des ateliers de
M. Beyenbach k Wiesbaden, i) doit être in-
sérée ici.
9. Le droit de cette médaille est divisée
en trois parties, séparées par des lignes hori-
zontales. Dans le compartiment du milieu, une
hyène marchant k gauche, foulant de la patte
gauche une colombe (FOranje Vrijstaat) tandis
que de la patte droite elle tache d'en attaquer
une autre. (le Transvaal.)
Dans la division supérieure:
LA GUERRE DES B0ERES (sic.)
1900
I) Bbysnbach, Afetallttfoarenfabrik, Gravir^ und AühtManstaU^
17 KilUrstrcust^ Wiesbaden,
255
En bas: l'assassin dit, vous êtes a moi,
CAR MOI JE SUIS GRAND ET VOUS ÊTES PETITS, en
trois lignes.
Revers: Au centre R F (République fran-
?aise) sur un faisceau de licteur, attaché par
un ruban noué en losange, et surmonté d'une
francisque k doublé tranchant. Au-dessus une
étoile, d'oü rayonnent des foudres. Sur Ie ru-
ban: RÉPUBLIQUE FRAN^AiSEet monogramme du
graveur Beijenbach, un b sur un caducée.
Légende extérieure: ♦♦ Vive Transvaal L'ac-
CUEIL DU PRÉSIDENT KrÜGER EN FRANq:E ♦ ^
Argent et aluminium. Diamètre 35 m.M.
Ma collection.
Le séjour du Président Krüger en France
occasionna un véritable enthousiasme de la
part du peuple francais. Le nombre des menus
objets y faisant allusion est considérable. On
vendait k Paris des pipes-Krüger, une assiette
Krüger, un couteau Krüger, des insignes portés
k la boutonnière en forme de drapeau trans-
vaalien, des cocardes bijoux, des jouets, des
cartes postales, tous illustrés du portrait du
président ou des couleurs du Transvaal.
Dix-sept chansons, charmantes dans leur sim-
plicité expressive, ont été pendant ces dix
journées chantées en divers endroits.
256
On peut signalen les strophes suivantes, qui
ont une belle allure :
Salut k toi, peuple héroïque,
Exemple de Fraternité.
lis étaient peu, leurs ennemis sans nombre....
Mais ils luttaient pour la paix du foyer
Frères debout! voyez sur la montagne,
Les habits rouges des soldats anglais!
Que veulent les fils de la Grande-Bretagne ?
Que nous soyons leurs esclaves, jamais!
Ils partaient tous, les enfants et les pères,
Qui simplement devenaient des guerriers,
En embrassant les femmes, soeurs et mères,
Ils leurs disaient: Demeurez aux foyers.
De Paris, Krüger se rendit k Cologne, oü
il fut accueilli d'une fagon tres enthousiaste
par Ie peuple Allemand. Plusieurs médailles
ont été créees en souvenir de son séjourdans
cette ville.
10. Médaille par Lauer. i)
Buste du président de profil k gauche. Sur
Ie droit:
PRi«S.
S. J. P,
KRÜGER
I) L. Chr. Lausr, MüHtpraganstali^ KleinweidtnmühU, 12 l^u-
nmberg.
257
ZUR
ERINNERUNG
BEISPIELLOSEN
VOLKS-
HULDIGUNGEN
IN KÖLN a/RH.
I. — 6. DEZEMBER
1900
Argent et bronze j
Au-dessous de I'épaule, Ie nom du graveur
Lauer.
Belle pièce, avec beaucoup d'expression dans
Ie visage.
Revers: Dans une guirlande de feuilles de
laurier:
En souvenir des hom-
mages incomparables
du peuple k Cologne
sur Ie Rhin.
I I — 6 décembre 1900.
üe. Diam. 36 m.M.
Ma coUection.
Cette médaille est décrite dans Ie Caialogue
de vente du 6 mai 1901 de J. M. Heberle 4
Cologne, n", 1209.
it. La médaille suivante n'est pas signée.
Nous n'avons pas réussi è trouver Ie nom du
graveur.
EUe se rapporte également au séjour de
Krüger è Cologne.
258
Droit: L'aigle couronné de Cologne portant
en coeur, dans un grénetis, les armoiries de
la ville, qui sont: „coupé de gueules k trois
couronnes d'or posées en fasce, et d'argent k
II flammes de gueules, 5, 4, 2."
Les trois couronnes se rapportent aux trois
Rois, tandis que les 1 1 flammes ont été adop-
tées en souvenir des i lOCO vierges, dont les
reliques sont pieusement conservées k Cologne.
Légende intérieure: heiliger ernst kein car-
neval! (Sainte sévérité et pas de carnaval).
Au-dessous de Taigle: köln den i — 6 de-
cember 1900.
Légende extérieure sur une bordure granulée :
♦ BEISPIELLOSE VOLKShULDIGUNG DEM PRASI-
DENTEN KRÜGER voN TRANSVAAL.
(Hommages incomparables du peuple au pré-
sident Krüger du Transvaal.)
Revers: Dans un carré entouréd'un grénetis:
Cologne honore Ie
sacrifice causé par Ta-
vidité et sauve Thon-
neur des Allemands.
Dans les quatre coins:
Fêté dans la Drosoé-
IM GLÜCKE vAcviio ld ^iv/op^
gefeiert, rite.
IN unglück ' Respectédanslemal-
geAchtet! I h^^^^
KÖLN EHRT
DAS OPFER DER
HABSUCHT UND
RETTET DIE EHRE
DER DEÜTSCHEN
259
Légende extérieure: ♦seht! wie SIE alle
ZU HAUSE SIND, DEN MANTEL HANGEND NACH
DEM wind!
Ce qui veut dire : Regarde leur maniere d'a-
gir, ils mettent Ie manteau comme vient Ie vent.
Argent et alliage de bronze. Diamètre 36 m.M.
Ma collection.
Décrite dans Cat. J. M. Heberle, n^ 1558.
12. Médaille satirique. Même droit.
Revers: Divisé en trois compartiments hori-
zontaux. Dans celui du milieu sur un champ
lisse: freiheit die ich meine. (Commeje désire
la liberté.) En haut: heil/dem gauner/lihung-
tschang/fort mit krüger/dem feinde der RAü-
ber!/ en cinq lignes. Traduction:
Vive Ie fripon Lihüngtschang. A bas Krü-
GER, Tennemi des brigands!
En bas: wir deutsche/fürchten gott und/
england! en trois lignes. Traduction:
Nous autres allemands craignons Dieu et
TAngleterre.
Dans Texergue: cham — berlain, figure ^ la
potence.
Bronze et alliage de bronze. Diam. 36 m.M.
CaL J. M. Heberle n^ 698.
13. Même pièce mais légèrement variée.
L'inscription du milieu est sur un champ
granulé et la poutre transversale de la potence
est en ligne droite.
26o
Argent. Poids i8 gr.
Caf. Heberle, n^ 702.
14. Médaille de Beyenbach k Wiesbaden.
Buste de Krüger k gauche, au-dessous sur
un ruban: eendragt maakt magt
Légende: paul krüger prAsident d. repu-
BLICK TRANSVAAL.
Revers: Les armoiries du Transvaal et celles
de Cologne inclinées dans Ie champ et sur-
montées d'un soleil rayonnant. Dans Tangle
de jonction des deux armoiries : ^^^
.Légende entre deux grénetis: besuch d. prA-
SIDENTEN PAUL KRÜGER IN KÖLN.
Argent et aluminium. Diam. 30 m.M.
Cabinet de la Haye.
Cette médaille ainsi que les deux numéros
qui suivent, portent la date „novembre" ce
qui est inexact, car Ie séjour du président è
Cologne a dure du 1 au 6 décembre 1900.
15. Dans un terrain montueux, un boer, te-
nant un fusil dans sa main droite étendue, tombe
^ terre. frappe d'une balie ennemie. A ses
cótés on voit un autre boer, couché par terre
et visant Tennemi avec son fusil.
T , , BURENKRIEG , t,
Légende: ^^^_,^^ = guerre des Boers.
Le revers est identique k celui de la pièce
précédente.
Argent et aluminium. Diam. 30 m.M. Voir
le n°. 27.
201
i6. Buste du Président i gauche. Légende:
P, KROGER PRASIDENT D REPUBLICK TRANSVAAL.
Revers: Ecu portant les armoiries de Co-
logne dans un grénetis.
En haut; köln; en bas: november 1900.
Légende: besuch des prAsid enten paulkrüger.
Argent et aluminium. Diam. 25 m.M.
Finalement Krüger est venu se reposer en
HoUande. On peut s'étonner, que dans ce pays,
si rempli de sympathie pour Ie peuple Boer,
11 n'ait été frappe qu'un nombre relativement
restreint de médailles en leur honneur. Nous
avons k citer en premier Heu la médaille, qui
a été offerte ^ Krüger è Arnhem, Ie 6 décem-
bre 1900. Le président est passé ce jour-Iè
par cette ville, en venant de Cologne pour se
rendre k la Haye
Cette belle ceuvre artistique a été exécutée
par J. C. WiENECKE, graveur néerlandais de
grand mérite, sur l'initiative de W. H. Zee-
man, i) orfèvre k Arnhem.
M M. Zbkmak, chu qni ie Irouvent en vcnte de> cxempUiret en
ot, en u-eent el en btonie, moyennuil 30. 3.35 el 1.15 florini, ■
igalenenl mii dani le commerce «vee boucoap de luccèa, de> em-
preinte* de celte mé<Uille en fonne de brochei, de breloquet, etc.
202
17. Le droit fait voir la figure k mi-corps
d'un Boer, le chapeau sur la tftte en costume
de guerre, portant la ceinture k cartouches
devenue historique. De ses deux mains il
porte le fusil Mauser. L'expression de son vi-
sage exprime la perspicauté et la force.
Le guerrier se trouve au milieu des „kop-
jes", petites éminences de terrain, qui, k cer-
tains endroits, peuvent atteindre des hauteurs
considérables.
Dans le fond on remarque faiblement estompé
un char k boeuf, conduit par un boer.
En haut cette inscription: alles zal recht
KOM — Tout réussira k la fin — dicton de
M. Brand, ancien président du Transvaal, ac-
tuellement décédé i).
On voit au revers un veau d'or, place sur
un piëdestal de 4 marches, pourvu des dates
1899 — 1900. Les tables de la Loi mutilées
sont renversés sur les marches. A gauche du
piëdestal, des croix dësignent des tombes. On
remarque sur les cótés deux vautours. Dans
Tair une bombe ëclate ; les ëclats en s'ëloignant,
se transforment en nuages de fumëe, dans les-
quels on lit: god behoede land en volk —
Dieu protégé le pays et le peuple — paroles
prononcëes par M. Krüger. Le sens allëgorique
I) DicriU par M. Z wierzin a dans Tijdschrijt^ 190», p. 315.
203
de ces représentations se comprend aisément.
Le veau d'or signifie Ia majesté de Targent,
qui regarde avec indifférence les désastres qu'il
a attirées. Les vautours rappellent la rapacité
des soldats anglais.
M. WiENECKE mérite des éloges pour sa
belle création, qui est des plus réussies.
Il a été offert k Krüger un exemplaire de
cette médaille en chacun des trois métaux:
or, argent et bronze. M. Zeeman a envoyé
en cadeau k MM. Fischer, Wolmarans et
Wessels, les triumvirs sud-africains, qui ont
précédé de plusieurs mois le président Krüger
en Europe, des exemplaires en argent-doré, en
argent et en bronze.
La médaille de Wienecke a déjk été publiée
dans une revue néerlandaise de littérature i), mais
elle n'a pas encore été gravée dans une revue
numismatique, du moins k notre connaissance.
M. Zeeman a eu Tobligeance de prêter pour
eet article les empreintes dont on s'est servi
pour illustrer une étude sur le graveur J. C.
Wienecke, parue dans la i'« livraison de „-£*/-
seviers maandschrifty
Nous devons ensuite citer une autre médaille,
offerte au président par MM. J. M. van Kempen
et FiLS, pendant son séjour k la Haye.
I) Elsevier s maandschrift.
204
i8. Cette médaille en argent, est entière-
ment ciselée k la main. Le droit porte une
représentation du „Gelderland" vaisseau de
guerre néerlandais en pleine mer.
Légende: onder godes bescherming op de
GROOTE WATEREN.
(Sur les grandes eaux sous la protection de
Dieu.)
Le nom du navire se réflète sur les ondes.
Sur le revers on Ut rinscription suivante:
„Aan Zijne Excellentie S. J. P. Krüger, staats-
„ president der Z. A. Republiek, aangeboden
„door J. M. VAN Kempen en Zonen, Kon. Ned.
„fabriek van gouden en zilveren werken te
„Voorschoten.*'
(A son excellence S. J. P. Krüger, Président
de la République sud-africaine, offert par MM.
J. M. VAN Kempen et Fils, fabrique royale
néerlandaise d'orfèvreries et d'argenteries k
Voorschoten.)
Ces mols sont entourés d'une branche de
palmier accompagnée d'une ancre et d'un so-
leil levant, symboles faisant allusion k la con-
fiance dans une paix finale et basée sur la
Justice. Il n'a pas été fait d'autres exemplaires de
cette médaille, qui, comme nous venons de le
dire, est entièrement travaillée k la main.
MM. VAN Kempen ont bien voulu nous écrire,
que les empreintes en gutta percha prises d'a-
205
prés la médaille, s'étaient bientöt cassées, et
que ces messieiirs n'étaient plus en possession
du croquis d'après lequel la médaille avait été
ciselée.
Un des premiers jours après son arrivée k
la Haye, M. Krüger se rendit chez la Reine
WILHELMINA, afin de lui présenter personnel-
lement ses hommages.
La médaille suivante rappelle cette visite k
la Cour néerlandaise. Elle a été exécutéé par
Beyenbach i Wiesbaden.
19. Buste du président è gauche. Au-dessous
de I'épaule une branche de laurier sur laquelle
est un écu portant les armoiries de la Repu-
blique Sud-Africaine.
Légende: paul krüger president D(er) re-
FUBLICK (sic) TRANSVAAL B.
Revers: Les armoiries couronnées des Pays-
Bas entre deux étoiles surmontées de: holland.
En bas: 1900. Le toutentouréd'unecordelette.
Légende : bezock (sic) D(es) presidenten krü-
266
GER AAN HET KONINGLIJKE HOF B. (Visite du
président k Ia cour royale.)
Contour perlé.
Toutes les médailles sortant des ateliers de
Beyenbach i Wiesbaden, portent la marque
de la fabriqHe, c'est k dire un b sur un caducée.
Argent et aluminium. Diam. 36 m.M.
Collection de la Monnaie i Utrecht, r)
20. Médaille de M. H 1 ppolvte le Rov, statuaire-
médailleur k Gand, ayant pour sujet Ie secours
prêté au président par la reine des Pays-Bas.
Des journaux illustrés ont déji reproduit le
dessin de Ia médaille 2) qui nous allons décrire.
Les gravures que nous avons eues sous les
yeux, la représentent considérablement agran-
die en lui donnant un diamètre de 60 m.M.
I) J'exprirae loute ma erttliiude i MM. Zwibrzina, van Kuk-
wijK el TER Gouw, qui ïtcc la plus aimable obligcance, ont bien
voulu me sign&ler les exemplaires des médailles Krüger figurant
dans leurs cabineti, on in'ont foumi de* rensejgnementi inlércssanU-
2) Nous devons le clicbé de cctte médaillE i l'obligéuice de M.
ScKULKAN d' Amersfoort.
26;
La médaille que M. le Rov a bien voulu nous
adresser, ne mesure que 30 m.M. seulement.
Cette oeuvre doit son origine k une idéé
émise dans le journal de Bruxelles, Ie Petit
Bleu. i) Cette publication avait fait appel k
rinitiative des artistes pour Ia création d'une
oeuvre sculpturale ou autre k offrir a la Reine
de Hollande en souvenir de son admirable
conduite vis k vis du représentant des répu-
bliques sud-africaines.
M. LE RoY, chevalier de Tordre de Léopold,
sculpteur k Gand, adressa deux projets kVsid-
ministration du Petit Bleu.
Celui d*un groupe allégorique et seconde-
ment celui d'une médaille qui avait k ses
yeux rimmense avantage de permettre k tous
les partisans de la justice, admirateurs des
Boers, collectionneurs, etc, de manifester leurs
sentiments en acquérant une reproduction de
cette médaille rappelant un des actes les plus
importants de la fin du siècle dernier.
Le Petit Bleu, qui avait proposé comme
sujet, une reproduction du groupe d'AxTiGONE,
préfèra s'en tenir k cette première pensee qu*il
trouvait conforme k la réalité. L'histoire de
cette célèbre et malheureuse femme de Tanti-
quité est bien connue.
Antigone devait être représentée suivant en
I) Communicmtion de M. Hippolyte le Roy.
18
268
exil son père aveugle, Oedipe, Ie célèbre roi
thébain. Cette noble fille avait servi de guide
fidele pendant Ie voyage de son père en Grèce.
Cette comparaison d'ANTiGONE avec Ia reine
WILHELMINA, qui prêta secours k un vieillard
pour lui permettre de réaliser un pélérinage
en faveur d'une oeuvre de Justice, ne fut pas
approuvée a Tuninamité.
M. LE RoY, sur Ie conseil d'autres personnes,
projeta une médaille, dont Ie sens concordait
d'une fagon encore plus claire avec les actes
de la jeune reine.
En voici Ia description:
Droit: Profil de Ia Reine Wilhelmina dia-
démée k gauche.
Légende : wilhelmina-koningin der-neder-
landen £ 19CX).
Sous Tépaule, Ie nom du graveur : hip. le roy
Revers: Une femme, coiffée d'un bonnet
frison, le pied sur un piédestal, portant le nom
„Gelderland" Ie costume tres gracieusement
drapé, tend de Ia main droite, une égide ainsi
qu'une branche d'olivier sur la tête du prési-
dent Krüger, qui marche, la tête découverte.
Le président, tenant Ie chapeau de Ia main
droite porte de l'autre un rouleaü avec Tinscrip-
tion „justice/* II est guidé par le bras sur
son chemin plein d'obstacles.
Légende : souvenir db la courageuse protec-
209
TIOX ACCORDÉE PAR LA REINE db HOLLANDE au
PRÉSIDENT DU TRANSVAAL. LOUREN^O-MARQUES
MARSEILLE IQOO.
En bas: s. e. paul krueger.
Argent. Diamètre 30 m.M.
Ma collection.
La femme frisonne ne représente pas, comme
on serait porté k Ie croire, la reine Wilhel-
MiNA, mais elle figure, comme M. le Roy a
bien voulii nous Técrire, Ia Hollande même,
protègeant le pélérin de la Justice. Son Excel-
lence P. Krüger, marchant la tête découverte
vers son but sublime „la liberté et la justice"
pour son vaillant peuple opprimé.
„Il est bien vrai/' continue M. le Roy, „que
„votre tres gracieuse Souveraine personnifie
„admirablement le peuple tout entier, mais
„ayant réserve la face de la médaille k la re-
„production de straits charmants de Sa Majesté,
„j'ai voulu en plus incarner le peuple hoUan-
„dais dans Ia figure qui protégé Ie beau vieil-
„lard, que tout le monde vénère."
Cette médaille a été congue d'abord pour
être exécutée d'une plus grande taille, mais Ia
demande d'exemplaires d*une grandeur permet-
tant d'en faire des broches et des breloques
pour les porter ostensiblement k titre de pro-
pagande, a été cause que le graveur a reduit
Ie diamètre de la pièce k 30 m.M.
270
M. LE RoY n'a pas encore offert un exeni-
plaire de sa médaille k la Reine Wilhelmina,
ni au président du Transvaal, mais son intention
est de consacrer Ie benefice, que rapporterait la
vente de cette pièce k la frappe de trois exem-
plaires en or, k offrir au président Krüger, k
S. M. WILHELMINA et au commandant du „Gel-
derland,** si ce désir peut recevoir sa réalisa-
tion. i)
20A. Le 13 décembre iqcxd, M. Krüger donna k
la Haye une grande réception, k la quelle
beaucoup de personnes assistèrent. Le conseil
d'administration du „Volksweerbaarheid" (Co-
mité pour la défense du peuple) composé notam-
ment de MM. le D'^. G. Kalff, professeur k
Tuniversité d'Utrecht et A. L. W. Seyffardt,
ancien ministre de la giierre k la Haye, offrit
une médaille d'or au président Krüger.
Sur Tune des cótés on lit: volksweerbaar-
HEID • HOOFDBESTUUR • GRONDWET- ARTIKEL 180 —
ALLEN WEERBAAR- (Défense du peuple, Admi-
nistration directrice, loi fondamentale article
180 — tous en état de porter les armes) tandis
que le revers porte cette inscription: hulde aan
i) M. LE RoY a cédé le monopole de la vente de sa médaille A
M. J. ScHULMAN d*Amersfoort. Les amateurs qui désireraient se la
procurer poiuront acquérir les pièces eu vermeil pour 17 fr. 50, celles
en argent pour 14 francs., bronze argenté 7-So, bronze 4 francs.
271
Z.EXC. S. J. P. KRUGKR, STAATSPRESIDENT DER
ZUID AFRIKAANSCHE REPUBLIEK. (HomiTiage k
Son Excellence s. j. p. krüger, président de la
république Sud-Africaine).
21. La petite médaille que nous allons citer
est frappée par MM. Mayer et Wilhelm k
Stuttgard. II en existe des exemplaires en ar-
gent et en bronze. EUe a été vendue sur les
boulevards d'Amsterdam, lors de la visite du
président k la capitale des Pays-Bas.
Droit: Le buste du président vu de face,
revêtu des insignes présidentiels.
Légende : s. j. p. krCger.
Revers: Les armoiries du Transvaal, i)
Légende: eendracht maakt macht (L'union
fait Ia force).
Argent et bronze. Diam. 25 m.M.
CoIIection du Cabinet Royal de Ia Haye.
I) Voici la description détaillée des armoiries de la république
Sud-Africaine. L'écu ovale, coupé: au premier parti: a. de gueules
a un lion, couché et contoumé, d'or. sur une terrasse de sinople; ó.
d'azur a nn Boer habillé, coifTé d'un chapeau rond, tenant de la main
gauche un fusil, la crosse en bas, i>ur une terrasse de sinople. Au
second de sinople a un chariot de voyage au naturel, couvert d'une
icniure blanche et ronde, le timon 4 sénestre. En coeur un écu
héraldiiiue d'argent, k une ancre de sable, la guroène de méme, a
traverse de jfucules.
L'ccu ovale est surmonté d'une aigle héraldicjue de sable bec(]uée
et membrce de gueules, le vol abaissé, le téle contournée.
Dévisc: EENDRAGT MAAKT MAGT
De cha(|ue c^^tc de Técu trois drapeaux, croisés fascés de trois
pièces de gueules. d'argent et d'azur ((jui est des Pays-Bas) A un lé de
^inople perpendiculaire 1 la hampe.
272
Après avoir résidé successivement k la Haye
et k Utrecht, M. Krüger s'est établi depuis Ie
mois d'avril 1901 pour la saison d'été dans une
villa k Hilversum, bourg pittoresque, situé entre
Amsterdam et Utrecht. C'estdoncdans eet endroit
que M. F. J. Brügel, président de la section
„Hilversum*' de la société d'ouvriers néerlan-
dais ayant pour devise: „Patrimonium*' lui
offrit une belle médaille en argent, dont la
description suit:
22. Entre deux branches de laurier nouées
par un ruban, cette inscription est gravée:
AAN
PRESIDENT
KRUGER
Revers: Continuation
VAN DE AFDEELING
HILVERSUM
N. W. V. PATRIMONIUM
AAN HAAR EERELID
BIJ ZIJN KOMST ALHIER
6 APRIL I9OI
ps. 34 = 23.
(De Heer verlost de
ziel zijner knechten; en
allen die op Hem be-
de la légende du droit :
Au président Krüger.
Offert par la section
Hilversum de la Société
néerlandaise d'ouvriers
k son Membre d'Hon-
neur, lors de son arri-
vée k Hilversum. 6 a-
vril 1901.
L'Eternel rachète
Vkme de ses serviteurs
et aucun de ceux qui
273
trouwen, zullen niet se retirent vers lui ne
schuldig verklaard sera détruit.
worden.)
Cette médaille renfermée dans un étui de
cuir brunSltre doublé de satin rouge, a été
exécutéé par les soins de MM. van Kempen en
Zonen k Voorschoten.
La société „Patrimonium" est une associa-
tion ayant un caractère religieux.
Les médailles qui nous restent encore k citer
ont toutes pour objet Ia glorification de Krü-
ger et des Boers. Elles sont frappées en Al-
lemagne.
23. Médaille du graveur viennois Anton
SCHARFF i).
Droit: Buste de Krüger de trois quarts k
gauche. Aux deux cótés du profil:
DER
PAUL KRÜGER ZUID
PRESIDENT AFRIKAASCHE
SCHARFF REPUBLIEK
10 OCT. 1825.
Revers: Un chêne avec des feuilles et des
glands, autour duquel s'enroule une branche
d'oranger pourvue de fruits.
I) Cette médaille est décrite dans les Frankfurter ATüntbldtter I
n° 10 — II et dans Tijdschrift Munt- en Fenmngkttnde 1900 p. 141.
Elle a été mise en vente chez M. Schulman d' Amersfoort, qui
livre les exemplaires d*argent i raison de 6 florins, les exemplaires
en bronze pour / a.50.
274
Entre les différents rameaux cette légende:
AAN DE DAPPERE STRIJDERS VOOR RECHT EN VRIJHEID
1899 -1900
(Aux énergiques défenseurs de la justice et
de la liberté.)
En bas, dans un cartouche, se trouve un
petit agneaii, partie des armoiries de M. Ba-
CHOVEN voN Echt, qui a pris Tinitiative de la
création de cette médaille, la première en date
des „KRüGER-penningen'\ La date de looctobre
1825 est celle de la naissance de M. Krüger.
Il en résulte, que Ie président a atteint Vkge
de 70 ans, Ie 10 octobre 1900. Ce jour-li
doit avoir été un des plus tristes de sa vie
entière. Le noble vieillard venait de quitter
Ie sol de sa patrie, laissant son pauvre peuple
dans la plus grand détresse.
Pour comble de malheur cette même date
était celle du commencement de la guerre en
1899.
Une année entière s'était écoulée sans que
rhorizon se dégage^t des nuages de tristesse
qui couvraient le Transvaal.
Le 10 octobre 1900 le président se trouvait
k Louren^o-Marquez, attendant avec anxiété
l'arrivée du navire k bord duquel il se trou-
verait en sureté. Versie 19 octobre Krüger par-
tit pour l'Europe.
Bronze. Diamètre 39 m M.
275
Collection du Zeeuwsch Genootschap i Mid-
del bourg.
Plaquette et médaille de L. Chr. Lauer k
Wiesbaden.
-4- Plaquette. Buste du président k gauche
dans un cercle entouré de branches de chêne
et de laurier. Au-dessous de I'épaule, Ie nom
du graveur Lauer.
Pièce artistique. En bas du parallélogramme :
•s; j: TAUi. krC<;er pkaes. der buren rkj'ublik
Le portrait du président est copié avec beau-
coup de succes sur les effigies du numéraire
Transvaalien. Les poin^ons avec lesquels les
monnaies trans vaaliennes ont été frappées k
Pretoria, ont été achetés, en 1892, k la Mon-
naie royale de Berlin, et sont l'oeuvre de Otto
276
ScHULz, graveur k cette Monnaie. Les machi-
nes nécessaires pour la frappe des pièces ont
été livrées par M. Löwe de Berlin.
La Monnaie de Pretoria a travaillé jusqu'au
3 juin 1900, date oü la première bombe anglaise
éclata au-dessus de Ia ville. i)
Les pièces de 5 shillings sont les plus rares
de ce numéraire; depuis 1892, il n'en a plus
été frappe. En 1900, pendant les derniers jours
du gouvernement Boer k Pretoria, 2400x3 exem-
plaires du „pond d'or'' ont encore été exécu-
tés. Le gouvernement Sud-Africain en quittant
cette ville a eu soin d'emporter tout Tor mon-
nayé, ainsi que des milliers de plaques d'or,
qui se trouvaient préparées pour la frappe.
Les plaques après avoir été munies d'une
bordure, ont été livrées ensuite k la circulation.
Bronze. Hauteur de la plaquette 56 sur 37 m.M.
Ma collection.
25 Médaille. Même buste, mais sans entou-
rage de rameaux.
A droite: PRits.
s. j. p.
KRÜGER
Revers: Les armoiries du Transvaal, sur-
montées de Taigle et entourées de drapeaux
nationaux.
I) Voir Tarticle ^ fiber Transvaal' MüntetC^ dans ^yFrankfurter
Mün%blAtter'\ Il n<> 20— 21.
277
Au-dessous sur un ruban: eendragt maakt
MAGT 1899 — 1900.
Légende : ZUR erinner2 an die siegr. schlach-
TEN DER BUREN GEGEN DIE ENGLANDER • (En
souvenir des batailles victorieuses des Boers
centre les Anglais.)
Bronze. Dïamètre 36 m.M.
Ma collection.
26. Médaille de Beyenbach è. Wiesbaden.
Le droit de cette médaille est divisée en trois
parties comme sur. notre n" 9. Même figures.
Légendes allemandes.
Dans Ia division supérieure : burenkrieg
1899 — 1900.
En bas : Da sprach der Mörder ihr seid mein,
denn ich bin gross und hir seid klein. • b • , en
quatre lignes. (Et l'assassin disait ; vous ètes
k moi, car moi je suis grand et vous ètes
petits.)
278
Revers: Entre une étoile et des ornements
cette inscription :
Seigneur fais paraïtre
et disparaitre les tem-
pêtes.Chaqiietentation
noiisfortifiera,Sei<fneur
vetiille ne pas nous pri-
ver de I'espace, de l'air
B ' et de la lumière du ciel.
Argent et bronze. Diam. 36 m.M.
Ma collection.
HERR LAbS STCR^fE |
gkh'n l'nd kommen '
jede prükun'g. soll l'ns ;
FROMMEN
IIERRNIMMUNSEINESN'ICIIT
RAUM L'ND LUFT UND j
HIMMELSLICMT
27. Droit: Celui de notre n" 15. maïs de
plus grand diainètre.
Légende commencant en bas: Wer als Held
sein Blut für der Freiheit Gut seinem Volke
gab der schlaft stlss im Grab • u * (Quiconque
versera son sang pour la liberté de son peiiple,
dormira paisiblement dans sa tombe.)
Revers: Le flan est coupé par deux lignes
verticales. Dans le compartiment du centre.
279 *
cette inscription au-dessous d*un soleil rayonnant:
' Seigneur vois notre
Herr sieh die Not-.
in Smach u. Tod!
Goldgier'ge Brut
lacht unsrer Thranen
lechzt gleich Hymnen
nach unserm Blut.
Steh du uns bei
Herr mach uns
Frei!
danger. On nous ou-
trage, on noustue. Une
nation avide d*or, se
moque de nos larmes
et lèche comme des
hyènes notre sang.
Seigneur rends nous la
liberté.
Aux deux cótés des branches de chêne. En
bas des rinceaux entre lesquels b.
Argent et aluminium. Diam. 39 m.M.
Ma collection.
28. Buste du président k gauche, type de
notre n"*. 14.
Même légende.
Revers: Sur un écu, les armoiries de la
République Sud-Africaine.
Légende: süd afrikanische repubuk
Le monogramme du graveur en bas entre
six étoiles.
Les n***. 26 — 28 sont tous frappés par Beyen-
BAcn k Wiesbaden.
Nous terminons cette courte notice en faisant
les souhaits les plus ardents pour Theureuse
réussite de Tappel que le Président Krüger
fait h la justice de la vieille Europe.
Les jours glorieux passés en France ont
28o
pu jusqu'^ présent ne pas produire d'effet
direct pour assurer aux Boers leur entière li-
berté. Mais, indirectement, ils ont servi èt sou-
tenir Ténergie morale du peuple sud-africain.
Chaque mot de sympathie, dit en faveur des
Boers, est une semence qui doit produire des
fruits au centuple.
Mai 1901. Marie de Man.
V .
BouwstofTen voor eene Geschiedenis van het
Nederlandsche Geld- en Muntwezen.
Fot*. CXLJ V*^, Copie van der Ordonnancie
up t stuck van der munten ge-
maict in den jaere XIIIJ^ vier
ende dertich XXIIJ in Julio.
Phillips bij der gracie Goids Hertoge van Bourg.
etc. doen cond allen luden, dat wij mit goeder mey-
ninghe ansiende ende wael overdenckende die g^oote
achterwesen ende verliese die onse gemeene onder-
saten ende goede cooplude van onse landen, een lange
tijt gehad ende geleden hebben, overmits den inbre-
ken van der ordonnancie van onser munte die also niet
bewaert noch van onsen ondersaten onderhouden en
heeft geweest veel ende alrehande diversche ende
conterfeyte munten zijn gecoomen vuyt menigen lan-
den ende heerschippien gemaict ende geslagen up tie
ordonnancie ende nader conterfeytinghe van onsen
pennijn. beyde van goude ende van zilver de welcke
loop ende ganck gecregen hebben boven hooren prijse
ende waerde overal in onsen lande van H. van Z.
282
ende van V. omdat zij gelijck den onsen ontfanghen
genoomen ende vutgegeven hebben geweest. Also
dat daerom alle goede munten verloopen ende soe
upgeclommen zijn, dat men qualick thans onder onsen
gemeenen luyden die voorsz. goede penn. ende mun-
ten sal weeten te taxeren ofte prijsen up hoere
waerde, om die vermeenichthede der quader ende con-
terfey^ter penn. voorsz. Ende indien dat ten besten
by ons ende onse lande hier in niet voorsien en hadde
gesijn het waer gescepen geweest dat die coopman-
scippen ende wailvaert onser lande daer bij te nyente
ende verderflick ende oock al dat goede geit in cor-
ten tyden versteken ende onse ondersaten mit listicheyt
ontogen gewerden soude hebben. Twelck ons al te
onbevallick geweest ende groote ongenouchte daer in
gehad soude hebben mair wij die alle wege als recht
is ende reden eyscht mit goeden meyninghe ende
mit alle onser herten poogen ende arbeyden willen
in die vordernisse ende wailvaert onser gemeenre luy-
den ende ondersaten van H. van Z. ende van V. heb-
ben geordonniert ende geslooten bij goetduncken ende
ingeven van onsen landen van Brabant, Vlaendren,
Henegouwen, Hollant, Zeellant ende Vrieslant voorsz.
ende bij goeden rijpen rade ende groote voorsie-
nicheyt van veele goede notabele parsoonen die hem
vuterlick daerin bemoeden ende tot meeniger tijt
daerom vergadert hebben geweest een nyeuwe voet
van eenre munte beyde van goude ende van zilver
dewelcke wij aireede doen wercken van sulcker waer-
den gewichte ende aloyc gelyck hier na bescreven
ende verclaert staat. Dats te weeten eerst eenen pen-
283
ninck van goude geheten Phillipus die houden sal
XXIIJ carathen ende drie vierendeel ende een zestienden
deel van een caraet fijns goudts sijmer (sic) i) sulck ende
also fijn in aloye als den nobel van engelant nu t(er)
tijt loop hebbende, ende van LXVij»/2 in die troy-
sche marck eenen halven Ingelschen t(er) remedie
in de snede, welcke onse voorsz. penninck loop ende
ganck hebben sal voor iüj j:? gr. der nyer zilver mun-
ten hier na verclaert. Item eenen penninck geheten
halve Phillipus van gelijcken aloye ende remedien
van CXXXV in der sneden vuyter troyscher marck
voor IJ ^ gr. van den voorsz. zilveren munte, van
wekken penn. wij hebben sullen van elcker troyscher
marck voor onse sleyschat ende brassage 2) eenen
Phillipus ende die overbate die coopman. Item eenen
zilveren penninck van IJ gr. van v. d. 3) Conincx zil-
vers in aloye LXXIJ vuyter Troyscher marck wercx,
een greyn in alloye ende eenen halven penn. van
IJ gr. in die snede t(er) remedien up elck marck wercx,
ende voort halve groote vierendeel ende achtendeelen
van grooten gealloyeert ende gesneden alsoot behoort
na dese voorsz. penn. van IJ groote. Ende dese
zilveren munte sal men oock van nyeux ende jegen-
woordelic van onser wegen voortan doen slaen daer
of wij van elcker Troysche marck zilvers voor onse
sleyschat ende brassage hebben sullen XV groote ende
die coopman XXIJ [i IX d. gr. vuytgesteken die penn.
1) Er staat duidelijk sijmer — dat zal moeten zijn ijmer.
2) Sleyschat. Zie over dat woord ,/iIf jVavorscAfr**, jaargangen :
XXIV. bl. 568. 584; XXV, bl. 64, 187; XXVI bl. 300.
Brassage - - muntloon.
3) V. d. vijf deniers.
19
284
van goude ende van zilver in de ordonnancie dear
up gemaict verclaert welcke penn. van goude ende
van zilver gelijck die benoomt ende bescreven staen
onse muntmeesters van Hollant die nu zijn, die an-
genoomen ende belooft hebben up ten ketel ende up
alle hoer goeden jegens ons te verbeuren die te doen
wercken ende maken in sulcker waerden ende van
sulcken aloye ende gewichte als voorsz. staet. Ende
want wij sijmer (sic) willen ende bij deser ordonnancie
van onser munten voorsz. meynen te verhoeden
die groote dwalinghen des payments voorsz. Soe
hebben wij voir ons ende onsen nacommelingen
graven of gravinnen van Hollant gelooft ende geloven
jegenwoordelick mit desen onsen brieve, onsen lande
ende goede steden van Hollant v. Zeellant ende v.
Vrieslant voorsz. dese voorsz. penn. van goude ende
van zilver so zij genoemt ende gescreven staen te
doen maken ende wercken ende die voorsz. munte
also te onderhouden twintich jaeren lanck achter een
naestcomende geduerende daer dat eerste jaer of be-
gonnen ende inginck up S'* Maertinsdaghe in den
winter lestleden, dat was up ten XJ*"" dach van No-
vember int jaer ons Heren als men screef duysent
CCCC drie ende dertich ende sal eynden ende vuyt-
gaen daer na up ten selven Sinte Maertinsdach over
XX jaer voorsz. Ende mits dese voorwaerde ende
geloften voorsz. zoe sullen wij mede gehouden zijn
dese voorsz. penn. van goude ende van zilver niet
te doen verargen noch te lichten in eeniger manieren
ende oock binnen den tijt voorsz., geen andere munte
ofte penn. doen slaen dan voorsz. is. Ende sullen
285
hierom onse voorsz. lande ende steden v. H. van
Z. ende v. V. voorsz., of die geene die des van hoere
wegen machtich wesen sullen alweege alst hem ge-
nougen sal, buyten onse oft sonder consent van ons
te hebben up tie voorsz. penn. van goude ende van
zilver prouve ende assaye moogen doen nae hoere
goetduncken ende wille up dat zij altijt daarbij weeten
moogen of hem die muntmeesters quyten, ende also
wercken als zij van rechtswegen schuldich zijn te
doen. Ende oft tot eeniger tijt gebeurde, dat wij
sijmer (sic) hoopen dat niet zijn en sall dat onse
muntmeesters voorsz. die nu zijn of namaels onse
muntmeesters van HoUant werden mochten him ver-
boesden of versuymelich werden wouden in onser
munten voorsz. also dat bij hem onse munten ge-
archt of in eeniger wijs gelicht werde i), niet je-
genstaende die verbeur nisse van hoer lijve ende
goede voorsz. ende wij bij versuymcnisse over die
onderhoryge geen correctie en deden, ofte en wou-
den doen als wij mit rechte schuldich waren ende wij
des vermaent werden zoe sullen dan onse lande ende
steden van H. v. Z. ende van V. voorsz., binnen
eenre maent na der maninghe voorsz. over den on-
derhorygen moogen rechten ende dat verhalen an
sijnen lijve, gelijck ende in alre manieren off wij
selver dat deden doen, ende of dat bij ons geschiet
waer sonder yet daer an te misdoen ofte breucken
jegens ons ende onser heerlicheyt in eeniger wijs,
maer omdat die kennisse van onser munte ons al-
leen van onser hooger heerlickheyt wegen, ende nie-
I) Slechter of in eeniger wijs lichter gemaakt werde.
286
mant anders toe en behoort, mit anders die breucken
ende beteringen daertoe dienende, Ende dat eenighe
dese voorwaerde ende overdrachte voorsz. verstaen
mochten in achterdeele van onser heerlicheyt voorsz.
ende trecken in toecoomende tijden, tot horen prof-
fyte ende voirdele tselve dat voorsz. is, Soe ist dat
wij dit willen ende begeren te behouden onse rechten
ende heerlicheden als reden is verclaren ende kundigen
hier of onse meyninge in deser manieren dat so wes
in den punten van der munten voorsz. bij ons over-
gegeven is, dat niet coomen noch wesen en sal in
eenigen hinder achterdeele ofte preiudicie van ons
onse rechten of heerlicheden voorsz, maer hebben
alleenlick dese werve i) dit gedaen ende geconsentert
in vordernisse van ons ende onser munten ende om
die wailvaert van onsen gemeenen lande voorsz.
also dat wij ende onse nacommelingen teynden die
tijt van XX jaren voorsz. van dese voorwaerden ende
ordonnancie quyte ende vrij wesen sullen ende sullen
dan mit onser munte ende hooge heerlicheyt moogen
doen ende disponeren gelijck ende in alre manieren
als wij gedaen mochten hebben eer dat dese voor-
waerden ende overdrachten aldus geschiet ende bij
ons overgegeven waren sunder yemant him des te
bewinden of eenich seggen daer in te hebben mits
die ordonnancie voorsz. ende behoudelick altijt in
allen anderen saken onse rechten ende heerlicheden
voorsz. Ende des te getuyghe soe hebben wij onsen
segel an desen brief doen hangen, Ende omdat die
I) Werve — maal, keer.
28;
hoochgeboorne vorste Hertoghe van Bourgoén. onse
lieve genad. Here voirn. zijnen lande ende gemeene
steden van H. v. Z., ende v. V. voorsz. gelooft heeft
alle de voorsz. punten te houden ende te volcoomen
gelijck voorsz. staen, soe hebben wij steden van H.
van Z. ende van V. hier na benoomt desgelijcx we-
derom gelooft ende gewillecoert voor ons ende onsen
gemeenen poorteren ende inwoneren onsen genaden
Here voorsz. ende sijnen nacomelingen te houden te
voldoen ende te volcoomen wael ende getruwelick
alle ordonnancien, verbonden, voorwaerden ende pun-
ten die in deser rolle gescreven staen ende daer dese
jegenwoordige brief deursteken is, ende sullen alle
punten ende voorwaerden geset in der voorsz. rolle
wael ende getruwelick na onser best er weetentheyt
up ten onderhorygen of den geenen die ter contrarie
hier inne deden, dat helpen berechten ende verhalen
ende doen vervolgen ende executeeren tot oorboor
ende proffyte van onsen voorsz. genaden Here ende
zijnen munte voorsz., ende voort alle saken ende
verbonden hantieren ende plegen na inhout der rolle
voorsz. niet jegenstaende eenighe punten daer in be-
grepen die ter contrarie wesen of dienen mochten,
onsen privilegiën handvesten rechten of haercoomen
die wij hebben ende gebruycken moogen, Behoude-
lick in allen punten die der voorsz. rolle niet jegen
en dragen onse handvesten, privilegiën ende rechten
ende teynden den tijt van den XX jaeren voorsz.
die te gebruycken gelijckerwijs als wij dese eer dat
wij onsen genad. Here dese voorwaerden ende ge-
loften voorsz. gedaen hadden. Ende des te getuyge
288
soe hebben wij burgemrn scepenen ende rade der
steden van Haerlem, Delf, Leyden, Amsterdam, Goude,
Rotterdam, Hoorn, Alckmaer, Schiedam, Gornichem,
Schoonhoven, Oudewater, Heusden, Naerden, Woer-
den, Enghuysen ende Medemblyck elxc voor ons
selven Ende wij burgmrn scepenen ende rade der stede
van Middelburch ende van Ziericxee oock elcx voor
ons selven bij goetduncken van onser gemeenre vroe-
scip ende rijckheyt desen brief besegelt mit onser stede
segelen hier angehangen. Ende of an desen brieve
een of twee segelen off meer gebraken, soo dat die
ten vollen niet besegelt en ware als zij behoorde ende
voorsz. is, nochtans sal hij mitter ordonnancie voorsz.
van weerden ende van sulcker machten blijven ende
wesen als of hij te vollen ende geheelick besegelt waere.
Gegeven up ten XXIIJ" dach in Julyo int jaer ons Heren
duysent CCCC vier ende dertich. Geteykent bij mijnen
Here den Hertoge grave van Hollant. C. Baroen.
FoL CXLIJ V*'
Copie van den transfixe deur den voorsz, brie/.
Ordinancie van der nyeuwer munte
overdragen ende geslooten in onsen name
ende van onser weegen bij onsen ge-
trouwen Rade gecommitteert ten saken
onser lande van Holland van Zeelland
ende van Vrieslant in onse absencie ende
bij onsen gemeenen steden onser landen
voorsz. die hier voor in desen jegenwoor-
digen brief benoomt staen.
Eerst soe ordineren wij ende verbieden scharpelick
289
dat na inganck van deser ordinancie geen munte
van goude loop hebben sal in onsen lande van H.
V. Z. ende v. V. voorsz. in coopen in vercoopen noch
andersins dan die pennijn van goude geheten Phillipus
die wij nu tegenwoordelick ende van nyeux doen
slaen, ende eenen anderen penninck geheten halve
Phillipus van gelijcken aloye de welcke penn. houden
ende waerdich wesen sullen in den gewichte ende in
den aloye gelijck in desen selven brief verclaert
staen. Ende desgelijcx dat geen silveren munte loop
en hebbe dan die nyeu munte van silver te weeten
den penninck van twee groote die wij nu mede doen
slaen, groote halve groote vierendeele ende achten-
deele van grooten gealloyert ende gesneden alsoot
behoort na den voorsz. penninck van twee groote,
welcke penninghe van silver houden ende waerdich
wesen sullen in den gewichte ende in den aloye
gelijck mede voer in den brief verclaert is. Ende
daartoe alsulcke penninge van goude ende van zilver
die mede loop hebben sullen in suicker manieren als
hier na in dezer ordonnancie voorsz. genoomt ende
verclaert staen. Ende so wie andere penn. van goude
of van zilver dan boven of onder gescreven staen,
ontfinge of vuytgave dat soude wesen als van den
gulden pennijnck up tie boete van vijf scell. gr. munte
voirsz. van elcken pennijnck een pont gr. nederwairt.
Ende van elcken pennijnck van silver desgelijcx van
een tb gr. nederwairt up tie boete van vijf pennijnck
groot. Ende van een £ gr. tsij in goude oft in silver up
tie boete van thien scellinge gr. ende boven den voirsz.
pont gr. int avenant van v. ^i gr. van elc pont gr.
290
Item want in eenige steden ende sloten vreemde
munten gemaict ende geslagen hebben geweest ende
zij penn. van goude ende van silver van de maecsle,
prente ende vorme van den onsen of genouchgelijck
ende die uutgegeven onder den prijs ende wairden
van onsen penn. de welke nochtan van ander ende
mynder gewichte ende aloye zijn, wair inne wij ende
onse ondersaten ende gemeene landen hebben geweest
ende zijn grootelic bedrogen bescadicht ende verarmt,
ende souden noch meer wesen, werde daer in niet
voirsien, wij willende hier up remedieren hebben ge-
ordineert ende bevolen, ordineren ende bevelen dat
alsulke muntmeesters, muntenairs wercluyde ende
andere officiers van munten die aldus zullen slaen
wercken munten ende conterfeyten onse voirsz penn.
van goude of van silver in vorme, maecsle of printe
van den onsen of diergelijcke, dat men die voirsz.
muntmeesters muntenairs, werckluyde ende andere
officiers van munten letten ende arresteren sal in
onse voirsz. landen van H. v. Z. ende v. V. ende
andere onse heerlicheden wair men die vynden ende
gecrijgen sal moogen ende van himluyden sonder
verdrach oic pugnicie en correctie doen in lijve ge-
gelijcken van valschen muntenairs ende up dat men
se niet gecrijgen en kan zij sullen gebannen zijn tot
eewigen dagen uut alle onse landen.
Item dat nyemant wesende rentmr tresorier bailliu,
scout oft andere officier hostillier makelair wisselair
marcschipper tavernier oft woukenair oft hoere wijve
clercken oft mesnyede *) oft gesinne voirtaen na den
I) Meysnyede - bedienden.
291
inganck van dese ordonnancie en ontfange noch uut
en geve de penn. van goude die loop sullen hebben
bij deze voirsz. ordonnancie, ten zij dat zij hebben
haere rechte gewichte up tie boete van v [i gr. te
verbueren van elc stuck goudts zijn gewichte niet
hebbende dat alsoe uutgegevene soude wesen die
welke men dair nae in stucken snijden sal in die
wisselen ende dan dair of geven zijn rechte weerde.
Item dat alle rentmrs bailliuwen ende andere offi-
ciers ons voirsz. landts ontfaen zullen alle onse renten
demeynen ende exploiten bij den voirsz. penn. ten
pse (presente) verclairt in dese tegenwoirdige ordi-
nancie ende desgelijc sullen zij die weder uutgeven
up tie boete van V li gr. ende boven desen ver-
laten te wesen van hoere of ficien ende niet abel noch
weerdich te zijne den tijt van drie jaeren dair nair die
zelve officie oft andere te hebben ofte te gecrijgen.
Item zoe wie hij zij poirter of inwonende binnen
onsen voirsz. landen van H. Z. ende V. oft vreemde
die bevonden sal werden mit billoene van goude of
van zilver gesmolten of ongesmolten om dat te dragen
uut den voirsz. lande tbilioen sal verbuert zijn tegens
ons ende boven desen sal hij verbueren voir elcke
troysche marck te weten van den goude xij £ gr.
ende van den silver xxj ^i viij d. gr. der voirsz.
munte, wel verstaende al worde yemant alsoe be-
vonden mit billoene, om dat uut te dragen oft voeren
al hadde hij andere manieren van penn. gemingelt
mitten selven billioene oft anders over him ongemin-
gelt dat zelve billioen sal verbuert zijn ende met die
292
andere penn. voirsz. Ende bij alsoe dat hij aldus niet
vonden en worde dragende oft voerende uut den
voirsz. landen t voirsz. billioen const men nochtan up
dien geprouven mit warachtigen getugen binnen jaere
ende binnen dage nae dat tsuck gevallen zoude zijn
hij soude gecondempneert werden in zulke boete als
voirsz. is te weten in xij £ gr. voir elc mare gouts
ende xxj fJ Vlij d. gr. van elc mare zilvers bij alsoe
dat men him gecrijgen of gevangen kan binnen onsen
voirsz. landen van H. Z. ende V. ende zullen gere-
kent zijn voir billioen soe dat men dat niet en sal
moegen dragen of voeren uut den voirsz. landen van
H. Z. ende V. alle manieren van goude oft van zilver
uutgeseyt alleene den saluyt van Vrancrijcke den
voirsz. onsen nyeuwen penn. van goude ende van
silver, den nobel van Ingelant Rijnsche gul. nobelen
van Vlaenderen ducaten genevijnen (Fol. CXLIIJ)
ende gulden van Florencen ende oic geheele vasseele
ende juweelen van goude ende van silvere, die elc
naer zijnen staet ende oeck silversmede ende munse-
myers uut zullen moegen voeren ongebroken zonder
fraude het en waere dat zij die uutvoerden in meyninge
die te vercopen over stoffe ende materie de welke
vasseele oft juweelen up dat zoe waire verbuert zijn
zouden, ende voirt zoude die ghene diese alsoe uut-
voeren soude dat beteren ende dair of gecorrigiert
zijn gelijck die ghene die billioen uut den lande voeren
sullen.
Item dat alle wisselairs gehouden zullen zijn elke
diet an him begeeren sal te wisselen zijn goude ende
te geven van den penn. die gerekent zullen wesen voir
293
bilHoen hoere gerechte weerde wel ende getrouwelic
up een derdendeel van eenen gr. nae van elc stuck
dat zij dair of hebben souden in die munte ende dit
up tie boete van V ^S gr. van eiken pennijnck welke
wisselairs nae dat zij van den coop eens sullen zijn
ende eer zij den prijs betalen sullen sculdich wesen
up tie selve penn. te snijden in tegenwoirdicheyt van
den ghenen die se hem vercoopen, ende zullen dair
toe die voirsz. wisselaers sculdich zijn up tie taefle
van hoere wissele altoes openbairlic upgerecht hebben
een schare dienende om te snijden sulke penn, up tie
boete van v £ gr. alsoe dicke ende menichwerve als
men himlieden bevijnden sal sonder te hebben alsulke
opgerechte scharen up hoir wisseltaefel voirsz.
Item dat wisselaers sullen gehouden zijn te dragen
of te doen dragen in de voorsz. munte alle t billoen
dat zij gecregen sullen hebben terstont als zijs hebben,
Te weeten in goude weder het zij van den voorsz.
gesneden penn. of andere totter waerde van IIIJ marck,
of van zilver tot L marck coniiïcx silvers troyssche
gewichte of ten lancxsten binnen achte dagen daer
nae up die peyne van tselve billioen te verbeuren
jegens ons, binnen den welcken achte dagen zij sullen
oock moogen vercrijgen meer billioens om dat een
mitten anderen te dragen in der voorsz. munten up
dattet him gelieft, behouden dien dat die bailliuwen,
schouten ende andere onse officiers mit eenighe van
den gerechte van der stede ende plaetsen sullen visi-
teren die wisselen ende huysen van den wisselaers
also meenichwerf als hem gelieven ende goetduncken
sall ende vinden zij billioen totter waerde, te weeten
294
van goude tot twee marck of van zilver tot XX marck
sij sullen segelen in den name van ons ende sullen
also laten in den handen van den voorsz. wissellaers,
totter tijt dat zijs van goude sullen hebben IIIJ marck
ende van zilver L marck, ende bij alsoe dat zijs
vonden IIIJ marck van goude ende L marck van
zilver ende die voorsz. wissellaers dat niet en wilden
dragen in den voorsz. munte, dan ten eynde van de
voorsz. achte dagen, die selve officiers sullen dat
moogen seynden in der voorsz. munte ten coste van
den voorsz. wissellaers, behouden dien dat zij hem
schuldich zijn genouchte te doen van der waerde daer
of ten prijse van der voorsz. munte.
Item sullen die voorsz. wisselaers gehouden zijn
telcker werve als zij gelevert sullen hebben hoor billioen
in der voorsz. munten van den selven billioen te nemen
certificacie van den waerdeyne van der munten voorsz.,
ende die selve certificacie up tie boete van vijffpond
groote binnen drien dagen na dat zij thuys gecoomen
sullen zijn te leveren ende over te geven den bailliu
schout of rechter van der stad daer hij wonachtich
sal zijn ter precensie van den gerechte van der selver
stad de welcke bailliu schout of rechter gehouden wert
daer of gewach te maken in zijnre rekenijnge voor
die geene die van onser weegen geordonneert sullen
zijn hoor rekenijnge te hooren ten eynde dattet blijcken
mach of die meesters van derselver munte gemunt
sullen hebben al tbillioen dat him gebracht wert
welcke certificacie die voorsz. waerdeyn gehouden sal
weesen te geven sonder eenigen cost.
Item sal gehouden zijn die voorsz. waerdeyn van
295
derzelver munten te wesen voor oogen daer men
ontfangen sall tbillioen dat gebrocht sal zijn in der
voorsz. munten of zijn geswooren clerck, bij also dat
hij hadde redelick belet ende dat te doen registreren
om daer of te certificeren den voorsz. gecommitteerde
eens siaers ende als hijs versocht wert van onser
wegen up van gepri veert te wecsen van zijnre offi-
cien ende van gerekent te zijn menedich ende ver-
zwooren.
Item dat nyemand tzij wisselaers of anders houden
en sall binnen der stad van Dordrecht noch elder
binnen onsen voorsz. lande van H. Z. of V. tafel
noch banck om tontfane tgelt van den coopluyden
ende te maken hoor paymentcn up die pcyne van den
bannc van drie jaren.
Item dat nyemand en sal moogen coopen bilyoen
binnen onsen voorsz. lande van H. van Z. ende van
V. het en zij om te leveren in der voorsz. munten
up tselve bilioen jegens ons verbeurt te wesen ende
daer toe up die boete van thien pond groot vuytge-
scheyden i) goudsmede die sullen moogen coopen
om te verwercken in haren ambochte tot XX marck
teenen male ende tot eenre wcrvc sonder fraude ende
die mesmakers een half marck om hoir ambochte ende
oock die tafelettiers een half marck om dat voort te
vercoopen eenigen wisselaer of dat selvc te leveren
in onser voorsz. munte up dat hem gelieft. Behouden
dies dat elck also wel van onsen voorsz. landen van
H. Z. ende V., als van buyten sal moogen coopen
I) Uitgezonderd.
296
schalen croesen ende anderen juweelen ende vaysselen
ongebrooken om zijn slijten ende useren sonder
fraude behouden oock dien dat nyemand en coope
noch en vercoope eenich zilver meer dan na gelande i)
van sijnre waerden na deser jegenwoordiger ordon-
nancie, te weeten troyssche marck conincx zilver
XXIJ |i IX d. gr. van onser munten voorsz.
Item dat onse officiers elck binnen zijnen be-
drij ve sullen moogen gaen, altijt alst hem goet ende
oorbaerlick duncken sall mit eenen van onsen ge-
rechte van dier plaetse de welck van den gerechte
sullen gehouden zijn bij hooren eede daer toe
te verstaen also dick als zijs versocht sullen wer-
den bij onsen voorsz. officiers ten huyse van den
voorsz. wisselaers maseniers tafelettiers wokenaers
weder zij poorters zijn of geene ende andere sus-
pecte om te ondersoucken tbillioen ende ander saken
noopende dese voorsz. ordonnancie ende hier toe te
doen alsoot behoeren sall int welck zij sullen moogen
neemen den eed van den voorsz. persoonen bij also
dat hem gelieft ende desgelijcx van hooren knapen
ende dienaren ende van alle anderen die daer of
sullen moogen weeten te spreken.
Uit Register der Rekenkamer van Holland en Zee-
land, op den rug getiteld: IL Eerste Geluwe
Register P 1460. Fred. Caland.
Wordt vervolgd.
i) naar gelang.
Gemengde Berichten.
Valsche Realen van aghten in Middelburg uitgegeven,
Den 20 november 1600 kwam bij de Staten van
Zeeland de mededeeling in, dat „diversche realen van
aghten", die vervalscht waren, onder de bevolking
waren verspreid. De Staten namen onmiddellijk het
besluit de andere zeeuwsche steden met dit feit in
kennis te stellen, opdat de respektieve ingezetenen per
publikatie of anderszins zouden kunnen gewaarschuwd
worden. De middelburgsche Statenleden kregen daar-
bij de opdracht „nader op de qualiteijt ende gedaente
van den persoone die deselve realen heeft gestrooijt'*
onderzoek in te stellen en ook na te gaan, met wien
de valsche munter in onderhandeling en korrespon-
dentie was geweest.
Reeds den dag daarop is de verlangde informatie
bij de Staten ingediend, met dit gevolg dat aan de
steden Middelburgh, Zierickzee, Goes, Tholen, Vlis-
singen, Vere, Brouwershaven, Arnemuijden, St. Maer-
tensdijck, Axele, Neusen, Biervliet, Lillo, Bergen op
298
Zoom en Reijmerswalle, de volgende waarschuwings
brief werd toegezonden.
Eersame etc.
Alzoo *t Onser kennisse is gekomen, hoe dat eenen
genaemt Elias Coorens, van Antwerpen, wesende
v,een Jonghman van den ouderdom van omtrent
dertigh Jaren, tamelyck langh van Persoone, ros van
„Haire en Baert, gemeynelyck gekleet met een grof
„Greijnen Rocxken ende Broeck, hem zoude gemoeyt
v^hebben met valsche Munte, ende namentlyck met het
„slaen van Realen van aghten, ende deselve onder -ïe
„Gemeijnte uijt te stroyen (d. i. te distribueeren en
„uit te geven); zoo en hebben Wij niet willen naer-
laten UE: terstonts daer van te waerschouwen, op
dat zy voor schade mogen verhoedt worden: Ende
dat voorts UE : scherpelyck willen doen vernemen
„of den voorsz. Persoon aldaer niet en zoude wesen
„te bekomen, om denselven te versekeren, ende
„tegens hem geprocedeert te mogen worden, als
naer behooren. Hier mede, Eersame etc. In' Hoff
van Zeelant tot Middelburgh, den 23 novembris 1600.
Staten.
Met het oog op het ernstige van dit geval, werd
ook een dergelijk schrijven aan de Heeren Staten
Generaal der Vereenigde Nederlanden gezonden.
Aangezien de Notulen verder niets over deze zaak
vermelden, mag men gerustelijk aannemen, dat onze
sinjeur te water naar Antwerpen is ontsnapt, na zeker
eerst zijn voorraad valsche realen, in de beurzen van
299
Middelburgs ingezetenen te hebben leeggeschud i).
In het jaar daarop, werden in deze stad twee
Fran^oisen opgepakt, die overgekomen waren „van
den Vyant uyt Hulst," beschuldigd van valsche munt
te hebben verspreid. Zij werden op 's Gravensteen
geborgen.
Maar er kwam strijd wie over deze brave luiden
zou mogen richten; de Staten van Zeeland gaven
dat recht aan de Admiraliteyt, maar de Heeren van
Middelburg waren van oordeel, dat de jurisdictie hun
toekwam, als „wesende Gevangenen op de stroomen
van Zeelant, namentlijk Bewester Schelt.'* En in
dien zin is den 28 mei i6oï geresol veert, zoodat ,, den
Bailliu, mitsgaders Burgemeesters ende schepenen
deser stadt van Middelburgh, geauthoriseert werden
om tegen den Gevangene te procederen ende Reght
ende Justitie te administreren".
M. D. M.
Penning ter eere van Petronella Moevs,
Een courantenbericht van 9 Juni 1835 luidt:
Il n'y a pas bien long temps que Mlle Petronille (sic)
Moens célèbre muse du parnasse hollandais a eu la
I ) Wij willen hierbij vermelden, dat het ^JiuigregisUr^^ dezer stad
zegt, dat in 1600 een zekere Claude de la Vardin, die van een
Franschman geleerd had vierendeelen van realen te maken, en deze
ook verspreid had. veroordeeld is „tot den zwaarde, met gunnen het
doode lichaam den buik der aarde", en dat 6 febr. 1601, Pieter
Jc»BSE, die 5 valsche realen van achten had verspreid, die hij van
een Engelschman had ontvangen, is veroordeeld tot geeseling tot den
bloede en verbanniug.
20
300
satisfaction de fèter Ie cinquantième anniversaire de
Tobtention de la grande médaille d'or de la Société
de poésie et de belles lettres d*Amsterdam qui lui a
été décernée en 1785.
M^ic Moens parvenue k T^ge avance de 72 ans, est,
comme Ton sait, privée de la vue depuis sa tendre
jeunesse, mais elle a Ie bonheur de jouir de la plus
parfait e santé. A Toccasion de Tanniversaire dont
nous venons de parier elle a re9u une marque flat-
teuse de souvenir de la part de S.M. ; elle a été
félicitée par un grand nombre de ses concitoyens, de
savans et de poètes venus de divers endroits pour
lui présenter leurs hommages. Plusieurs de ces der-
niers lui ont fait compliment en vers, entr'autres Ie
poète Van Someren, un de nos Bardes de grande
réputation, qui lui a adressé une pièce de vers très-
louée par les journaux du pays et qui donne de
nouveau la mesure de son beau talent.
Terwijl hetzelfde orgaan in September 1836 meldde:
Dans ces dernières années oü Ie courage et la
fidélité de la Néerlande ont brille d'un lustre si
eclatant, un grand nombre de dames ont fait des
sacrifices k la Patrie. en argent et en d*autres objets.
Notre estimable compatriote Petronella Moens,
connue par ses belles poésies, déposa aussi, dans Ie
temps, sur l'autel de la Patrie, la médaille en or, avec
laquelle, il y a 50 ans, on avait couronné une de ses
oeuvres poétiques i).
I) Zij is in 1785 met goud bekroond geworden voor haar gedicht
,yDe ware Christen", en ontving in 1786 opnieuw een gouden penning
van het bestuur der Portugeesche Synagoge te Amsterdam, als erken-
tenis voor het met hare vriendin Adriana van Overstraten uit-
gegeven gedicht yyEsther^\ (Red.)
301
Le Roi, instruit de ce fait, a gratifié Mad. Moens
d'une belle médaille en or, qui lui a été remise, au
nom de S.M., le 24 de ce mois, jour anniversaire
du Roi, par le bourgmestre de notre ville, le Con-
seiller d*Etat, van Asch van Wyck.
Sur Tune des faces de cette médaille, on voit
Teffigie du Roi, avec Tinscription GuiLLAUME Ier, /?^/
des PayS'Bas, Grand-Duc de Luxemdour^; sur Vsiutre
on lit ees mots : A Petronella Moens de la part
du RoL MDCCCXXXVI.
Vrage: Waar berust thans dit unicum? en is die
medaille van 1/85 werkelijk versmolten?
Den Haag. M. G. WILDEMAN.
Penning ter ecre van
jkr. C, H, A. van der Wyck.
Vz. Fraai gemodelleerd linksgewend borstbeeld in
rijk geborduurden rok met orde, ordelint en - ster,
daarvoor : ^ ^•
CHAPLAIN
Omschrift : JONKHR- C • H • A • VAN • DER • WYCK •
GOUVERNEUR . GENERAAL •
Kz. Opschrift, links omgeven door een palmtak
met daaraan bevestigden strik :
AAN
ZIJNEN • OUD
GOUVERNEUR
GENERAAL
HET. DANKBARE
INDIË
1893— 1899
Groot 68 m.M. De verz. Kon. Ned. Gen. voor
Munt- en Penningkunde kre^ een exemplaar in
302
gepatineerd brons ten geschenke van Mr. N. P. VAN
DEN Berg.
Na het aftreden van jhr. C. H. A. VAN DER WvCK,
als Gouverneur-generaal van Ned.-Indië hebben vele
ingezetenen van die kolonie zich vereenigd om hem
een huldeblijk aan te bieden, in dankbare herinnering
aan de uitstekende wijze, waarop Z. Exc. het bewind
over de kolonie heeft gevoerd en zoowel de staat-
kundige als de koloniale belangen tijdens zijn bestuurs-
periode heeft behartigd.
i6 Februari 1901 beeft de aanbieding plaats gehad.
Die taak was opgedragen aan een kommissie bestaande
uit de heeren: mr. N. P. VAN DEN BERG, president
van de Nederlandsche Bank; jhr. W. A. Baud, H.
Kramer, direkteur van de Ned.-Ind. Handelsbank;
L. P. H. Op ten Noort, direkteur der stoomvaart-
maatschappij „Nederland", allen te Amsterdam; den
gep. luitenant-generaal Vetter, de heeren G. Eschau-
ZIER en mr. W. A. Engelbrecht, oud-lid van den
Raad van Ned.-Indië, allen te *s-Gravenhage. Zij
werden door den afgetreden landvoogd te zijnen huize
ontvangen, in het bijzijn van eenige familieleden.
Bij de aanbieding van den gedenkpenning (i'i goud
zilver en brons), voerde mr. Van DEN Berg het
woord.
Exemplaren in goud zijn aangeboden aan H. M.
de Koningin, aan H. M. de Koningin-Moeder en aan
mevr. de douairière Van DER Wyck, de moeder van
hem wien dit huldeblijk gold. Z.
303
De wapens van H. M, de Koningin en
Z, K, H, prins Hendrik der Nederlanden,
hertog van Mecklenburg.
Het artikeltje van jhr. mr. V. DE Stuers, overge-
nomen op bladz. 193 van den loopenden jaargang, over
het wapen der Koningin, heeft de pennen van tal van
heraldici in beweging gebracht ; gttn hunner is het
met den schrijver eens ! Resumeerende uit ons wel-
willend door den heer M. G. Wildeman verstrekte
gegevens, komen wij tot de konkluzie, dat het wapen
van prins HENDRIK links (heraldiek rechts) behoort
te staan, dat van H. M. rechts.
Het geheel kan gedekt worden door een koninklijke
kroon, wil men schildhouders aanbrengen, dan behoort
bij Mecklenburg de zwarte stier met zilveren horens
bij Nederland de goudgekroonde leeuw van natuurlijke
kleur te worden geplaatst; de spreukband dient de
spreuken Per aspera AD ASTRA en Je Maintiendrai
onder de respektieve wapens te lezen te geven. Een
korte beschrijving van het wapen van Z. K. H. moge
hier volgen: het schild is eenmaal gedeeld en tweemaal
doorsneden; het geheel gedekt met een hartschild
I. Mecklenburg: In goud | 2. Rostock : In blauw een
een gekroonde zwarte gouden griffioen.
stierenkop met openge-
sperden muil, afgerukt
halsvel en zilveren horens.
3. Vorstendom Schwerin: i 4. Ratzeburg: In rood, eén
Doorsneden, a in blauw een | goud gekroond zwevend
gouden griffioen, b effen ' zilveren kruis.
groen, gezoomd van zilver.
6. Wenden (Werle) :' In
goud een schuinliggende,
goud gekroonde, zwarte
stierenkop met zilveren
304
3. Stargard : In rood een
zilveren vrouwenarm met
pofmouwen en aan den
benedenarm een lint, tus-
schen duim en wijsvinger ' horens,
een gouden ring met
diamant houdende.
Hartschild : Graafschap Schwerin : doorsneden van
rood en goud.
Toetsen we een en ander aan de wapenafbeeldingen
en plakketten, geslagen bij H. M. 's huwelijk, dan
vinden we allerlei afwijkingen, wel een bewijs dat het
niet ondienstig is, de stempelsnijders te wijzen op het
juiste wapen, zooals de heraldici het ons aangeven.
Beijenbach plaatst de wapens, zooals Jhr. DE Stuers
het zou wenschen, d. w. z. Nederland heraldisch rechts,
daarenboven met omgekeerden leeuw ; eene gewoonte in
Duitschland brengt mede, dat men het wapendier van
het eene wapen, het andere den rug niet laat toe-
keeren. *t Geheel is gedekt door de koninklijke kroon ;
op den spreukband staat alleen : Je Maintiendrai.
De stierenkop in n*^' i vertoont geen afgerukt halsvel,
de arm in n° 5 komt uit de wolken — een verwarring
met het wapen van Mecklenburg-Strelitz.
Gerritsen maakt geen fouten, evenmin van
Kempen.
Lauer plaatst de wapens juist, maar maakt in dat van
Z. K. H. bij n^ i dezelfde fout als Beijenbach ;
hij laat echter den arm in n"" 5 niet uit de wolken
komen.
Op de plakket voor de Amsterdamsche schooljongens
305
van' LlON Chachet is de plaatsing der wapens on-
juist, de schildhouders zijn twee ongekroonde leeuwen,
de wapens zelf zijn zoo schematisch aangegeven, dat
beoordeeling onmogelijk is.
Maijer te Pfortsheim plaatst de wapens evenals
Beijenbach, dus onjuist, met omgekeerden leeuw, het
wapen van Z. K. H. schijnt juist — 't is echter vrij
onduidelijk. Z.
Société internationale de Ntimismatiqne,
Eenige leden der Société fran^aise de Numismatique
hebben het plan opgevat eene internationale vereeni-
ging voor munt- en penningkunde op te richten. Dat
deze vereeniging, opgericht met het doel een band
te vormen tusschen penningkundigen over de geheele
wereld verspreid, in een bestaande behoefte zal voor-
zien, behoeft niet nader te worden aangeduid. Het
orgaan van de nieuw op te richten vereeniging zal
bestaan uit een bulletin, 4 maal *sjaars te verschij-
nen, dat voornamelijk bevatten zal de verslagen der
verschillende genootschappen in hunne respektieve
landen gehouden, benevens den inhoud der tijdschrif-
ten door diezelfde genootschappen uitgegeven. Meer
dan 120 blz. druks zal het bulletin vermoedelijk niet
bevatten. De jaarlijksche bijdrage der leden zal niet
meer dan 5 francs bedragen. De zetel der nieuwe
vereeniging zal voorloopig Parijs zijn. Daar het
noodzakelijk is, dat een 200-tal personen zich aan-
melden, om tot de oprichting te kunnen overgaan,
zal een ieder, die deel uit wenscht te maken van
3o6
de opterichten Société internationale de Numisma-
tique, goed doen, zich, om nadere inlichtingen, te
wenden tot den heer Adrien Blanchet, 164, boule-
vard Pereire, Paris M. D. M.
Nederlandsch-Belgische Vereeniging der vrienden
van de Medaille als kunstwerk.
Op eene den 24" Maart 1901 te Brussel gehouden
vergadering van belangstellenden werd besloten tot
stichting eener „Nederlandsch-Belgische Vereeniging
der vrienden van de Medaille als kunstwerk'* met
het doel de kunst van den medailleur aan te moedi-
gen en den smaak voor de medaille te verspreiden
en te ontwikkelen.
In die vergadering werd het hoofdbestuur der nieuwe
vereeniging samengesteld als :
A. DE Witte te Brussel, voorzitter, Charles Buls
te Brussel en AuG. Sassen te Helmond, ondervoor-
zitters, Dr. H. J DE Dompierre de Chaufepié, alge-
meen sekretaris, Charles van DER BEKEN te Brussel,
kontroleur, Ch. VAN DER Stappen te Brussel en A.
W. M. Odé te Delft, raden, terwijl bovendien als
bestuursleden werden aangewezen de nog te benoemen
voorzitters res]>ektievelijk der Belgische en der Neder-
landsche sektie.
Een deel der Nederlanders, die zich bereids als lid
hadden aangegeven, vergaderden op 20 April 1901
te Amsterdam ten huize van prof. Jhr. Dr. J. Six, tot
samenstelling eener Nederlandsche sektie. In die ver-
307
gadering werd het bestuur dezer sektie samenge-
steld als volgt:
Prof. Dr. Jhr. J. Six, voorzitter, Jhr. Mr. F. Bee-
LAERTS VAN BLOKLAND, sekretaris, Jhr. Mr. W. VAN
Eysinga, penningmeester.
Ik durf de nieuwe vereeniging ten zeerste in de
belangstelling en den steun onzer leden aan te bevelen.
De penningen, die beurtelings aan een Nederlandsch
en aan een Belgisch kunstenaar ter vervaardiging
zullen worden opgedragen, worden uitsluitend en alleen
aan de leden der nieuwe vereeniging uitgereikt. Eene
jaarlijksche bijdrage van ƒ12.50 geeft recht op een
bronzen exemplaar, een van ƒ25. — op een afslag in
zilver, eene van ƒ 37.50 op een afslag van zilver en
een in brons.
Dat nu toch allen, die wat missen kunnen van hun
overvloed en wat overhebben voor de kunst, toetreden
tot het nieuwe gilde! Er valt hier een goed werk te
doen. In Frankrijk en Engeland, voornamelijk, is
ook de medailleerkunst het tijdperk der moderne
renaissance binnengetreden. Hier te lande en ook in
België is die kunst nog slechts in het begin van haar
ontwaken. Het is aan ons, haar, als de Schoone
Slaapster in het Bosch, op te wekken in vernieuwde
jeugd.
Och, ik bid u, ruil uwe munten, (de gangbare natuur-
lijk! Red.) in tegen onze penningen! Geld is voor eene
vereeniging als deze nu eenmaal noodig. Vloeit het
in voldoende mate dan staat het vast, dat de Noord-
en Zuidnederlandsche medaille alras eene eereplaats
in de rei harer zusteren zal innemen. Onze moderne
3o8
boekbanden mogen gelegd worden naast de besten
der wereld. De Belgische boekversieringskunst telt
ter dege meê. Onze keramentika is de waardige nazaat
van het illustre Deiftsch. Wij hadden een BAARS en
een WORTMAN, wij hebben een PiER PANDER, een BE-
GEER en een Bart VAN HOVE, wij verkregen een WlE-
NECKE, — om slechts enkele grepen te doen — , waarom
zoude de medailleerkunst in „het Land van Rembrandt"
en in het land van RUBENS en van VAN DijK niet
kunnen opbloeien in heerlijken bloei?
Steun ons door uw lidmaatschap en uwe geldelijke
bijdrage. Ik durf eindigen met eene gewaagde variatie
eener bekende plaats bij TerentiuS: Sine Cerere
friget Minerva,
Helmond, AuG. Sassen.
BOEKBEOORDEELING.
Steeds begroeten wij met groot genoegen de ver-
schijning eener nieuwe afl. van „les Médailles et
Plaquettes Modernes*' van Dr. H. J. DE DOMPIERRE
DE ChaufepiÉ en dat velen met ons van hetzelfde ge-
voelen zijn, bewijst zeker de omstandigheid, dat voor-
taan niet ééne, doch twee afleveringen per jaar, het
licht zullen zien, welke voor den ouden prijs voor
inteekenaren op het i^ deel (afl. I — VI), voor ver-
hoogden prijs voor de nieuwe abonnés, verkrijgbaar
zullen zijn.
De fransche kunst is zeer ruim vertegenwoordigd
in afl. VIII, enkele üostenrijksche en Duitsche stukken
309
worden afgebeeld, van de Hollandsche graveurs vinden
we Pier Pander en J. C. Wienecke elk met een penning
op H M. *s huwelijk. Begeer met een i O tal stukken,
waaronder enkele oudere; van de nieuwere is bizonder
fraai de penning (rozenprijs) van den schietwedstrijd
te Hoorn in 1900. De afbeeldingen zijn m. i. hier
en daar niet zoo goed verzorgd als vroeger, de huwe-
lijkspenning van BEGEER b. v. laat te wenschen over,
SCHARFF*S boerenpenning is bepaald leelijk gerepro-
duceerd. Z.
Verslag van het Kon. Kabinet van Munten, Pen-
ningen en gesneden Stcenen^ over het jaar 1 899.
Het door den bekwamen Direkteur Dr. H. J. DE
Dompierre de Chaufepié uitgebrachte jaarverslag
over 1899 wijst belangrijke aanwinsten aan. In de i«
plaats Merovingische munten uit de vondst te Escha-
ren i) (Noord-Brabant), waarvan op een tweetal platen
vergroote afbeeldingen worden gegeven, verder Ro-
meinsche konsulaire en keizermunten uit de verzameling
Six, geschenk van de erfgenamen. Van de aanwinsten
op penningkundig gebied verdienen vermelding : 1 566
Ter eere van Walburga van Neuenahr, gravin VAN
Hoorn, 1660 penningplaat op den dood van Karel
X Gustaaf koning van Zweden, 1710 Spotpenningen
op den vredevan Utrecht en 1 7 50, 50* Verjaardag van
Anna Elisabeth Bloteling vrouw van N. van
Swinderen, alle afgebeeld op een plaat, benevens tal
I) Zie Reuue beige 1898 bU 253.
3IO
van moderne buitenlandsche stukken, o. a. 21 pennin-
gen en plakketten van J. C. Chaplain en enkele
nederlandsche, waaronder een 1 8-tal stukken, beschre-
ven in hthuldigingspenningeii 1 898, (wederom onjuist
aangehaald als: Inhuld, medailles). Een overzicht
wordt gegeven van de munt vondsten in N ederland in
1899. Dat de aanwinsten zeer belangrijk waren, moge
blijken uit het feit, dat de lijst der nieuwe stukken 94
van de 100 blz. beslaat, die het boekje telt. Z.
De Huwelij kspenningen der Oranjes.
In de 5***^ en 6***^ aflevering van ^^Oranje Nassau-
Mec kienburg Schwerin'\ Gedenkboek uitgegeven ter
gelegenheid van het huwelijk van koningin WILHEL-
MINA met prins HENDRIK DER NEDERLANDEN, hertog
van Mecklenburg'\ Amsterdam, van HOLKEMA en
Waren DORF, 1901, is opgenomen eene beschrijving
van „de Huwelijkspenningen der Oranjes**, van de
hand van ons geacht medelid den heer W. K. F.
ZVVIERZINA.
Uitvoerig zijn de vele penningen door den bekwamen
schrijver medegedeeld en zoo mogelijk met historische
ophelderingen voorzien; terwijl de meest merkwaar-
dige stukken daaronder zijn afgebeeld.
De samensteller had het voorrecht een tweetal, tot
nu toe onafgebeelde, penningen te mogen vinden. Het
zijn de volgende: 1681. Penning met de borstbeelden
en wapens van JOHAN George prins van Anhalt-
Dessau en van Henriette Catharina, prinses van
Oranje. Deze laatste was een dochter van prins Fre-
3^1
DERIK Hendrik, geb. 31 jan. 1634, overleden den
4 nov. 1708. Dit stuk komt wel voor in DiRKS
Penning kundig repertorium n** 1871, doch is zoover
ons bekend onafgebeeld.
De tweede penning is geslagen bij het huwelijk
van prinses Amalia, dochter van bovengenoemd vor-
stenpaar (geb. 1666 overl. 1726) met HENDRIK CaSI-
MIR II prins van Nassau, erfstadhouder in Friesland.
Dit huwelijk werd den 16 november 1683 voltrokken.
De penning is het werk van ERNST Casper DüRR
te Zerbst, en zoover ons bekend noch afgebeeld, noch
beschreven. Beide zeldzame stukken bevinden zich in
het Kon. penningkabinet te *s Gravenhage.
In deze beschrijving komen de huwelijkspenningen
van koningin WILHELMINA niet voor, daar de bijdrage
geschreven is vóór de voltrekking van H. M.'s huwe-
lijk, den 7 Febr. 11. Toen waren vele penningen nog
niet gereed, zoodat uit den aard der zaak slechts een
onvolledige lijst zou kunnen zijn gegeven.
Aangezien de Oranjepenningen niet afzondelijk zullen
worden in den handel gebracht, en het kostbare ^^Ge-
denkboek'' wel niet in handen van al onze leden zal
geraken, dunkt het ons nuttig, de aandacht op deze
verdienstelijke bijdrage van den heer ZWIERZINA te
vestigen, die in eene volgende aflevering van het Ge-
denkboek door eene volledige beschrijving der metalen
gedenkstukken, geslagen bij H. M.'s huwelijk, zal worden
gevolgd. Het geheel is een waardig pendant van de
Inhuldigingen en blijde intochten oneer Oranje-
vorsten door gedenkpenningen vereeuwigd^\ bij gele-
312
genheid van de Inhuldiging van H. M. door JOH. W.
Stephanik met zooveel zorg beschreven.
M. D. M.
UIT DE PERS.
Het Kon. Penningkabinet in den Haag heeft weder
een zeer belangrijk geschenk ontvangen De h.h.
prof. dr. jhr. J. SiX en jhr. W. SiX hebben namelijk
ten geschenke aangeboden eene volledige serie oude
munten van Lycia en van het eiland Cyprus, afkomstig
uit de beroemde verzameling van hnnnen vader dr. jhr.
J. P. Six.
Van H M de Koningin en Z. K. H. den Prins der
Nederlanden werden ten geschenke ontvangen afslagen
in zilver en brons van het onlangs uitgereikte herin-
neringsdraagteeken der huwelijksfeesten.
N. Rott. Ct.
In het Pe7iningkabinet,
Men schrijft ons:
Met een enkel woord vermeldden wij reeds het
geschenk van de heeren Six aan het Penningkabinet
in den Haag. De beteekenis dezer schenking is inder-
daad zeer groot. Reeds in 1 899 werden door dezelfde
heeren aangeboden de munten van Rome als Repu-
bliek en Keizerrijk, voor zoover zij wel in de verza-
meling van hunnen vader, dr. jhr. J. P. SiX, maar
niet in het Penningkabinet voorkwamen Deze stukken
zijn uitvoerig beschreven in het onlangs verschenen
verslag over 1899.
3^3
Thans zijn twee hoogst interessante en volledige
serieön Grieksche munten kunnen worden toegevoegd
aan de rijksverzameling. De heer Six toch hield zich
bij zijn penningkundige studiën vooral op met de
moeielijke munten van Cyprus en Lycia, In 1883
verscheen zijn studie over „Ie classement des séries Cy-
priotes*' en in 1886— 1887 zijn „Monnaies Lyciennes**,
beide in de Revue de Numismatique. Uit den aard
der zaak vormden dus deze serieën een der belang-
rijkste deelen van zijn zoo rijke collectie. Wanneer
men ze doorziet, treft de hooge wetenschappelijke
beteekenis dier stukken ; uit die munten toch is menig
duister punt in de geschiedenis en taal van het eiland
Cyprus en het Aziatische kustland verklaard ; waar
de monumenten en opschriften dikwijls zwegen, ge-
tuigden deze metalen gedenkstukken van de oude
beschaving en geschiedenis.
De muntslag op Cyprus duurde in de verschillende
staatjes van het eiland van de 6de eeuw v. Christus
tot den tijd van Ptolemaeus Soter (312 v. Chr.) In
Lyciö werd in de onder elkander verbonden staten
munt geslagen deels vóór 480 v. C, deels tusschen
480 V. Chr. en 360 v. Chr. Op de Cyprische munten
staan inscriptiën in Cypriotische, Phoenicische en Griek-
sche karakters; op de Lycische munten in Lycisch schrift.
Er is nog een reden waarom juist deze aanwinst
voor het Penningkabinet zoo belangrijk \». De Haag-
sche verzameling is voor het grootste deel gevormd
in het tweede deel der i8de eeuw; in dien tijd schonk
men nog weinig aandacht aan de artistiek niet mooie
en zeer moeielijk te ontcijferen munten van de Griek-
314
sche eilanden en Klein-Azië, terwijl men de stukken
met Egyptische en Syrische koningskoppen bij voor-
keur trachtte te verkrijgen. Er was dus zoo góéd
als niets van Cyprus en Lycië aanwezig; de royale
daad der heeren Six heeft deze lacune schitterend
aangevuld. N. Rott, Ct.
Handelingen van de Jaarlijksche Vergadering,
gehouden 16 Juni 1901, te Leeuwarden.
(UITTREKSEL.)
Tegenwoordig zijn de heeren: SASSEN, DU Crocq,
Stephanik, Dr. DE Dompierre de Chaufepié, Bom,
ZwiERziNA, Jhr. Speelman, Dr. Braakenburg van
Backum, A. Begeer, Jhr. Mr. F. Beelaerts van
Blokland en Wigersma.
Afwezig met kennisgeving, de heeren: BaTTAERD,
Mr. Besier, mejuffrouw M. de Man, de heeren Van
Gemund, Jhr. -VAN DEN Brandeler, mr. Deketh,
Jhr. mr. Snoeck, Jhr. mr. van Meeuwen, ter Gouw,
Bruvnestevn, Jhr. Ram, van Rijckevorsel, de Witt
Hamer, Hollestelle, mr. Kleijn, Karreman, van
DE Water, de Waard, Jhr. mr. L. Beelaerts van
Blokland, van der Hoop, I. W. Menso, J. C. P.
E. Menso, Jhr. mr. Teixeira de Mattos, burggr.
B. de Jonghe, Vanden Broeck, Ruys de Perez,
Bordeaux en Evans.
Notulen worden gelezen en verslag van den sekre-
taris goedgekeurd.
21
3i6
Naar aanleiding van dit verslag deelt de voorzitter
mede, dat de heer H. G. DU Crocq te Amsterdam
aan ons genootschap vermaakt heeft zijne belangrijke
verzameling penningen en wel vrij van successie-
rechten. In verband met deze making ontvingen wij
reeds van den heer DU Crocq een ingebonden kwartijn,
bevattende de volledige beschrijving der stukken.
Spreker drukt den bizonderen dank van het genoot-
schap uit voor dit vorstelijk legaat, waarmede de
aanwezigen toejuichend instemmen i).
Het verslag van den konservator wordt in dank
ontvangen.
De kommissie voor 't nazien der rekening bestaande
uit de heeren Jhr. H. M. Ridder Baronet Speel-
man en Dr. C. J. A. Braakenburg van Backum,
vraagt verlenging van haar mandaat, aangezien de
rekening over 1900 nog niet afgewikkeld is.
Het verslag van de kommissie van redaktie wordt
in dank ontvangen.
De voorzitter brengt hulde aan die kommissie en
aan haar hoofd en leider den heer ZwiERZiNA.
Op voorstel van het bestuur wordt onder toejui-
ching tot eerelid benoemd den koninklijken numismaat
Z. M. ViTTORiO Emanuele III, koning van Italië.
Verder benoemt de vergadering tot gewoon lid,
den heer S. WiGERSMA HzN. te Leeuwarden en tot
buitengewone leden de heeren: J. M. M. VAN BELLE,
Amsterdam, mr. N. P. van DEN Berg, Amsterdam,
mr S. VAN Gtjn, Dordrecht, Louis DE Laigue, Rot-
i) Wij hopen omtrent deze verzameling in de 4e afl. een en
ander mtde te deelen. Red.
i^l
terdam, J. M. J. VAN Lis, Hilversum, HiDDE NijLAND
Dordrecht, L. M. ROLLIN COUQUERQUE, 's-Graven-
hage, prof. jhr. dr. J. Six, Amsterdam, jhr. mr. V. E.
L. DE StueRS, 's-Gravenhage, Bas Veth, Dordrecht,
en J. C. Wienecke (vroeger buitenlandsch lid), Utrecht.
Alvorens tot *t benoemen van bestuursleden over
te gaan, doet de voorzitter een brief voorlezen, waarbij
hij mededeelt om ambtsbezigheden ontslag te moeten
nemen als voorzitter. Jhr. Speelman betreurt dit
besluit ten zeerste, doch daar wij voor een onher-
roepelijk besluit staan, stelt spreker Dr. DE Chau-
FEPIK voor. Nadat de voorzitter heeft medegedeeld,
dat deze ook de kandidaat van 't Bestuur is, wordt
Dr. H. J. DE Dompierre de Chau^epik, Direkteur
van 't Kon. Munt- en Penningkabinet te 's-Gravenhage,
zonder stemming, maar met toejuiching tot voorzitter
gekozen.
Op dezelfde wijze worden de heeren JOH. W. Ste-
PHANIK en W. K. F. ZWIERZINA, onderscheidenlijk
tot sekretaris en tot redaktielid herkozen, en verkrijgt
de heer AUG. SASSEN het onder-voorzitterschap.
Voor den loopenden jaargang van 't Tijdschrift,
staat de vergadering wederom ƒ700 toe, d. i. ƒ600
voor tekst en ƒ100 voor platen. Te beginnen met
i januari 1901 zal voor de afleveringen eene kleinere
lettersoort gebruikt worden. De heer H. G. DU Crocq
zegt vooi 't Tijdschrift eene bijdrage van ƒ25 toe,
hetgeen door de vergadering dankbaar wordt aan-
genomen.
De a.s. Jaarvergadering 6 juni 1902 zal te Dor-
drecht gehouden worden.
3i8
De heer ZwiERZiNA deelt mede een beredeneerden
index op de lo eerste jaargangen te bewerken, als
herinnering aan ons a.s. tienjarig bestaan.
De heer S. WiGERSMA HZN. staat 4 leeuwarder
vroedschapspenningen aan *t Genootschap af, ter ge-
dachtenis aan 't bezoek aan deze stad. De heer Anth.
Begeer, voegt hier bij een 7-tal fraaie afslagen van
nieuwe nederlandsche penningen. De voorzitter dankt
beide heeren en stelt voor nog staande de vergadering
een bezoek te brengen aan 't graf van wijlen Mr.
Jakob Dirks.
Hier werd een krans van cycasbladeren met levende
bloemen als hulde op de zerk geplaatst. De heer
Sassen bracht hierbij in herinnering, dat mr. DiRKS
als medeoprichter van 't Genootschap zulk een wel-
dadigen invloed op zijn bloei heeft uitgeoefend. Als
man van rijke, voldragen wetenschap, wars van elk
half-weten, zal mr. DiRKS altijd blijven een groot en
schoon voorbeeld van strijder voor het doel, dat ons
Genootschap zich voor oogen heeft gesteld.
Na afloop van deze plechtigheid verklaarde de heer
Sassen de vergadering gesloten.
Joh. W. Stephanik,
Sekretaris.
Inhoudsopgave der Tydschriften die het Genootschap
in ruiling ontvangt
Revue Beige de numismatique.
1900. 57' année. 11* livraison.
I. Deux dépóts de deniers consulaires romains,
par M. Max Bahrfeldt (suite et fin).
II, Quelques mots au sujet des deniers namurois
de la première moitié du XIII* siècle par M.
Ed. Bernays.
III. Les monnaies des derniers comtes de Reck-
heim de la maison d'Aspremont-Lijnden. par M.
Ie Vie B. De JONGHE.
IV. Les jetons et les médailles d*inauguration
frappés par ordre du gouvernement général aux
Pays-Bas autrichiens (171 7 — 1794)1 par M. A.
DE Witte (suite et fin).
V. Notre-Dame de Laeken et ses médailles, par
M. A. DE Witte.
320
Rivisti Italiana di Numismatica
Anno XIII. 1900. Fase. IV.
Dattari (G.) Appunti di Numism. Alessandrina
IV. V VI. VII. (Fig. e. Tav.).
RiCCl (Serafino). La numismatica e Ie scienze archeo-
logiche ed economiche.
Malaguzzi (Francesco). La zecca di Bologna.
Cerrato (G). Un forte bianco attribuito ad Amedeo
VI di Savoia (Fig.).
Papadopoli (Nicoló). Tariffe veneziane del secole
XVI (con 5 riprodaz. in zincografia.)
Spigardi (Arturo). A proposito di una medaglia
attribuita a Ferdinando III, Granduca di Toscana.
Congres international de numismatique,
réuni k Paris, en 1900
Proces- ver baux et mémoires, publiés par M. M. Ie
Comte DE Castellane, président et Adrien Blan-
CHET secrétaire général.
Mittheilungen der Bayerischen Numismati-
schen Gesellschaft.
XX Jahrgang. 1901.
Zum achtzigsten Geburtsfest Sr. Kgl. Hoheit des
Prinz-Regenten LuiTPOLD, VON G. H.
Die pfalzgraflichen Ruprechtsgoldgnlden. VoN Al-
FRED Noss (mit Tafel I au. II).
Die Entwicklung des Wittelsbachischen Wappens und
321
seine erste Verwendung auf Münzen. Von LUDWIG
V. BüRKEL (mit Tafel III).
Aus bayerischen Archiven. Von J. V. KULL.
Imitationen bayerischer Halbbatzen aus der Zeit des
dreissigjahrigen Krieges. Beschrieben und erklart von
D^ EUGEN Merzbacher.
Churfürst Max Emanuel regt 1721 eine Münz-conven-
tion Bayerischen und Schwabischen kreises an. Von
C. F. Gebert.
Ueber eine bisher unbekannte Médaille des Herzogs
Ferdinand des Warten bergers. Von Friedrigh Och.
Ueber zwei Medaillen-Zeichnungen. Von D^ Georg
Habich (mit Tafel IV.)
Erwerbungen des Königlichen Münzkabinets unter
der Regierung Seiner Königlichen Hoheit des Prinz-
Regenten. Von D*"- Hans Riggauer (mit Tafel V).
Numismatische Zeitschrift. Wien
32 «*^'" Band, Jahrgang 1900.
I. M. Bahrfeldt: Nachtrage und Berichtigungen
zur Münzkunde der römischen Republik.
II. Otto Voetter : Die Münzen des Kaisers Gal-
lienus und seiner Familie.
III. Andreas Mark : Das Provinzial courant unter
Claudius II. Gothicus.
IV. D' WiLH. KUBITSCHEK : Ein Fund römischer
Antoniniane aus Serbien.
V. Derselbe: Ein Beispiel keltischer Münzpragung.
322
VL Th. H. Ippen : Eine unedirte mittelalterliche
Münze aus Albanien.
VIL H. Dannenberg: Die goldgulden von Floren-
tiner Gepröge.
VIII. Derselbe : Mittelalter Münzen mit Umschriften
in der Volkssprache.
IX. Eduart Fiala : Verschiedenes aus der Haller
Münze.
X. Dr Carl Domanig : Peter Flötner als Me-
dailleur.
Revue Suisse de Numismatique.
Tomé X, i'* livraison,
Th. Grossmann. Une trouvaille de monnaies de
Genève et de Lausanne, faite dans Ie „Mandement*'
(avec fig.)
Paul Ch. Stroehlin (pour la Section de Genève).
Inventaire descriptif des variantes des monnaies de la
République de Genève (1535 — 1548).
L. TORZER. Document fran9ais date de 1783,
relatif h la protection d*une invention suisse pour
Textraction des parties métalliques des cendres des
laboratoires des monnaies et des ateliers des orfèvres.
Paul Adrian. Versuchsmünzen von schweizerischen
Fünf-frankenthalem.
MÉLANGES :
Comptes rendus et notes bibliographiques.
Beschrijving der Nederiandsche of op Nederland
en Nederlanders betrekking hebbende Pen-
ningen, geslagen na November 1863
(Vervolg op het werk van mr. Jacob Dirks)
DOOR
W. K. F. ZWIERZINA
( Vervolg.)
282. 1873. 31 December.
Spotpenning op J. Hilman te Amsterdam bij de
verbouwing van den Stads-Schouwburg aldaar.
Vz. Een in bewondering voor een gebouw
zittende man met een sigaar in den mond en
een stok onder den arm, achter hem een huis
met het opschrift:
Daaronder :
Hier staat de Chef der knoeipartij
Die verzen knoeit voor boeken,
Wenscht zich een kruisje waarna hij
Wel eeuwig kan gaan zoeken,
Kz. in het veld :
Hij is Jan,
De ntooije Jan^
22
324
De wijze Jan de Vrome,
Hij is die Jan G . . dome
Wiens koekebakkerswaan * •
Een penning zich liet slaan.
Tin, 35 m.M., Verz. Z.
's Mans bijnaam was: , Jantje Goddome."
;48^. Als voren.
Geheel gelijk n**. 282, doch regel 4 van het
opschrift der Vz. luidt : Wel eeuwig kan naar
zoeken.
Tin, 35 m.M., V^erz. Teyler.
De stempels met dit foutieve opschrift zijn zéér spoedig gesprongen.
Volgens Cat, Smits v. Nieuwerkerk in 1874 door het „beruchte
Weekblad Asmodée uitgegeven" (no. 3555); dit is onjuist, de penning
is gemaakt door de firma van Maarsseveen te Amsterdam. Asmodée
maakte* er een brevet bij.
Johannes HiLMAN werd 29 Oktober 1802 te Amsterdam geboren.
Hij was makelaar in granen, doch ondervond daarbij weinig voor-
spoed ; eerst na den dood van zijn schoonvader werd hij een ver-
mogend man. Hij was een ijverig bevorderaar der tooneelspeelkunst
en vooral van de belangen van den stadsschouwburg te Amsterdam,
waarvan hij kommissaris was. Behalve vele bijdragen in jaarboekjes
en tijdschriften, schreef hij diverse treurspelen, een enkel blijspel en
vele gedichten, benevens in 1879: „ö/«j Tooneel. Aanteckeningen en
geschiedkundige overzichten. Naantrol van plaatwerken en geschriften^''
Hij overleed te Amsterdam 18 November 1881 en legateerde zijne
hoogstbelangrijke bibliotheek van werken op het tooneel betrekking
hebbende aan de universiteit zijner vaderstad.
284. 1873.
Tentoonstelling van Landbouw enz. te Grave.
Vz. geheel gelijk Dirks n°. XXX, doch in
de afsnede van dezen : afdeeling
GRAVE
325
Kz. In den lauwerkrans: tentoonstelling -
-k GRAVE •- 1873.
Zilver en brons 42 m.M. Bijdragen, 2' druk,
n^ 538.
285. 1873.
Tentoonstelling van Landbouw, Tuinbouw
en Nijverheid te Veendam.
Vz. Eene naar links gezeten vrouw met de
linker elleboog rustende op het wapen van
Veendam, met haar rechterhand een op haar
schoot liggend ontrold perkament houdende.
Links: Fabriek, schip, aardglobe, kan, hamer,
passer en schietlood; rechts: bijenkorf, zeis,
dorschvlegel, ploeg en spade.
Omschrift: landbouw, tuinbouw en ny ver-
heid
In de afsnede: tentoonstelling
Kz. In een lauwerkrans:
EEREPRYS
toegekend aan
1873
Brons, 38 m.M. Verz. H. Kuipers.
286. 1873.
Draagteeken van kommissarissen bij de ten-
toonstelling, gehouden te Oud-Beierland van
326
de HoUandsche Maatschappij van Landbouw,
afdeeling Oud-Beierland en Strijen, (later ge-
naamd afdeeling „De Hoeksche Waard").
De wapens van Oud-Beierland en Strijen
gedekt door een fraai bewerkt naar voren uit-
stekend kroontje.
Eenzijdig, zilver met oog en ring, breed 28,
hoog 26 mM. Verz. Z.
287. 1873.
Ter eere van den schilder Rembrandt van
Rijn en zijne schilderij „de Nachtwacht".
Vz. Zijn linksgewend borstbeeld met baret,
daaronder: M. c. d. v. j^ 1873
Omschrift binnen: REMBRANDT HER-
MANSZ. VAN RYN. Langs den rand: NÉ
A LEYDE 15 JUILLET 1606. MORT A
AMSTERDAM, ET ENTERRÉ 8 OCTOBRE
1669.
Kz. De afbeelding van de schilderij „de
Nachtwacht" daarboven :
MUSÉE
d' AMSTERDAM.
daaronder : rembrandt pinx. m. c. de vries jr. sculp.
LA RONDE DE NUIT.
Zilver en brons; 109 m.M. Verz. Z.
Rembrandt Harmensz. van Run was de zoon van den molenaar
Haamen Gerritz. Hij leerde schilderen bij Jacob Isaaksz. van
S WANENBURG te Leiden en Pieter Lastman te Amsterdam. Zijn
eerste bekende stuk is een Pauliis van 1627. In 1630 vestigde hij
zich te Amsterdam en huwde 1634 met Saske van Ulenburgh
(t 1642), later met Catharina van Wijk. Met recht wordt hij de
vorst der nederlandsche schilders genoemd, hij, de toovenaar met
327
licbt en bruin, wiens invloed de geheele 17e eeuw beheerschte en
die een school schiep van tal van beroemde meesters.
Voor hem werd 27 Mei 1852 op de toenmalige Botermarkt,
thans Rembrandtplein, te Amsterdam een standbeeld onthuld. (Zie
DiRKS no». 728 — 730). Bij de inwijding van het Rijksmuseum op
13 Juli 1885 werd hij in den feestzang van J. P. Heije, muziek van
Joh. J. H. Verhulst gehuldigd, zijn op den penning afgebeeld doek
neemt, (helaas slecht belicht) in dat museum de eereplaats in. Bij
gelegenheid der inhuldiging van H. M. de Koningin in 1898 werd
van September — November te Amsterdam ecne Rembrandt-tentoon-
stelling gehouden, waar *s meesters heerlijk doek goed tot zijn recht
kwam. De naam „Nachtwacht" is onjuist : het is het vendel van ka-
pitein Banning Cocq, oorspronkelijk bestemd voor de groote zaal
van den Kloveniersdoelen te Amsterdam en geschilderd in 1642.
288. 1873.
Prijspenning der Hollandsche Maatschappij
van Wetenschappen te Haarlem.
Vz. Linksgewend borstbeeld van Herman
BoERHAVE, daaronder: j. elion f.
Omschrift : hermanvs boerhave
Kz. Geheel gelijk n^ 176.
Brons, 75 m.M. Verz. Z.
Zie omtrent deze maatschappij de aanteekening op no. 176.
Deze penning wordt om de vier jaren in goud uitgereikt aan ver-
dienstelijke geleerden, b. v. in 1883 aan Prof. Dondkrs.
Zie omtrent Boerhave de aanteekening op no 243.
289. 1873.
Prijspenning van de akademie van Beel-
dende Kunst te 's-Gravenhage.
Vz. 3>
academie
VAN
BEELDENDE KUNST
TE
'sgravenhage
328
Kz. Glad veld omgeven door een lauwer-
krans.
Brons, 43 m.M. Leidsch Penn. Kab.
290. 1874, 16 Maart.
50-Jarig bestaan van het natuurkundig
genootschap „Tot Nut en Vergenoegen"
te Arnhem.
Vz. Op een voetstuk, waarop het wapen
van Arnhem is aangebracht, staat een rechts-
gewende Minervakop, daaromheen globe, bijen-
korf en natuurkundige werktuigen, op den
achtergrond een regenboog. In de afsnede:
GESTICHT DOOR
Omschrift: natuurkundig genootschap tot
NUT EN vergenoegen TE ARNHEM
Kz. In een lauwerkrans :
I824-I874
••• —
Omschrift: herdenking aan het vijftigjarig
BESTAAN.
Onder langs den rand : l. h. eberson inv. de
VRIES ARNHEM FEC.
Zilver en brons, 52 m.M. Verz. Z.
291. 1874. 31 Maart.
Gouden bruiloft van Jhr. H. D. Hooft van
Woudenberg van Geerestein en W. C. Kluppel
329
Vz. De door een ridderkroon met gevleii-
gelden helm en een hoofd als helmteeken
gedekte wapens der echtelieden.
Hooft. Rood veld beladen met zilveren
manshoofd met gouden haar en groenen lau-
werkrans, waaraan blauwe strik bezaaid met
zilveren lelies.
Kluppel. In zilver drie tronken in natuur-
lijke kleur geplaatst de een op den ander.
Kz. Opschrift:
JHR. H. D. HOOFT
VAN WOUDENBERG
VAN GEERESTEIN
EN
VROUWE W. C. HOOFT
VAN WOUDENBERG
VAN GEERESTEIN
GEB. KLUPPEL.
UIT HOOGE ACHTING
EN MEER DAN
VEERTIGJARIGE
WAARDEERING
AANGEBODEN DOOR
C. A. CRAMEK.
Omschrift: 50JARIGE echtvereeniging 31
MAART 1874.
Brons, 30 m.M., nal. (. Elion.
330
12 Mei 1874.
25 jarige regeeringf van Z. M. Koning*
Willem III.
ALGEMEENE PENNINGEN EN
DRAAGTEEKENS.
292. Vz. De Koning de face gezeten, in de
rechterhand den schepter en in de linkerhand den
rijksappel houdende, links staat de gerechtig-
heid met haar rechterhand een wetstafel met
het opschrift: grondwet steunende en in haar
linkerarm een bijlbundel houdende. Rechts
de nederlandsche maagd met vrijheidshoed en
schild waarop het nederlandsche wapen, achter
haar de vrede een palmtak en vogelnestje met
vijf vogels houdende. Beneden : m. c. de vries jr.
INV. ET FEC.
Omschrift boven: MET WET, VRIJHEID
EN EENDRAGT.
Ter zijden :
rechts: gehuldigd te Amsterdam
12 MEI 1849.
links: plechtig door Nederland
HERDACHT.
Kz. In het veld : het gekroonde nederland-
sche wapen met twee leeuwen als schildhou-
ders, rustende op een lint met de spreuk: je
MAiNTiENDRAi., daaronder:
DIE VORST, DIE VYFENTW4NTIG JAAR,
HET VADERLAND REGEERDE,
331
MET WET, EN VRYHEID, STEEDS ALDAAR
's VOLKS EENDRACHT SLECHTS BEGEERDE, . . .
ZAG DANKBAAR ELKEN ONDERDAAN,
HERDENKEND DIT VERLEDEN,
GETROUW HEM STEEDS TER ZVDE STAAN,
ALS IN HET HEUGLIJK HEDEN.
12 MEI 1874.
n. V. j«.
Omschrift: ZILVEREN KRONINGSFEEST
VAN Z. M. WILLEM III.
Zilver en brons, 67 m.M. Verz. Z.
Oranjepenningen 1308.
293. Vz. Het linksgewend hoofd van Z. M.
Koning Willem III.
Omschrift na een kleine versiering: WILLEM
III KONING— DER NEDERLANDEN
Kz. De nederlandsche maagd met helm en
speer, aan wier voeten een leeuw ligt uitge-
strekt, staat linksgewend voor een altaar, waar-
boven zij met de rechterhand een lauwerkrans
houdt. Op het altaar ligt de koninklijke kroon,
terwijl op de voorzijde van het altaar de
jaartallen o*^" gegrift zijn.
In de afsnede: p. m & z^. (P. Mans velt &
Zoon te 's-Gravenhage.)
Zilver, 36 m.M. Kon. Kab.
Oranjepenftingen 1 304.
294. Vz. De nederlandsche maagd een sluier
optillende voor een medaillon waarop het hoofd
des Konings prijkt, daarachter de troon; zij
332
houdt in haar arm een schepter en achter haar
vertoont zich de nederlandsche leeuw. Links
op den voorgrond de gevleugelde geschiedenis,
die op een geschiedtafel : xxv — ^jaar grift.
Tusschen de beide figuren onder het medaillon
de koninklijke mantel. Op den sokel: ed. geerts
FEc. In de afsnede: JUBIL^^ïUM.
J. SMULDERS k CO. IITG'S. 'S HAGE.
Omschrift: NEDERLAND— 12 MEI— 1874.
Kz. De Koning voor den troon staande
omhangen met den koninklijken mantel, zijne
rechterhand zwerend opgeheven en de linker
op een geschiedtafel met het opschrift grond —
WET plaatsende, welke tafel hem door de ge-
rechtigheid voorgehouden wordt. Links de
nederlandsche maagd met den vrijheidshoed,
hare rechterhand op den kop van den leeuw
latende rusten. In de afsnede:
JE MAINTIENDRAI.
In het veld links: ed. geerts f. en rechts: bruxelles.
Omschrift: NEDERLAND 12 MEI 1849.
Zilver en brons, 65 m.M. Kon. Kab.
Oranjepenrnngefi 1306.
295. Vz. *s Konings linksgewend hoofd, daar-
onder : ED. geerts. f.
Omschrift: willem iii koning der Neder-
landen.
Kz. De geschiedenis, voorgesteld als eene
naakte gevleugelde vrouw, naar rechts gewend
333
gezeten bij een voetstuk, waarop schepter en
kroon rusten en waarvan de koninklijke mantel
afhangt, grift in een tafel het woord : jubil.€UM,
op den zetel is ingegrift: ed geerts.
Omschrift :
25 JARIGE REGEERING VAN Z, M. KONING
WILLEM III.
In de afsnede: 12 MEI 1874.
J. SMULDERS & C . UITG».
's HAGE.
Brons, 50 m.M. Kon. Kab.
Oranjepenningen 1307.
296. Vz, Het gelauwerd hoofd van Z. M. rechts
gewend. Daaronder : ed. geerts. f
J. SMULDERS DEN HAAG.
Omschrift: willem iii koning — der Neder-
landen.
Kz. In het veld tusschen twee samenge-
bonden eiketakken:
. GEHULDIGD
12 MEI
JUBIL^t __
12 MEI I-8^4
Omschrift: -het was vrede in zijne dagen-
WELDOEN WAS ZIJN LUST.
Koper verguld en tin, met en zonder oog
en ring, 22 m.M. Verz. Z.
Oranjepenningen 13 10.
297. Het rechtsgewend hoofd van Z. M.
Omschrift: willem iii koning — der Neder-
landen.
334
Kz. Omschrift: zilveren kroningsfeest en
tusschen een paardje en een leeuwtje, (wapen-
dieren van Wurtemberg en Nederland) : 1849 —
1874. In het veld :
VAN
Z. M. WILLEM III
12 MEI
Koper met en zonder oog en ring, 21 m.M.
Verz. Z.
398. Vz. Rechtsgevvend borstbeeld van Z. M.
Koning Willem III in uniform.
Omschrift: 25 jarige kronings feest
Kz. Het gekroonde nederlandsche wapen
met twee leeuwen als schildhouders, daaronder
op een lint de spreuk: je maintiendrai, boven
12 mei 1849, beneden: 12 mei 1874
Geel koper met oog, 18 m.M. Verz. Z.
299. Het rechtsgewend hoofd van Z. M.,
daaronder een kruisje.
Omschrift: leve willem ïii koning der ned.
G. H. V. L.
Kz. In het veld in drie regels binnen een
parelcirkel: mei — 1849 — 1874.
Omschrift: gedachtenis der (sic) vijf-en-
TWIXTIG JARIG KROONIXGSFEEST • ^
Koper 13 m.M. Verz. W. Snoeck.
300. Als voren.
Dezelfde, groot 19 m.M. Verz. J. Karreman
te Oud-Beierland.
335
301. Rechtsgewend borstbeeld van Z. M.
koning Willem III, in parelrand.
Omschrift: «c es> • willem iii koning der ned.
G. H. V. L. A. FiscH BRUSSELS (sic).
Kz. In parelrand: MEI
1849
1874
Omschrift: • ©» • 25 jarige kroningsfeest
Koper verguld of verzilverd, met oog, 20
m.M. Verz. Z.
302. Vz. Rechtsgewend borstbeeld van Z. M.
koning Willem III.
Omschrift: willem iii koning der ned. g.
H. V. L.
Kz. In parelrand : MEY
I 849
1874
Omschrift: ^ 25 jarige kroningsfeest
Koper verguld of verzilverd, met oog, van
denzelfden maker, 15* m.M. Verz. Z.
303. In twee naast elkander geplaatste ovale
schilden, de aanziende borstbeelden van Z. M.
den Koning en H. M. de Koningin, tusschen
de schilden eenig lofwerk.
Omschrift: • aan hunne majesteiten den
koning en de koningin der NEDERLANDEN WILLEM
III F.N SOPHIA FREDERIKA MATHILDA.
Kz. In een cirkel, omgeven door een kom-
336
partiment van vier bogen en vier hoeken, het
opschrift :
25
JARIG
KRONINGSFEEST
MEI
1849 — 1874.
Zilver met oog, 32 m.M. Verz. v. Dijk v.
Matenesse.
304. De naast elkander geplaatste aanziende
borstbeelden van den Koning en de Koningin.
Omschrift: h.h. m.m. koning en koningin
DER
NEDERLANDEN.
Kz. In het veld:
HERINNERING
AAN DE
25 JARIGE REGEERING
VAN
Z. M. WILLEM III
KONING
DER NEDERLANDEN.
Tin, 24 m.M.
305. Vz. De aanziende borstbeelden van Koning
en Koningin in door een parelrand omgeven
medaillon tusschen eenig lofwerk op matten
grond.
337
Kz.
^ AAN ^
DE 25 JARIGE
REGEERING
VAN
Z. M. WILLEM III KONING
DER NEDERLANDEN.
Geel koper en verzilverd, met oog en ring,
23 m.M. Verz. Z.
306. Vz. De aanziende borstbeelden van den
Koning en de Koningin.
Omschrift: h.h. m.m. koning en koningin
DER
NEDERLANDEN.
Kz. In breeden gevlochten rand, waarbinnen
parelrand : mei
1849 — 1874.
JARIG
^^^VINGSV^^^
Tin met breed oog, 23 m.M. Verz. Z.
307. Geheel als voren,
doch het opschrift op de Kz. in een rand
van 15 bogen op een met sterren bezaaid
veld. Verz. Z.
308. Geheel als voren.
De Kz. zonder rand en slechts groot 15
m.M. Verz. Z.
338
309. Vz. Als de voorgaande doch het woordje
DER voor en niet boven Nederlanden.
Kz. In parelrand :
MEI
1849
1874
Omschrift: * 25 jarig kroningsfeest
Tin, met breed oog, 18 m.M. Verz. Z.
310. Eenzijdig draagteeken met oog en ring.
Aanziende borstbeelden van den Koning en
de Koningin.
Op- en omschrift:
• H.H. M.M. DEN KONING EN DE KONINGIN •
DER
NEDERLANDEN
25
JARIG
KRONINGSFEEST
alles in ovaal medaillon rustende op lauwer-
takken gedekt door een muurkroon.
Kompositie, 22 bij 30 m.M. Verz. Z.
311. Zilveren eenzijdig draagteeken in den
vorm van een afgerond kruis met onderling
verbonden armen. In het midden rechtsgewend
hoofd van Z. M. koning Willem III tusschen
lauwer- en eiketakken. Op de armen van het
kruis boven: de koninklijke kroon, onder:
25 JARIG 1* i: . ^^'^ ^'^^ ^^^^
JUBILEUM ' VREUGD
339
EN VOORSPOED
rechts: , op de verbindingsstuk-
ken boven links: xii rechts: mei onder links:
1874 rechts: 1849.
29 m.M., met breed vierkant oog. Verz. Z.
312. Eenzijdig draagteeken.
In ovaal medaillon : Linksgewend hoofd van
Z. M. koning Willem III, daaronder gekruiste
schepter en fakkel omgeven door lauwer- en
eikeloof. Het medaillon is omgeven door een
jarretière waarop: 25 jarig regeeringsfeest
VAN Z. M. WILLEM III ^-^,
Onder en boven een klein ornement.
Blik, 41 bij 25 m.M. Verz. Z.
313. Gekroonde cartouche met de borstbeel-
den van Z. M. den Koning en H. M. de Ko-
ningin in medaillons, waartusschen
boven: 1874
onder :
MEI
Het geheel omgeven door gekruiste eike-
en lauwertakken, waarop onder een lint rust
met het opschrift:
XXV JARIGE regeering.
Zilver, 34 bij 33 m.M. Verz. Z.
314. Vergulde oranjeboom tusschen twee palm-
takken, aan welks voet de gekroonde neder-
landsche leeuw ligt, door deze voorstelling
slingert zich een verguld lint, waarop:
1849 WILLEM III 1874.
23
340
Eenzijdig zilver draagteeken met oog, hoog
39 m.M. Verz. Z.
(Door J. M. V. Kempen te Voorschoten).
315. Eenzijdig draagteeken.
De aanziende borstbeelden van den Koning
en de Koningin daarboven:
^ DER \
^- <p
NEDERLANDEN
daaronder :
25
JARIG
♦ KRONINGSFEEST. ♦
alles binnen een medaillon in parelcirkel, rus-
tende op een gevlochten grond, omgeven door
samengestrikte omwonden palm- en oranj etakken,
waarvan de linten boven het oog vormen.
Zilver, 34 bij 24 m.M. Verz. J. Karreman
te Oud-Beierland.
316. De Koning in generaalsuniform staande
met den schepter in de rechterhand bij een
altaar, waarop het nederlandsche wapen is af-
gebeeld en waarop de koninklijke kroon ligt.
Op het voetstuk staat: 1849 — 1874
Zilver draagteeken, hoog 44 m.M., op oranje
rozet. Verz. W. Snoeck.
317. 's Konings rechtsgewend borstbeeld, om-
geven door een jarretière waarop 1849 1874
341
*t geheel gedekt door de koninklijke kroon.
Zilver draagteeken, hoog 30 m.M., op oranje
rozet. Verz. W. Snoeck.
318. 's Konings linksgewend hoofd in een rond
medaillon. Omschrift :
♦ 25 JARIG KONINGSCHAP ♦
1849 ♦ 12 MEI ♦ 1874
't Geheel gedekt door de koninklijke kroon.
Zilver draagteeken, hoog 36 m.M. Verz. W.
Snoeck.
Zie Oranjepenningen 13 13 — 1334.
318^. Vz. 's Konings rechtsgewend hoofd.
Omschrift: willem iii koning der ned.
Kz. De GRONDWET rustende op gekruist rijks-
zwaard en schepter, daarboven de kroon, ter
zijden: 1849 1874
en onder: 12 mei
Tin, 22 m.M. Verz. du Crocq.
318*. Zilveren banier gedekt door de konings-
kroon. Opschrift: 1849
C
1874
Hoog 29, breed 13 m.M., op strikje van
geribt oranjelint, afgezet met rood, wit, blauw.
Verz. DU Crocq.
(De beteekenis van de letter C is den eigenaar onbekend.)
318^'. Vz. Rechtsgewend borstbeeld des Ko-
nings, een mantel om de schouders, in parel-
rand.
342
Kz. Het sierlijke door de duitsche keizers-
kroon gedekte monogram W. A. (Wilhelm en
AUGUSTA !)
Omschrift: * willem iii koning der Neder-
landen G. H. V. l.
Koper met oog, 23 m.M. Verz. du Crocq.
318^. Vz. Rechtsgewend hoofd des Konings.
Omschrift: • leve willem iii. koning der
NED. G. H. V. L.
Kz. In parelcirkel: MEI
1849
1874
Omschrift: + gedachtenis der (sic) vijf-en-
•TWINTIG jarig KROONINGSFEEST
Koper verzilverd. 13 m.M. Verz. Wigersma.
Draagteekens in den vorm van dasspelden.
319. Borstbeeld van Z. M. Willem III bijna
en face.
Omschrift: hulde aan het 25 jarig koning-
schaf • 1849 — 74 •
Verguld, omgeven door een rand van roode,
witte en blauwe vakken, 30 m.M. Verz. Z.
320. Borstbeelden van den Koning en de Ko-
ningin bijna en face in ovale medaillons, gedekt
door de koninklijke kroon, daaronder op een
lint, 1849 — 74.
Omschrift als de voorgaande.
343
Verguld, omgeven door een rand van roode,
witte en blauwe vakken, 30 m.M. Verz. Z.
331. Linksgewend hoofd van Z. M. Willem III.
Omschrift: willem iii koning der ned. g.
H. V. L. in parelcirkel.
Verguld, 15' m.M. Verz. Z.
BIZONDERE PENNINGEN.
J|2!J. Hulde van de orde van vrijmetselaren.
Vz. Eene vrouw, links voor het op een zuil
geplaatste borstbeeld desKonings staande, waar-
boven zij een lauwerkrans houdt en dat door
een stralen schietend alziend oog beschenen
wordt ; tegen de zuil rusten een schild met de
jaartallen 1849 ^^ ^874, een passer en een
winkelhaak, aan de voeten der vrouw liggen
een truweel en passer. In de afsnede: i>e vries j.-.
Kz. In het veld: de orde — der vrvmet-
SELAREN — IX HET — KONINGRYK DER NEDERLAN-
DEN ONDERHOORIGE KOLOxNIEN EN LANDEN — TER
HERINNERING — AAN DE VYFENTWINTIGJARIGE RE-
GERINC; VAN KONING WILLEM III 12 MEI
Zilver en brons, 75 m.M., Verz. Tevler.
Roest l^erz, van het Gr ooi Oosten bl. 19,
Oranjepenningen 1309.
Door Prins Fredkrik, den eerbiedwaardigen Grootmeester Natio-
344
naai, vergezeld van tal van Groot waardigheidsbekleeders, Z. M. in
goud, zilver en brons aangeboden.
Het zou ons te ver voeren een beschrijving van al de feesten te
geven, allerwege in ons vaderland gevierd, de navolgende penningen
spreken daarvan en de belangstellenden verwijs ik naar Hofdijk,
Gedenkboek der feestvieringen. Hier moge alleen volgen 's Konings
PROKLAMATIE.
. Geliefde Landgenooten en Onderdanen
in Nederland en tijne Overteesche Ge-
westen !
Een hartelijk woord tot U op dezen heugelijken dag!
Vijf en twintig jaren geleden heb ik de regeering over het Neder-
landsche Volk plegtig aanvaard.
Ik beloofde de regten en vrijheden van alle Mijne onderdanen te
beschermen en hunne welvaart te be%'orderen met alle middelen, die
de wetten ^cr Mijner beschikking stellen.
MiJD ernstig streven is geweest dat Koninklijke woord, zooveel in
Mijne magt was gestand te doen. 's Lands Vertegenwoordiging heeft
Mij daarbij gesteund. Gij, geliefde Landgenooten, hebt Mijne zorgen
beloond door Uwe gehechtheid aan orde, Uwe gehoorzaamheid aan
de wet, Uw noeste vlijt, maar vooral door Uwe onverflaauwde liefde
voor Mij en Mijn Koninklijk Huis.
God heeft onze gemeenschappelijke werken met rijken zegen
gekroond.
Is er één tijdperk in de geschiedenis van ons Vaderland, dat op
meer ontwikkeling, meer vooruitganjif, grooter vrijheid in elke rigting,
grooter welvaart en bloei kan bogen, dan dat, waarop wij heden
terugzien !
Op Mijn vijf en twintigjarig feest zie ik Mij aan het hoofd van
een trouw en gelukkig Volk, en de hechte band, door onze geschie-
denis geweven, die heden, zoo innig als ooit te voren. Mijn huis en
Mijn volk verbindt, boezemt allerwege eerbied in.
Dat vervult Mijn hart met diepgevoelde erkentelijkheid. De blijde
toonen, die alom in den lande zich jubelend doen hooren, getuigen
dat een zelfde gevoel allen bezielt. Ook uit onze eenstemmige vreugde
spreekt luide de eendragt, die onze magt maakt.
Gaan wij zóó, naauwvereenigd, op den tot hiertoe gevolgden
weg voort!
Spannen wij, elk in zijn kring, onze krachten in om de belangen
van het Vaderland, dat ons dierbaar is, te bevorderen, om het op
345
de plaats, die het te midden der beschaafde volken inneemt, met eere
te handhaven.
Amsterdam^ 12 Mei 1874. WILLEM.
Voor een nationaal huldeblijk werd/ 194.000 bijeengebracht, welke
som Z. M. verzocht te zijner beschikking te stellen. Bij de plechtig-
heid in de Nieuwe kerk op 12 Mei 1874 deelde Z. M. mede, dat hij
het geld bestemd had voor het Fonds voor den gewapenden dienst.
32»l. Amsterdam.
Vz. 's Konings linksgewend hoofd in me-
daillon door bloemen omgeven, aan welks
voet de nederlandsche leeuw ligt, rechtsgë-
wend met pijlbundel ; op het medaillon rusten
op een kussen rijkszwaard, schepter en konink-
lijke kroon. Links de amsterdamsche stede-
maagd, met het wapen van Amsterdam op de
borst, gedekt door een muurkroon, uit eene
met bloemen gevulde mand het portret des
Konings omkransend, rechts de geschiedenis
met pen en tafel, waarop koningsfeest^ aan hare
12 MEI
1874
voeten, boek, blad papier en bazuin.
Links ter zijde: j. elion. f.
Kz. Omschrift: het feestvierend amsterdam
OP 's KONINGS JUBILEE 1849. — 12 MEI — 1874.
Opschrift in een krans van palm-, lauwer-
en eiketakken:
VOOR lEDEREN VORST
UIT HET HUIS VAN
ORANJE NASSAU
AFGEBEDEN;
346
DOOR
KONING WILLEM III
HET EERST BELEEFD.
Brons, 75 m.M., Verz. Teyler.
:l3t. Vz. Geheel gelijk n^ 323.
Kz. In een krans van palm-, lauwer- en
eiketakken :
DANKBAAR
HERDENKT NEDERLAND
EEN VIJFENTWINTIGJARIG
TIJDVAK VAN VOORSPOED
ONDER DE REGEERING
VAN KONING WILLEM III.
Omschrift: het feestvierend Amsterdam op^'«
's KONINGS JUBILEE 1849. 12 MEI 1874.
Goud, zilver en brons, 75 m.M., Verz. Teyler.
Deze penning werd den koning door de feestkommissie te Am-
sterdam in goud, zilver en brons in groen fluweelen etui met gouden
sloten aangeboden; met een oorkonde luidende:
„Aan Koning Willem den Derde werd op den 13*!'» Mei 1874
door de Amsterdamsche Feestcommissie aangeboden een gedenkpen-
ning, ter herinnering aan den I2^*° Mei 1874, ^o^n Hij in zijne
feestvierende hoofdstad herdacht, dat Hij gedurende een tijdvak van
vijf en twintig jaren een eendrachtig en gelukkig Volk als grond-
wettig Koning geregeerd had.
Een exemplaar wordt in het archief der Gemeente Amsterdam
bewaard.
De stempel is vernietigd."
W. J. Hofdijk teekent in zijn gedenkboek der feestviering hierbij
aan : Een krasse, eerst later opgemerkte fout in mijne opgave aan de
Kommissie, heeft het gravecren van een nieuwen gedenkpenning tegen
inwisseling en vernietiging der anderen, noodzakelijk gemaakt.
De hiervoorbeschrevenc is de verbeterde, de foutieve is n". 323.
(De fout is dat Willem III niet de eerste Oranjevorst was, die 25
347
jaar regeerde. Willem I vierde dit feest eveneens in 1838. Zie
DiRKs 543).
335. Baarle Nassau.
Zilveren herinneringspenning door de feest-
kommissie uitgereikt aan de korporatieën, die
aan den optocht deelnamen.
320. Berkel.
Zilveren penning met daaraan verbonden
levenslangen titel van „Ridderkoning van Sint
Hubert" uitgeloofd door de schuttergilden
St. Hubertus en St. Ambrosius. Behaald door
den schutterkoning P. Branders.
327. Bladel.
Aan de harmonie 1' Union te Bladel (en aan
die van Oerle.'^) werd een penning vereerd.
Vz. Borstbeeld des Konings, daarboven een
kroon en het schrift: 25 jarig kroningsfeest
VAN Z. M. WILLEM III 1849 — 1874
Kz. HARMONIE l'uNION TE BLADEL. (n°. 325 —
327 volgens Hofdijk's Gedenkboek),
328. Breda.
Vz. 's Konings rechtsgewend hoofd, in de
afsnede van den hals: dp (D. de Patoul).
Omschrift:
• XXV KROONINGSFEEST VAN WILLEM III
• 1849. 12 MEI. 1874.
Kz. Het wapen van Breda.
348
Omschrift:
• GEMEENTE BREDA. DOOR DE •
• VEREENIGING •
VAN
WERKBAZEN
DE EENDRAGT.
Geel koper, 24 m.M., Verz. Snoeck.
Bij dragen y 2* druk n°. 539, Oranjepennin-
gen 1312.
Deze penning werd tijdens den allegorischen optocht, den Ipden
Mei 1874 gehouden, geslagen op den praalwagen der Vereeniging
„de Eendracht".
329. Prijspenning van het schermconcours te
Delft.
Vz. Een kleine lauwerkrans waarin o prys o
daaronder tusschen het woord: degen en M. P.
V. HOOIJDONK, twee gekruiste degens waar-
over een lint geslingerd is met het opschrift:
behaald — door
Kz. In het veld : 12 Mei
DELFT
Zilver, 34 m.M., Kon. Kab.
330. Leur.
Omschrift : SUIKERFABRIEK
♦ LEUR ♦
in het veld: HULDE
AAN
WILLEM
/s. in
S74''SS/V9
349
Eenzijdig, lood, met ingeslagen oranjekleurige
letters en stalen ring, 70 m.M., Verz. Snoeck.
Tijdschrift 1898, blz. 270 e. v.
Geslagen en verspreid gedurende den optocht op den praalwagen
van de suikerfabriek te Leur.
331. Schoonhoven.
Vz. Linksgewend hoofd van Z. M. Koning
Willem III.
Omschrift : xxv jarige regeering v willem
III koning d ned ^
Kz. Het gekroonde wapen van Schoonhoven,
daaronder : schoonhoven
Omschrift: ^ hulde der goud en zilver-
smeden ''k 12 mei 1874
Zilver 23 m.M. Kon. Kab. Oranjepennin-
gen 1311.
Volgens W. J. Hofdijk's Gedenkboek werd den Gemeenteraad en
den Koning een exemplaar in goud aangeboden, waarna de stempels
werden vernietigd.
332. Draagpenning van de Artillerie
Konstruktiewinkel te
Soerabaija.
Vz. Het rechtsgewend hoofd des Konings,
daaronder ; J. p. S(chouberg)
Omschrift: willem iii koning — der ned. g.
H. v. L.
Kz. In het veld: 1849— 1874 — A C W.
Tin met oog, 30 m.M. Kon. Kab. Oranje-
penningen, 1335.
350
De Vz. is verm. een verkleining van een bestaanden stempel door
JoHANNES Petrus Schouberg, die graveur aan de munt was van
1819 — 1852.
333. Tilburg.
Vz. 's Konings linksgewend hoofd, daaronder
in boog: TILBURG, alles in breeden eike-
krans.
Kz. Eene naar links ziende zittende vrouw
houdt in de rechterhand een lauwerkrans en
steunt met de linker op het (ovale) neder-
landsche wapenschild. Op den achtergrond,
kamrad, vaas enz. (zéér onduidelijk).
Omschrift : 1 849 1 8 74
12 MEI
Gegoten ijzer, 49 m.M. Verz. Snoeck.
Bijdrage^i 2* druk n°. 540.
Tijdens den op i8 Mei 1874 gehouden optocht werd deze penning
gegoten op een de stoomkracht voorstellenden praalwagen van de
tilburgsche vereeniging van Fabrieks- en Handwerksnijverheid en
van Algemeen Nut en onder de menigte rondgestrooid.
334. Vz. Links gewend hoofd van Z. M.
Koning Willem III, daaronder: 12 mei 1874.
Omschrift: • xxv jarige regeering van
WILLEM III KONING DER NED.
Kz. Onder de koninklijke kroon een open-
geslagen boek, rustend op gekruisten degen en
schepter, omgeven door eike- en lauwertakken,
(navolging van den strooipenning, Dirks 690.)
Omschrift : voorspoed • vrede • vryheid.
351
Tin, met oog en ring, 31 bij 25 m.M.,
Verz. Z.
Volgens Bijdragen 2e druk no 551 te Tilburg gedragen en volgens
mededeeling van den heer D. O. Lels, door de werklieden van het
atelier der Staatsspoorwegen aldaar geslagen op een door hen samen-
gestelden praalwagen in den optocht en „nog tamelijk heet" onder
het volk gestrooid.
335. Utrecht.
Vz. Het rechtsgewend hoofd van Z. M.,
daaronder: j. p. m. menger, f.
Omschrift: willem iii gedurende xxv jaar
KONING DER NEDERLANDEN.
Kz. Onder een hemellicht eene gevleugelde
vrouw, op een geschiedtafel de jaartallen
1849 — 1^74 griffende, voor haar staat een be-
kransde kolom, waarop de koninklijke kroon
op een kussen ligt en op welks voorzijde het
gekroonde nederlandsche wapen met de spreuk
JE MAiNTiEXDRAi prijkt, daamaast ligt onder
een oranjeboom de nederlandsche leeuw, die
een schild met pijlbundel er op vasthoudt, in
het verschiet de domtoren met de vlag op
den top. In de afsnede het gekroonde wapen
der gemeente Utrecht, tusschen xii— mei en
rechts: J. P. M(enger) F.
Omschrift: oranje in't hart en niemands
KNECHT.
Brons, 51 m.M., Verz. Z.
Oranjepenningen 1305.
352
336. Volkskoncert te Zevenbergen.
Penningen aangeboden aan „de Zevenberg-
sche Harmonie*' en „Euterpe" door de feest-
kommissie.
Vz. ZILVEREN KRONINGSFEEST VAN Z. M. WIL-
LEM III 12 MEI 1849— 1874
Kz. DE FEESTCOMMISSIE TE ZEVENBERGEN AAN
DE MUZIEK EN ZANGVEREENIGING „EUTERPE" (of
op den 2*" penning aan de ,,zevenbergsche har-
monie*'.
Zilver, 66 m.M., gedekt door een koninklijke
kroon.
Mededeeling van jhr. M. A. Snoeck, slechts 2 ex. gegraveerd.
337 Zundert.
Vz. Het gekroonde wapen van Zundert met
twee leeuwen als schildhouders, daaronder:
zundert.
Omschrift :
Van wege het Bestuur
Aan de Harmonie Nut en Vermaak.
eleg^.
\^ ^v
van de 25 jarige
Regeering van Z. M.
Willem III
x8^74.
gevat in breeden rand waarop saamgestrikte
(eike- en lauwer.'^) takken, gedekt door een
'*
353
daaraan door ornementen gehechte kroon met
ring.
Volgens teekening groot 45 m.M., met den
rand 80 m.M., met de kroon 115 m.M., (alles
bij benadering!) verguld zilver.
Volgens mededeeling van den heer J. Gommers te Zundert door
het gemeentebestuur uitgereikt aan alle destijds in de gemeente ge-
vestigde vereenigingen, (S), welke deel hebben genomen aan den
optocht.
338. 1874—12 Mei.
Atjehmedaille.
Vz. 's Konings rechtsgewend hoofd, daar-
onder : J. E. (lion).
Omschrift op matten rand :
• WILLEM III KONING DER NEDERLANDEN G.
H. V. L.
Kz. Tusschen twee saamgestrikte lauwer-
en eiketakken: ATJEH
1873 EN 1874
Brons verguld met oog en ring, 37 m.M.,
aan lint breed 38 m.M. van nassausch blauw.
Verz. Z. Oranjepenningen 1338.
Ingesteld bij K. B. 12 Mei 1874 Stbl. n^^. 70 luidende:
Wij WILLEM UI, enz.
Willende van Onze bijzondere waardeering, zoowel van de dap-
perheid en volharding door Onze vloot en Ons leger bij de in 1873
in Atchin aangevangen en in 1874 voortgezette krijgsverrigtingen be-
toond, als van andere daarbij plaatselijk bewezen diensten, doen
blijken door het instellen van een afzonderlijk eereteeken;
Gelet op Ons besluit van 19 Februarij 1869 [Siaaisblad no. 24);
Op de voordracht van Onzen Minister van Koloniën, tevens ad
354
interim Minister van Marine, van den 8sten Mei 1874, Kabinet Ge-
heim, letter C**;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Art. I. In te stellen eene afzonderlijke medaille ter uitreiking
aan allen zonder onderscheid van rang of graad, die deel hebben
uitgemaakt van de in 1873 ^^ 1874, of in één dier jaren, naar ^/r//ï«
gezonden of in 1874 nog te zenden zeemagt of expeditionaire troepen,
of die daarbij in eenig burgerlijk ambt of bediening plaatselijk zijn
werkzaam geweest.
Art. 2. De voormelde medaille zal worden vervaardigd uit bet
in Atchin gedurende de jongste expeditièn veroverde geschut.
Zij zal zijn rond en verguld, dragende op de voortijde Onze beel-
tenis, omringd door het gebruikelijke randschrift, en op de keerzijde
het opschrift: — g 0=— omringd door een krans van lauwe-
^ 1873 en i8i4, *
ren en eikenbladeren
Deze medaille wordt op de linkerborst gedragen aan een oranje'
lint, ter breedte van 3,8 centimeter.
Het lint wordt niet zonder de medaille gedragen.
De medaille wordt slechts eenmaal uitgereikt.
Art. 3. De toekenning geschiedt bij brevet volgens hieraan gehecht
model.
Art. 4. (Ingetrokken bij K. B. i Sept. 1877 n^. 180).
Art. 5. De kosten, uit Ons tegenwoordig besluit voortvloeiende,
komen ten laste van: enz.
Wordt vervolgd.
Bouwstoffen voor eene Geschiedenis van het
Nederlandsche Geld- en Muntwezen.
Copie van der Ordonnancie
tip t stiick van der munten ge-
maict in den jaere XIIIJ^ vier
ende dertich XXIIJ in Jiilio.
( Vervolg^
Item dat van nu voortaen alle manieren van coop-
manscippe geoorloft sullen wesen te doene also wel
bij gulden pennijn. loop hebbende na deser ordon-
nancie als bij ponden scellingen ende pennijngen.
Item dat elck wisselaer of die gheene die him
onderwinden sal mit wisselen of coopmanscip van
billioen in wat stede of plaetsen hij woonachtich zij
binnen onsen voorsz. landen van H. Z. ende van V.
sal gehouden zijn te doen openbaerlick zijnen eed
voor die officiers ende wetten van der selver stede
ende plaetsc int jugeren van deser ordonnancie ende
voort tot allen tijden dat die gecommitteerde ende
gestelde in den wette van daer sullen vernyeuwet
24
356
zijn ende zijt versoucken ende bij denselven eede te
zweeren ende te belooven dese ordonnancie wel ende
getruwelick te houden ende te doen houden in all hoor
punten ende die gheene die him bringen sullen billioen
te geven getruwelick up een derdendeel van eenen
grooten naer voor elck stuck goudts ende in avenant
van elcken zilveren pennijn. dattie waerdich zijn sullen
gelijck in die voorsz munte als voorsz. is ende voort
te wisselen die andere pennijn. van goude, loop heb-
bende den minsten penninck up een sestendeel van
eenen grooten ende den grooten penninck up een
derdendeel van eenen grooten naer hooren prijse ende
die weder vuytgeven elck diese hebben wille voor die
selve pennijn. nemende een zestendeel ende een der-
dendeel van eenen grooten boven hooren prijse.
Waert oock dat hij besiesde of vermane dat men
dade eenich gebreck jegens onse voorsz. munte in
wat manieren dattet waere of dat yemand brochte
binnen onsen voorsz. landen eenige vreemde munte in
wat manieren dattet waere of gave eenighe pennijn.
hooger dan zij bij deser ordonnancie geset of geva-
lueert zijn, dat hij bringen sal terstont ter kennissen
van onsen officiers ende van den gerechte up te
wesen geachterhaelt van te zijn verswooren boven den
boeten verbeurten ende correctien verclaert int beginsel
van deser ordonnancie bij also dat hijt niet hadde
gegeven te kennen ende dat men bevonde dat hij wel
gewecten hadde ende gevielt dat hij niet en dede
zijnen eed ten inganck van deser ordonnancie ende dien
tot elcker tijt niet en vernyende alsoot hier vooren
verclaert is eer hij eenighe saken van wisselen dede,
357
dat soude wesen voor elcke werf i) dat hij daer of
vonden worde in gebreke up tie boete van vijf pond
groote —
Item sullen die muntmeesters gehouden weescn ons
goede zekerheyt te doen mit goeden borgen binnen
onsen voorsz. landen van H. van Z. ende V. geerft —
Item dat die voorsz. wisselaers sullen gehouden zijn
borchtocht te stellen voor die wetten daer zij geseten
zijn om die verzekerthede van den coopluyden die
him te doen sullen hebben alst van noode sal wesen
waer of wij tlast geven den voorsz. wetten hem be-
velende op hooren eed dat zij de voorsz. borchtochte
in sulcker wijs nemen dat bij gebreke van dien die
coopluyden niet beschadicht en werden van den wis-
selaer voorsz.
Item dat alle bailliuwen schouten ende andere rech-
teren van onsen voorsz. landen wie zij sijn of toebe-
hooren ende hoor stedehouders ende dienaren ge-
houden sullen wesen hooren eed te doen openbaerlick
als zij ontfangen werden in hoore officien voor die
wetten ende gerechte van der stede ende plaetsen
daer zij dienen ende desgelijcx die burgermeesters
scepenen ende andere wethouders in handen van den
officiers ende oock die clercken secretarijsen beleders
van weesen, paysiers tresoriers ontfangers dekens ge-
sworen ende alle andere die gestelt werden bij den
wetten of gerechten terstont na den vutroepen van
deser ordonnancie ende voort van jare te jare tot
haren ancoomen of vernyeuwen, dat zij houden ende
I) Iedere reis.
358
onderhouden sullen dese voorsz. ordonnancie ende doen
onderhouden in al hooren punten ende artikulen also
verre als te hoore officien ende diensten toebehooren
ende dat zij oock houden sullen die waarheden ende
versoucken daertoe geordonneert ende doen doen den
voorsz. eedt hooren nacomers ende die geene die zij
misdadich bevinden corrigieren bij hooren vonnissen
sonder eenige composicien na tinhouden van deser
ordonnancie ende sonder eenich verdrach up verwonnen
te wesen als verswooren bij also dat men bevonde
dat yemand gedaen hadde eenich gebreck int gueent
dat voorsz. is ende voort up die boete van vijf pond
groote.
Item dat alle tgueene dat in dese ordonnancie ge-
ordonneert is up onse officiers ende wethouders sal
oock stede hebben up alle andere officiers ende
wetten van onsen voorsz. landen van H. Z. ende V.
Fol. CXLIIIJ. Item dat nyemand wie hij zij poorter
of vreemde en scroe en snijde of bij water of bij
andere engiene en mindere in eeniger manieren eenige
eenige (sic) penningen van goude of van zilver up tie
galge ende voort dat niemand en biguette noch tri-
buche eenige pennijn. van goude of van zilver dats te
verstaen van vuyt te lesen ende te nemen die zwaere
ende gewichtichste vuyt den lichsten bij getale om
daer an te winnen up die boete van thien pont groote.
Item dat nyemand van wat state of condicie hij zij
en affimeert of doe affimeren enich billioen van
goude of van zilver gemunt up die peyne van te
verbeurne tguecn dat hij geaffimeert sal hebben ende
359
voort up tie boete van thien pond groote, die verbeu-
ren sullen also wel die geene die de materien ende
stoffen bringen sullen om te af fimeren, als die gheene
die affimeren sall also meenich werven alst geschien
sall.
Item dat boven onsen pennijn. van goude ende van
zilver hier voor verclaert sullen oock loop ende ganck
hebben binnen onsen voorsz. landen van Holland van
Zeelland ende van Vrieslant die penningen van goude
ende van zilver hier na gescreven ende geen andere.
Eerst die Saluut van vrancRijck van XXIIJ karate
I quaert of daer boven LXXi'2 in de snede
voor llJ 1^ X d. gr.
Item die halve ende die tweedeel int
avenant.
Item engelsche nobelen van alsulcke
gewichte ende aloye als zij nu tegen-
woordich loopende zijn te weeten
XXXV I quaert up tie troessche
marck voor vij ;:^ Vilj d. gr.
Item die halve engelsche nobelen ende
vierendeelen int avenant.
Item Vlaemsche nobelen voor . . . VIJ ;^ IIIJ d. gr.
Item die halve ende vierendeelen int
avenant.
Item fine ducaten genevyenn i ), floren-
tijnen, ungerssche ende beemsche 2)
gulden voor IIJ i^ x d. gr.
1) Genua?
2) Boheemsche.
36o
Item koren borster Rijnssche guldenen also iange als
zij alsulck van aloye ende in gewichten blijven als
zij nu zijn tstuck voor HJ (^ öb. gr.
Ander penningen van goude ende van zilver
die loop hebben sullen binnen onsen voorsz landen
van Hollant van Zeelland ende van Vrieslant
van Sinte Jacobsdage i) naistcomende tot den
eersten dage toe van der toecoomender maent
van December exclusive.
Penningen van goude.
Eerst Brabantsche Vlaemsche Hollantsche ende
Bourgön schilde stuck voor XXVIIJ gr.
der nyer munten voorsz. behoudelick dat men tot
kerssavont naestcoomende ende also voortan onse
beden betalen sall mit sulcken schilden als wij in
onser stede van Dordrecht eerst hebben doen wercken
of XXX gr. voorsz. voor elcken schilt.
Item Bourgonsche pieters die wij hebben doen werc-
ken tstuck XXXV gr.
Item Wilhelmus schilden die haer ge-
wichte houden te weeten LXVIJ up die
marck tstuck xxxvilj gr.
Item Reynauldus guldenen die hoor ge-
wichte houden tstuck XXVIIJ gr.
Item Beyerssche gulden die haer ge-
wichte houden tstuck XXVIJ gr.
Item oude Keysersche ende Vranck-
Rijcxe schilden die hoor gewichte
houden tstuck LVJ gr.
I) S. Jacobus = 2$ Juli
36 1
Item Gulichse gulden die hoor gewichte
houden tstuck XXXV gr.
Item Arnoldus guldenen twee engels
wegende tstuck XX gr.
Item oude Wilhelmus guldenen gesla-
gen bij Hertoge Aelbrechts tijden
tstuck XXXIIJ gr.
Penningen van zilver.
Eerst Jangelaere Roosbeekers oude botdra-
gers ende dobbelde leeuwen tstuck. . . XVIIJ d.
Item oude bottgens leeuwen Wilhelmus groot
halve Roosbeekers ende halve jangelaers
tstuck IX d.
Item Johannes vlaemsche croomsterten tstuck xvj d.
Item onse cromstcrten oude Wilhelmus tuy-
nen ende Namensche braspennijn. tstuck XIIJ d.
Item oude Johannes vlaemsche braspennijn.
tstuck IJ X gr.
Item Brabantsche braspennijn. tstuck. . . XVIJ d.
Item Doornicxe cromsterten oude Vlaemsche
groot ende Valencijnse i) tuynen tstuck . XIJ d.
Item witte tuynen tordrecht 2) geslegen tstuck X d.
Item Ingelsche stooters tstuk .... Ilijgr. Ijd.
Item so wie eenige schulde gemaickt of renten
gecoft heeft bij bourgonsche schilden in den jaere van
xxviij (1428) verleden off daer voor, die sal ontfan-
gen voor elcken schilt XXX gr.
1) Valenciennes
2) Te Dordrecht.
302
voorsz. ende die zijn voorwaerde zedert den jaere
van XXVI IJ voorsz. van renten van pachten of van
schulde gemaict heeft bij bourgöïï schilden, die sal
ontfangen voor elcken schilt XXVIIJ gr.
Item of yemand eenige oude brieve hadde, roerende
van ouden vrancken oude pieters oude vrancRijcxe
croonen ofte anders eenige oude pennijn. van goude
die in deser cedullen niet verclaert en staet, die brieve
sal men bringen voor den gerechte daer dat gebeuren
sall ende daer of sullen die van den gerechte aldaer
verclaers doen zoe zij dat nae hoere vij ff zinnen ende
bester wetenscip naest sullen connen geraken.
Item alle paymente daer die daghe of verscheenen
ende onbetaelt zijn ende noch verschijnen sullen voor
Sinte Jacops daghe naestcoomende de sal men betalen
met sulcken paymente als die voorwaerde daer oft
dat vutwijsen Ende die daghe die na sinte Jacop ver-
schijnen sullen van renten van pachte die staen tot
ponden scellingen ende pennijn. sal men betalen mit
onsen nyeuvven gelde na den beloope daer af. Ende
die gheene die hoor payment gemaict hebben daer
die dagen van betalinghe voor Sinte Jacop voorsz. of
verschinen sullen dat staet bij ponden scellingen ende
pennijn. ende dat niet en betalen tusschen dit ende
Sinte Baven daghe ^) naistcomende na hoer vorwairden
die daer of zijn sullen na den selven sinte baven
dage gehouden weesen te betalen mit onsen nyeuwen
gelde na vuytwijsinge onser ordinancie, die daer of is.
Item om die overtreders van deser tegenwoordiger
ordonnancie bet geachterhaelt ende gevonden te zijne
*) St. Bavo = I Octobcr.
363
alle onse officiers ende wethouders onser landen van
Hollant V. Zeelland ende v. Vrieslant sullen tallen
tijden alst hem goetduncken sall besoeck ende infor-
macie doen up ten geenen die contrarie deser voorsz.
onzer ordonnancien gedaen sullen hebben, ende dan
ende tallen anderen tijden alst van noode zijn sall
daer af te doen geschien pugnicie ende correcxie van
den voorsz. overtreders nader selver ordonnancien.
Ende boven desen sullen zij sonderlinge vierwarven
tsiaers te weeten telcken maendach na den quater-
tempe of ten naesten dingedage daer navolgende,
bij also dat die maendach daer na geen dingedach
waere, hooren jegens den voorsz. overtreders informacie
ende waerhede ende in hooren camer of vierschare
openbaerlick geven vonnisse jegens den voorsz. over-
treders die selve vonnisse stellende ter executien na
tinhouden van deser ordonnancie welcken maendach
of eersten dingedach na elcker quatertempe ancoomen
zijnde wij verbieden onsen voorsz. officiers dat zij
geen wet en doen totter tijt dat die voorsz. dijngen-
dach upt fayte van der voorsz. munte gehouden zij ende
volcoomen, na tinhouden van deser voorsz. ordonnancie.
Item noch om die voorsz. overtreders bet gepungniert
te zijne soe sullen na den besoucke ende informacie
die men doen sal jegen die geen die vuytgedragen
sullen hebben billiocn of anders gedaen jegens dese
voorsz. ordonnancie, genouch zijn twee gelooflicke
oorconden goet van truwen ende niet suspect noch
geblameert, om die voorsz. overtreders te bedragen
ende te belasten emmer ter discretie van scepenen
ende wette van der stede ende plaetsen daert ge-
364
vallen sall die welcke scepenen ende wette up die
voorsz. twee oorconden sullen moogen fonderen hoor
vonnisse niet tegenstaende die previlegien die eenige ste-
den plaetsen of wetten souden moogen hebben ter
contrarie.
Item willen wij ende ordonneren dat alle boeten
van gelde boven genoomt, gedistribueert worden in
der manyere als men alle andere boete van gelde dis-
tribueert ter plaetsen ende steden daer tstuck gevallen
sall, behouden tvijfte deel van den selven boeten dat
hebben sal die geene bij also datter yemand tsij offi-
cier of andere diet ter kennissen bringen sall ende
desgelijcx dat van allen billioenen ende andere dingen
verbeurt bij deser v^oorsz. ordonnanciën die geene diet
bringen sall ter kennissen daer of tvijfte, behoudelick
dat dese selve ordonnancie in also verre als zij noopt
der confiscasien haer niet strecken en sall up tie geene
die van confiscasien bij previlegien gevryet die welcke
noch haer billioen noch ander goet in eeniger manie-
ren en sullen moogen verbeuren tegens ons mair in
die stede van dien sullen vallen in die boete van also
veele alst billioen sal waert zijn ende boven desen in
die andere boeten hier toe dienende, twelck billioen
men sal moogen houden in manieren van pande tot dat
zij betaelt sullen hebben die voorsz. boeten ende
nietmin sal tselve billioen sonder vertreck gedragen
sijn in onse voorsz. munte ten prijse van dier.
Item dat van schulden gemaict voor den inganck
van deser ordonnancie bij gulden pennijn. niet ver-
booden bij deser ordonnancie sal men betalen sulcke
gulden pennijn. ofte die waerde daervoor in anderen
365
gulden pennijn. loop hebbende na deser selver ordon-
nancie.
Fol. CXLV. Item van schulden die als boven ge-
makt sijn bij gulden pennijn. veerboden bij deser
ordonnancie, sal men betalen die rechte waerde dat
sulcke pennijn. waert zijn, om te leveren als billioen
in der voorsz. munte —
Item als van schulden die men weesen schuldich-
es, elck van den wetten van onsen voorsz. lande sal
daer of ordonneren na den eyssche van der plaetsen
ende na dat hem duncken sal dat behoort.
Item dat van aflossinghe van alle manieren v^an renten
die bij voorwaerden ter lossinghe staen. Men sal be-
talen alsulck geit als daer die selve renten mede ge-
coft waren of die waerde daer voor in anderen gelde
loop hebbende na deser ordonnancie niet jegenstaende
die expresse voorwaerde wair te doen de voorsz.
aflossinge mit sulcker munte als loop hebben sal ten
dage van der voorsz. aflossinghe, want alsulcke voor-
waerden ongeoorloft zijn —
Ontbieden hierom ende bevelen u allen ende
elcken bijsonder mit sonderlinge ernste dese ordon-
nancie volcoomelick wel ende jgfetruwelick te houden
ende te volcoomen in allen hooren punten up tie
peyne correxie ende boeten boven verclaert ende
dese selve ordonnancie terstont doet registreren ende
van onser weegen vuytroepen gebieden ende kundi-
gen tot allen plaetsen over al in onsen landen voorsz.
binnen steden ende daer buyten daer dat behoort
sonder meer gebots of bevels van ons daer of te
verbeyden, want waert dat bij u of bij yemande
366
van u onsen officieren recht eren ende dienaren bij-
sonder eenighe verswij menisse i) hier in geschiede, dat
wouden wij an u houden ende doen verhalen als
an den geenen die ons van onser heerlicheyt ver-
minderen woude ende sulcke correcxtie daer ofdoen
dat daer anderen mogelick exempel an nemen souden.
Uit Register der Rekenkamer van Holland en
Zeeland, op den rug getiteld: IL Eerste Geluwe
Register P. (beginnende) 1460 — (Rijksarchief
alhier).
Fred. Caland.
'S'Gravenhage, December 1900.
i) Verzuim.
Gemengde Berichten.
Penningen op den Zuid- Afrikaanse hen Oorlog.
In aansluiting aan mijn artikel over de penningen
aan President KrÜGER vereerd of ter eere der Boeren
geslagen — zie Tijdschrift 1901, afl. 3, blz. 243 —
wensch ik nog de twee volgende penningen te be-
beschrijven.
I. Vz. De presidenten KrÜGER en Steijn, beide
getooid met den breeden sjerp — teeken hunner waar-
digheid — staan naast elkaar. President KRIJGER,
den hoogen hoed op het hoofd, laat zijn rechterarm
op den rechterschouder van zijn ambtgenoot Steijn
rusten. Tusschen zich in houden zij een vlaggestok,
waaraan een groote vlag, achter hen, wappert. Op
den voorgrond een op den rug liggende gekroonde
leeuw, die worstelt om op te komen. Op den ach-
tergrond en rechts „kopjes", links geknielde boeren
in gevecht.
Kz. Een ossenwagen met kap, in het midden van
368
het veld, tusschen de jaartallen: iSggen 1900, scheidt
het opschrift :
•r- ^
Dt LA GUERRE
SUD AFRICAINE
LE PLUS GRAND
EVENEMENT
Rechts onderaan, de naam van den graveur: paul
FISCH l)
33 m.M. Mijne verzameling.
2. De tweede penning is uitgegeven door de firma
VV. Voet & Zo.ven, Anegang 15 te Haarlem, op
initiatief van den heer P. N. van Doorninck, bur-
gemeester van Bennebroek. De opbrengst zal, volgens
I) Het bestaan van dezen penning weid mij medegedeeld door
den heer Ed. van nEN Broeck ie Bnissel. dooi wiens welwiUend-
hrid ook een exemplaar in mijn beiit kwam.
369
cirkulaire van Augustus 1901, voornamelijk strekken
tot vermindering der ellende in de vrouwenkampen.
Als Vz. is gekozen de Vz. van een historiepenning
(leg- of rekenpenning) uit den tijd van den tachtig-
jarigen oorlog en wel van dien afgebeeld bij VAN LoON
I blz. 275, n°. I en 2, {fransche editie^ blz. 270.)
Wij zien twee ruiters en twee voetknechten elkander
geducht bestrijdende, met het buiten-omschrift tus-
schen een kabelrand en een parelcirkel : • -|- • HET
• IS • BETER • TE • STRIJDEN • VOOR • HET • VADERLAND,
hetwelk op de Kz. wordt voortgezet : • DAN • DOOR
• EEN • GEVEINSDE (sic) • VREDE • TE • WORDEN • BE-
DROGEN •
Het binnen-omschrift luidt : • de • Spanjaarden • in • de
• VIER • provinciën • I568 — 1648
De Kz., waarvan het buitenomschrift reeds is ver-
meld, vertoont een in vlammen opgaande afrikaan-
sche hoeve, met het binnen-omschrift : • de • engelschen
• in • ZUID • AFRIKA • • • 1899 — I9OI • • •
De penningen van 1575 op last der Staten gesla-
gen als aansporing tot het voortzetten van den oorlog
en t. a. p. bij VAN LooN afgebeeld, hebben een
andere Kz., namelijk de lichamen der graven Egmond
en HOORNE, wier hoofden op pieken gestoken achter ?•
de rompen zijn opgesteld. Het latijnsche omschrift
over Vz. en Kz. verdeeld luidt: xpr.estat • PVGNARE-
PRO • PATRIA : e> : QVAM • SIMVLATA • PACE • DECIPI
• 1 579, we vinden het vertaald op onzen penning terug.
Zilver en brons, 33 m.M. i)
I) De zilveren exemplaren zijn voor ƒ 3. — , de bronzen voor/ 1.50
verkrijgbaar bij voormelde firma W. Voet & Zonen.
370
Van deze gelegenheid wil ik gebruik maken om
een kleine onjuistheid, in mijn artikel voorkomende,
te verbeteren. De penning WiENECKE, als onuitge-
geven vermeld, was reeds opgenomen in afl. 7 van
D^ H. J. DE Dompierre de Chaufepié, Médailles
et plaquettes modernes^ PI. XLIII n**. 226, terwijl de
gedenkpenning van SCHARFF te Weenen, vervaardigd
bij gelegenheid van den 75»»'='» verjaardag van presi-
dent KrüGER op blz. 68 der 8ste afl. is afgebeeld.
Onder de vele penningen op den worstelstrijd der
Boeren betrekking hebbende, komt geen enkele voor,
waarop de naam van den dapperen president van den
Oranje- Vrijstaat te lezen staat. Nu zoov^ele dergelijke
penningen werden . geslagen, nu KrÜGERS beeld ot
naam zoovele malen zijn gekozen, hem zoo menig
stuk is vereerd, komt het ons niet meer dan billijk
voor, dat ook aan president Steijn een gedenkpen-
ning of plakket worde gewijd en aangeboden. Wie
onzer leden wil daartoe het initiatief nemen ?
M. D. M.
De Verzameling DU Crocq, gelegateerd
aan het Genootschap.
Deze fraaie en kostbare verzameling telt thans
ongeveer 900 nederlandsche historiepenningen, loo-
pende over de jaren 1415-1901.
Onder de voornaamste stukken noemen we:
1530 JOHAN, Keurvorst van
Saksen, hervormd. Zilver. VAN MiERlS, II 336-3
z. VAN Loon
I
8
^*
I
44-1
1^
M
56-2
1^
M
8S-3
11
11
148
371
1535 Vernieuwing Smalkal-
disch verbond. z. VAN MiERlS II 429-1
1545 Spotpenning koncilie
van Trente. Schroef-
doosje.
1555 Afstand KarelV. Kz.
Atlas.
1559 ViGLIUS vanZuichem
AB AVTA.
1562 Als voren.
1566 Geuzenpenning, kom-
pleet.
1572 Inname den Briel.
1573 Overwinning op
Bossu. ,, „ 170
1575 Opdracht Staatsbewind
aan prins WILLEM I,
verg. „ „ 206
1578 Amsterdam begiftigd
met kroon en wapen. „ « 254
1584 Moord op prins Wil-
lem I. „ „ 345-1
1592 Ambassade De Reidt. „ „ 428-1
1600 Slag bij Nieuwpoort. „ „ S48-1
1607 Zeeslag bij Gibraltar. „ II 30
161 2 Inwijding beurs te
Amsterdam. „ „ 80-1
161 3 Maurits, ridder van
den Kouseband . verg. z. „ „ S7
161 7 Kerkelijk oneenigheden. z. „ „ 99
25
372
i6i9 Ter eere van prins
Maurits, met oog en
ring. z. VAN LoON II ii2
1622 Ontzet van Bergen op
Zoom. ^ „ 149-1
1629 Nemen van Fernam-
buco, Olinda enz. „ „ 193-1
1637 Herwinning van Breda. .„ „ 238-2
1639 Zeeslag bij Duins. „ „252-1
1641 Huwelijk prins Willem II. „ „ 258-1
1642 Komst van prinses
Maria in Holland. „ „ 264
1645 Inname van Hulst. „ „ 288
1648 Vrede van Munster. „ 11 310
1648 n ^^ V. V. ^<. 3^5-2
1648 „ „ w n n 315-3
1648 V. ,, V. >i n 315-4
1650 Mislukte aanslag op
Amsterdam. „ „ 345-1
1650 Als voren en dood van prins WiLLEM II. ^^/^r-
torium. 1173.
1653 Dood Admiraal Tromp.
1653 Als voren.
1653 Als voren.
1654 Vrede van Westminster.
1654 Als voren.
1655 Verbouwing Stadhuis
Amsterdam.
1655 Overlijden WOLFERT
VAN BREDERODE. „ „ 412
z. VAN Loon,
II 376-1
n
« 376-3
Vi
« 376-4
vt
« 383-3
y*
« 387
w
II
399 I en 2
373
1657 Verdeeldheden bij de
benoeming van prins
Willem III, tot Stad-
houder van Overijssel, z.
, VAN Loon
II
423-2
1658 Veldtocht van Karel
X in Denemarken.
n
n
439-2
1660 Vertrek van Karel II
naar Engeland.
n
n
481-2
1660 Aankomst van Karel
II te Dover.
M
w
483-3
1660 Gedenkpenning, Vz.
borstbeeld Karel II,
Kz. Willem III te paard
met Kommandostaf. z.
Franks 1, 472 ]
N«. 75.
1665 Aanval der Engelschen
op de Hollandsche vloot
in Noorwegen. z.
VAN Loon
11,
831-1
1672 Moord gebroeders De
WiTT.
^
III
87-1
1672 Als voren.
M
1^
90-2
1672 Beleg en ontzet van
Groningen.
'tl
f^
90-2
1672 Ter eere van Karel
Rabenhaupt.
w
w
103-1
1674 Beleg en inname van
•
Grave.
M
r»
IS9-3
1676 Sneuvelen Admiraal De
Ruijter.
vt
w
186
1678 Vrede van Nijmegen.
w
w
248-1
1678 Als voren.
r»
w
275-2
374
1687 Ter eere van JACOBUS
II en Maria.
1689 Kroning Willem III
en Maria.
1689 Als voren.
1689 Als voren.
1689 Als voren.
1692 Zeeslag bij Kaap La
Hogue.
1697 Vrede van Rijswijk.
1697 Als voren.
17 10 Inname van Douai.
1713 Vrede van Utrecht.
1 73 1 Beëindigd penningvverk
van Mr. G. VAN LoON.
1732 Dood van Andries
Schoenmaker, numis-
maat.
1734 Huwelijk van prins
Willem V.
1740 Derde Eeuwfeest, uit-
vinding Boekdrukkunst.
1742 Gustaaf. baron VAN *
Lmhof, Gouverneur-Ge-
neraal.
1751 Dood van prins WIL-
LEM IV.
1788 Bevestiging Stadhou-
derschap.
1853 Droogmaking Haarlem-
mermeer.
z. Repertorium 1958
z.
VAN Loon
III
407-3
b.
y>
SS
4I2-I
z.
IS
SS
419
n
SS
468-2
Yï
IV
37-4
IS
J)
208-2
SS
SS
2I3-I
SS
SS
S9I-I
SS
SS
680-1
z. VAN Loox Verv. 2
k.
SS
SS
SS
SS
SS
4
SS
SS
87
•43
SS
^s
SS
z. Dirks
169
301
774
733
375
1894 Expeditie op Lombok, z. Tijdschr. 1897 bz.
48 N°. 2.
Zj. Ovale Gildepenning, „Vincit Concordia Fratrum"
te 's-Hertogenbosch, afgebeeld. Kat, SCHULMAN, 25
Maart 1901, N\ 1199.
UIT DE PERS.
Het Ciiracaosche muntwezen.
(Van onzen correspondent.)
Cura^ao, 6 Juli,
Den isten Augustus a. s. zal hier de wet van 23
Mei 1899 (Staatsblad n". 126) (Publicatie-blad n". 22),
tot nadere regeling van het Cura^aosche muntwezen,
zooals die is gewijzigd bij de wet van 2 Januari 1900
(Staatsblad n^ 5) (Publicatie-blad n". 4), in werking
treden.
Volgens die wet zullen de volgende munten hier
met ingang van i Augustus wettige betaalmiddelen zijn :
het Nederlandsche tienguldenstuk; de Nederlandsche
rijksdaalder, gulden en halve gulden ; het Nederlandsche
25-, 10- en 5-centstuk; het Cura^aosche i^ en '/lo
guldenstuk; de Nederlandsche 2I/2-, i- en i/g cent-
stukken ; en eenige bepaalde vreemde gouden munten,
naar de koersen bij Koninklijk Besluit vastgesteld
Naar aanleiding van de laatste zinsnede zijn bij
Koninklijk Besluit van 22 April 1901, n". 69 (Publi-
catie-blad 1901 n". 16) de navolgende vreemde gouden
376
munten in deze kolonie gangbaar verklaard, tegen de
daarnevens aangegeven koersen :
de Spaansche onza de oro van i6 piasters tegen ƒ38.65
de Mexicaansche doublon r» w 38.65
de Noord- Amerikaansche dubbele eagle „ „ 49. —
de „ „ eagle. . . . „ „ 24.50
de „ „ halve eagle . „ „ 12.25
de „ „ kwart eagle . „ „ 6.121/2
de Engelsche sovereign „ „12.—
de Engelsche halve sovereign . . . . „ „6. —
het Fransche goudstuk van 20 francs . „ „ 9.40
het Fransche goudstuk van 10 francs . „ „ 4.70
het Fransche goudstuk van 5 francs . „ „2.35
het Venezolaansche goudstuk van 25
bolivares „ „11.75
het Venezolaansche goudstuk van 20
bolivares n ,«. 9.40
Vreemde zilveren munten, die hier steeds in om-
loop waren, zullen van den isten Augustus a. s. at
geen wettig betaalmiddel zijn. Bij gouvernements-
besluit (Publicatieblad 1901, No. 18) is bepaald, dat
gedurende de maand Augustus van dit jaar ten kantore
van den kolonialen ontvanger op Cura9ao de van de
ontvangers op de overige eilanden de volgende vreemde
zilveren muntspecièn, welke krachtens bovengemelde
wet van 23 Mei 1899 niet gangbaar zijn verklaard,
tegen Nederlandsche munt of koloniale pasmunt tot
den achter elk dier munten genoemden koers kunnen
worden ingewisseld, n.1. :
de Venezolaansche stukken van 5 bolivares ci/2. —
de Noord-Amerikaansche gouvernementsdollars „ „ 2.45
n
377
de Fransche vijffrancstukken k/2.35
onderdeden er van naar evenredigheid.
de Deensche stukken van 20 dollarcenten k f 0.40 :
de Deensche stukken van 10 dollarcenten k ƒ 0.20;
geldstukken, welke meer dan 10 per mille van hun
gewicht verloren hebben, worden niet ter inwisseling
aangenomen.
Behalve genoemde vreemde munten is hier ook
Engelsch, Belgisch, Portugeesch, Italiaansch, Grieksch
en ander zilvergeld in omloop, dat bij de wet niet
gangbaar is gesteld en van gouvernementswege in
Augustus ook niet zal worden ingewisseld. Laatst-
bedoeld zilvergeld weigert nu iedereen aan te nemen,
zoodat men, al had men er een kist vol van, er hier
thans niets voor zou kunnen koopen; tracht men er
in winkels verschuldigde sommen mee te betalen, dan
wordt dat plotseling in den ban gedaan geld eenvoudig
teruggestuurd, met de boodschap, dat het thans geen
waarde heeft, — N. B. hetzelfde geld, dat hier jaren
lang zonder eenige protest in circulatie was en waarmee
men kort geleden nog de handen vol gestopt werd.
Zij, die er thans mee opgescheept zitten, weten
niet wat er mee aan te vangen. Zeker een zonder-
linge en in Nederland ongekende toestand ! Daar alle
voormelde vreemde gouden munten sedert jaren in
deze kolonie tegen 6 °/„ h 8 7» hoogere koersen in
omloop zijn, dan die er nu bij Koninklijk besluit aan
werden toegekend, is de bekendmaking van het in
werking treden onzer nieuwe muntwet door menigeen
met tegenzin ontvangen. Velen hadden een stille
hoop, dat die wet, welke in Mei 1899 is vastgesteld,
378
Stilletjes in het vergeetboekje zou raken. Welke
groote teleurstelling dus, toen het bericht kwam dat
bedoelde wet in Augustus a. s. zal worden ingevoerd !
Ontsteltenis en verslagenheid waren op veler gelaat
te lezen. *t Zwaard van Damocles hing boven het
hoofd, zoo verbeelde men zich; de ondergang van
Cura9ao zou nu wel nabij zijn. De gemoederen
waren in de eerste dagen na de bekendmaking van
het in werking treden der muntwet zóó geschokt door
angst voor belangrijke verliezen, dat er geen redeneeren
tegen was, en zij, die beweerden, dat de nieuwe wet
eene gewenschte verbetering in ons gebrekkig munt-
wezen zal aanbrengen, voor bijzonder dom gehouden
of als vijanden des volks beschouwd werden. Thans
zijn de onheilsprofeten een beetje gekalmeerd.
Volgens de nieuwe muntwet wordt de gulden Cura-
9aosch courant geacht een waarde te bezitten van
f 0.94 Nederlandsch courant. Herleidt men dus het
bedrag, dat iemand bezit, van Cura^aosch in Neder-
landsch courant, dan beloopt dat 6 7o minder dan
men in zoogenaamde Cura9aosche guldens had Verlies
mag dat in werkelijkheid niet genoemd worden, omdat
het Nederlandsch geld zes percent meer waarde heeft
dan de munten, die hier tot nu toe circuleerden en
als betaalmiddelen gebezigd werden.
Te allen tijde werd aangenomen, dat het twee-
francstuk, onder den naam van Cura9aoschen gulden,
de munteenheid in den handel dezer kolonie uitmaakt.
Dat er een verschil van ongeveer 6 "/„ tusschen den
Nederlandschen gulden en het tweefrancstuk bestaat,
is niet te ontkennen.
379
Met dat verschil had de regeering rekening te
houden bij de herleiding van den ouden (Cura9aoschen)
tot den nieuwen (Nederlandschen) gulden. Zij had
niets te maken met de nog al afwisselende waarde, die
hier in den handel aan vreemde gouden munten
wordt toegekend.
Vooraf is niet te zeggen, hoe de nieuwe muntwet
in deze kolonie werken zal. Uit den aard der zaak
zullen zich in den aanvang wel eenige moeielijkheden
voordoen; doch dat is het geval met iedere nieuwe
verordening, die verandering in bestaande toestanden
brengt, en hoeveel te meer dan wel in een aange-
legenheid van zulk een ingrijpenden aard als geheele
wijziging van een muntstelsel.
De muntkwestie rs voor Cura9ao niet iets van van-
daag of gisteren. Zij bestaat reeds tal van jaren,
vermoedelijk langer dan mcnschengeheugen. Her-
haalde malen zijn hier tengevolge van daling van den
prijs van het zilver groote verliezen geleden, door-
dien dan de koers van allerlei vreemde muntsoorten,
waarmede men hier van tijd tot tijd overladen werd,
plotseling aanmerkelijk werd verlaagd.
Worden na het in werking treden onzer nieuwe
muntwet alle vreemde zilveren geldstukken maar
strikt uit de circulatie geweerd en de gouden munten
slechts tegen den wettelijken koers uitgegeven en
ontvangen, dan zal ons muntwezen eindelijk in een
gezonden toestand komen.
N, Rott. Ct, 2 Aug 1901.
38o
Keizer Wilhelm medaille-ontwerper.
De Duitsche Keizer zal weer het bewijs leveren
van de veelzijdigheid zijner talenten. De medaille voor
de strijders in China is door hem zelf ontworpen en
door professor Walter Scott uitgevoerd; zij zal
geslagen worden op de koninklijke munt.
Handelsblad 12 Juni 1901, Avondblad.
De in dit ons welwillend toegezonden krantenbe-
richtje bedoelde draagpenning is afgebeeld in 2. Beilage
van de Gartenlaube 1901, n". 31. Vz. De duitsche
adelaar met zijne klauwen den chineeschen draak in
bedwang houdende. Kz. 's Keizers gekroond mono-
gram met het omschrift voor de strijders:
DEN SIEGREICHEN STREITERN
• 1900 CHINA I9OI •
De eerste woorden zijn voor de niet-strijders vervan-
gen door: VERDIENST UM DIE EXPEDITION NACH
CHINA. De medailles, volgens de afbeelding 34
m.M., zijn aan Vz. en Kz. omgeven door een lauwer-
krans en geslagen door de Stuttgarter Metallwaaren-
fabrik van WiLHELM Maijer en Franz Wilhelm.
Ze worden gedragen aan 36 m.M. breed oranjelint
met roode en zwarte streepen en witte randen.
Red.
Een zeer fraaien én tevens bizonder eigenaardigen
penning vinden we afgebeeld in Sammlerdaheim
{Daheim 1901 n". 40), geslagen ter herinnering aan
de onthulling van professor E. Herter'S standbeeld
38 1
voor den grijzen heldenkeizer Wilhelm I te Potsdam,
in de Berliner Medaillenmünze van L. OSTERMANN»
voorheen G. Loos. De Vz. vertoont het ruiterbeeld
des keizers met het omschrift: IHeine Briiftf geliörfn
ber Pr It • bem üaterlanbe. In de afsnede : Penkmal ;u
^otsbam. — ffrriclitft 1901.
De Kz. vertoont de heerlijke ideale vrouwengestalte
met het rijkszwaard, die het voetstuk van het stand-
beeld siert, met het omschrift: IBflci|f S^enbung burcl)
€ottf9 ^Uiirung.
Het eigenaardige van dezen penning is, dat de schep-
per van het fraaie standbeeld dien zelf heeft gemo-
delleerd, een zeker zeldzaam voorkomend feit.
Z.
Wetgeving,
N°. 130. Wet van 28 Mei \(^i , houdende bepalingen
omtrent het toezicht en de zorg over de zaken
der Munt,
Wij WILHELMINA, bij de gratie Gods, Koningin
der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz.,
enz., enz.
Allen, die deze zullen zien of hooren lezen, saluut !
doen te weten:
Alzoo Wij in overweging genomen hebben, dat
het wenschelijk is te herzien de wet van den isten
Juni 1850 {Staatsblad n^ 25), gewijzigd bij de wet
van 2 Januari 1899 {Staatsblad n°. 11), omtrent het
toezicht en de zorg over de zaken der Munt;
Zoo is het, dat Wij, den Raad van State gehoord,
en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben
382
goedgevonden en verstaan, gelijk wij goedvinden en
verstaan bij deze:
Art. I. Het toezicht en de zorg over de zaken
der Munt zijn opgedragen aan Onzen Minister van
Financiën.
Art. 2. Alle munten van het Rijk en van zijne
koloniën en bezittingen worden aan *s Rijks Munt ge-
slagen.
De voorwaarden, waaronder voor rekening van
anderen dan het Rijk aan 's Rijks Munt kan worden
gemunt en medailles kunnen worden geslagen, worden
bij algemeenen maatregel van bestuur vastgesteld.
Art. 3. Alle stempels voor de munten van het
Rijk en van zijne koloniën en bezittingen worden aan
's Rijks Munt vervaardigd.
In bijzondere gevallen kan van deze bepaling worden
afgeweken.
De voorwaarden, waaronder voor rekening van
anderen dan het Rijk stempels kunnen worden ver-
vaardigd, worden bij algemeenen maatregel van bestuur
vastgesteld.
Art 4. Onder het opperbeheer van Onzen Minister
van Financiën worden opgedragen:
het bestuur van 's Rijks Munt aan den muntmeester;
het toezicht op de stipte naleving aan 's Rijks
Munt van de wettelijke bepalingen, het muntwezen
betreffende, alsmede op het verbruik van muntmate-
riaal aan 's Rijks Munt, aan den controleur-generaal.
De muntmeester en de controleur-generaal worden
door Ons benoemd. Zij mogen elkander niet bestaan
in of binnen den vierden graad van bloedverwant-
3«3
schap of zwagerschap. Hunne instructiön worden
vastgesteld bij algemeenen maatregel van bestuur.
Bij afwezigheid van den muntmeester of van den
controleur-generaal kan door Ons in de tijdelijke
waarneming van de functiön van den afwezige worden
voorzien.
Art. 5. De uitvoering van het muntwerk en de
vervaardiging der stempels mogen niet worden aan-
besteed aan een of meer ambtenaren van het munt-
wezen.
Art. 6. Het is aan de ambtenaren van het munt-
wezen verboden voor eigen rekening goud te doen
aanmunten, handel in edele metalen of in voorwerpen,
daarvan vervaardigd, te drijven of op eenige wijze
daaraan deel te nemen.
Art. 7. Geen nieuw vervaardigde munten mogen
van 's Rijks Munt worden afgeleverd, tenzij van het
onderzoek en de goedbevinding proces-verbaal door
den controleur-generaal is opgemaakt.
Art. 8. Behalve het reeds genoemde wordt den
controleur-generaal opgedragen het onderzoek van alle
munten die als verdacht van valschheid, vervalsching
of schennis, aan hem zijn opgezonden, alsmede de
uitspraak in geschillen v^an allooi en essaai, aan 's Rijks
Munt geleverd muntmateriaal betreffende.
De controleur-generaal onderzoekt jaarlijks eenaantal
munten, die anders dan van 's Rijks Munt bij betaal-
meesters zijn ingekomen.
Art. 9. Vóór den i «ten April van elk jaar worden
door den muntmeester en door den controleur-generaal
verslagen opgemaakt, door den eersten van de munt-
384
werkzaamheden en wat daarmede samenhangt, door
den laatsten van zijne verrichtingen, een en ander over
het afgeloopen jaar.
Deze verslagen worden voorzien van zoodanige
opmerkingen als de aard der zaak zal vereischen, aan
Onzen Minister van Financiën ingezonden om aan
Ons te worden overgelegd, en door Ons aan de Staten-
Generaal medegedeeld.
Art. 10. Voor benoeming tot essaieur van 's Rijks
Munt of van de controle bij 's Rijks Munt komen
alleen in aanmerking zij die als essaieur zijn geëxa-
mineerd en van eene akte van toelating zijn voorzien
door eene commissie van drie leden, waarvan de
controleur-generaal lid en voorzitter is. De beide
andere leden dier commissie worden door Ons be-
noemd.
Deze bepaling geldt niet voor hen, die onder de
werking van art. 7 der wet van i Juni iS^o {S(aa^s-
blad n'. 25), gewijzigd bij de wet van 2 Januari 1890-
{Staatsblad n". 1 1 ), het daarbedoeld examen met goed
gevolg hebben afgelegd.
Art. II. Er is eene commissie voor het muntwezen,
bestaande uit drie leden, door Ons te benoemen. Bij
de benoeming wordt tevens aangewezen wie der leden
voorzitter en secretaris der commissie zijn.
De benoeming geschiedt voor drie jaren. De af-
tredenden kunnen herbenoemd worden.
Aan het lidmaatschap is geen vaste bezoldiging
verbonden. Aan de leden wordt door Ons, behalve
vergoeding van reis- en verblijfkosten, vacatiegeld
toegekend.
385
Art. 12. De commissie voor het muntwezen doet
in Januari van elk jaar monsters onderzoeken, geno-
men van iedere in den loop van het vorige jaar door
den muntmeester opgebrachte en door den controleur-
generaal goedgekeurde partij munten.
De wijze, waarop de monsters genomen en onder-
zocht worden, wordt geregeld bij algemeenen maat-
regel van bestuur.
De commissie brengt jaarlijks aan Ons verslag uit
van hare bevindingen, en voegt daaraan zoodanige
opmerkingen toe, als zij in het belang van het munt-
wezen wenschelijk oordeelt.
Art. 13. In alle burgerlijke en strafgedingen, waar-
van de beslissing afhangt van die van een geschilpunt
omtrent valschheid, vervalsching of schennis van mun-
ten of omtrent allooi en essaai, moet de controleur-
generaal als deskundige over dit geschilpunt gehoord
worden.
De berichten van den controleur-generaal moeten
de gronden behelzen waarop zij rusten en onder-
teekend zijn.
Voor die berichten worden geene kosten berekend
dan die van zegel en registratie, voor zoover die ver-
schuldigd zijn.
Art. 14. Wanneer de beslissing van een burgerlijk
geding afhankelijk is van die van een geschilpunt als
in het vorige artikel bedoeld, beveelt de rechter, hetzij
op verzoek van een der partijen, hetzij ambtshalve,
bij interlocutoir vonnis, dat het bericht van den
controleur-generaal worde ingewonnen.
Op dit deskundig onderzoek zijn de bepalingen der
386
achtste Afdeeling van den derden Titel van het eerste
Boek, wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van
toepassing, voor zooveel daarvan niet bij dit of het
voorgaande artikel dezer wet is afgeweken.
Art. 15. Deze wet treedt in werking op een nader
door Ons te bepalen tijdstip.
Op dit tijdstip treedt buiten werking de wet van
I Juni 1850 (Staatsblad n". 25), gewijzigd bij de wet
van 2 Januari 1899 {Staatsblad n". ii).
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal
worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departe-
menten, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie
zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand
zullen houden.
Gegeven te Raben-Steinfeld, den 28sten Mei 1901.
De Minister van Financien, WILHELMINA.
PlERSOX.
Uitgegeven den vijftienden Juni 1901.
De Minister van Justitie^
CoRT. V. D. Linden.
N". 132. Wet van 28 Mei 1901, tot 7iadere regeling
van het Neder landsche muntwezen.
Wij WILHELMINA, bij de gratie Gods, Koningin
der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz.,
enz., enz.
Allen, die deze zullen zien of hooren lezen, saluut!
doen te weten:
Alzoo Wij in overweging genomen hebben, dat het
wenschelijk is de wetten tot regeling van het Neder-
38;
landsche muntwezen door eene nieuwe wet te ver-
vangen,
Zoo is het dat Wij, den Raad van State ge-
hoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal,
hebben goedgevonden en verstaan gelijk Wij goed-
vinden en verstaan bij deze:
Art. I. De rekeningseenheid van het Nederland-
sche muntstelsel is de gulden.
De gulden is verdeeld in honderd centen.
Art. 2. 's Rijks munten zijn :
A. met de hoedanigheid van wettig betaalmiddel!
I. tot ieder bedrag :
a. in goud:
het tienguldenstuk;
b, in zilver:
de rijksdaalder of twee en een halve gulden ;
de gulden ;
de halve gulden;
II. tot beperkt bedrag, de volgende pasmunten:
a. in zilver:
het vijf en twintig-centstuk;
het tien-centstuk;
het vijf-centstuk;
b. in brons :
de twee en een halve cent ;
de cent;
de halve cent ;
B. zonder de hoedanigheid van wettig betaalmiddel :
de gouden dukaat.
Art. 3. Het staat ieder vrij gouden tiengulden-
stukken en dukaten te doen slaan aan 's Rijks Munt
26
388
wanneer werkzaamheden voor het Rijk het niet ver-
hinderen.
Rijksdaalders, guldens en halve guldens kunnen
slechts worden aangemunt voor rekening van het Rijk,
ter vervanging van zilveren munten, die van Rijks-
wege aan den omloop worden of zijn onttrokken.
De pasmunt wordt uitsluitend voor rekening van
het Rijk geslagen.
Voor de aanmunting van zilveren pasmunt mogen
alleen Rijksmunten gebezigd worden.
Art. 4. Onze Minister van Financiën is gemach-
tigd om, wanneer en in zoover als hij het met het
oog op den toestand van het Nederlandsche munt-
wezen noodzakelijk acht, een bedrag van ten hoogste
vijf en twintig millioen gulden in Nederlandsche
rijksdaalders te doen versmelten tot baren en die
baren, door tusschenkomst van de Nederlandsche
Bank, te verkoopen.
Alvorens van deze machtiging gebruik te maken,
wint Onze voornoemde Minister de voorlichting in
van de afdeeling van den Raad van State, die tot
het Departement van dezen Minister in betrekking
staat.
Het advies door 's Raads afdeeling uitgebracht,
wordt zoodra 's lands belang zulks toelaat, aan de
Staten-Generaal medegedeeld.
De op grond van dit artikel aan den omloop ont-
trokken rijksdaalders kunnen niet door andere zilveren
munten vervangen worden.
Art. 5. Niemand is verplicht zilveren pasmunt tot
een hooger bedrag dan van tien gulden of bronzen
389
pasmunt tot een hooger bedrag dan van vijf en twintig
cents aan te nemen.
Art. 6. De in artikel 2 genoemde munten hebben
een gehalte, gewicht en middellijn, benevens eene op
het gewicht toegestane ruimte, zoowel boven als
onder, gelijk bepaald is als volgt:
Gehalte.
Gewicht.
Middellijn. ;
MUNTSOORT.
wette-
Ujk.
ruimte.
wette-
Ujk.
ruimte.
Goud
1 10 gulden.
' dukaat.
duizend-
sten.
900
983
{ duizend-
sten.
1.5
1,0
gram.
6,720
3»494
duizend,
sten.
2
2
milli-
meters.
22,5
21,0
Zilver.
Brons.
I
2l^ gulden,
gulden.
Vs gulden.
25 cents.
10 „
5 *>
2 l/s cent.
cent.
l/g cent.
945
i»5
25,000
10,000
2
3
5.000
5
3.575
6
640
4,0
1400
10
0,685
12
950 ko-
10,0 ko-
per.
per.
4,000
één op
40 tin.
5,0 tin.
2,500
honderd
10 zink.
5,0 zink.
1,250
stukken.
38.0
28,0
22,0
19,0
15,0
'2.5
«3.5
19.0
14.0
Art. 7. De beeldenaar der gouden tiengulden-
stukken is:
op de voorzijde Ons borstbeeld, tot omschrift voe-
rende : Onzen door het woord Koning {Koningin)
voorafgeganen naam en de spreuk : God zij met ons ;
op de keerzijde het wapen des Rijks met de Ko-
ninklijke Kroon, tusschen de waarde-aanduiding 10 G.,
wijders het jaartal, het opschrift: Koningrijk der
Nederlanden^ benevens het muntteeken en het munt-
meestersteeken.
Deze stukken worden in den ring gemunt en hebben
een kartelrand.
390
Art. 8. De beeldenaar der rijksdaalders, guldens
en halve guldens is:
op de voorzijde Ons borstbeeld, tot omschrift voe-
rende Onzen naam. met de woorden : Koning {Ko-
ningin) der Neder landen \
op de keerzijde het wapen des Rijks met de
Koninklijke Kroon, tusschen de waarde-aanduiding
2 l/g G., I G., l/g G., tot omschrift voerende: Munt
van het Koningrijk der Nederlanden^ benevens het
jaartal, het muntteeken en het muntmeestersteeken.
Deze stukken worden in den ring gemunt.
De rijksdaalder en de gulden hebben tot rand-
schrift: God zij met ons.
De halve gulden heeft een kartelrand.
Art. 9. De beeldenaar der zilveren pasmunt is:
op de voorzijde Ons borstbeeld, met een omschrift
gelijk aan dat der rijksdaalders, guldens en halve
guldens ;
op de keerzijde de waarde-aanduiding 25 cents, 10
cents en 5 cents tusschen twee eikentakken. benevens
het jaartal, het muntteeken en het muntmeestersteeken.
De stukken worden in den ring gemunt en hebben
een kartelrand.
Art. 10. De beeldenaar der bronzen pasmunt is:
op de voorzijde de gekroonde leeuw, houdende het
zwaard en den pijlbundel, op een met blokken bezaaid
veld, binnen een parelrand, daaromheen het omschrift ;
Koningrijk der Nederlanden^ met het jaartal, benevens
het muntteeken en het muntmeestersteeken;
op de keerzijde de waarde-aanduiding 2I/2 cent, i
cent, i/2 cent, tusschen twee oranjetakken.
391
Deze stukken worden in den ring gemunt en hebben
een kartelrand.
Art. II. De beeldenaar van den gouden dukaat is:
op de voorzijde een geharnaste man tusschen de
cijfers van het jaartal, met het omschrift: Concordia
res parvae crescunt, benevens het muntteeken en het
muntmeestersteeken.
op de keerzijde binnen een versierd vierkant: Mo:
aur : reg: Belgii ad legem imperii.
De stukken worden gemunt op den vrijen stempel
en hebben een kabelrand.
Art. 12. Bij Koninklijk besluit worden de kantoren
aangewezen, waar de pasmunt tegen rijksdaalders,
guldens en halve guldens kan worden ingewisseld,
mits het aangeboden bedrag niet minder zij dan vijftig
gulden in zilveren, of tien gulden in bronzen pas-
munt.
Art. 13. 's Rijks munt is niet verplicht partijen
goud aan te munten in tienguldenstukken beneden
driehonderd kilogram en in dukaten beneden honderd
kilogram.
Art. i4. Het muntloon kan voor gouden tiengul-
denstukken niet hooger worden gesteld dan op vijf
gulden per kilogram werks.
Art. 15. In de Staatscourant wordt door Onzen
Minister van Financien jaarlijks medegedeeld hoeveel
van elke muntsoort in het afgeloopen jaar:
a, voor rekening zoowel van bijzondere personen
als van het Rijk is aangemunt;
b. van Rijkswege is ingetrokken.
Art. 16. Munten, welke anders dan door slijting
392
in gewicht zijn verminderd, worden in 's Rijks schat-
kist niet aangenomen.
Niemand is gehouden ze aan te nemen.
Art. 17. De munten, die vermoed worden valsch,
vervalscht of opzettelijk geschonden te zijn, kunnen
door eiken houder aan den controleur-generaal van
's Rijks Munt ter beoordeeling worden opgezonden.
De ambtenaren, met ontvangsten voor de kassen
van openbare lichamen of instellingen belast, zijn tot
de bedoelde opzending van dergelijke in hunne handen
komende munten verplicht, nadat zij, desgevraagd,
een ontvangbewijs aan den houder hebben uitgereikt.
De genoemde met ontvangsten belaste ambtenaren
geven van de aanhouding onverwijld kennis aan den
officier van justitie, en gaan veertien dagen daarna
tot de opzending aan den controleur-generaal over,
tenzij het aangehouden muntstuk inmiddels door den
officier van justitie ten behoeve van eenig strafrech-
telijk onderzoek opgevorderd zij.
In geval de uitspraak van den controleur-generaal
het vermoeden bevestigd, worden de ter beoordeeling
ontvangen munten door dien ambtenaar doorgesneden
en aan den inzender teruggegeven.
Op uitdrukkelijk verlangen van den justitie-ambte-
naar door wien de inzending is geschied kan een munt,
bedoeld in het vorige lid, ongeschonden worden terug-
gegeven.
Alleen tegen vergoeding van de nominale waarde
kan de controleur-generaal, zoo hij dit wenschelijk
acht en de officier van justitie er zich niet tegen
verzet, een stuk terughouden.
393
Ingeval de uitspraak het vermoeden niet bevestigt,
worden dezelfde of andere gave munten teruggegeven.
Art. i8. Van Rijkswege worden ingetrokken en
vermunt:
a. alle gebrekkig bewerkte munten;
b. alle munten, niet begrepen onder die, bedoeld
bij artikel 17, vierde lid, welke door den omloop
zoozeer zijn afgesleten, dat hun beeldenaar geheel of
gedeeltelijk onzichtbaar is, of die door andere oor-
zaken voor den omloop ongeschikt zijn geworden.
c. de tienguldenstukken, rijksdaalders, guldens en
halve guldens, die door slijting in den omloop in
gewicht zijn gedaald:
de tienguldenstukken 5 duizendsten of meer;
^ rijksdaalders 15 ^ y» y»
„ guldens 30 « « «
„ halve guldens 40 „ v» n
beneden hun wettelijk gewicht.
De wijze van intrekking wordt bij algemeenen
maatregel van bestuur geregeld.
Art. 19. Het is verboden vreemde zilveren, nik-
kelen, bronzen of koperen munten in betaling te
geven.
Deze bepaling geldt niet voor bij algemeenen maat-
regel vaa bestuur aan te wijzen gemeenten. Onver-
minderd echter blijft ook daar ieders bevoegdheid om
wettige betaalmiddelen te eischen.
Art 20. Het is aan de in artikel 17, 2dc Hd, be-
doelde ambtenaren, alsook aan pachters en onder-
pachters van inkomsten van openbare lichamen of
instellingen, verboden bij ontvangsten, die zij als
394
zoodanig doen, vreemde munten in betaling aan te
nemen.
Deze bepaling geldt niet voor de gemeenten, be-
doeld in art. 19, 2de lid.
Art. 21. Overtreding van eene der verbodsbepa-
lingen der twee laatstvoorgaande artikelen wordt
gestraft met geldboete van ten hoogste vijf en zeven-
tig gulden.
Indien tijdens het plegen der overtreding nog geen
twee jaren zijn verloopen sedert eene vroegere ver-
oordeeling van den schuldige wegens overtreding van
een der bepalingen dezer wet onherroepelijk is ge-
worden, wordt hij gestraft met geldboete van ten
hoogste vijfhonderd gulden.
Art. 22. De bij deze wet strafbaar gestelde feiten
worden beschouwd als overtredingen.
Overgangsbepaling.
Art. 23. Ter verwisseling van munten, die in
Duitschland, en van munten, die in België in de
publieke kassen worden aangenomen, wordt, overeen-
komstig bepalingen vast te stellen bij algemeenen
maatregel van bestuur, in bij dien maatregel aan te
wijzen gemeenten gelegenheid gegeven gedurende een
tijdperk van ééne maand na het in werking treden
dezer wet.
De verwisseling geschiedt tot door Ons te bepalen
koersen, doch op geen hoogeren voet dan van 59 cent
voor de mark, 47V2 cent voor den frank.
Slotbepalingen,
Art. 24. Waar in wetten of Koninklijke besluiten
395
het woord „standpenningen** is gebezigd, worden daar-
onder verstaan munten met de hoedanigheid van wettig
betaalmiddel tot ieder bedrag.
Art. 25. Deze wet kan worden aangehaald als „de
Muntwet 1901*'. Zij treedt in werking op eennader
door Ons te bepalen dag.
Met dien dag worden buiten werking gesteld de
wetten van 26 November 1847 {Staatsblad n**. 69),
van 6 Juni 1875 {Staatsblad n°. 117), van 28 Maart
1877 {Staatsblad n°. 43), van 9 December 1877 {Staats-
blad n". 215), en van 27 April 1884 {Staatsblad n'', 97).
De overeenkomstig die wetten geslagen munten,
welke niet reeds buiten omloop zijn gesteld, blijven
op den bestaanden voet gangbaar, zoolang hare buiten-
omloopstelling niet bij de wet wordt bevolen.
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal
worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departe-
menten, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie
zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand
zullen houden.
Gegeven te Raben-Steinfeld, den 28st«n Mei 1901.
De Minister van Financiën, WILHELMINA.
PlERSON.
Uitgegeven den vijftienden Juni 1901.
De Minister van Justitie,
CoRT V. D. Linden.
Inhoudsopgave der Tijdschriften die het Genootschap
in ruiling ontvangt.
Revue Beige de numismatique.
IQOI. 57* année. 3* livraison.
I. Les monnaies de Ptolémée II, qui portent dates,
par M. J. SVORONOS.
II. Examen critique d'une nouvelle theorie de la
monnaie romaine, par M. MiCHEL — C. SOUTZO.
III. Deux monnaies luxembourgeoises inédites, par
M. Ie V*^ B. DE JONGHE.
IV. Remarques nouvelles sur les assignats du siège
de Mayence de 1 793 et sur les méreaux de péage
du pont, par M. P. BORDEAUX.
Correspondance, Necrologie, Mélanges.
Rivisti Italianadi Numismatica, 1901, fase. II.
Gneccki (Francesco). Appunti di Numism. Romane.
Dattari (G.) Appunti di Numism. Alessandrina.
Cerrato (G.) Due mezze lire inedite de Emanuelc
Filiberto.
SpiGARDI (Arturo). Le Medaglie ai Gonfalonieri
397
Di un raro Gettone di Lodovico I re d'Etruria.
Ambrosoli (Solone). Placchette italiane moderne.
Cronaca: Bibliografia. Varieta.
Vjesnik hrvatskoga arheoloskoga drustva,
Deel 5 bevat o. a. Brunsmid, D'. Josip. — Eenigc
muntvondsten in Kroatië en Slavonië.
Bulletin uitgegeven door den Nederlandschen
Oudheidkundigen bond, 1900 — 1901.
Deel II bevat o. a.: Aankoop van een gegraveerden pen-
ning van Baltzar LöliNCK, 1647, door het Kon. Ka-
binet. Vz. Susanna in het bad. Kz. PyramusenThisbe.
Muntvondsten te Wagenborgen, te Nietap, gem. Roden,
te Rhedcn en nabij Leiden. IJzeren muntstempel van
een onbekende munt van 1567, verm. voor de Kz.
van een dubbelen schelling van Philips de Mont-
MORENCY, graaf van Hoorn, te Weert gevonden.
Schenking van munten van Lycia en Cyprus aan het
Kon. Kab.
VERGADERINGEN
VAN HET
Koninklijk Nederlandsch Genootschap
voor Munt- en Penningkunde
1901.
{Uittreksel uit het Notulenboek)
23* Bestuursvergadering 27 Januari 1901 te Am-
sterdam uit onderscheidene brieven blijkt, dat Jhr.
M. A. Snoeck bij zijn besluit volhardt het onder-
voorzitterschap neer te leggen. Van den heer H. G.
DU Crocq is mededeeling ontvangen, dat hij bij
uitersten wil zijne verzameling penningen vrij van
successierechten aan het genootschap vermaakt heeft.
2^ Bestuursvergadering 2 Juni 1901 te Utrecht.
Aangezien de grootc diploma's (voor gewone en
buitenlandsche leden) verbruikt zijn, wordt de sekre-
taris gemachtigd nieuwe te doen drukken.
Tot buitenlandsch lid wordt benoemd de heer J.M.
Faddegon, graveur te Montrouge s. S., voorgesteld
door de hceren ZwiERZiNA en Stephanik.
10^ Jaarlijksche vergadering 16 Juli 1901 te Leeuwarden.
Zie vorige aflevering blz. 315.
Verslag van den Sekretaris over 1900.
Met genoegen kan ik u mededeelen, dat in het
slot jaar van de XIX« eeuw ons ledental eindelijk het
het cijfer loo overschreden heeft.
Immers wij eindigden 1899 met eene ledenlijst van
96 numismaten en tegen een verlies van 4 leden,
mocht ik 16 nieuw benoemden in onze registers in-
schrijven.
Leden. Uit onzen kring traden de heeren A. C. M. VAN
Etten, Mr. M. C. Nijland, P. J. van Dijk van
Matenesse en Baron Félix BÉTHUNE.
Uwe vergadering van 9 juni benoemde echter tot
buitengewoon lid de heeren:
Jhr. Mr. C. Beelaerts van Blokland, Utrecht,]. A.
A. Gerritsen, Amsterdam, A. van der Hoop, Oud-
Beierland, J. HouwiNK Gz., Sneek, H. LabouchèRE,
Doorn, J. P. R. MENGER, Utrecht, J. W. Menso,
's-Gravcnhage, J. C. P. E. Menso, Utrecht, Mr. S.
Muller Fzn., Utrecht, Mr. J. A. Sillem, Amsterdam,
jhr. mr. D. F. Teixeira de Mattos, 's-Gravenhage,
400
S. WiGERSMA, HzN, Leeuwarden en M. G. Wil-
deman, 's-Gravenhage, en nam in het kader der ge-
wone leden op: de heeren Anth. BEGEER, Utrecht
en J. Ph. M. Menger, Utrecht
Uw Bestuur benoemde tot buitenlandsche leden
de heeren: Baron Philippe Prisse te Antwerpen,
J. P. Moquette te Prambon, Ned. Indie, en J. C.
WiENECKE te Parijs, zoodat op 31 dec. 1900 ons
Genootschap bestond uit i eerelid, 29 gewone leden,
45 buitengewone leden en 33 buitenlandsche leden,
te zamen 108 leden.
Bestuur, De bestuursplaatsen waren bezet door de
heeren: AüG. SASSEN, Voorzitter (1904), jhr. M. A.
Snoeck, Onder-voorzitter (1905), JOH. W. Stephanik,
Sekretaris (1901), C. H. F. A. CORBELIJN Battaerd,
Penningmeester (1902) en H. G. DU Crocq, Konser-
vator (1903).
Vergaderingen, De jaarvergadering werd dit jaar
gehouden in de gemeente Haarzuylens op den 9^*" juni.
Wel is waar wijst art. 10 H. Regl. den i6**«° juni
aan, maar nu het Congres international de numis-
matique te Parijs van 14 tot 16 juni vergaderde,
meende het Bestuur, dat in deze eene vervroeging
van een week niet alleen wenschelijk, maar ook
noodzakelijk was.
Vergunt mij een woord van dank te betuigen
aan den heer Anth. Begeer, die door zijne vrien-
delijke bemoeiingen ons dien dag zoo aangenaam
wist te maken en aan de heeren Baron VAN ZUYLEN,
VAN NVEVELT VAN DE Haar en Dr. P. J. H.
CUVPERS, die ons toestonden het kasteel „de Haar"
40I
met zijne herstellingswerken en omgeving grondig te
bezichtigen.
Onze vergadering in 't Rechthuis van Haarzuylens,
ons landelijk ontbijt in de dorpsherberg, hadden eene
groote bekoring.
Het Bestuur vergaderde den 22"*'^ mei te Utrecht
en, door allerlei onstahdigheden, eerst den 27»**"
januari 1901 te Amsterdam. Het aldaar verhan-
delde zal u in de uittreksels der notulen worden mede-
gedeeld.
Rekening. De rekening van onzen penningmeester
blijkt nog niet geheel afgewikkeld te zijn. De heeren
Dr. Braakenburg van Backum en jhr. Speelman
hebben zich bereid verklaard om die rekening, zoodra
gereed, te onderzoeken en van hunne bevinding verslag
uit te brengen.
Ik moet u echter er op voorbereiden, dat die rekening
niet door de zon beschenen wordt. Er zal n.l. een
vermoedelijk tekort zijn van ƒ 250. — k ƒ 300. — ,
dat gelukkig door het batige saldo van vorige jaren,
groot ƒ 357,33*. gedekt wordt.
De oorzaak van dit tekort ligt in de uitgave der
Beschrijving van de Inhuldigings-penningen, van welk
werk nog ongeveer 200 exemplaren in voorraad zijn.
Indien de grootste zuinigheid in *t beheer wordt
in acht genomen, zullen wij dit echter in één, zeker
in 2 jaren te boven zijn.
Tijdschrift. Het Tijdschrift mocht zich in de alge-
mcene sympathie onzer leden en onzer inteekenaren
verheugen Hiertoe droeg zeker in groote mate bij :
het opnemen van de beschrijving der nederlandsche
402
penningen na november 1863 geslagen, bewerkt door
den heer W. K. F. ZwiERZiNA — als ook 't uit-
breiden der populaire gemengde berichten.
De kommissie van redaktie bestond uit:
Mejuffrouw Marie de Man, (1902) en de heeren
W. K. F. ZwiERZiNA (1901) en AuG. Sassen (1903),
terwijl de verspreiding van- de afleveringen werd be-
werkstelligd door de firma G. Theod. Bom &Z00N,
te Amsterdam.
Aan ons medelid, den heer Adriaan Bom, onzen
bizönderen dank voor de moeite, die hij zich in deze
geven wil.
Op de vorige jaarvergadering verzocht de kommissie
voor 't nazien der rekening verlenging van haar
opdracht. In augustus 1900 was die kommissie met
hare werkzaamheden gereed en adviseerde zij tot
goedkeuring van de rekening.
Moest ik reeds met een enkel woord wijzen op
het belangrijke verlies, dat onze kas leed door de
uitgave van de Beschrijving der Inhuldigings-penningen
— van den anderen kant verheugt 't mij u te mogen
wijzen op 't batig saldo, dat de uitgifte van den
penning, op wijlen den heer ROEST geslagen, in die
kas deed vloeien.
Eene andere bate (doch dit is toekomstmuziek)
zal zijn de verkoop van het vervolg op Mr. JACOB
DiRKS — „Nederlandsche of op Nederlanders betrek-
king hebbende penningen na november 1863 ge-
slagen."
Van dit werk worden 100 overdrukken gemaakt;
de bewerker, de heer W. K. F. ZwiERZiNA, was zoo
403
welwillend aanspraak te maken op slechts lO dier
overdrukken, zoodat later 90 ex. tot stijving van de
kas kunnen verkocht worden.
Zeide ik u reeds, dat 1900 voor ons Genootschap
een gunstig jaar was, wat 't ledental betrof, — een
groote aanwist viel ons te beurt in onze penningver-
zameling. Het Bestuur mocht n.1. van den heer DU
Crocq de mededeeling ontvangen, dat deze bij uitersten
wil aan het Genootschap vermaakt zijne belangrijke
verzameling penningen en wel vrij van successie-
rechten. De heer DU Crocq voegde hierbij een
ingebonden kwartijn met volledige beschrijving der
stukken. Hier kan ik den vrijgcvigen schenker
slechts den dank brengen van de leden voor dit
vorstelijk legaat — in 't Tijdschrift zal op eenige
der voornaamste stukken gewezen worden.
Op initiatief van den heer ZwiERZiNA werd dit
jaar getracht een leesgezelschap onder de leden op
te richten, ten einde de vele vervolgwerken geregeld
te doen rondgaan. Na onderzoek bleek echter de
belangstelling zoo gering te zijn, dat van dit plan
moest worden afgezien
Evenals in vorige jaren werden gebonden exemplaren
van den jaargang van ons tijdschrift aan H. M. de
Koningin en aan H. M. de Koningin-Moeder aange-
boden, die door Hare Majesteiten met belangstelling
werden aanvaard.
In augustus verzond 't Bestuur aan alle leden,
een beknopt gidsje om in 3 uren tijds alle pen-
ningen en munten, op de tentoonstelling te Parijs
geëxposeerd, te kunnen bezichtigen. Blijkens ont-
27
404
vangen brieven heeft deze zending aan de verwachtingen
beantwoord.
Ten slotte mijn dank aan mijne medebestuur-
deren en aan alle leden, die mij in den loop des
jaars mijne sekrctaris-plicbten hebben gemakkelijk
gemaakt.
Amsterdam, JOH. W. Stephanik.
Juni 1901.
Verslag van den Konservator
Kon ik in mijn vorig verslag mededeelen, dat H. M.
de Koningin ons Genootschap verleden jaar met een
blijk van belangstelling vereerde, tot mijn leedwezen
moet ik er nu op wijzen, dat de belangstelling voor
onze verzamelingen achteruitgaande is.
Behalve de periodiek verschijnende tijdschriften ont-
ving het Genootschap enkele overdrukjes, nader in het
verslag beschreven.
Belangrijke boekwerken op numismatisch gebied
werden niet in de Bibliotheek opgenomen. Onze munt-
verzameling ontving ook geene uitbreiding.
De kollektie gedenk- en draagpenningen vermeer-
derde echter met 20 stuks.
Moge een volgend verslag gunstiger luiden.
De KonservatoTy
Amsterdam, Juni 1901. H. G. DU Crocq.
4o6
Aanwinsten van de Bibliotheek.
Verslag Kon. Kab. 's-Gravenhage, 1900.
Geschenk van den Heer H. J. DE DOMPIERRE DE
Chaufepié.
Verslag Gemeente Museum Nijmegen 1899.
Geschenk van den Heer Th. H. A. J. Abeleven.
Verslag Museum van Oudheden te Groningen 1900.
Geschenk van den Heer Mr. J. A. Feith.
Aanvullingen van mijne „Zeeuwsche Loodjes".
Overdr.
Les dutes Zélandaises k la légende Luctor et Emen-
tor. Extr.
Munt vondst te Vlissingen. Overdr.
Over gouden en zilveren munten versierd met de
teekens van den dierenriem. Overdr.
Iets over het Vettewariersgilde te Middelburg en
over een tot nu toe onbekenden begrafenispenning van
dit gilde. Overdr.
Geschenk van Mej. M. DE Man.
Een praatje over penningen. Overdruk tijdschrift
van het Ned. Gymn. Verb.
Een hulde aan Th. M. Roest. Overdr.
Penningen 1897 — 1898.
Aanvulling der Beschrijving van de Penningen na
's Konings dood geslagen in de Kon. Fabriek van
zilverwerken, firma C. J. Begeer. Overdr.
Onze nieuwe guldens. Overdr.
Geschenk van den Heer W. K. F. ZWIERZINA.
407
Eenige opmerkingen omtrent de Hindoe-munten
van Java. Overdr.
Geschenk van den Heer J. P. MOQUETTE.
Vervolg der verschillende catalogi houdende de
aanwinsten verkregen sedert het opmaken daarvan
tot 1899.
Geschenk Muntkabinet Utrecht.
Levensbericht van jhr. mr. G. J. Th. Beelaerts
VAN Blokland, door jhr. mr. J. H. Hora Siccama.
Geschenk jhr. mr. J. H. HORA SicCAMA.
Catalogus Tentoonstelling van Moderne Médailles
en Plaquetten. Leeuwarden 1 900/1 901.
Geschenk comité.
Bulletin uitgegeven door den Nederlandschen Oud-
heidkundigen Bond. N". 6.
Geschenk idem.
Tiers de blanc anonyme au lion frappe h Herpen. Extr.
Un demi-gros k Técu aux quatrc lions, frappe a
Schoonvorst. Extr.
Les monnaies des derniers comtes de Reckheim,
de la maison d'Aspremont- Lijnden. Extr.
Geschenk V»« B. DE JONGHE.
Numismatique Bruxelloise. Jetons de préscnce de
la société de Medccine de Bruxellcs. Messidor au
XII. Extr.
ld. Rcctifications k Gkrard VAN LooN, relatives
a certains jetons d'anciens Magistrats de Bruxelles.
Extr.
Geschenk van den Heer Edouard VANDEN Broeck.
Classement de monnaies carolingicn nes inéditcs. Extr.
Geschenk van den Heer Paul Bordeaux.
4o8
La médaille-décoration des francs-bouchers et des
francs-poissonniers de Gand. 1793.
Geschenk van den Heer A. DE WiTTE.
La gazette numismatique.
Geschenk van den Heer Ch. Dupriez.
Instruction sur la maniere de classer et de conserver
Ie répertoire de médaillistique N"*. i — 3CX).
Geschenk van den Heer Paul Stroehlin.
Congres international de numismatique réuni k
Paris, en 1900. Proces- verbaux et mémoires.
Contribution k la numismatique de Bijllis et d' Apol-
lonia par C. Patsc».
Twee platen met afbeeldingen van Keltische mun-
ten, gevonden te Naggij-Biszterecz, Hongarije.
Idem. Jetons du roi LouiS I, (d*Anjou) de Hongrie.
Divinités accroupies, par Leon Maitre.
Atlas des monnnaies de Gallienus (Valerianus,
Mariniana, Salonina, SalonïNUS, Première partie.
Rome et Tarraco, composé par Otto Voetter.
Les systèmes monétaires. Histoire monetaire des
principaux Etats du monde, anciens et modernes, par
Alexander del Mar.
Uitgave congres, Paris 1 900. (Het Genootschap was
lid van het kongres).
Congres international d'anthropologie et d*archéologie
préhistoriques XII Session. Paris 1900.
Geschenk Idem.
Francesco Gnecchl Appunti di Numismatica Ro-
mana. L — LUI. Extr.
Geschenk van den Heer Francesco Gnecciii
409
Monatsblatt dei numismatischen Gesellschaft in Wien.
N°. 201—214.
Geschenk idem.
Numismatischen Zeitschrift Wien. 31»" Band, IP**
Semester. Idem 32»'*'' Band, i»**' u. 2*»'' Semester.
Geschenk idem.
Atlas der Münzen des Kaisers Gallienus und
seiner Familie, i "^ Abtheilung. Roma et Tarraco.
Geschenk Numismatische Zeitschrift, Wien.
Numismatischcs Literatur-Blatt N°. 114 — 119.
Geschenk van den Heer M. Bahrfeldt.
Mittheilungen der Bayerischen Numismatischen Ge-
sellschaft, XIX. Jahrgang, IV*"' Heft. XX. Jahrgang.
Geschenk idem.
Sitzungsberichte der Numismatischen Gesellschaft zu
Berlin, 1900.
Geschenk idem.
Verschillende verkoopkatalogi.
Varia.
In ruiling met ons Tijdschrift.
Numismatische Zeitschrift. Wien.
Rivista Italiana di Numismatica.
Revue suisse de numismatique.
Revue beige de numismatique.
Société archéologiquc Croatc.
The American Nuniismatic and Archaeological So-
ciety of New- York City, 1900.
4IO
Nederlandsche Oudheidkundige Bond.
Algemeen Nederlandsch Familieblad, onder leiding
van A. A. VORSTERMAN VAN OlJEN.
Aanwinsten van de Numismatische Verzameling.
1862 j^^ Nederl. taal en letterkundig Kongres. Brugge
8—10 Sept. 1862. B. 50 m.M. DiRKS N. 879.
1900 Bezoek H. M. de Koningin aan Utrecht.
Geschenk van den Heer C. W. Bruinvis.
1898 Overlijden Th. M. Roest.
Uitgave van het Genootschap.
19CX) Geschiedkundige tentoonstelling van het Neder-
landsche zeewezen. 's-Gravenhage 1900. B.
50 m.M.
Geschenk van D'. H. J. DE DOMPIERRE DE
Chaufepié.
„ Jhr. ViCTOR DE Stuers. 25 j. Referendaris. B.
66 m.M.
Geschenk van den Heer A. BEGEER.
1901 Huwelijk H. M. de Koningin met Hertog HEN-
DRIK VAN Mecklenburg-Schwerin. 7 Fe-
bruari 1901. B. 60-42.5 — 25 m.M.
„ Plakket. Als voren. T. 42 X SO m.M.
Geschenk van den Heer J. A. A. Gerritsen.
„ Gedenkpenning aangeboden aan jhr. Ch. A. van
DER WijCK, Oud-Gouverneur-Generaal van Ned.-
Indië.
Geschenk van den Heer M'. N. P. VAN DEN Berg.
114
igoi Boerenmedaille van WiENECKE. Z. B. 27 m.M.
Geschenk van den Heer J. C. WiENECKE
Draagpenningen en teekens bij het huwelijk van
H. M. de Koningin met Hertog Hendrik van Meck-
LENBURG-SCHWERIN.
1901 Huwelijk H. M. de Koningin. Z. B. verz. K.
„ 24.5 — 17 m.M.
„ Als voren, draagspeld. Z. 24.5.
„ y, „ persinsigne (A"'.) Z.
Geschenk van den Heer J. A. A. Gerritsen.
1894 4*** Uitvoering Ned. Gymn. Verb. Z. Gew
Geschenk van den Heer D^ ScHOLS.
Belastingpenningen.
1893 1895-87 Hondenbelasting Gorincheni.
Geschenk van den Heer G. van der Water.
1899- 1900 Als voren 's-Gravenhage.
Geschenk van den Heer M. G. Wildeman.
1780 Zilveren Koppelplaat. (Engelsche wapen).
Geschenk van den Heer M. G. Wildeman.
LEDENLIJST
(September 1901)
. •>- ^- "— ->^-N,-
Achter de namen der leden is vermeld welk gedeelte van de munt-
en penningkunde door hen beoefend wordt.
EERE-LEDEN.
Dagteckening der benoeming
Z. M. ViCTOR Emanuel III, Koning van Italië. i6 Juni 1901.
Vicomte B. de Jonghe, Président de la Socicté royale
de Numismatique de Belgique, riie du Tróne 60,
Ixelles.
(België, nederlandsche provinciën Limburg en
Noord-Brabant, verder gallische, mcrovingische,
karolingischc en oud-grieksche M.) i) 17 Juni 1894.
GEWONE LEDEN
* C. H. F. A. CoRBEUjN Battaerd, Notenboomstraat 83,
Groenloo.
♦Adriaan Bom, Keizersgracht 149, Amsterdam.
♦Jhr. mr. J. M. H. J. de Grez, me Belliard 18,
Bruxelles.
♦Jhr. M. A. Snoeck, Kamerheer i. b. d. van H. M.
de Koningin, Bestuurder van 't Prov. Genootschap
van K. en W. in Noord-Brabant, C. 22, Hintham.
(Prov. Noord-Brabant, M., G., noodmunten, lood-
jes, draagteekens.)
♦Joh. W. Stephanik, Konservator van 't Munt- en
Penningkabinet van 't Kon. Oudheidk. Genootschap
te Amsterdam, Keizersgracht 414.
(Nederland en Koloniün, M.)
I) De afkortingen bclcekcncn: M. -_ munten, G gedenkpenningen,
li<l-oprichtcr.
413
Mr. L. W, A. Besier, Voorzitter van het MuntkoUege,
Maliesingel 24, Utrecht. 12 Juni 1892.
C. W. Bruinvis, Voorzitter der Kommissie voor 't
Stedelijk Museum, Oudegracht 184, Alkmaar.
(Stad Alkmaar en Alkmaarders, M., G.. nood-
munten, loodjes, draagteekens.) —
Chr. J. van Eeghen, Oud-burgemeester van Putten,
Huize Aardenburg, Doom. —
J. Geradts, Burgemeester, Kasteel Aerwinkel, Pos-
terholt (L.)
(Nederlandsche prov. Limburg, M., G.) —
O. G. H. Heldring, Luit.-Kolonel der Infanterie, Lan-
gestraat 30, Amersfoort
(M., G. in *t Algemeen). —
Mejuffrouw Marie de Man, Konservatrice van 't Munt-
en Penningkabinet van 't Zeeuwsch Gen. der
Wetenschappen, St. Pieterstraat 39, Middelburg.
(Graafschapp. Holland, Zeeland en Vlaanderen
M. — Prov. Zeeland, M., G., noodmunten, loodjes,
draagteekens, muntvondsten — Nederland, loodjes.) —
Jhr. C. H. C. A. VAN Sypksteyn, Parkstraat 87, 's-Gra-
venhage.
(Steden 's-Gravenhage en Haarlem, G., penningen
en penningplaten uit 't oogpunt van kunst). —
J. H. W. Unger, Gemeente- Archivaris, Schiekade 87,
Rotte dam. —
Mr. J. A. Feith, Rijks- Archivaris, Martiniplein 181,
Groningen.
(Nederland, in 't bizonder provincie en stad
Groningen, M., G.) 18 Juni 1893.
Dr. H. J. DK DOMPIEKRE DE Ch.vUFEPIÉ, DirekteuF
van het Koninklijk Munt- en Penningkabinet van
Penningen en Gesneden Steenen te 's-Gravenhagc,
Javastraat 76. 17 Juni 1894.
H. G. DU Croo^, Leidschegracht 11, Amsterdam
(Nederland en Koloniën, Bclgic tot 1830, G.) —
A. J. C. van Gemund, Assistent aan het Koninklijk
Kabinet van Penningen en Gesneden Steenen te
414
's-Gravenhage, Konservator van 't Munt- en Pen-
ningkabinet van Teyler's Genootschap, Kleine
Houtstraat 48, Haarlem. 17 Juni 1894.
Jhr. L. C. VAN DEN Brandeler, Kapitein bij 't Regi-
ment Grenadiers en Jagers, S.weelinckstraat 34,
*s-Gravenhagc.
(Nederland na 1576, M., G.) 16 Juni 1895.
W. I. Fredzess, Jur. cand., Jufferstraat i, Utrecht. —
W. K. F. ZwiERZiNA, Ontvanger der registratie en
domeinen, Hoorn 39, Alfen (Z.-H.).
(Nederland. G. en draagteekens, in 't bizonder
die geslagen nè 1863). —
Mr. P. Deketh, Piet Heinstraat 3, 's-Gravenhage.
(Nederland en Koloniën na 1576, M.) 16 Juni 1896
Jhr. H. M. Ridder baronet Speelman, Oud-burge-
meester van Harlingen, Kenaupark 13, Haarlem.
(Nederlandsche koloniën, provinciën Friesland
en Groningen, M.) —
AuG. Sassen, Notaris, Steenweg, Helmond.
(Nederland, muntstudie der middeneeuwen ; prov.
Noord-Brabant, M. G.) '16 Juni 1897.
Jhr. mr. M. W. Snoeck, Ambtenaar van 't Openb.
Min. bij 't kantongerecht, Lindengracht, Hee-
renveen. —
Dr. L. J. A. Braakenburg van Backum, Hoogland-
sche Kerkgracht 23, Leiden.
(Bulzegels der pausen en der dogen, M. der
Johanniter Orde). 16 Juni 1899
J. E. ter Gouw, Oud-hoofd der school, Nassaulaan 8,
Hilversum.
(Nederland en Koloniën, België, M.) —
Jhr. mr. P. L. van Meeuwen, Advokaat-prokurcur,
Stationsweg, 's-Hertogenbosch.
(Prov. Noord-Brabant, M., G.) —
Anth. Begeer, Oudegracht 17, Utrecht. 9 Juni 190».
J. Ph. M. Menger, Stempelsnijder aan 's-Rijks-Munt,
Voorstraat 35, Utrecht. —
4^5
S. WiGERSMA HzN., BestuuTslid van *t Friesch Ge-
nootschap, Nauw i8o, Leeuwarden.
(Nederland, in *t bizonder Friesland, M., Fries-
land en 8o-jarige oorlog, G. ; Huis Oranje-Nassau,
M. G. met portretten.) i6 Juni 1901.
BUITENGEWONE LEDEN
D. C. Meijer Jr., Bestuurslid van het Kon. Oudheidk.
Gen., Vondelstraat 81, Amsterdam.
(Stad Amsterdam, G. tot 1800; G. der Luther-
sche Kerk, huwelijkspenningen). 12 Juni 1892.
Dr. L. P. H. ScHOLS, Breedestraat 23, Maastricht
(Stad Maastricht, M. tot 1832, G. en loodjes.) —
B. J. A. BRUYNESTEYN,Van Baerlestraat 13, Amsterdam
(Nederland, in 't bizonder Holland, M.) 18 Juni 1893.
Mr. W. M. VAN Lanschot, Ververstraat 299, 's-Her-
togenbosch.
(Prov. Noord-Brabant, M. en G.) —
F. H. Baron VAN Verschuer, Willemsplein 2, Arnhem. —
E. Ph. Erfmann, Binnenweg 112, Rotterdam. 17 Juni 1894.
Mr. F. A. J. VAN Lanschot, Oud-Raadsheer in 't Ge-
rechtshof te 's-Hertogenbo8ch, Peperstraat, 's-Her-
togenbosch. —
Jhr. H. E. Ram, Ingenieur, Engelen.
(Prov. Utrecht, M. en G.) —
Jhr. mr. W. C. G. van Evsinga, Wirdumerdijk 9,
Leeuwarden. 16 Juni 1895
Jan Hordijk Jaczh., Voorstraat 410, Dordrecht —
Mr. C. G. J. Hijleveld, Konservator van het Stedelijk
Museum, Nassausingcl 2, Nijmegen. 16 Juni 1896.
Mr. H. J. D. D. Enschedé, Zijlstraat 27, Haarlem. —
Ds. H. A. J. LüTGE, Keizersgracht 717, Amsterdam. —
Jhr. mr. F. Beelaerts van Blokland, Koninginne-
gracht 62, VGravenhage.
(Nederland, G., in 't bizonder familiepenningen). 16 Juni 1897.
H. van Rijckevorsel, Vughterstraat 49, 's-Hertogcn-
bosch.
(Prov. Noord-Brabant, M. en G.) —
4i6
Jhr. mr. A. F. O. van Sasse van Ysselt, van Tul-
denstraat 48, *s-Hertogenbosch. 16 Juni 1897.
H. D. DE WiTT Hamer, Lange Kerkstraat 30, Goes.
(M. en G. in 't algemeen). —
A. HoLLESTELLE, Lid van de Provinciale Staten van
Zeeland, Oudelandsche straat 436, Tholen. 16 Juni 1898.
C. L. J. Begeer, Maliesingel 53, Utrecht. 16 Juni 1899.
Bernard J. M. de Bont, Konservator van *t Museum
Amstelkring, Vondelstraat loi, Amsterdam. —
Mr. R. Fruin Th.Az., Rijksarchivaris in Zeeland,
Balans 6, Middelburg.
(1'rov. Zeeland, Muntstudie.) —
R. I. M. M. A. Graaf de Geloes, Kamerheer i. b. d.
van H. M. de Koningin, Burgemeester, Eijsden. —
Bart van Hove, Hoogleeraar, 2e Constantijn Huij-
gensstraat 81, Amsterdam,
f. Karreman, Hoofd der school, Kerkstraat 251,
Oud-Beierland.
(Nederland tot heden, België tot 1648, G.) —
Mr. A. L. C. Kleyn, Laan Copes van Cattenburch
54, 's-Gravenhage.
(M. en G. in 't algemeen, in 't bizonder nieuwere
G. en gedenkplaten.) —
H. Oortman Gerungs, Kruisstraat 13, Utrecht. —
Mr. N. G. PiERSON, Oud-minister van financiën, 's-Gra-
venhage. —
Jhr. mr. J. H. Hora Siccama, Oud-Referendaris bij
B. Z., Bezuidenhout 13, 's-Gravenhage. —
Jan de Waard, Poelestraat 14», Groningen.
(Prov. en Stad Groningen, M. en G.) —
J. van de Water, Hoogstraat 657, Gorkum.
(Prov. Holland, M.; Huis Oranje-Nassau, G.) —
C. A. van Woelderen, Luitenant der Artillerie.
Dijkstraat 45, den Helder.
(Nederland, M. en G,; Rome, M.) —
Jhr. mr. C. Beelaerts van Blokland, Maliesingel 60,
Utrecht.
(M. in 't algemeen). 9 Juni 1900.
417
Mr. W. O. Gallois, Oiul-Vice-Presidcnt van den Raad
van N. I., Kanaal 14, 's-Gravenhage.
(Nederland na 1576, Nederlandsch-IndiC, M.). 9 Juni 1900.
J. A. A. Gerritsen, N. Z Voorburgwal 252, Amsterdam.
(Nieuwere penningen en draagteekcns.) —
A. VAN DER Hoop, Grimhoek 206, Oud-Beierland.
(Nederland, M. G. ridderorden en draagteekcns). —
J. HouwiNK Gz., Lemmerweg 119, Sneek. —
H. Labouchère, Villa Doomveld, Doom. —
J. P. R. Menger, graveur, Utrecht. —
I. W. Mensü, Koninginnegracht 25, 's-Gravenhage. —
(Nederland en Koloniën na 1576, M. en G.) —
J. C. F. E. Menso, Jur. cand., Schoutenstraat 12, Utrecht. —
(Nederland, M.) —
Mr. S. Muller Fz., Gemeente- Archivaris, Mattebaan
17, Utrecht.
(Prov. Utrecht, munt- en penningstudiCn.) —
Mr. J. A. SiLLEM, Heerengracht 577, Amsterdam.
(Nederland, muntstudien; Koopkracht der edele
metalen, beteekenis der rekenmunten.) —
Jhr. mr. D. F. Teixeira de Mattüs, Alexanderstraat 9,
's-Gravenhage. —
(Nederland, uitsluitend gouden M. der XIX* eeuw.j
M. G. Wildeman, Archivaris van 't Hoogheemraad-
schap Delfland, Sweelinckstraat 80, 's-Gravenhage.
(Frankrijk na 1851, G.) —
J. M. M. VAN Belle, Haarlemmerdijk 104, Amsterdam.
(M. der Oud-Helleensche volken.) 16 Juni 1901.
Mr. N. P. VAN den Berg, President der Nederland-
sche Bank, Oude Turfmarkt 3, Amsterdam. —
Mr. S. VAN Gijn, Dordrecht. —
J. M. J. VAN Lis, Kandidaat-Notaris, Langestraat, 86,
Hilversum. —
Hidde Nyland, Dordrecht. —
Prof. jhr. dr. J. Six, Heerengracht 511, Amsterdam. 16 Juni 1901.
Jhr. mr. V. E. L. de Stuers, Parkstraat, 's-Gravenhage. —
J. C. Wienecke, 2' Stempelsnijder aan 's-Rijks-Munt
te Utrecht, Admiraal van Ghentstraat 9.
(Onderzoekingen en siudiCn van technischen aard.)
4i8
BUITENLANDSCHE LEDEN
E. Vanden Broeck, rue du Commerce 70, Bruxelles.
(Stad Brussel, M., G., noodmunten, loodjes,
draagteekens.) 12 Juni 1892.
Mr. J. A. VAN DER Ch^s, Lands-Archivaris, Batavia.
(Nederlandsch-Indie en omliggende landen en
eilanden, M. en G.) —
G. CuMONT, Advocat é. la cour d*appel, rue de l'A-
queduc 19, Bruxelles. —
Cav. Ercole Gnecchi, via Gesü 8, Milano. —
Cav. Fco. Gnecchi, via Filodrammatici 10, Milano. —
Comte Th. de Limburg-Stirum, rue de la Loi 166,
Bruxelles. —
Alph. de Witte, Ingénieur, rue du Tróne 49, Ixellcs.
(Hertogdom Brabant, M. ; legpenningen der XVII
Nederlanden en Frankrijk; muntgewichtjes.) —
Baron Jean Bethune, Oost-Roosbeke.
(Vlaanderen, in *t bizonder Brugge, M. en G.) 9 Aug. 1892.
Arthur Engel, rue de l'Assomption 66, Paris-Passy. —
V. DE Munter, Agent de la Banque nationale de
Belgique, Lei 15, Louvain. —
Camille Picqué, ConservateurduCabinetnumismatique
é. la Bibliothèque royale, rue Dupont 70, Schaerbeek. —
Dr. Hans Riggauer, Conservator des Kön. Manzkabi-
nets, Neuhauserstrasse 5, Mtinchen. —
Amédée de Roissart, Conseiller de la cour d'appel
de Bruxelles, avenue de la Couronne 12, Ixelles. —
Charles van Schoor, Avocat général prés la cour
suprème è. Bruxelles, avenue Louise 93, Bruxelles. —
P. L B. RüUS DE Perez, rue Joseph II 26, Bruxelles. 18 Juni 1893.
(Noodmunten.)
Chev. Fréd. Mayer van den Bergh, rue de THó-
pital 21, Anvers. —
Geoffrey Ch. Adams, Broadway 29, New- York. 8 SepL 1893.
Maurice Barbey, Manoir de Valleyres, Valleyres,
(Suisse). —
RoGER Vallentin DU Cheylard, Officier de TIn-
419
struction publique, Receveur des Domaines, Sl Pé-
ray (France). —
P. Bordeaux, Advocat, i^ adjoint au maire, Bou-
levard Maillot 98, Neuilly-sur-Seine. 24 Mei 1894.
John Evans, Nash Mills, Hemel Hempstead, (England). —
Paul Ch. Strcehlin, Président de la Société suisse
de numismatique, route de Chêne 54, Genève. 17 Juni 1894.
A. ViSART DE BocARNfÉ, nic St. Jean 16, Bruges. 5 Juli 1894.
A. DE Meunynck, rue Masséna 23, Lille. 10 Okt. 1895.
Juuus Meili, Alpenquai 36", Zorich. 14 Nov. 1897.
Dr. HoRATio R. Storer, Washington-Street 58, New-
port (R. I.) U. S. A. —
FkÈd. Alvin, rue van Volsem 17, Ixelles. 26 Jan. 1898.
AuG. HöHN, Königl. Polizeirath, Rheinstrasse 86,
Wiesbaden. 8 Okt. 1899.
Pier Pander, Beeldhouwer en Medaljeur, via No-
mentana 143, Roma. —
Paulin Tasset, graveur en médailles et monnaies,
rue Séguier 3, Paris. —
Baron Phiuppe Prisse, Ingénieur en chef, Directeur des
Ponts et Chaussées, Boulevard Léopold 159. Anvers 22 Mei 1900.
J. P. Moquette, Prambon (over Soerabaja). —
J. M. Faddegon, Graveur, Villa du franc parleur,
Montrouge sur Seine. 2 Juni 1901.
SoLONE Ambrosoli, Conservatore del R. gabinctto
numismatico di Brera, Milano 16 Juli 1901.
L. Chr. Lauer, graveur, Nurnberg —
28
INHOUDSOPGAVE
I. Artikelen.
Bk.
Beschrijving der Nederlandsche of op Nederland
en Nederlanders betrekking hebbende pennin-
gen, geslagen na November 1863, door W. K.
F. ZwiERZiNA (Met 2 platen) . . 5, 95, 203, 323
Iets over het Vettewariersgilde te Middelburg en
over een tot nu toe onbekenden begrafenis-
penning van dit gilde, door mej. M. DE Man 37
Onze nieuwe guldens, door Zw 55
Penningen aanwezig op de geschiedkundige ten-
toonstelling van het Nederlandsche 2^ewezen,
door Dr H. J. DE Dompierre de Chaufepié
(met 4 platen) 127
Iets over de Spaansche pesos of piasters met
ingestempeld borstbeeld van den Engelschen
koning George III, door mej. M. DE Man. 150
Monnaies et jetons inédits ou peu connus des
évêques d' Utrecht, door G. A. HULSEBOS (met
2 platen) 235
Le président KrÜGER en Europe. Les médailles
frappées en son honneur ou concernant les
Boers, door mej. M. DE Man 243
421
2. Bouwstoffen voor een e geschiedenis van het
Neder landsche Geld- of Muntwezen,
BU.
Brief aan de Kommissie van Redaktie .... 67
Ordonnancie van den munten gepubliceerd in
Octoory XIIIp LXVJ, door Fred. Caland . 68
Muntwaarde te Rotterdam 1425 — 1427, door
AuG. Sassen , . . 72
Iets over het bepalen van ponden en munten,
door A. HOLLESTELLE . . . 169
Holland 1330. Enen ghoeden ghouden Halling van
Florensche voir dertien grote, enen engelsche
min, door JOH. W. S ... 185
Ordonnancie up t stuck van der munten gemaickt
in den jaere 1434, 13 in Julio, door F'RED.
Caland 281, 355
3. Gemengde Berichten,
Opening der Munt te Dordrecht in 1485. — Hulde
aan jhr. mr. ViCTOR DE Stuers. — Variëteiten
en onuitgegeven nederlandsche munten. — Een
voorbeeld ter navolging. — Een curiosum. —
Nog een curiosum. - De zijderups op de
penningen van de Stofjeswerkersgildebus te
Utrecht. — Boek beoordeeling. — J. P. R.
Menger. - Tentoonstelling van moderne pen-
ningen en plakketten te Leeuwarden. . . . yy
De nieuwe eeuw. — Resolutie van 8 Juli 1621.
— Waalsche penningen. — Een plakket als
levend beeld. — Aanvulling DiRKS 1813 —
1863. — .„Elzevier" en de numismatiek. —
422
Bh.
Prentbrief kaarten met penningafbeeldingen. —
Tentoonstelling te Leeuwarden. — Uit de
Pers. — Boekaankondiging i88
Valsche realen van aghten in Middelburg uitge-
geven. — Penningen ter eere van Petronella
MOENS. — ld. van jhr. C. H. A. VAN Wyck.
— De wapens van H. M. de Koningin en Z.
K. H. prins Hendrik der Nederlanden, hertog
van Mecklenburg. — Société internationale de
Numismatique. — Nederlandsch-belgische vei-
eeniging der vrienden van de medaille als
kunstwerk. — Boekbeoordeeling. — Uit de
Pers 297
Penningen op den Zuid-Afrikaanschen Oorlog.
— De verzameling DU Crocq, gelegateerd aan
het Genootschap. — Uit de Pers. — Wetgeving. 367
4. Inhoudsopgaaf van Tijdschriften, die het
genootschap in ruiling ontvangt 92,201,319, 396
5. Mededeelingen het genootschap betreffende.
Handelingen van de jaarlij ksche vergadering, ge-
houden 16 Juni 1901 te Leeuwarden. . . 315
Vergaderingen in 190 1 398
Verslag van den Sekretaris over 1900 .... 399
Verslag van den Konservator over 1900 . . . 405
Ledenlijst 412
Inhoudsopgaaf 420
Errata en addenda 423
Verwijzing der platen 424